De vervulling van Gods Woord is zeker
Jehovah God zei tot Abraham: „Maar wat Ismaël betreft, ik heb u gehoord. Zie! Ik zal hem stellig zegenen en vruchtbaar maken en zeer, zeer vermenigvuldigen. Ja, hij zal twaalf oversten voortbrengen, en ik zal hem stellig tot een grote natie doen worden” (Gen. 17:20). Abrahams zoon Ismaël was toen ongeveer dertien jaar oud (Gen. 16:16; 17:1). Geen mens zou hebben kunnen voorspellen dat deze ongehuwde jongen de vader van twaalf oversten zou worden. Maar de alwijze Schepper kon dit wel. De vervulling van deze goddelijke openbaring is vastgelegd in twee historische bronnen, die de volgende twaalf oversten noemen: Nebajoth, Kedar, Adbeël, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Hadad, Tema, Jetur, Nafis en Kedma (Gen. 25:13-15; 1 Kron. 1:29-31). Hoe krachtig illustreert dit dat de vervulling van Gods profetische Woord zeker is!