Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w83 1/4 blz. 26-28
  • Kolossenzen — Gezonde raad over geloofszaken en gedrag

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kolossenzen — Gezonde raad over geloofszaken en gedrag
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De bijzondere plaats van de Zoon
  • Valse leerstellingen weerlegd
  • Gezonde raad over gedrag
  • Bijbelboek nummer 51 — Kolossenzen
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Kolossenzen, de brief aan de
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • De Kolossenzen ontvangen raad met betrekking tot de waarheid en gedrag
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Kolossenzen, De brief aan de
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
w83 1/4 blz. 26-28

Kolossenzen — Gezonde raad over geloofszaken en gedrag

WELKE plaats neemt Jezus Christus in Gods regeling in? Moeten ware christenen, om tot Jehovah te naderen en redding te verwerven, speciale vieringen onderhouden of ascetisme beoefenen? Wat wordt er van godvruchtige echtgenoten, echtgenotes, kinderen en anderen verlangd?

Vragen zoals deze moesten voor eerste-eeuwse christenen die in de stad Kolosse (Klein-Azië) woonden, beantwoord worden. Zij waren omringd door heidenen die vasthielden aan heidense filosofieën waarin ascetisme een belangrijke plaats innam alsook door joden die zich onthielden van bepaalde voedselsoorten en die speciale dagen onderhielden. In zekere mate was valse leer zelfs de gemeente binnengedrongen.

Tijdens zijn gevangenschap in Rome ontving de apostel Paulus, die misschien nooit in Kolosse is geweest, een bericht over zijn medegelovigen aldaar (Kol. 1:7, 8; 2:1). In bepaalde opzichten handelden zij goed. Enkele valse leerstellingen brachten hen echter in geestelijk opzicht in gevaar, en de apostel maakte zich hier ernstig zorgen over. Daarom schreef Paulus, onder goddelijke inspiratie, omstreeks 60/61 G.T. een hartroerende brief aan de Kolossenzen.a Door de hierin opgetekende gezonde raad over geloofszaken en gedrag werden belangrijke vragen voor hen beantwoord, hetgeen ook het geval is voor christenen die in deze twintigste eeuw leven.

De bijzondere plaats van de Zoon

Paulus’ brief was gericht aan „de heiligen en getrouwe broeders in eendracht met Christus”, dat wil zeggen, aan Jezus’ gezalfde volgelingen te Kolosse. De apostel dankte God in gebed wegens hun geloof, hoop en liefde. Bovendien hadden Paulus en Timótheüs ’niet opgehouden te bidden of zij vervuld mochten worden met nauwkeurige kennis, wijsheid en geestelijk onderscheidingsvermogen’. Met welk doel? ’Ten einde Jehovah volledig te behagen.’ — Kol. 1:1-12.

Een belangrijk onderdeel van die kennis betreft Gods Zoon. Door bemiddeling van hem hebben christenen hun verlossing door losprijs, de vergeving van hun zonden. Hij is „de eerstgeborene van heel de schepping”, het begin van Jehovah’s scheppingswerken door bemiddeling van wie miljoenen engelenzonen, het universum en de aarde, met haar plante- en dierenleven, tot bestaan zijn gekomen. De Zoon is ook „de eerstgeborene uit de doden”, doordat hij voor zijn medeërfgenamen de weg heeft bereid om uit de doden te worden opgewekt en te zamen met hem in onsterfelijk leven in de hemel te delen. Jezus Christus is onder andere ook „het hoofd van het lichaam, de gemeente”, de belangrijkste onder zijn gezalfde volgelingen. — Kol. 1:13-18.

Bovendien ’heeft het God goedgedacht de gehele volheid in zijn Zoon te doen wonen’. Hij is werkelijk de belichaming van goddelijke eigenschappen, met inbegrip van wijsheid — ja, van alles wat christenen voor hun onderricht en leiding nodig hebben. Zijn onderwijzingen, die in harmonie zijn met de rest van de Schrift, schieten nergens in te kort. Door bemiddeling van hem zullen alle andere dingen in de hemel en op aarde met God worden verzoend, en dank zij Christus’ slachtoffer is het lang verborgen gebleven „heilige geheim”, waartoe ook de hoop behoort dat heidenen te zamen met hem in de hemelse heerlijkheid zullen delen, openbaar gemaakt. Willen christenen die verzoening deelachtig worden, dan moeten zij echter standvastig blijven en zich niet laten afbrengen van de hoop van het goede nieuws. Paulus werkte hard als een dienaar van dit goede nieuws waarin Christus, de belangrijkste persoon in Gods regeling, centraal stond. — Kol. 1:19-29.

Valse leerstellingen weerlegd

Ten einde zich in het heerlijke voorrecht te verheugen om te zamen met Jezus hemels leven deelachtig te worden, moesten de christenen te Kolosse in gedachte houden dat ’alle schatten van wijsheid en van kennis in Christus verborgen zijn’. Zij moesten daarom op hun hoede zijn voor personen die ’hen als hun prooi zouden kunnen wegdragen door middel van de filosofie en door ijdel bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen en niet overeenkomstig Christus’. Zij moesten de onschriftuurlijke opvattingen van de Grieken en de niet-bijbelse leerstellingen van de joden verwerpen. Jehovah’s Getuigen in deze tijd moeten op overeenkomstige wijze valse leerstellingen verwerpen en een krachtig standpunt voor de waarheid innemen. — Kol. 2:1-12.

Vervolgens versterkte Paulus de Kolossenzen tegen de judaïsten. Hij wees erop dat God de Mozaïsche wet uit de weg had geruimd door ze aan Jezus’ martelpaal te nagelen. Daarom dienden zij niet toe te laten dat iemand op grond van voedsel, drank en bepaalde vieringen een oordeel velde over hun geloof en rechtvaardigheid. Waarom niet? Omdat zulke dingen slechts een schaduw van toekomende dingen waren, „maar de werkelijkheid behoort de Christus toe”. — Kol. 2:13-17.

Ten einde andere onjuiste zienswijzen te bestrijden, waarschuwde Paulus voor personen die behagen schepten in een onoprechte, huichelachtige nederigheid en „een vorm van aanbidding van de engelen”. Klaarblijkelijk waren sommigen in Kolosse hetzij van mening dat zij de vorm van aanbidding beoefenden waarvan werd aangenomen dat de engelen die beoefenden òf hebben zij rechtstreeks aanbidding aan de engelen geschonken. Maar met betrekking tot deze aanbidding en zulke dingen als „schijnnederigheid” en ascetisme, of „een strenge behandeling van het lichaam”, werd aangetoond dat ze „geen waarde [hebben] ter bestrijding van de bevrediging van het vlees”. Ook in deze tijd zullen dingen als ascetisme en een voorgewende nederigheid ons niet een grotere geestelijke gezindheid geven. — Kol. 2:18-23.

Ten einde werkelijk geestelijk gezind te blijven en onjuiste vleselijke verlangens te bestrijden, moeten Jezus’ gezalfde discipelen ’hun geest gericht houden op de dingen die boven zijn, niet op de dingen die op de aarde zijn’. Alleen door dit te doen, kunnen zij de hoop koesteren te zamen met Christus in hemelse heerlijkheid openbaar gemaakt te worden. Evenzo moeten christenen met een aardse hoop hun genegenheid op geestelijke zaken richten. — Kol. 3:1-4; Matth. 6:19-21.

Gezonde raad over gedrag

Wat zal ons werkelijk helpen dichter tot Jehovah te naderen en een grotere geestelijke gezindheid te ontwikkelen? ’Doodt uw lichaam ten aanzien van hoererij, onreinheid, seksuele begeerte, schadelijke verlangens en begerigheid’, zei Paulus. Misbruik maken van het spraakvermogen door ons over te geven aan gramschap, ontuchtige taal en liegen, moet ook worden vermeden. Zoals de apostel de Kolossenzen opdroeg, moeten wij ’de oude persoonlijkheid afleggen en de nieuwe persoonlijkheid aandoen’. Wij moeten ons bekleden met mededogen, goedheid, ootmoedigheid van geest, zachtaardigheid, lankmoedigheid en liefde — die „volmaakte band van eenheid”. Dit alles zal niet alleen tot onze eigen vrede bijdragen, maar ook tot die van de gehele gemeente. — Kol. 3:5-17.

Evenals de christenen te Kolosse kunnen de hedendaagse getuigen van Jehovah voordeel trekken van Paulus’ raad met betrekking tot gezinsverplichtingen en andere verantwoordelijkheden. Echtgenotes worden ertoe aangemoedigd onderworpen te zijn aan hun man. Echtgenoten moeten hun vrouw blijven liefhebben en ’niet bitter toornig op haar zijn’. Kinderen moeten hun ouders gehoorzamen en vaders moeten hun kinderen niet tergen, „zodat zij niet moedeloos worden”. — Kol. 3:18-21.

Christelijke slaven moesten gehoorzaam zijn, en zij moesten door hun gelovige meesters op een rechtvaardige en eerlijke wijze worden behandeld. Filémon en zijn slaaf Onésimus woonden in Kolosse, en zij beiden hebben deze raad ongetwijfeld met grote waardering aanvaard. Dezelfde beginselen dienen door hedendaagse christenen toegepast te worden in de werkgever-werknemerverhouding. Ja, wàt wij ook doen, wij dienen ’ons werk met geheel onze ziel als voor Jehovah te verrichten’. — Kol. 3:18–4:1.

Paulus spoorde zijn medegelovigen ertoe aan in gebed te volharden, met dankzegging. Ook moesten zij tot God bidden of hij voor Paulus en zijn metgezellen een deur wilde openen, zodat zij konden „spreken over het heilige geheim omtrent de Christus”. Dit dient ons er beslist toe te bewegen dankbaarheid jegens Jehovah tot uitdrukking te brengen en te bidden of hij het Koninkrijkspredikingswerk voorspoed wil geven! En mag ons spreken, zoals Paulus aanraadt, altijd minzaam zijn, „gekruid met zout”. Wat wij zeggen, dient van goede smaak te getuigen en aantrekkelijk te zijn voor onze toehoorders en dient erop gericht te zijn degenen die op onze woorden acht slaan, in het leven te behouden. — Kol. 4:2-6.

Deze bijzonder nuttige brief eindigt met persoonlijke groeten en vermaningen. Tychikus en Onésimus (die de brief klaarblijkelijk hebben afgegeven) zouden de Kolossenzen bijzonderheden over Paulus vertellen. Van Epafras, die misschien heeft meegeholpen de gemeente te Kolosse op te richten, wordt gezegd dat hij ’zich in zijn gebeden ten behoeve van hen inspande’. Paulus zelf besloot met een persoonlijke groet en hij bad of zij zich in onverdiende goedheid mochten verheugen. — Kol. 4:7-18.

Paulus’ raad aan de christenen te Kolosse helpt ons de uiterst belangrijke plaats van Jezus Christus in Gods regeling te begrijpen. Deze brief toont ons aan wat wij moeten doen — en wat wij moeten vermijden — wanneer wij tot Jehovah willen naderen en redding willen verwerven. De brief zet Gods vereisten uiteen voor echtgenoten, echtgenotes, kinderen en anderen die de goddelijke gunst willen verwerven. Paulus’ brief aan de Kolossenzen verschaft inderdaad gezonde raad over geloofszaken en gedrag.

[Voetnoten]

a Zie ook Aid to Bible Understanding, blz. 365, 366; „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”, blz. 224-227. Beide boeken zijn uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen