„Vrede onder de mensen die hij goedkeurt”
DE GEBOORTE VAN JEZUS WAS EEN BELANGRIJKE GEBEURTENIS, MAAR DEZE WAS SLECHTS HET BEGIN!
IN HET jaar 2 v.G.T., omstreeks 1 oktober, waren een man en zijn vrouw naar Bethlehem gereisd om zich overeenkomstig een bevel van Caesar Augustus te laten inschrijven. De vrouw was hoogzwanger. „Terwijl zij daar waren, brak de dag ten volle aan waarop zij moest baren. En zij baarde haar zoon, de eerstgeborene, en bond hem in windsels van doeken en legde hem in een kribbe, omdat er in het gastverblijf geen plaats voor hen was.” — Luk. 2:6, 7.
Veel omtrent deze geboorte was ongewoon, en de aankondiging die van deze geboorte werd gedaan was ook ongewoon:
„Er waren in diezelfde landstreek ook herders die buitenshuis verbleven en ’s nachts de wacht hielden over hun kudden. En plotseling stond Jehovah’s engel bij hen, en Jehovah’s heerlijkheid omscheen hen, en zij werden zeer bevreesd. Maar de engel zei tot hen: ’Vreest niet, want ziet! ik maak u goed nieuws bekend omtrent een grote vreugde, die heel het volk ten deel zal vallen, want heden is u in de stad van David een Redder geboren, die Christus de Heer is.’ En plotseling verscheen er bij de engel een menigte der hemelse legerschare, die God loofde en zei: ’Glorie in de hoogste hoogten aan God, en op aarde vrede onder mensen die hij goedkeurt.’” — Luk. 2:8-20, voetnoot in de herziene Engelse uitgave van 1971.
Deze geboorte wordt in veel landen op 25 december gevierd. Dat dit niet de juiste datum kan zijn, wordt aangetoond door de volgende woorden over Lukas 2:8 in Clarke’s Commentary:
„De joden waren gewoon hun schapen omstreeks het Pascha de wildernis in te sturen en ze met het begin van de vroege regens weer thuis te brengen: gedurende de tijd dat ze buiten waren, hielden de herders er dag en nacht de wacht over. Aangezien het Pascha in het voorjaar plaatsvond en de vroege regens aan het begin van de maand Chesvan begonnen, die overeenkwam met gedeelten van onze maanden oktober en november, bemerken wij dat de schapen de gehele zomer buiten in het open veld werden gehouden.”
In december zouden er ’s nachts geen kudden in het open veld zijn, zodat de Commentary concludeert:
„Op grond hiervan zouden wij het feest van de geboorte van Christus in december moeten afschaffen.”
De datum van Jezus’ geboorte kan nog nader worden bepaald dan de wat vage tijd dat herders ’s nachts met hun kudden in het open veld waren. Jezus begon zijn bediening toen hij dertig werd; deze duurde drie en een half jaar, waarna hij op de leeftijd van drieëndertig en een half jaar aan de martelpaal ter dood werd gebracht.a Het halve jaar betekent dat zijn geboorte zes maanden vóór een paschaviering moet hebben plaatsgevonden, ofte wel in de herfst, omstreeks 1 oktober. Dat de precieze datum van Jezus’ geboorte niet is gegeven, duidt er echter op dat van christenen niet wordt verwacht dat zij deze vieren. Zijn geboorte was slechts het begin.
ZIJN DOOD IS BELANGRIJKER
„Beter is het einde naderhand van een zaak dan het begin ervan” (Pred. 7:8). Dit was beslist waar in het geval van Jezus’ leven hier op aarde. Jezus zelf was van mening dat zijn dood, niet zijn geboorte, de belangrijke gebeurtenis was die moest worden herdacht. Door zijn dood werd duidelijk aangetoond dat het doel waarvoor Jehovah hem naar de aarde had gezonden, volledig was bereikt. Jezus’ dood voorzag in een losprijs voor de gehele los te kopen mensheid. Door Jezus’ dood in getrouwheid had hij bewezen dat hij tot het einde onder de zwaarste beproeving zijn rechtschapenheid had bewaard en dat Satan een leugenaar was. Door zijn dood verwierf hij het koninkrijk dat een eind zal maken aan goddeloosheid en blijvende vrede zal brengen. Zijn bereidheid de hemel te verlaten, naar de aarde te komen en een offerandelijke dood te sterven, en vervolgens zijn verheerlijking in Koninkrijksmacht worden in Filippenzen 2:5-11 aangetoond:
„Bewaart die geestesgesteldheid in u welke ook in Christus Jezus was, die, alhoewel hij in Gods gedaante bestond, geen gewelddadige inbezitneming heeft overwogen, namelijk om aan God gelijk te zijn. Neen, maar hij heeft zichzelf ontledigd en de gedaante van een slaaf aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden. Meer nog, toen hij zich in de hoedanigheid van een mens bevond, heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal. Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke andere naam is, zodat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, en elke tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is, tot de heerlijkheid van God, de Vader.”
Jezus Christus wordt de Vredevorst over wie in Jesaja 9:6 wordt gesproken, en als Jehovah’s koning van rechtvaardigheid zal hij de vredige toestanden bewerkstelligen die in Psalm 72:6, 7 worden genoemd. Het is daarom passend dat de engel die zijn geboorte aan de herders bekendmaakte, over hem sprak als over degene die „vrede onder mensen die [God] goedkeurt” zou brengen. Wij kunnen uit dit alles begrijpen dat zijn dóód belangrijk is. Zijn geboorte was noodzakelijk als inleiding tot zijn dood, maar zijn dóód heeft zoveel tot stand gebracht en verdient het herdacht te worden. Daarom wordt de datum van zijn geboorte niet eens vermeld, maar is de datum van zijn dood wel bekend en wordt de herdenking ervan geboden. — Luk. 22:7, 19, 20.
„MENSEN DIE HIJ GOEDKEURT”
Jehovah verbiedt vermenging van zijn aanbidding met de aanbidding van afgoden. „Gij dient geen verbond met hen of hun goden te sluiten”, zei hij tot zijn volk Israël. „Zij dienen niet in uw land te wonen, opdat zij u niet tegen mij doen zondigen. Ingeval gij hun goden dient, zou het u tot een strik worden” (Ex. 23:32, 33; 1 Sam. 5:1-4). Deze bepaling wordt voor christenen herhaald: „Komt niet onder een ongelijk juk met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap hebben rechtvaardigheid en wetteloosheid? Of wat heeft licht met duisternis gemeen? Welke overeenstemming bestaat er voorts tussen Christus en Belial?” — 2 Kor. 6:14, 15.
Het voorgaande artikel heeft de niet-christelijke oorsprong van het kerstfeest aangetoond. Het is gebaseerd op de zonaanbidding, die door veel oude volken werd beoefend. Zelfs de loskoping en verzoening die door Jezus’ dood tot stand zijn gebracht, worden nagebootst. De uit de doden opgewekte Jezus is de Middelaar die God met de zondige mensheid verzoent. De ’mistletoe’ is bij de kerstgebruiken de heidense voorstelling van een valse messías die God en de mens met elkaar verzoent. In zijn boek The Two Babylons geeft Hislop hierop en op de traditionele kus onder de ’mistletoe’ of maretak het volgende commentaar:
„Laat de lezer eens kijken naar het bijzondere gebruik dat in het zuiden [des lands] op kerstavond nog steeds wordt hoog gehouden, namelijk het kussen onder de mistletoe. Die maretak in het Druïdische bijgeloof, dat zoals wij hebben gezien, uit Babylon afkomstig was, was een afbeelding van de Messías, ’de menselijke tak’. Die maretak werd als een goddelijke tak beschouwd — een tak die uit de hemel afkomstig was en die op een boom groeide die uit de aarde was ontsproten. Zo werden hemel en aarde, die door de zonde van elkaar waren gescheiden, door de enting van de hemelse tak op de aardse boom weer tot elkaar gebracht, en werd de maretak het symbool van de verzoening tussen God en de mensen, terwijl de kus het bekende symbool van vergeving en verzoening was.” — Blz. 98, 99.
Mannen en vrouwen die Jehovah’s goedkeuring bezitten en zich daardoor in de beloofde vrede verheugen, zullen zich afzijdig houden van heidense vieringen, zelfs al onderhoudt men deze onder het mom van het herdenken van Jezus’ geboorte.
[Voetnoten]
a Zie voor het schriftuurlijke bewijs dat Jezus drie en een half jaar dienst heeft verricht, Aid to Bible Understanding, blz. 921.