Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/2 blz. 30-31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat valt er te zeggen over alcoholische dranken?
    Ontwaakt! 1971
  • Alcoholisme — een ziekte?
    Ontwaakt! 1970
  • Een probleem dat bijna even erg is als verslaving aan drugs
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Alcoholisme — de feiten, de fabeltjes
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/2 blz. 30-31

Vragen van lezers

◼ Beschouwen Jehovah’s Getuigen alcoholisme als een ziekte?

Velen spreken over de verslaving aan alcohol als was het, in een ruime betekenis van het woord, een ziekte. Tot deze categorie behoren wetenschappelijke onderzoekers, artsen en mensen die alcoholisten helpen, want velen van hen gebruiken uitdrukkingen als „ziekte”, „kwaal” of „aandoening” wanneer zij een beschrijving of een definitie geven van alcoholisme. De Science Digest van mei 1984 verklaart bijvoorbeeld:

„Alcoholisme is nog steeds een ziekte waarvoor een verklaring wordt gezocht. Terwijl het vroeger alleen als een geestesstoornis werd beschouwd, vermoedt men thans dat ook genetische en biochemische factoren een rol spelen . . . Recente bevindingen bevestigen eerdere bewijzen uit Zweden, dat alcoholmisbruik dikwijls bij verschillende leden van één familie voorkomt.” — Blz. 16.

Er zijn echter redenen om voorzichtig te zijn met het kwalificeren van alcoholisme als een ziekte. Het komt voor dat alcoholisten en anderen de neiging vertonen hun verslaving aan alcohol of hun drankzucht te verontschuldigen met de bewering dat zij er echt niets aan kunnen doen, omdat het een ziekte is. Anderen schijnen van mening te zijn dat een alcoholist niet als moreel laakbaar kan worden beschouwd indien hij biologisch gezien aanleg heeft voor dit probleem of indien zijn lichaam een abnormale biochemische reactie op alcohol heeft.

Christenen echter gaat het in de eerste plaats om Gods zienswijze. Zijn zienswijze is rechtvaardig, evenwichtig en onveranderlijk, in tegenstelling tot medische en psychologische standpunten, die misschien een tijdlang in zwang zijn maar later weer gewijzigd of verlaten worden. Jehovah’s volmaakte Woord veroordeelt dronkenschap ronduit als een van de dingen die iemand de toegang tot Gods koninkrijk kunnen beletten (Gal. 5:19-21). Romeinen 13:12, 13 adviseert: „De nacht is vergevorderd; de dag is nabijgekomen. Laten wij daarom de werken die tot de duisternis behoren, afleggen en de wapenen des lichts aandoen. Laten wij betamelijk wandelen, zoals overdag, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in ongeoorloofde gemeenschap en losbandig gedrag, niet in twist en jaloezie.” Zelfs al zou er in bepaalde gevallen een biologische aanleg zijn, waardoor sommigen het als een medisch probleem of een ziekte gaan beschouwen, dan nog erkennen christenen de morele aspecten die erbij betrokken zijn.

De apostel Petrus schreef aan christenen: „Want het is voldoende dat gij in de voorbijgegane tijd de wil van de natiën hebt volbracht, toen gij u overgaaft aan daden van losbandig gedrag, wellusten, overdaad van wijn, brasserijen, drinkpartijen en onwettige afgoderijen. Omdat gij niet langer met hen deze weg bewandelt naar dezelfde lage poel van liederlijkheid, staan zij vreemd te kijken en gaan zij voort schimpend over u te spreken” (1 Petr. 4:3, 4). Petrus was zelf onvolmaakt en had begrip voor menselijke zwakheden. Toch zei hij niet dat alleen christenen die geen genetische of biologische aanleg hadden voor problemen met alcohol, zich van onmatigheid in het drinken van wijn hadden afgekeerd. De apostel Paulus zei zelfs dat sommige christenen vroeger hoereerders, dieven, dronkaards en afpersers waren geweest. Maar hoe zij ook tot die morele problemen gekomen waren, zij konden er veranderingen in brengen en deden het ook. Paulus zei: ’Gij zijt rein gewassen, gij zijt rechtvaardig verklaard in de naam van onze Heer Jezus Christus en met de geest van onze God.’ — 1 Kor. 6:9-11.

Of men alcoholisme dus al dan niet een ziekte noemt, wij moeten vasthouden aan de hoge en juiste maatstaf die in Gods Woord uiteengezet is. Wie aan alcohol verslaafd is geraakt — hetzij door gebrek aan zelfbeheersing, de invloed van het volk of de familie waartoe hij behoort, of zelfs ten gevolge van een biologische afwijking — dient er moeite voor te doen ermee af te rekenen, misschien door een beroep te doen op meelevende hulp. (Zie Ontwaakt! van 8 november 1982, blz. 4-12.) Zo zal hij erin kunnen slagen „de rest van zijn tijd in het vlees niet meer voor de begeerte van mensen te leven, maar voor Gods wil”. — 1 Petr. 4:2.

◼ Valt uit het feit dat Jezus tijdens het bruiloftsfeest in Kana zoveel wijn maakte, af te leiden dat dit feest door honderden mensen werd bijgewoond?

Jezus verschafte inderdaad door een wonder een grote hoeveelheid voortreffelijke wijn, ruim voldoende voor een grote groep mensen, maar wij hoeven niet te denken dat hij alleen maar maakte wat nodig was of dat alles tijdens het feest werd opgedronken.

Johannes 2:6-9 bericht dat Jezus „zes stenen waterkruiken, zoals volgens de reinigingsvoorschriften van de joden werd vereist, die elk twee of drie vloeistof-maten konden bevatten”, met water liet vullen. Jezus beval: „Vult de waterkruiken.” Dat deed men, men vulde ze „tot aan de rand”. Vermoedelijk was de hier bedoelde vloeistof-maat een „bath”-maat, die overeenkomt met 22 liter. Als dit zo is, bevatten de zes waterkruiken ongeveer 260 tot 390 liter. — 1 Kon. 7:26; Ezra 7:22; Ezech. 45:14.

Jezus en zijn discipelen bleven op dat feest, dus moet men er matigheid hebben betracht. Men zou dus kunnen redeneren dat er honderden aanwezigen waren, omdat Jezus het anders niet nodig gevonden zou hebben zoveel wijn te maken. Bij andere gelegenheden waar Jezus op wonderbare wijze in voedsel voorzag, beperkte hij zich echter niet tot de minimaal benodigde hoeveelheid. Toen hij broden en visjes vermenigvuldigde om 4000 mannen te voeden, nog afgezien van de vrouwen en kinderen, bleef er zoveel over dat er „zeven proviandmanden” — rieten manden zo groot dat er een man in kon — mee gevuld konden worden (Matth. 15:32-38; Hand. 9:25). Zo kan het ook heel goed zijn dat er aan het eind van het feest in Kana ruimschoots genoeg wijn over was voor toekomstig gebruik, bijvoorbeeld aan de maaltijd, waar wijn de gewone drank was. Daarmee zou dan gedemonstreerd zijn dat Jezus een milde gever was, net als zijn Vader. — Hand. 14:17; vergelijk Matthéüs 14:14-21.

Het is dus mogelijk dat het bruiloftsfeest in Kana door velen uit Kana en omgeving werd bijgewoond, maar de hoeveelheid wijn die Jezus maakte, bewijst niet noodzakelijk dat er vele honderden aanwezigen waren.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen