De zekere belofte van een nieuwe ordening
„De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” — Ps. 37:11.
TOEN GOD de man en de vrouw schiep, nam hij zich voor hen in een paradijstehuis te laten wonen. Hij maakte „een tuin in Eden” voor hen gereed, waarin, zoals de bijbel zegt, „Jehovah God uit de aardbodem allerlei geboomte [liet] ontspruiten, begeerlijk voor het gezicht en goed tot voedsel” (Gen. 2:8, 9). Bovendien „zegende God hen en God zei tot hen: ’Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt haar, en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel dat zich op de aarde beweegt, in onderworpenheid’” (Gen. 1:28). Hoe de levensomstandigheden van onze eerste ouders waren, blijkt wel uit de woorden: „Het was zeer goed.” — Gen. 1:31.
Toen God de man en de vrouw schiep, maakte hij het dus ongetwijfeld voor hen mogelijk een wonderbaarlijk zekere levenswijze te leiden. Zij hadden een schitterend tehuis om in te wonen, een volmaakte gezondheid, verrukkelijk voedsel, aangenaam werk om te doen en het voorrecht voor andere levensvormen te zorgen. Zij zouden ook het voorrecht hebben kinderen voort te brengen die erin opgeleid zouden worden hen erbij te helpen de grenzen van dat Edense paradijs uit te breiden, zodat het paradijs ten slotte de gehele aarde zou omvatten. Het is dus duidelijk dat Jehovah zich bij de schepping van de mens voornam dat het gehele mensengeslacht zich in overvloedige stoffelijke zegeningen zou verheugen. En zij zouden deze dingen in ware zekerheid genieten — zekerheid in de meest volledige betekenis van het woord. Als tegenprestatie verlangde God terecht gehoorzaamheid aan zijn wetten, hetgeen het gehele mensengeslacht alleszins tot voordeel zou strekken. — Gen. 2:17; Ps. 19:7-11.
Wegens hun opstandigheid hebben onze eerste ouders, Adam en Eva, die voordelen echter verloren. Zij overtraden Gods wet, aangezien zij zelf wilden beslissen wat goed en kwaad was (Gen. 3:1-6). Zij verkozen het een handelwijze van onafhankelijkheid met betrekking tot God te volgen. Hierdoor onttrokken zij zich echter aan de leiding die alleen de Schepper kan geven en verloren ze zijn zegen. En aangezien mensen niet werden geschapen om onafhankelijk van God succesvol te zijn, leidde zo’n handelwijze onvermijdelijk tot moeilijkheden (Jer. 10:23). Dit wordt duidelijk bewezen door al het verdriet dat de mensheid sindsdien eeuwenlang heeft ondervonden. Tot de droevige gevolgen behoorde ook het verlies van ware zekerheid. Gedurende de duizenden jaren die op ’s mensen opstand zijn gevolgd, zijn dan ook miljarden mensen in toestanden van armoede, honger, onvoldoende behuizing en vrees geraakt. Het leven van honderden miljoenen personen is als gevolg van oorlogen of andere gewelddadige handelingen verkort. Bij dit alles komt nog de uitbuiting van het gewone volk door gewetenloze politieke, commerciële en religieuze leiders (Pred. 8:9). En de mensheid wordt ook geplaagd door het onaangename vooruitzicht van dood als gevolg van ouderdom of ziekte. — Rom. 5:12.
WAAR WERKELIJKE ZEKERHEID GEVONDEN KAN WORDEN
Heeft dit echter verandering gebracht in Gods voornemen met betrekking tot de aarde en het mensdom? Neen, zijn bekendgemaakte voornemen is nog steeds dat de gehele aarde op zijn vastgestelde tijd in een paradijs zal worden veranderd. Deze aarde zal alsnog tot een schitterend, met een tuin te vergelijken tehuis worden, tot eeuwige vreugde van degenen die erop zullen wonen. Onder de heerschappij van Gods hemelse koninkrijk in handen van Christus is die grootse toekomst een zekerheid (Matth. 6:10). Zelfs dode personen zullen weer tot leven worden teruggebracht (Hand. 24:15). Daarom kon Jezus de welwillende boosdoener die te zamen met hem werd terechtgesteld, beloven: „Gij zult met mij in het Paradijs zijn.” — Luk. 23:43.
In die nieuwe ordening, onder de heerschappij van Gods koninkrijk, zullen mensen opnieuw ware zekerheid ervaren. Zij zullen zich zeker voelen in de wetenschap dat de allerbeste regering die er ooit is geweest, ten behoeve van hen aan het werk is (Jes. 9:6, 7). En zoals wel blijkt uit de wonderen die Jezus verrichtte toen hij op aarde was, zullen de mensheid grootse materiële voordelen ten deel vallen. Zo zullen bijvoorbeeld een slechte gezondheid, epidemieën, ouderdom en de dood weggenomen worden en plaats maken voor een bruisende gezondheid en eeuwig leven (Matth. 15:30, 31; Joh. 11:43, 44; 1 Kor. 15:25, 26). In die nieuwe ordening zal God aldus „elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn.” — Openb. 21:4.
In Jehovah’s nieuwe ordening zullen zelfs wilde dieren niet de zekerheid van de mensen verstoren. Wij kunnen namelijk verwachten dat de geestelijke paradijstoestanden die in de volgende profetieën werden voorzegd en die zelfs thans onder Gods volk kenbaar zijn, in het letterlijke paradijs van de nieuwe ordening weerspiegeld zullen worden: „Ik wil met hen een verbond des vredes sluiten en ik zal stellig het schadelijk wild gedierte uit het land wegdoen, en zij zullen werkelijk in zekerheid in de wildernis wonen en in de wouden slapen” (Ezech. 34:25). „De wolf zal werkelijk een poosje verblijven bij het mannetjeslam, en bij het bokje zal de luipaard zelf zich neerleggen, en het kalf en de jonge leeuw met manen en het weldoorvoede dier alle bij elkaar; en een kleine jongen nog maar zal leider over ze zijn. En de koe en de beer zullen weiden; samen zullen hun jongen neerliggen. En zelfs de leeuw zal stro eten net als de stier.” — Jes. 11:6, 7.
Hoewel de bijbel geen details verschaft over de wijze waarop deze toestanden verwezenlijkt zullen worden, kunnen wij rotsvast geloven dat ze zonder mankeren zullen plaatsvinden, aangezien Jehovah zich heeft voorgenomen bij de mensheid te „verblijven” en hen te zegenen. Hij ’kan niet liegen’ met betrekking tot zijn voornemen (Openb. 21:3; Tit. 1:2). Bovendien zijn veel van zijn profetieën reeds in vervulling gegaan, hetzij ten aanzien van het Israël uit de oudheid of in een letterlijk of geestelijk opzicht ten aanzien van Jehovah’s hedendaagse volk. Dit geeft ons de verzekering dat de vervulling van profetieën met betrekking tot Gods nieuwe ordening net zo zeker is (Jes. 55:11). Die zekere nieuwe ordening is nabij!