Vragen van lezers
● In Genesis 11:1 lezen wij dat vóór de spraakverwarring in Babel de hele aarde één taal sprak; maar volgens Genesis 10:5 lijkt het of er al eerder verschillende talen bestonden. Hoe moeten wij dit begrijpen.
Met betrekking tot Noachs nakomelingen via zijn kleinzoon Javan wordt in Genesis 10:5 gezegd: „Van hen uit heeft de bevolking van de eilanden der natiën zich . . . verspreid, elk naar zijn taal, naar hun families, volgens hun natiën.”
Genesis hoofdstuk 10 verschaft wat algemeen als de „Volkerenlijst” (of „Volkerentafel”) bekendstaat. Dit is een lijst van 70 families of natiën die van Noachs zonen zijn afgestamd, welke lijst tevens enige aanwijzingen geeft waar zij na verloop van tijd zijn heengetrokken en zich hebben gevestigd. Mozes heeft dit natuurlijk eeuwen na de Vloed en de spraakverwarring in Babel opgetekend. Daardoor kon hij in wat nu Genesis hoofdstuk 10 is, details bijeenbrengen over ontwikkelingen die zich in de loop der eeuwen hebben voorgedaan.
Nadat Genesis hoofdstuk 10 de details over de „Volkerenlijst” heeft verschaft, gaat hoofdstuk 11 verder met de verhalende of chronologische geschiedenis, te beginnen met Babel, en laat het ons zien hoe het komt dat er vele talen ontstonden en waarom de mensen zich over de aardbol verspreidden. — Gen. 11:1-9.
Dat er in hoofdstuk 10 naar verschillende talen wordt verwezen, betekent dus niet dat deze zich vóór de spraakverwarring in Babel hebben ontwikkeld (Gen. 10:5, 20, 31, 32). Deze talen werden echter later aangetroffen onder Noachs nakomelingen, wier afstammingslijn in dat hoofdstuk is verschaft.
● Waarom ging Gods dienstknecht Simson in de Filistijnse stad Gaza naar het huis van een prostituée?
Het verslag over Simson en de prostituée in de Filistijnse stad Gaza luidt: „Eens ging Simson naar Gaza en zag daar een prostituée en ging bij haar binnen” (Recht. 16:1). Niets in dit verslag wijst erop dat Simson naar Gaza ging om een prostituée te bezoeken. Het was eerder zo dat terwijl hij in de stad was, hij zo’n vrouw zag; en daar hij zich in vijandelijk Filistijns gebied bevond, kon hij alleen in haar huis een onderkomen voor de nacht krijgen. Dat hij alleen maar een slaapplaats zocht, blijkt uit een van de volgende verzen: „Simson bleef . . . tot middernacht liggen en toen stond hij te middernacht op” (Recht. 16:3). Merk op dat het verslag niet zegt dat hij tot middernacht bij haar bleef liggen.
De Filistijnen kunnen echter heel goed gedacht hebben dat Simson bij de prostituée was om van haar diensten gebruik te maken. In dat geval hadden zij er redelijk zeker van kunnen zijn dat zij hem ’s morgens konden grijpen. Ook kan dit er heel goed toe hebben bijgedragen dat Simson handelend tegen hen optrad door de deuren van de poort van Gaza los te rukken en zo de stad weerloos achter te laten.