Een negenjarige zoon redt een huwelijk
IS HET beslist noodzakelijk dat een vrouw zich op grond van één daad van overspel van de zijde van haar man, van hem laat scheiden, zelfs wanneer hij werkelijk berouwvol is? Een vrouw dacht dit, maar haar negen jaar oude zoon dacht er anders over.
Een bepaalde gedoopte man die een opgedragen vrouw en drie jonge kinderen heeft, pleegde onlangs overspel. Hij beging deze overtreding slechts éénmaal en onmiddellijk stelde hij de aangestelde ouderlingen van zijn gemeente hiervan in kennis. De ouderlingen drongen er bij hem op aan dat hij zijn zonde ook tegenover zijn vrouw zou bekennen en haar om vergeving zou vragen. De vrouw was hier totaal ondersteboven van en was vastbesloten hun huwelijk te beëindigen. Ze zei aan de ouderlingen die de kwestie behandelden dat haar beslissing vast stond en dat zij reeds een advocaat in de arm had genomen. De ouderlingen spraken met haar en brachten haar onder de aandacht dat zij drie jonge kinderen had en dat de oudste van de drie nog maar negen jaar was. Maar desondanks bleef zij bij haar besluit. Als gevolg hiervan was de echtgenoot diepbedroefd en wilde bijna niet meer eten. Hij huilde veel.
Ondertussen kwamen de kinderen te weten wat er aan de hand was en de oudste zoon besloot er iets aan te doen. Hij ging ervoor zitten om een lezinkje uit te werken of een paar gedachten op papier te zetten die hij met zijn moeder wilde bespreken. Hij herinnerde zich enkele schriftplaatsen die hij tijdens vergaderingen had gehoord en ook schoten hem inlichtingen te binnen uit het boek „Een gelukkig gezinsleven opbouwen”. Nu was hij goed voorbereid om zijn mamma onder handen te nemen. Hij vroeg haar of zij bij hem op zijn slaapkamer wilde komen en ging er met haar voor zitten. Het eerste wat hij zei, kwam erop neer dat hij zijn moeder liet weten dat hij erg ondersteboven was en dat hij niet wilde dat het gezin uiteen zou vallen. Toen zei hij: „Kijk eens mamma wat de bijbel hier in Nehemía 9:17 zegt.” Nadat de moeder de tekst had gelezen, zei hij: „U ziet dat Jehovah een God is die vergevensgezind is. Mamma, denkt u niet dat u pappa ook vergiffenis zou moeten schenken?” „Misschien wel”, antwoordde zijn moeder. Hij was er werkelijk op gebrand zijn moeder te helpen in te zien hoe belangrijk het is vergevensgezind te zijn.
Het knaapje haalde ook Efeziërs 5:22, 33 aan en betoogde dat aangezien zijn vader het hoofd van het gezin is, de moeder naar hem diende te luisteren. Vervolgens vestigde de jongen de aandacht op Matthéüs 6:11, 12. Nadat hij deze twee verzen had gelezen, vroeg hij zijn moeder wat het woord „schulden” betekende. Zij gaf hem het antwoord en hij drong er bij haar op aan „pappa’s schulden” te vergeven. Hij voerde, nog veel meer schriftplaatsen aan en tot besluit vroeg hij zijn moeder: „Denkt u niet dat u pappa vergiffenis zou moeten schenken?” Gelukkig antwoordde zij: „Ja, dat zal ik doen.”
Nu is het gezin weer gelukkig verenigd. De vrouw zei later dat zij blij was over de wijze waarop alles was gegaan en merkte op dat zij kon zien dat haar man werkelijk berouwvol was en er veel moeite voor deed verbeteringen aan te brengen in de gezinsverhouding. Wat dus niet tot stand was gebracht door wat anderen hadden gezegd, kwam voor elkaar vanwege de bemoeienissen van een negenjarige jongen, die Gods Woord had laten spreken. Werkelijk, „uit de mond van kinderen . . . hebt gij [Jehovah] sterkte gegrondvest”. — Ps. 8:2.