De Scythen
TOEN Paulus beklemtoonde dat geen onderscheid naar het vlees invloed kan uitoefenen op de positie van een christen als lid van Christus’ lichaam, schreef hij: ’Er is noch Griek noch jood, besnijdenis noch onbesnedenheid, buitenlander, Scyth, slaaf, vrije, maar Christus is alles en in allen’ (Kol. 3:11). De vermelding van Scythen in zijn opsomming is opmerkelijk, daar dit wrede nomadenvolk als het ergste soort barbaren werd beschouwd. Door de kracht van Gods heilige geest konden zelfs zij echter een christelijke persoonlijkheid aandoen en hun vroegere levenswijze achter zich laten (Kol. 3:9, 10). Hoe krachtig is Gods geest!