Welke verdediging tegen lasteraars van ware christenen?
ALLE christelijke leringen die deel zijn gaan uitmaken van Gods geschreven Woord, vormen bij elkaar de „waarheid van het goede nieuws” of eenvoudig de „waarheid” (Gal. 2:5; Rom. 2:8). In de loop der eeuwen hebben betrekkelijk weinigen dat feit aanvaard. Verblind door de „god van dit samenstel van dingen”, Satan de Duivel, hebben velen tegen de „waarheid van het goede nieuws” gestreden door ware christenen, hun leringen en hun beweegredenen in een verkeerd daglicht te stellen. — 2 Kor. 4:3, 4.
Voor christenen vormt zo’n verkeerde voorstelling van zaken een van de bewijzen dat zij inderdaad in harmonie met Gods waarheid wandelen. Zij kunnen zich er om deze reden om verheugen, wetend dat zij blijvende zegeningen zullen ontvangen wanneer zij aan de waarheid vasthouden. Het is zoals Jezus Christus in de Bergrede zei: „Gelukkig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad tegen u spreekt om mijnentwil. Verheugt u en springt op van vreugde, want uw beloning is groot in de hemelen; zo immers hebben zij de profeten vóór u vervolgd.” — Matth. 5:11, 12.
Het is natuurlijk niet aangenaam het voorwerp van smaad te zijn. Men zou zich erg bezorgd kunnen maken over de mogelijke nadelige gevolgen die dit kan hebben voor personen die de verkeerde voorstelling van zaken misschien als waarheid aanvaarden. Vooral als de laster afkomstig is van personen die ogenschijnlijk eens in harmonie met de waarheid van Gods Woord hebben gewandeld, zou men ertegen willen strijden. Is dit echter een verstandige handelwijze?
Wij moeten nooit vergeten dat veel mensen de waarheid eenvoudig niet willen horen. Sommigen, die vinden dat het te moeilijk is om overeenkomstig de hoge maatstaven van Gods Woord te leven, zoeken gewoon naar een verontschuldiging om maar niet te hoeven luisteren naar de bijbelse boodschap die door Jehovah’s christelijke getuigen wordt verkondigd. Als Jehovah’s Getuigen verkeerd worden voorgesteld, willen deze mensen leugens geloven om hun handelwijze te rechtvaardigen. Het is zoals wij in 2 Thessalonicenzen 2:11, 12 lezen: „God [laat] dus een werking van dwaling tot hen gaan, zodat zij geloof gaan hechten aan de leugen, opdat zij allen geoordeeld worden omdat zij de waarheid niet hebben geloofd maar behagen hebben geschept in onrechtvaardigheid.” Het is duidelijk dat zulke mensen niet geholpen zouden worden wanneer Jehovah’s dienstknechten elke valse beschuldiging die tegen hen wordt ingebracht, zouden trachten te ontzenuwen. Zij zouden er nog steeds de voorkeur aan geven de leugen te geloven.
Wanneer Jehovah’s Getuigen zich er actief mee zouden bezighouden alle valse beschuldigingen die tegen hen worden ingebracht, te weerleggen, zouden zij ook in een valstrik van de grote beschuldiger, Satan de Duivel, kunnen vallen. Hoe dat zo? Welnu, Satan zou beslist graag zien dat er een vertraging komt in het werk dat erin bestaat rechtgeaarde mensen te helpen de waarheid te leren kennen. En toch is dat nu juist wat er zou kunnen gebeuren. Door zich op een zijspoor te laten brengen, zouden Jehovah’s dienstknechten waardevolle tijd verliezen, tijd die anders op nuttige wijze gebruikt had kunnen worden om oprechte personen te helpen Gods wil en voornemen met betrekking tot de mensheid te leren kennen.
Evenzo zou iemand, door er veel tijd aan te besteden schriftelijke aanvallen die op Jehovah’s Getuigen worden gedaan, te lezen en er vervolgens moeite voor te doen deze op de een of andere wijze te weerleggen, zich gemakkelijk emotioneel kunnen uitputten. Hij zou gedeprimeerd en ontmoedigd kunnen raken, vooral aangezien het, menselijkerwijs gesproken, onmogelijk is alle valse beschuldigers het zwijgen op te leggen. Wanneer er in dit opzicht veel openbare krachtsinspanningen zouden worden gedaan, zou dit in feite alleen maar tot gevolg hebben dat er leugens worden verbreid. Sommige mensen zouden er zelfs toe gebracht kunnen worden krachtige pogingen om de beschuldigingen te weerleggen, als een reden te beschouwen meer gewicht aan die beschuldigingen te hechten.
Er is echter een manier om leugens te weerleggen zonder al te zeer betrokken te raken in pogingen ze te bestrijden. Wat is dat voor een manier? De apostel Petrus wijst hierop als hij tot medechristenen zegt: „Bewaart een voortreffelijk gedrag onder de natiën, opdat zij, in hetgeen waarin zij ten nadele van u spreken als boosdoeners, ten gevolge van uw voortreffelijke werken, waarvan zij ooggetuigen zijn, God mogen verheerlijken op zijn inspectiedag. . . . Want dit is de wil van God, dat gij door het goede te doen de onwetende praat van de onredelijke mensen moogt muilbanden” (1 Petr. 2:12-15). Ja, wanneer oprechte waarnemers opmerken dat Jehovah’s Getuigen werkelijk in overeenstemming met de rechtvaardige maatstaven van Gods Woord leven en bij het ten uitvoer brengen van hun dienst door oprechte bezorgdheid en liefde voor anderen worden bewogen, kunnen zulke waarnemers gemakkelijk inzien dat de tegen deze christenen ingebrachte beschuldigingen ongefundeerd zijn.
Er bestaat dus voor niemand enige reden zich overmatig bezorgd te maken over de leugenachtige beschuldigingen van ontevreden personen die er alleen maar belangstelling voor hebben de eenheid en dienst van Jehovah’s Getuigen aan te vallen en te verbreken. Mensen die graag te weten willen komen wat Jehovah’s Getuigen doen en onderwijzen, zullen er geen moeite mee hebben dit uit de eerste hand te vernemen. Elke maand verspreiden Jehovah’s Getuigen miljoenen stuks lectuur waarin de bijbelse basis voor hun geloofsovertuiging wordt uiteengezet. De vergaderingen in hun Koninkrijkszalen, alsook hun regionale, nationale en internationale vergaderingen, staan alle voor het publiek open. En natuurlijk zijn Jehovah’s Getuigen individueel altijd bereid de redenen voor hun geloofsovertuiging aan oprechte personen die hiernaar informeren, uiteen te zetten.
Indien mensen het echter verkiezen valse beschuldigingen te geloven, zullen zij er de gevolgen van moeten dragen dat zij in gebreke zijn gebleven een eerlijk onderzoek in te stellen. Dit is in overeenstemming met de woorden van Jezus Christus: „Indien nu een blinde een blinde leidt, zullen beiden in een kuil vallen.” — Matth. 15:14.
In plaats van te gaan redetwisten als er valse beschuldigingen worden geuit, achten Jehovah’s Getuigen het gewoonlijk derhalve het beste de bewijslast op de beschuldigers te laten rusten. De apostel Paulus heeft in dit opzicht een goed voorbeeld gegeven. Toen religieuze vijanden voor de Romeinse bestuurder Felix valse beschuldigingen tegen hem inbrachten, deed Paulus er geen moeite voor de valse beschuldigingen te bestrijden, maar wees hij er eenvoudig op dat zijn beschuldigers de ’dingen waarvan zij hem beschuldigden’ niet konden bewijzen (Hand. 24:13). Evenzo vroeg Jezus Christus zijn tegenstanders bij een zekere gelegenheid: „Wie van u overtuigt mij van zonde?” — Joh. 8:46.
Er kunnen zich echter gelegenheden voordoen waarin het noodzakelijk is zich onder ongunstige omstandigheden te verdedigen. Openbare functionarissen, zoals rechters, zouden een antwoord kunnen eisen. Hoewel de vragen op een zodanige wijze gesteld kunnen worden dat de getuige van Jehovah en zijn boodschap erdoor worden gekleineerd, behoeft hij niet boos te worden en er geen blijk van te geven dat hij gebelgd of geïrriteerd is. Hij kan rustig blijven en in zijn antwoord zachtaardigheid ten toon spreiden. Wetend dat de „ogen van Jehovah . . . op de rechtvaardigen” zijn, geeft hij er terecht blijk van een diepe achting te bezitten, alsof hij in de aanwezigheid van God was (1 Petr. 3:12). Zulk een gedrag is in overeenstemming met de aansporing in 1 Petrus 3:15: „Heiligt de Christus als Heer in uw hart, altijd gereed u te verdedigen voor een ieder die van u een reden eist voor de hoop die in u is, maar doet dit met zachtaardigheid en diepe achting.”
Hoewel een woordentwist de situatie alleen maar kan verergeren, kan het getuigenis van een voortreffelijk gedrag niet weerlegd worden. Geen enkel redelijk persoon zal ooit de conclusie trekken dat eigenschappen als onzelfzuchtigheid, vriendelijkheid, behulpzaamheid en empathie kenmerkend zijn voor een haatdragend volk. Een prijzenswaardig gedrag van de zijde van ware christenen, te zamen met een rustige volharding in een positieve aanbieding van de bijbelse onderwijzingen, vormt derhalve hun beste verdediging tegen lasteraars. Een voortreffelijk gedrag kan onwetende praat muilbanden en ertoe bijdragen dat anderen worden geholpen Jehovah God te verheerlijken.