Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 1/10 blz. 8-10
  • Waardeert u het met Gods dienstknechten samen te zijn?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waardeert u het met Gods dienstknechten samen te zijn?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waar verkiest u te zijn?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Gespaard voor Gods duizendjarige koninkrijk
    Gods duizendjarige koninkrijk is nabij gekomen
  • Hoe goed kent God zijn dienstknechten?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Een kolom op zee
    Ontwaakt! 2009
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 1/10 blz. 8-10

Psalmen

Waardeert u het met Gods dienstknechten samen te zijn?

HOE zou u zich voelen wanneer u ervan werd weerhouden met uw geestelijke broeders samen te zijn? Zou u een vurig verlangen hebben met hen aan de aanbidding deel te nemen?

Psalm 42 schildert voor ons de situatie waarin een leviet, een van de afstammelingen van Korach, verkeerde toen hij zich in ballingschap bevond. Zijn geïnspireerde woorden kunnen ons ten zeerste helpen een grote waardering te behouden voor de omgang met medegelovigen en onder ongunstige omstandigheden te volharden.

De psalmist verklaarde: „Zoals de hinde die verlangt naar de waterstromen, zo verlangt mijn ziel, ja mijn ziel, naar u, o God. Mijn ziel dorst inderdaad naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik komen en voor God verschijnen?” (Ps. 42:1, 2) Een hinde, of een vrouwtjeshert, kan zonder water niet lang in leven blijven. Dit dier zal op zoek gaan naar de levenonderhoudende vloeistof en drinken, ook al stelt het zich daardoor wellicht bloot aan een mogelijke aanval door roofdieren. Net zoals de hinde uit pure noodzaak naar water verlangt, zo verlangde de psalmist naar Jehovah.

In een droog land, waar in het regenloze seizoen de plantengroei snel verdort, is water erg kostbaar en niet gemakkelijk verkrijgbaar. Daarom spreekt de psalmist over zichzelf als ’dorstend naar de Almachtige’. Omdat hij verstoken is van het voorrecht naar het heiligdom te gaan, vraagt hij wanneer hij weer „voor God [zou kunnen] verschijnen”.

Wanneer opsluiting vanwege vervolging iemand verhindert met zijn medegelovigen samen te zijn, kan dit zeer deprimerend zijn. Vers 3 van Psalm 42 toont aan dat de ballingschap emotioneel moeilijk te verwerken was voor de leviet. Wij lezen: „Mijn tranen zijn mij tot voedsel geworden, dag en nacht, terwijl men de gehele dag tot mij zegt: ’Waar is uw God?’”. Vanwege de ongunstige situatie waarin de psalmist zich bevond, was hij zo bedroefd dat hij zijn eetlust verloor. Aldus bleken zijn tranen als voedsel voor hem te zijn. Dag en nacht stroomden de tranen langs zijn wangen en over zijn mond. Spotters vroegen: „Waar is uw God?” Met andere woorden: ’Waarom helpt de God in wie jij vertrouwen stelt, je niet?’ Deze spot maakte de bedroefdheid van de psalmist nog erger.

Hoe probeerde hij zichzelf aan te moedigen zodat hij niet door zijn verdriet overmand zou worden? Hij vervolgt: „Aan deze dingen wil ik denken, en ik wil mijn ziel in mij uitstorten. Want ik placht mij voort te bewegen in de dichte drom, ik placht langzaam voor hen uit te lopen naar het huis van God, met de stem van vreugdegeroep en dankzegging, van een feestvierende menigte. Waarom zijt gij wanhopig, o mijn ziel, en waarom zijt gij onstuimig in mij? Wacht op God, want eens zal ik hem toch prijzen als de grootse redding van mijn persoon. O mijn God, mijn eigen ziel is wanhopig in mij. Daarom gedenk ik u, vanuit het Jordaanland en vanaf de toppen van de Hermon, vanaf de kleine berg.” — Ps. 42:4-6.

Merk op dat de psalmist over het verleden nadacht, over een tijd dat hij zich niet in ballingschap bevond. Hij stort zijn ziel, zijn hele wezen, uit met intens diepe gevoelens en geeft uiting aan datgene waarin hij zich eens verheugde. Deze leviet roept zich voor de geest hoe het vroeger in zijn geboorteland was wanneer hij, in gezelschap van zijn mede-Israëlieten, naar Jehovah’s heiligdom liep om een feest te vieren. Hoe vreugdevol en dankbaar was hij dan!

Aanvankelijk troostte deze gedachte aan het verleden de psalmist niet, maar verergerde ze slechts zijn leed, daar hij besefte hoeveel hij eigenlijk miste. Hij vroeg zich af waarom hij innerlijk zo verward, zo terneergeslagen was. Toch maakten zijn gedachten over het verleden hem bewust van zijn God. Daarin lag zijn troost. Dus moedigde hij zichzelf aan geduldig te wachten totdat Jehovah zou handelen. De psalmist liet niet toe dat de ongunstige situatie zijn overtuiging verzwakte dat Jehovah hem mettertijd te hulp zou komen en hem in staat zou stellen de Allerhoogste te loven wegens het tot stand brengen van een grootse redding of bevrijding. Hoewel hij zich ver van het heiligdom bevond, klaarblijkelijk in het gebied van de berg Hermon, met zijn vele toppen, gedacht de psalmist Jehovah.

Wanneer u bemerkt dat u vanwege ongunstige omstandigheden ontmoedigd bent, doe dan wat de psalmist deed. Breng u in herinnering dat Jehovah zijn dienstknechten niet in de steek zal laten. Hij zal u te hulp komen. Toch kunt u de onwenselijke gevolgen van uw beproeving hevig voelen. Dit betekent niet dat u het geloof hebt verloren. Hoewel de psalmist het vertrouwen bezat dat Jehovah hem zou redden, was hij toch nog verdrietig. Ja, zelfs de omgeving in het gebied waarin hij zich in ballingschap bevond, hoewel deze op zich prachtig was, herinnerde hem aan zijn droevige toestand! Wij lezen: „Waterdiepte roept tot waterdiepte bij het geluid van uw waterstralen. Al uw brandingen en uw golven — over mij zijn ze heengeslagen.” — Ps. 42:7.

Deze woorden zijn wellicht een beschrijving van wat er gebeurt wanneer de sneeuw van de berg Hermon smelt. Er vormen zich dan enorme watervallen en deze storten in de Jordaan, die daardoor zwelt. De ene golf lijkt tot de andere te spreken. Deze indrukwekkende tentoonspreiding van kracht deed de psalmist denken aan de wijze waarop hij door verdriet werd overmand alsof hij door een vloed werd verzwolgen.

Vervolgens geeft hij opnieuw uiting aan zijn vertrouwen in de Allerhoogste, door te zeggen: „Overdag zal Jehovah zijn liefderijke goedheid gebieden, en ’s nachts zal zijn lied bij mij zijn; er zal een gebed zijn tot de God van mijn leven” (Ps. 42:8). De Korachitische leviet twijfelt er niet aan dat Jehovah Zijn liefderijke goedheid of actieve mededogende belangstelling jegens hem tot uiting zal brengen en verlichting zal schenken. Dit zal hem in staat stellen Jehovah door middel van een lied te loven en een dankgebed op te zenden.

Toch kan de psalmist er nog steeds niet aan ontkomen over de huidige bedroevende situatie na te denken. Hij vervolgt: „Ik wil tot God, mijn steile rots, zeggen: ’Waarom zijt gij mij vergeten? Waarom loop ik bedroefd rond wegens de onderdrukking van de vijand?’ Met moord tegen mijn beenderen hebben zij die blijk geven van vijandschap jegens mij, mij gesmaad, terwijl zij de gehele dag tot mij zeggen: ’Waar is uw God?’ Waarom zijt gij wanhopig, o mijn ziel, en waarom zijt gij onstuimig in mij?” — Ps. 42:9-11a.

Hoewel de psalmist Jehovah bezag als een machtige, steile rots waar iemand veiligheid kon vinden wanneer hij door de vijand werd vervolgd, vraagt hij zich toch af waarom hij schijnbaar in de steek was gelaten. Ja, de Allerhoogste had toegelaten dat hij bedroefd of terneergeslagen bleef, terwijl de vijand in triomf juichte. De psalmist spreekt over zichzelf alsof hij op een haatdragende manier wordt gesmaad. De spot was zo kwaadaardig dat deze vergeleken kon worden met ’moord tegen de beenderen van de psalmist’ of tegen zijn eigen lichaam. Daarom stelde hij wederom de vraag waarom hij zo werd gekweld. Maar hij wankelde niet in geloof, want hij besloot met de woorden: „Wacht op God, want eens zal ik hem toch prijzen als de grootse redding van mijn persoon en als mijn God.” — Ps. 42:11b.

Wat ons ook overkomt, mogen wij, evenals de psalmist, ermee voortgaan voor hulp naar Jehovah God op te zien. Mogen wij ook grote waardering hebben voor welke geestelijke omgang maar ook die wij nu met anderen genieten.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen