Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
Manifestaties van Koninkrijkseenheid
Wat een manifestaties van Koninkrijkseenheid waren de onlangs gehouden congressen van Jehovah’s Getuigen in Nieuw-Zeeland en op de Filippijnen! In Nieuw-Zeeland woonden 13.408 personen de „Koninkrijkseenheid”-congressen bij en er waren 167 dopelingen. De drie congressen in Nieuw-Zeeland waren telefonisch met de zes Australische congressen verbonden. In het verslag stond: „Veel aanwezigen met verwanten op andere congressen die onderling verbonden waren, zeiden dat zij zich konden voorstellen hoe zij daar gelijktijdig naar dezelfde lezing luisterden, en dat gaf een fantastisch gevoel van eenheid.” Een dove zuster die al dertig jaar de congressen bijwoont, merkte op dat ’dit de eerste keer was dat zij iets aan het programma had gehad’, omdat daar voor de eerste keer gebruik werd gemaakt van gebarentaal voor de doven.
◻ Honderd twintig personen die er de noodzaak van inzagen bijeen te komen, reisden zo’n 2900 km van Rarotonga, op de Cook Eilanden, naar het congres in Auckland (Hebreeën 10:24, 25). Om aan geld voor de vliegreis te komen, maakten en verkochten de zusters jurken, gordijnen, kussens en kettingen van rode jasmijn en schelpen. De broeders verbouwden groente voor de verkoop en gingen vissen en oogstwerk verrichten om geld te krijgen voor de reis. Gemeenten in Nieuw-Zeeland hoorden van de behoefte van hun broeders en zusters op de Cook Eilanden en droegen genoeg geld bij om het tekort te dekken, zodat bijna alle broeders en zusters van de Cook Eilanden in staat waren het congres in Auckland bij te wonen. Enkele gedeelten van het programma werden ten behoeve van hen in het Rarotonga gehouden. De zeventien zendelingen die op de drie congressen in Nieuw-Zeeland aanwezig waren, verheugen zich met al deze broeders en zusters over hun eensgezinde dienst voor Jehovah, hun Koning.
◻ Voor de 149.219 personen die de twintig congressen op de Filippijnen bijwoonden, was het ook een vreugde in eenheid vergaderd te zijn met hun broeders en zusters en te zien dat 1858 personen werden gedoopt. Velen hadden zich vast voorgenomen aanwezig te zijn. Degenen bijvoorbeeld die in Davao del Sur wonen, onder wie enkele broeders en zusters van de Manobo-stam, moesten 100 km lopen voordat zij een bus konden nemen naar het congres in de stad General Santos op Mindanao. Een andere groep liep 200 km over de bergen heen, waar zij drie dagen over deden. Daarna namen zij een boot, die er nog eens een dag over deed om het congres te bereiken. Zij waren het er allemaal over eens dat het „de moeite waard was geweest”.
De commandant van de rijkspolitie kwam naar het congres in Tuguegarao, Cagayan, en gaf commentaar op het goede organisatorische aspect van het congres. Hij zei: „Jehovah’s Getuigen hebben geen politie op hun congressen nodig, daar hun bijeenkomsten altijd vredig en ordelijk zijn.” Een waarnemer op het congres in Binalonan, Pangasinan, merkte op: „Als alle mensen hier Jehovah’s Getuigen waren, zouden wij ons geen zorgen hoeven te maken over de vrede en orde in het land . . . kinderen zaten bij hun ouders te luisteren . . . niemand rookte. Dus als ik behoefte had om te roken, ging ik naar buiten.”
Deze ervaringen helpen ons te beseffen wat een eenheid en vreugde er onder deze Koninkrijksverkondigers heerste. Het zal zeker een geweldige tijd zijn als alle mensen Jehovah als Koning erkennen en zich aan zijn regering onderwerpen. Dan zal verdeeldheid tot het verleden behoren.
[Kaarten/Illustraties op blz. 7]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
NIEUW-ZEELAND
[Kaart]
DE FILIPPIJNEN