Toenemende wetteloosheid — een teken van het einde der wereld?
„WAT zal het teken zijn van uw tegenwoordigheid en van het besluit van het samenstel van dingen?”
In antwoord op die vraag onthulde Jezus dat een bepaalde periode in de geschiedenis gekenmerkt zou zijn door internationale oorlog, voedseltekorten en aardbevingen, en hij voegde eraan toe: „Wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen. Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden.” — Matth. 24:3, 7-13.
Een toename der wetteloosheid — een waarlijk zeer dreigende ontwikkeling, aangezien het oorspronkelijke Griekse woord de gedachte inhoudt aan minachting voor de algemeen bekende wetten van God. Wat het woord overbrengt, is dat men zichzelf, en niet God, tot het middelpunt van zijn leven maakt. Jezus zei niet dat er een ’begin’ van wetteloosheid zou zijn, maar een „toenemen”, een vermeerdering en verbreiding ervan. Dit aspect zou zo’n opvallende ontwikkeling zijn, dat de meerderheid, „de meesten”, van hen die beleden christenen te zijn, erdoor zou worden beïnvloed. Hun liefde voor God, zijn wetten en hun naaste zou verkoelen zoals een hete drank afkoelt wanneer er een ijskoude wind overheen blaast!
Er zijn sterke aanwijzingen dat onze 20ste eeuw, in het bijzonder met de Eerste Wereldoorlog, een toename van wetteloosheid heeft ingeluid die veel groter is dan ooit tevoren sedert Jezus deze woorden heeft geuit. Als dat zo is, betekent het dat wij in de „laatste dagen” leven — in het slotgedeelte van „het besluit van het samenstel van dingen” (2 Tim. 3:1; Matth. 24:3). Snakt u er niet naar dit wetteloze samenstel dat onze aarde heeft doordrenkt met geweld, immoraliteit en onrecht, te zien eindigen en te zien hoe er een liefdevolle samenleving van mensen, „een nieuwe aarde” waarin rechtvaardigheid zal wonen, voor in de plaats komt? — 2 Petr. 3:13.
’Maar wacht eens’, zeggen sommige personen die een studie maken van de wereldgeschiedenis. ’Is de 20ste eeuw niet de meest geciviliseerde uit de hele geschiedenis? Waren de brute gewelddadigheid en immoraliteit uit voorbije eeuwen niet veel erger?’
Het verleden — hoe erg?
„Niemand zou alle gedachten aan gevaar voor zijn persoon of bezit van zich af kunnen zetten indien hij bij donker op straat zou lopen, noch zou ook maar iemand zichzelf kunnen voorhouden dat hij in zijn eigen bed werkelijk veilig is”, verzuchtte de advocaat-generaal van Londen in 1785. Ook anderen in die tijd gaven uitdrukking aan hun grote vrees voor de misdaad.
Maar hoeveel misdadige activiteit bestond er nu werkelijk in vroeger tijden? Niemand kan dat met zekerheid zeggen, voornamelijk niet vanwege de gebrekkige gerechtelijke verslagen. En ten gevolge van het ontbreken van betrouwbare of specifieke bevolkingsgegevens in het verleden, is er geen betrouwbare methode om het misdaadcijfer in relatie tot de grootte van de bevolking te vergelijken met de gegevens van onze tijd. Er zijn enige aanwijzingen dat vroegere eeuwen betrekkelijk vredig waren. „Op geen enkel tijdstip in de geschiedenis van Massachusetts”, berichtte de procureur-generaal van die staat in 1859, „zijn leven, vrijheid en bezit veiliger geweest dan op dit ogenblik.”
Maar gedurende de 150 jaar voor 1914 bereidde een reeks ontwikkelingen — uniek in de hele geschiedenis — de weg voor een ongehoorde wetteloosheid in de 20ste eeuw.
De industriële revolutie
„De meest ingrijpende revolutie in de hele menselijke geschiedenis.” Zo beschrijven M. Klein en H. A. Kantor, twee hoogleraren in de geschiedenis, in hun boek Prisoners of Progress (Gevangenen van de vooruitgang) de uitwerking die de industriële revolutie tussen 1850 en 1920 op de Verenigde Staten van Amerika heeft gehad. Het uitgebreide industriële gebruik van pas ontwikkelde machines, zoals de stoommachine, en technieken voor massaproduktie begonnen in Engeland. Als een vloedgolf ging deze ontwikkeling over Europa en de Verenigde Staten heen en verbrijzelde een levenswijze die voordien bestaan had.
Terugblikkend op de periode voor de industriële revolutie, vervolgden Klein en Kantor: „Vergeleken met onze eigen tijd scheen het leven ordelijker en stabieler te zijn. De mensen hechtten nog veel belang aan religie en baseerden hun waarden en levenswijze op hun geloof.”
De meeste mensen werkten toen zelfstandig en vonden het een eer goed werk te leveren — geld was niet het enige oogmerk van alle economische bedrijvigheid. Hoewel er dieven en moordenaars waren, en de heersende geloofsopvattingen doorspekt waren met magie en bijgeloof, eerbiedigde de gemiddelde mens in de zogeheten christelijke naties in de regel de wetten van God.
Tussen 1880 en 1913 nam de fabrieksproduktie in de wereld driemaal zo snel toe als de wereldbevolking — een groeitempo dat nooit tevoren of erna is geëvenaard. Het gevolg was dat meer arbeiders een grotere som geld konden besteden aan deze nieuwe fabrikaten. Maar velen, meegesleept door allerlei ’krantenjongen wordt miljonair’-verhalen, aanbaden het succes als een god.
„Zij . . . die besloten zijn rijk te worden”, waarschuwt de bijbel, „vallen in verzoeking en een strik . . . en door hun streven op die liefde te richten, zijn sommigen van het geloof afgedwaald” (1 Tim. 6:9, 10). Dit is tallozen overkomen. Mannen maakten werk tot hun enige levensdoel. Het gezinsleven kwam in de verdrukking doordat het zich moest richten naar het werkschema van bijna 60 uur per week. Toen ook vele vrouwen zich in de arbeidsgelederen schaarden, moesten de kinderen het dikwijls zonder leiding stellen en vervielen tot misdaad. Velen gingen zo volledig op in de zorg voor hun levensonderhoud dat zij religie naar de achtergrond verwezen.
De invloedrijke Duitse filosoof Nietzsche drong aan: „Wordt wie gij zijt!” Zelfzucht en hebzucht leidden tot gewelddadige arbeidsconflicten — alleen al in de eerste zes maanden van 1916 2093 stakingen en bezettingen in de Verenigde Staten. Moordende handelspraktijken waren heel gewoon. Velen imiteerden de handelaar die in een roman uit 1905 wordt beschreven: „In onze handel is het zo dat de grote haaien de kleine haaien verslinden, en hij is de grootste haai.” Waarlijk, de naastenliefde begon overal te verkoelen.
Snel groeiende steden
Op zoek naar onderwijs, roem, avontuur, vermaak, meer persoonlijke vrijheid — maar vooral geld — dromden de massa’s naar de steden. In 1815 woonde minder dan 2 procent van alle Europeanen in steden met een bevolking van meer dan 100.000 man; in 1910 was dat 15 procent — meer dan zevenmaal zo veel, terwijl de totale bevolking slechts was verdubbeld. In de VS sprong het aantal mensen dat in steden van 8000 of meer personen woonde, van 131.000 in 1790 naar meer dan 18 miljoen in 1890 — van 3 procent naar 29 procent van de totale bevolking!
Overal in de geïndustrialiseerde wereld groeiden de steden met adembenemende snelheid. „De verstedelijking is feitelijk gedurende de laatste anderhalve eeuw veel verder voortgeschreden en heeft veel grotere proporties aangenomen dan in enig eerder tijdperk in de wereldgeschiedenis”, schreef Kingsley Davis, een autoriteit op het gebied van stedengroei. — Wij cursiveren.
De meesten van degenen die van het land naar de stad trokken, waren jong en ongehuwd. In de anonimiteit van de grote stad, waar een zeer vrijzinnige geest heerste, werden zij niet langer in toom gehouden door de sociale verhoudingen van het dorp. „Het zou moeite kosten een jonge man of een jonge vrouw van boven de zeventien te vinden die eerbaar is”, schreef een opmerkzaam waarnemer over de arbeidersklasse in één grote stad. Deze man, die bij het aanbreken van de 20ste eeuw leefde, voegde eraan toe: „Seksuele gemeenschap, voor een groot deel het resultaat van deze danslokalen, heeft onder de jongeren van nu enorme proporties aangenomen. Het wordt eenvoudig als natuurlijk en gebruikelijk beschouwd.”
Ja, velen toonden minachting voor Gods morele wetten. De bijbel gebiedt: „Onthoudt [u] van hoererij; . . . wie daarom blijk geeft van minachting, minacht niet een mens, maar God” (1 Thess. 4:3, 8). Sommige jongemannen in Europa kwamen er graag voor uit dat zij met prostituées sliepen, en wilden zo hun mannelijkheid bewijzen. Ja, zij gingen er zelfs prat op als zij een geslachtsziekte van hen opliepen! Volgens een in 1914 gepubliceerde studie over één Europees land, leed één op de vijf mannen daar aan syfilis.
„De steden moeten wel broeinesten van immoraliteit zijn”, schreef de historicus Adna Weber in 1899. Hij toonde aan dat de cijfers betreffende onwettige kinderen in een groot deel van Europa in de grote steden gemiddeld tweemaal zo hoog lagen als in de provincie. In Engeland was in diezelfde tijd het misdaadcijfer in de grote steden twee- of zelfs viermaal zo hoog als in de plattelandsgemeenschappen.
Maar niet alleen de industriële revolutie en de groeiende steden bereidden de weg voor de toename van wetteloosheid in onze 20ste eeuw; nog een andere gebeurtenis — eveneens uniek voor onze tijd — zou een dramatische uitwerking hebben.
De Eerste Wereldoorlog
Deze oorlog, die in 1914 uitbrak, werd „het bloedigste en duurste conflict in de menselijke geschiedenis” tot op die tijd genoemd. De voornaamste deelnemers aan deze monsterachtige daad van wetteloosheid waren „christelijke” naties! Doelend op de gruwelijkheden van de oorlog, stond in een brief in een krant van 1914 het volgende ironische protest te lezen: „Naties behoren te vechten als christenen, of ten minste als heren.”
Ten gevolge van die oorlog ging men geweld en gewelddadigheid als aanvaardbaar beschouwen. „Wanneer de regels van de beschaafde samenleving worden opgeheven, wanneer het doden tot een beroep wordt gemaakt en als een teken van moed en heldendom wordt beschouwd”, schreef de geestelijke Charles Parsons in 1917, „dan lijkt het vrijwel nutteloos om te spreken over misdaad in de gewone zin van het woord.” Geen wonder dat de onderzoekers D. Archer en R. Gartner vaststelden dat de meeste door hen geanalyseerde naties die bij de Eerste Wereldoorlog betrokken waren, een „aanmerkelijke naoorlogse groei” vertoonden in hun misdaadcijfers — Italië had een toename van 52 procent en Duitsland een toename van 98 procent vergeleken met de tijd vóór de oorlog! Maar de oorlog leidde tot nog een ander soort wetteloosheid.
Jehovah God, die ’echtscheiding haat’, beschouwt het onschriftuurlijk afdanken van een partner en hertrouwen als een ernstige zonde (Mal. 2:16). In het kielzog van de Eerste Wereldoorlog volgde een ongekende vloedgolf van echtscheidingen. In Engeland en Wales was bijvoorbeeld in de 50 jaar vóór 1911 het aantal echtscheidingen jaarlijks gemiddeld 516. In 1919, het eerste jaar na de oorlog, waren er 5184 echtscheidingen — meer dan tienmaal het gemiddelde van de voorafgaande periode van 50 jaar!
De oorlog mobiliseerde 65.000.000 mannen, waarbij velen jarenlang van hun gezin gescheiden werden. „De abnormale spanningen en noodgedwongen scheidingen tijdens de oorlog van 1914-18” deden volgens de historici G. Rowntree en N. H. Carrier, niet alleen het echtscheidingscijfer toenemen maar zorgden er tevens voor dat ongemerkt „de openbare mening minder afkeurend werd. . . . De meer vrijzinnige houding die in de nasleep van de oorlog post vatte, blijkt terrein te hebben gewonnen”. Deze ruimdenkende houding begon toen en heeft tot op de dag van heden terrein gewonnen!
Met de snelle migratie in „christelijke” naties naar geïndustrialiseerde grote steden, gevoegd bij de gewelddadige lessen die de Eerste Wereldoorlog geleerd had, was dus de voedingsbodem verschaft voor een toename van wetteloosheid in een omvang als nooit tevoren had plaatsgevonden. Wat zijn de resultaten sedert 1914 geweest? Is de liefde van de meesten van hen die belijden christenen te zijn, werkelijk verkoeld?
Huidige golf van wetteloosheid
In 1945 waren vele Amerikanen er nog verbaasd over dat het totale aantal bij de politie aangegeven misdaden tot 1.566.000 gestegen was. Maar 35 jaar later bereikte het totaal de 13.295.000 — en het aantal stijgt nog steeds! Dat is een toename van 750 procent, terwijl de bevolking met ongeveer 60 procent is toegenomen! Het aantal verkrachtingen is meer dan 600 procent gestegen! De geweldmisdrijven in het algemeen stegen met bijna 900 procent! Stel u voor, in 1981 kwam één op de drie huisgezinnen met een of andere vorm van misdaad in aanraking! En deze tendens beperkt zich niet tot de Verenigde Staten. „Wat vooral in het oog springt wanneer men de misdaad op wereldniveau beziet,” schreef een vooraanstaand criminoloog, Sir Leon Radzinowicz, in zijn boek The Growth of Crime, „is dat de alles doordringende en hardnekkige toename overal aanwezig is. De uitzonderingen die er nog zijn, vallen op als zeldzame kostbaarheden, en lopen de kans weldra overspoeld te worden door het opkomend getij.”
Betekent al die toename alleen maar dat de aangifte van misdaden bij de politie verbeterd is? Voor het antwoord op die vraag heeft een team onder leiding van Dr. Herbert Jacob van het Center for Urban Affairs Policy Research aan de Northwestern University voor de periode tussen 1948 en 1978 een analyse gemaakt van de misdaadstatistieken, de uitgaven en methoden van de politie, de arrestatiecijfers en veel andere informatie uit 396 steden in Amerika. In een interview met een vertegenwoordiger van dit tijdschrift verklaarde Dr. Jacob: „Overal in de Verenigde Staten zijn de cijfers van aangegeven misdaden sterk gestegen. Deels is dat zonder enige twijfel het gevolg van een verbeterde misdaadmelding door politie en publiek. Maar dat verklaart niet de hele toename.”
„Het verbazingwekkende is”, vervolgde Dr. Jacob, „dat in alle soorten grote steden — in het noorden of in het zuiden, groeiend of slinkend, met een grote minderhedenbevolking of een kleine — de misdaad in ongeveer dezelfde mate is toegenomen. Het was een tendens die zich in heel de natie voordeed.” Kan de politie deze onheilspellende tendens tot staan brengen? „De politie heeft over het algemeen niet veel effect gesorteerd en dit komt door verscheidene maatschappelijke krachten die buiten haar macht liggen”, antwoordde Dr. Jacob.
Natuurlijk vormt de misdaad niet de enige aanwijzing voor een toenemen van wetteloosheid. Kijk alleen maar eens naar de algemene geringschatting van Gods wetten. Het cijfer van 7,1 onwettige kinderen op de 1000 ongehuwde vrouwen in de Verenigde Staten in 1940, verbleekt naast het aantal van 27,8 in 1979. De 83.000 echtscheidingen in 1910 zijn omhooggevlogen tot 1.182.000 in 1980, een toename van 1300 procent! De Verenigde Staten hebben thans in plaats van één echtscheiding op elke elf huwelijken, zoals in 1910 het geval was, één echtscheiding op elke twee huwelijken! Soortgelijke tendensen worden uit alle delen van de aarde gemeld.
Beschouw ook eens de schokkende gruweldaden die in onze 20ste eeuw zijn bedreven. In welke periode van de hele menselijke geschiedenis heeft er ooit iets plaatsgevonden dat te vergelijken is met de zorgvuldig geplande executie van 6 miljoen joden in de nazi-concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog? Of het totale aantal doden van die oorlog — 55.000.000? En denk eens aan de meer recente berichten uit 1979 over een mogelijke afslachting van ruim 2 miljoen Cambodjanen. Welke andere generatie heeft ooit een wapen ontwikkeld en gebruikt dat met één enkele explosie uiteindelijk misschien wel 140.000 personen heeft gedood, zoals de atoombom die op Hirosjima in Japan werd geworpen?
De ruimte staat ons niet toe nog meer bijzonderheden te geven van de minachting voor Gods wetten, maar wat hier is uiteengezet laat duidelijk zien dat er sedert 1914 sprake is van een toenemen der wetteloosheid in een omvang die in geen enkele periode van de geschiedenis zijn weerga heeft! Ja, onder de meesten van hen die belijden volgelingen van Jezus te zijn, is de liefde voor God en de naaste verkoeld, precies zoals Jezus heeft voorzegd.
Laat die groeiende wetteloosheid uw hart echter niet beïnvloeden. Laat niet toe dat uw liefde voor God en zijn wetten verkoelt, dan kunt u wellicht de vreugde smaken gered te worden om de beloofde „nieuwe aarde” binnen te gaan, waar nooit meer een plaag van wetteloosheid zal zijn. — 2 Petr. 3:13; Matth. 24:12, 13.
[Grafiek op blz. 7]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Het totale aantal gerapporteerde ernstige misdaden in de VS is van 1935 tot 1980 meer dan 1000 procent gestegen, terwijl de bevolking in diezelfde periode slechts met ongeveer 78 procent toenam!
1935 1.138.000
1950 2.220.000
1965 2.780.000
1980 13.295.000
[Verantwoording]
Bron: FBI Uniform Crime Reports over het totale aantal moorden, verkrachtingen, berovingen, ernstige geweldpleging, inbraken, diefstallen en autodiefstallen die bij de politie werden aangegeven. Omdat de berichten onvolledig waren, zijn de cijfers over 1935 en 1950 omgerekend naar de totale bevolking
[Illustraties op blz. 5]
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
EERSTE WERELDOORLOG
SNEL GROEIENDE STEDEN
Deze ontwikkelingen, die uniek zijn voor onze moderne tijd, hebben bijgedragen tot de grootste toename van wetteloosheid in de hele geschiedenis