’Het feest met ongezuurde broden vieren’
■ De Heilige Schrift beklemtoont de noodzaak de reinheid van de christelijke gemeente te bewaren. Verontreinigende invloeden moeten eruit verwijderd worden. In zijn eerste brief aan de Korinthiërs gaf de apostel Paulus de raad: „Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een nieuw deeg moogt zijn, zoals gij ongezuurd zijt. Ja, want Christus, ons pascha, is geslacht. Laten wij het feest daarom niet met oud zuurdeeg vieren, noch met zuurdeeg van slechtheid en goddeloosheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.” — 1 Kor. 5:7, 8.
Onder de Mozaïsche wet werd het Pascha-offer jaarlijks gebracht, hetgeen werd gevolgd door het zeven dagen durende feest der ongezuurde broden. Jezus Christus heeft zich echter eens voor altijd opgeofferd (Hebr. 9:25-28). Daarom moet de hele levensloop van een christen als een voortdurend feest van ongezuurde broden zijn, vrij van alle slechtheid en goddeloosheid. Binnen de christelijke gemeente moet de bereidheid bestaan de persoonlijke en gemeentelijke zuiverheid in stand te houden en alles te verwijderen wat het geloof en morele gedrag verontreinigt.