Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 1/7 blz. 13-16
  • Een voorvechter van bijbelse waarheid!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een voorvechter van bijbelse waarheid!
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • BENT U ONSTERFELIJK OF NIET?
  • HOE HET OP DE HEL VAN INVLOED IS
  • WIE AANBIDT U?
  • EEN DRIEËNIGE GOD?
  • DE ZEER BELANGRIJKE WEDERKOMST VAN CHRISTUS
  • Hoe sterk is uw geloof in de opstanding?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Leeft de ziel na de dood voort?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Hoe staat het eigenlijk met de onsterfelijkheid van de ziel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Bent u onsterfelijk?
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 1/7 blz. 13-16

Een voorvechter van bijbelse waarheid!

TERWIJL de functionaris in zijn wagen in zuidelijke richting reisde, deed hij iets wat u in een trein, bus of vliegtuig waarschijnlijk ook wel eens hebt gedaan. Hij las. Hij las de bijbel en stuitte op een probleem, zoals u dat misschien ook wel eens hebt gehad.

Het verslag, dat wordt aangetroffen in het bijbelboek Handelingen, vertelt dat de evangelist Filippus naderbij kwam en de Ethiopische reiziger vroeg: „Weet gij eigenlijk wel wat gij leest?” Het antwoord was: „Hoe zou ik dat toch ooit kunnen, tenzij iemand mij leidt?” — Hand. 8:27-31.

De meeste mensen in deze tijd die de bijbel lezen, hebben behoefte aan leiding gevoeld. Dit wordt nog versterkt door het feit dat kerken die de bijbel gebruiken, zoveel tegenstrijdige leerstellingen hebben. Ongetwijfeld kunnen niet al deze verschillende leringen bijbelse waarheid zijn (1 Kor. 14:33). Maar waar kan iemand waardevolle hulp krijgen bij het vinden en leren kennen van bijbelse waarheid?

Speciaal om in die nodige hulp te voorzien, werd in 1879 de Watch Tower voor het eerst gepubliceerd. Het tijdschrift zou een voorvechter zijn van de uitermate belangrijke waarheden uit Gods Woord. De voorpagina van de eerste uitgave toonde duidelijk aan dat het tijdschrift niet ten doel had de tegenstrijdige leerstellingen van de kerk te propageren, maar waarheden te verbreiden uit de Schrift, die nuttig is om „dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid” (2 Tim. 3:16, 17). Eén belangrijke vraag is bijvoorbeeld:

BENT U ONSTERFELIJK OF NIET?

Wanneer het gaat om wat er in de bijbel staat, denken de meeste mensen allereerst aan wat hij wellicht omtrent hen en hun toekomst zegt. Vaak komt hun iets in gedachten dat zij misschien al vanaf hun kinderjaren hebben gehoord, namelijk dat iedereen een onsterfelijke ziel in zich heeft; zo wordt het in de meeste kerken geleerd. Daarom hopen veel mensen dat wanneer zij sterven, hun ziel naar de hemel zal gaan om bij God te zijn.

Zou de Watch Tower deze populaire geloofsovertuigingen ondersteunen? Integendeel, het tijdschrift hield in deze kwestie de waarheid uit Gods Woord hoog. Reeds in april 1881 stond er in het artikel „The Resurrection” (de opstanding):

„Ieder wezen wordt op passende wijze een ziel of persoon genoemd. Dit is het schriftuurlijke begrip en gebruik van het woord ziel. . . . Wij lezen over de schepping van Adam — ’En de HERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens (roeach — dezelfde adem waarvan wordt gezegd dat hij aan viervoetige dieren, vogels en vissen werd gegeven) alzo werd de mens tot een levende ziel’ (wezen), Gen. 2-7.” — Blz. 1.

Aan de hand van veel bijbelteksten toonde het artikel aan dat bij de dood de ziel — de persoon — sterft (Ps. 33:19; Jes. 53:10-12; Ezech. 18:4). Bijbels gezien verkeert een persoon (ziel) wanneer hij sterft, in een op slaap gelijkende toestand van onbewustzijn tot de in de toekomst liggende tijd van de opstanding. Door het wonder van de opstanding kan iemand onsterfelijk leven in de hemel gegeven worden, zoals dat met Jezus het geval was, of het vooruitzicht op volmaakt leven op een paradijsachtige aarde. — Pred. 9:5, 10; 1 Kor. 15:12-16, 50-53.

Sommigen die gedurende de afgelopen honderd jaar dergelijke waarheden op de bladzijden van dit tijdschrift lazen, waren misschien geschokt, daar hun kerkelijke leiders deze dingen niet hadden onderwezen. Maar de tijden veranderen. In toenemende mate geven geestelijken en theologen over de gehele wereld deze bijbelse waarheden, waarvan De Wachttoren reeds lange tijd een voorvechter is, toe. Merk de volgende voorbeelden op:

Oscar Cullmann, hoogleraar aan de theologische faculteit van de universiteit van Basel en aan de Sorbonne van Parijs, schrijft:

„Wanneer wij in deze tijd een gewone christen zouden vragen . . . wat het Nieuwe Testament volgens hem leert omtrent de bestemming van de mens na de dood, zouden wij, op een paar uitzonderingen na, als antwoord krijgen: ’De onsterfelijkheid van de ziel.’ Toch is deze wijd en zijd aanvaarde gedachte een van de grootste misverstanden van het christendom.” — Immortality of the Soul or Resurrection of the Dead (1958), blz. 15.

Robert Koch, katholiek hoogleraar in het Oude Testament te Rome, schrijft:

„De ziel bestaat niet als een onafhankelijke massa in het lichaam, als was ze in een gevangenis, waaruit ze bij de dood bevrijd zou worden. De ’ziel’ is de mens in zijn geheel. De mens heeft geen ziel, hij is een ziel.” — Teologia della redenzione in Genesi 1-11 (1966), blz. 69.

„Broeder” Pierre Pascal schrijft in het Franse blad La Vie Catholique:

„De bijbel leert dat wanneer iemand sterft, zijn gehele persoon sterft. Hij heeft echter beslist de belofte om aan het einde der tijden door een opstanding uit het niets van de dood te verrijzen en tot leven geroepen te worden.” — Juli 1975, blz. 37.

Sommige personen zijn wellicht verbaasd dat geestelijken zulke dingen toegeven. Dit zijn echter bijbelse waarheden waarvan dit tijdschrift al 100 jaar een voorvechter is.

HOE HET OP DE HEL VAN INVLOED IS

Laten wij de zaak nog wat verder doorvoeren. Als de ziel niet onsterfelijk is en de doden zich van niets bewust zijn en wachten op de opstanding, hoe zou dan de kerkelijke leer dat God slechte mensen in de hel lijden laat ondergaan, waar kunnen zijn? Het feit is dat de bijbel zo iets niet leert. De Wachttoren heeft de schriftuurlijke waarheid omtrent deze kwestie dikwijls verdedigd; hier is slechts één voorbeeld:

„Wij komen te weten dat [hel] de vertaling is van het Hebreeuwse woord sjeool, dat eenvoudig de staat of toestand van de doden betekent. Het bevat niet de minste gedachte aan leven of pijniging; . . . Maar toch gaat [de geestelijkheid] nog steeds door met het prediken van deze verkeerde gedachte over de hel, die niets minder is dan een lastering van Gods persoonlijkheid.” — November 1883, blz. 4, Engelse uitgave.

Aanvaarden geestelijken nu het bijbelse standpunt inzake de hel? Sommigen aarzelen misschien het ronduit te zeggen, maar wanneer geestelijke leiders aanvaarden wat de bijbel over de „ziel” zegt, tonen zij daarmee aan dat het „hellevuur” geen schriftuurlijke ondersteuning heeft. De Deense predikant Kai Jensen erkende bijvoorbeeld de hieruit voortvloeiende situatie:

„Het gepraat over eeuwige verdoemenis is krankzinnig. Het is geen christendom. Alleen in vroeger tijden waren er hellepredikers die vanaf de kansel over de duivel en het onuitblusbare vuur bulderden. Maar die tijd is voorbij.” — Hvor gaar vi hen (Waar gaan wij naartoe?), blz. 119.

Hoewel de meeste personen in hun kerk niet veel meer over het hellevuur zullen horen, leren zij daar vermoedelijk evenmin wat de bijbel over de kwestie zegt. Velen zijn als de secretaris van een presbyteriaanse kerkelijke ambtsbekleder in Australië, die zei: „Wij vermijden het te spreken over hemel en hel, omdat het te veel mensen van streek maakt. In feite zou ik persoonlijk graag eens met iemand willen praten om het zelf goed te begrijpen.”

WIE AANBIDT U?

Nog een bijbelse waarheid waarvan De Wachttoren een voorvechter is, heeft te maken met de identiteit van de ware God die wij aanbidden. Miljoenen hebben het zogenoemde „Onze Vader”, dat door Jezus werd onderwezen, herhaald (Matth. 6:9-13). Maar hebben zij nagedacht over de betekenis van de zinsnede: „Uw naam worde geheiligd”, of opgemerkt welke belangrijkheid Jezus aan het eren van Gods naam toekende? (Joh. 12:28; 17:6) Of is die naam hun onbekend omdat de geestelijkheid het vermijdt die naam te gebruiken en vertalers hem in de bijbel hebben vervangen door „Heer” en „God”?

Veel geleerden geven nu de belangrijkheid van de naam toe. De katholieke theoloog John L. McKenzie schrijft in de Bible Dictionary (1965):

„De God van Israël wordt vaker bij Zijn persoonlijke naam genoemd dan bij alle titels te zamen; de naam identificeerde niet slechts de persoon, maar onthulde zijn persoonlijkheid.” — Blz. 316.

De Wachttoren heeft de Goddelijke Naam op consequente wijze gebruikt. Na bijvoorbeeld uitgelegd te hebben dat het Hebreeuwse woord el „god” betekent, verklaarde de (Engelse) uitgave van oktober 1881 (blz. 9):

„Jehovah is de voornaamste ’el’ en heerst over alle andere el — machtigen. En het moet allen bekend zijn, dat JEHOVAH de naam is die op niemand anders dan het Opperwezen wordt toegepast — onze Vader, en degene die door Jezus Vader en God werd genoemd.”

En de Engelse uitgave van 1 januari 1926 besprak het belangrijke thema: „Wie zal Jehovah eren?” De Wachttoren-publikaties zijn ermee voortgegaan Gods naam hoog te houden. Sinds het verschijnen van de Nieuwe-Wereldvertaling (Engels: 1950-1961; Nederlands: 1963-1969) is dat de vertaling die het meest in het tijdschrift wordt aangehaald omdat ze Gods naam zelfs in het „Nieuwe Testament” gebruikt wanneer het gebruik ervan door bewijzen wordt ondersteund. Professor G. Howard heeft onlangs het gebruik van Gods naam in het „Nieuwe Testament” besproken. Interessant genoeg wees hij op het volgende:

„Het is redelijk te geloven dat de schrijvers van het N[ieuwe] T[estament], wanneer zij aanhalingen uit de Schrift deden, het Tetragram [Gods naam in het Hebreeuws] in de tekst van de bijbel in stand hielden.” — Journal of Biblical Literature, 1977, blz. 63-83.

De Wachttoren had dit punt al jaren eerder doen uitkomen.

Professor Howard zei ook dat toen later Gods naam werd verwijderd en door „Heer” werd vervangen, dit waarschijnlijk verwarring veroorzaakte bij het onderscheiden van de Heer Jezus en de Heer Jehovah; dit droeg bij tot de ontwikkeling van de nu in brede kringen aanvaarde leerstelling van de Drieëenheid.

EEN DRIEËNIGE GOD?

De formule „God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest” ligt velen erg gemakkelijk in de mond. Ze vormt een samenvatting van hun zienswijze dat er in God drie personen van hetzelfde wezen en van gelijke eeuwigheid bestaan.

Toch heeft De Wachttoren zijn lezers er reeds honderd jaar lang toe aangezet te onderzoeken wat Gods Woord in werkelijkheid over de aangelegenheid zegt, zoals bijvoorbeeld dat Jezus herhaaldelijk wordt aangeduid als iemand die niet gelijk aan zijn Vader is, maar die ondergeschikt aan Jehovah en aan Hem onderworpen is (Joh. 14:28; 17:3; 1 Kor. 11:3). In 1882 verscheen bijvoorbeeld een met teksten ondersteund artikel, waaruit wij hier een aanhaling doen:

„Wij geloven daarom in één God en Vader, en ook in één Heer Jezus Christus . . . Maar deze zijn twee wezens en niet één . . . De lering dat [Jehovah, Jezus en Gods geest of werkzame kracht] drie Goden in één persoon zijn, verwerpen wij als volkomen onschriftuurlijk, . . . De leerstelling van de Drieëenheid vond haar oorsprong in de derde eeuw.”

Steeds meer geeft men toe dat de Drieëenheid niet in de bijbel wordt vermeld, maar een latere ontwikkeling in de kerk is. Ian Henderson, van de universiteit van Glasgow, schrijft in de Encyclopedia International (1969):

„De leerstelling van de Drieëenheid maakte geen deel uit van de prediking van de apostelen, zoals deze in het Nieuwe Testament wordt vermeld.” — Blz. 226.

De Londense Observer berichtte op 3 december 1978:

„Een van Engelands meest vooraanstaande anglicaanse theologen, de Eerw. Dr. Geoffrey Lampe, . . . is voor de dag gekomen met een krachtige uitdaging aan de historische christelijke leerstelling van de Drieëenheid. . . . Hij zei dat de Drieëenheidsleer — dat God uit drie ’Personen’ bestaat — ’niet veel’ toekomst heeft.”

Wanneer theologen zich beperken tot wat de bijbel, in plaats van de latere leer van de kerk, over God en Christus zegt, leidt dit dikwijls tot de opvatting waarvan dit tijdschrift reeds lang een voorvechter is.

DE ZEER BELANGRIJKE WEDERKOMST VAN CHRISTUS

Dat God Jezus uit de doden heeft opgewekt, houdt nauw verband met een gebeurtenis die van het grootste belang voor alle christenen is, namelijk Christus, wederkomst of tweede komst. Jezus Christus hield zijn volgelingen dit zeer belangrijke onderwerp voor, en zij zagen er verlangend naar uit. Kort voor zijn dood smeekten zij: „Zeg ons: Wanneer zullen deze dingen zijn, en wat zal het teken zijn van uw tegenwoordigheid [Grieks: parousia] en van het besluit van het samenstel van dingen?” (Matth. 24:3; Hand. 1:6) De bijbel besluit met Jezus’ opwindende woorden: „Ja, ik kom vlug”, waarop de apostel Johannes gretig antwoordde: „Kom, Heer Jezus.” — Openb. 22:20; 1:7.

Wat blijkt er echter een schokkende tegenstelling te bestaan wanneer wij de invloedrijke overtuigingen van moderne theologen beschouwen. Dr. A. C. Thiselton van de universiteit van Sheffield in Engeland, vatte onlangs de voornaamste samen:

De katholieke theoloog Teilhard de Chardin „heeft weinig te zeggen over de parousia [of tegenwoordigheid]”. Paul Tillich voorziet „een theologie van de toekomst waarin de parousia vrijwel geen rol speelt”. Rudolf Bultmann „beschouwt de parousia als een eschatologische mythe”. En J. A. T. Robinson beweert dat ’Jezus zelf niet verwachtte dat er een tweede komst zou zijn’. — Tyndale Bulletin, 1976, blz. 27-53.

Vanwege het feit dat de geestelijkheid minder nadruk legt op de wederkomst van Christus, heeft deze zeer belangrijke waarheid weinig betekenis in het leven van de meeste kerkgangers. Beschouw, als slechts één voorbeeld van de ernst hiervan, het volgende: De wederkomst van Christus houdt de uiteindelijke triomf van rechtvaardigheid over goddeloosheid in, dus wat gebeurt er met de belangstelling die mensen voor rechtvaardigheid hebben, als geestelijke leiders bedekt te kennen geven dat Christus misschien nooit wederkomt?

Zion’s Watch Tower and Herald of Christ’s Presence (zoals het tijdschrift oorspronkelijk werd genoemd) heeft echter, in overeenstemming met de Schrift en het voorbeeld van de vroege christenen, vanaf de eerste uitgave in 1879 de wederkomst en tegenwoordigheid van Christus verkondigd en hoog gehouden.

Verder is datgene wat wij tijdens ons leven hebben gezien — oorlogen, hongersnood, aardbevingen, wetteloosheid op wereldomvattende schaal — een overvloedig bewijs van het feit dat wij NU getuige zijn van het ’teken van Christus’ tegenwoordigheid’ waarover Jezus profeteerde (Matth. 24:3-14). Dit betekent dat het besluit van het samenstel van dingen nabij is! Deze en andere bijbelse waarheden die wij hebben beschouwd, verdienen het beslist hoog gehouden te worden. Dat is in het bijzonder het geval omdat Jezus heeft gezegd dat degenen die God behagen ’hem met geest en waarheid moeten aanbidden” — Joh. 4:24.

[Illustratie op blz. 13]

HEMEL

HEL

ZIEL

OPSTANDING

JEZUS

WEDERKOMST VAN CHRISTUS

DRIEËENHEID

GODDELIJKE NAAM

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen