Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 1/1 blz. 22-24
  • Zelfbeheersing — een bescherming tegen rampspoed

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zelfbeheersing — een bescherming tegen rampspoed
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Voeg bij uw kennis zelfbeheersing’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Zelfbeheersing — Waarom zo belangrijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • De vrucht zelfbeheersing aankweken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • De waarde en noodzaak van zelfbeheersing
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 1/1 blz. 22-24

Zelfbeheersing — een bescherming tegen rampspoed

DE MAN en vrouw waren samen. Hij was enkele dagen in haar huis aan het werk om een reparatie te verrichten. Beiden waren lid van een christelijke gemeente. De vrouw was ongelukkig in haar huwelijk. Zij begon bij de man haar gemoed uit te storten en vertelde hem over haar problemen. Hij had met haar te doen, en toen hij haar raad probeerde te geven en wilde troosten, sloeg hij zijn arm om haar schouders. Verdere intimiteiten volgden en het duurde niet lang of zij maakten zich schuldig aan overspel.

Deze twee mensen hadden het er niet op aangelegd zo’n zonde te begaan. Tot op dit punt hadden zij beiden in moreel opzicht een goed leven geleid en gedroegen zij zich op een wijze die christenen betaamt. Was het een kwestie van gebrek aan liefde voor Gods Woord of voor juiste morele maatstaven? Niet in de eerste plaats. Zij bleven in gebreke ZELFBEHEERSING te oefenen.

Zelfbeheersing is een van de vruchten van Gods geest. De zelfbeheersing van een christen wordt niet van nature uitgeoefend, maar als gevolg van zijn kennis van God en diens Woord. Daarom geeft de apostel Petrus de aansporing: „[Voegt] bij uw kennis zelfbeheersing.” — 2 Petr. 1:5, 6.

In een opsomming van negen van de vruchten van de geest, wordt liefde als eerste genoemd, vóór zelfbeheersing (Gal. 5:22, 23). Als liefde altijd op volmaakte en constante wijze in een christen werkzaam was, zou hij vanzelfsprekend ook te allen tijde zelfbeheersing oefenen. Maar omdat allen, met inbegrip van christenen, onvolmaakt zijn, is zelfbeheersing een facet van de christelijke persoonlijkheid waar altijd waakzaam aandacht aan geschonken moet worden.

Gebrek aan zelfbeheersing kan tot rampspoed leiden. Iemand kan de eigenschappen vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof en zachtaardigheid hebben en deze vruchten van de geest aldoor ten toon hebben gespreid. Wanneer hij echter zijn zelfbeheersing verliest, kan hij al deze andere eigenschappen tijdelijk verliezen. In die tussentijd kan hij zowel zijn eigen leven als het leven van anderen op onherstelbare wijze schaden.

Christenen bidden daarom om zelfbeheersing. Anders zouden zij in een val terecht kunnen komen. Bij iedereen is zonde in zijn vlees werkzaam, zodat ’hij niet altijd beoefent wat hij wenst maar vaak doet wat hij haat’ (Rom. 7:15). Wegens deze droevige toestand zei de apostel Paulus: „Ik ben hard voor mijn lichaam en leid het als een slaaf, om niet, na tot anderen te hebben gepredikt, zelf op een of andere wijze afgekeurd te worden.” — 1 Kor. 9:27.

Daarom nam Jezus in het gebed dat hij zijn discipelen leerde, de smeekbede op: „Breng ons niet in verzoeking” (Matth. 6:13). God verzoekt iemand niet tot het kwaad. Hij weet echter wel dat als een christen inderdaad kwaad doet, hij zelden geheel en al onwetend is van de verkeerdheid van zijn daden. Gewoonlijk weet de persoon dat hetgeen hij doet, God mishaagt. Als hij tot zonde wordt verleid, zal hij naar alle waarschijnlijkheid denken: Hoe zal God hierover denken? Welke uitwerking zal het hebben op mijn verhouding tot God en tot de christelijke gemeente? Welke invloed zullen de andere gezinsleden hiervan ondervinden? Zal mijn handelwijze smaad brengen op de naam van God en Christus, op mijzelf als christen, op de gemeente? Hij zal hetzij acht slaan op deze waarschuwende gedachten of ze naast zich neerleggen en er regelrecht mee voortgaan te zondigen.

Als een christen bidt „Breng ons niet in verzoeking”, vraagt hij God derhalve hem in tijden van beproeving te gedenken en hem krachtige bijbelse waarschuwingen te binnen te brengen — om duidelijke, onmiskenbare „stoptekens” langs de weg te plaatsen. Hij vraagt God of Hij hem, als hij mocht verzwakken, tot bezinning wil brengen en hem met zijn handelwijze wil doen ophouden. God zal hem niet met geweld tegenhouden en hem daardoor zijn vrijheid van keuze ontnemen, maar door de geest van de persoon met juiste gedachten te vullen die uit goddelijke wijsheid voortspruiten, ’zorgt Jehovah voor de uitweg, opdat hij de beproeving kan doorstaan’. — 1 Kor. 10:13.

Indien een christen in gebreke blijft naar God op te zien met de gedachte van deze gebedsvolle smeekbede in zijn hart, zal het beginsel van kracht zijn: „Een ieder wordt beproefd doordat hij door zijn eigen begeerte meegetrokken en verlokt wordt. Vervolgens baart de begeerte, als ze vruchtbaar is geworden, zonde” (Jak. 1:14, 15). De persoon die aan verleiding blootstaat, zal onweerstaanbaar verlokt worden totdat hij het punt bereikt dat hij alle waarschuwingen en beginselen in de wind slaat en ’als een stier die naar de slachting gaat’ tot zonde vervalt (Spr. 7:22). Dit is precies wat de Duivel wil (1 Petr. 5:8). God zal een christen die in tijd van benauwdheid tot hem bidt, echter bijstaan en hem de kracht van zelfbeheersing schenken.

Bij één gelegenheid heeft God David voor een grote rampspoed behoed door Davids zelfbeheersing te herstellen. In dit geval gebruikte God een menselijke tussenpersoon, een vrouw, om David te smeken geen doldrieste handelwijze te volgen. Deze vrouw was Abigaïl. David en zijn mannen, die door de goddeloze koning Saul vogelvrij waren verklaard, hadden de herders en kudden van Abigaïls echtgenoot, Nabal, een rijk man, bewaakt. Toen David een delegatie naar hem toezond ten einde om voedselvoorraden te vragen, schold Nabal hun de huid vol. Wegens Nabals dwaze en kwaadaardige optreden was David in zijn woede op weg om Nabals gehele huishouding uit te roeien, maar Abigaïl ging hem tegemoet en smeekte hem de zaak aan Jehovah over te laten in plaats van zelf wraak te nemen.

David besefte in welke rampspoed zijn toorn hem bijna had gestort en antwoordde: „Gezegend zij Jehovah, de God van Israël, die u deze dag gezonden heeft om mij te ontmoeten! En gezegend zij uw verstandigheid, en gezegend zijt gij, die mij deze dag ervan afgehouden hebt in bloedschuld te geraken.” — 1 Sam. 25:2-35.

Sta eens stil bij de rampspoed die David over zich gebracht zou hebben als God hem niet had geholpen om in de haast waarmee hij de mannen van Nabals huishouding had willen afslachten, zijn zelfbeheersing te herwinnen! En in deze corrupte tijd is zelfbeheersing even belangrijk voor christenen. Jonge mensen die overeenkomstig christelijke maatstaven trachten te leven, komen voortdurend met personen in contact onder wie slechte praktijken doodgewoon zijn. Deze beginselloze personen zonder zelfbeheersing oefenen een krachtige druk op jonge christenen uit om hen ertoe te verleiden drugs te gebruiken of zich schuldig te maken aan immoraliteit, insubordinatie, vandalisme of gewelddaad. Ja, in het geval van zowel jonge als oude christenen kan het verlies van zelfbeheersing tot een daad leiden waardoor zij hun eigen leven te gronde richten en dat van anderen ernstig schaden. In één ogenblik kan een christen veroorzaken dat er een smet op zijn bericht komt en een litteken op zijn geweten achterblijft.

Evenals in het geval van de andere vruchten van de geest moet zelfbeheersing door een studie van Gods Woord en door de toepassing van Zijn geboden ontwikkeld worden. Zelfbeheersing heeft tot gevolg dat de andere christelijke hoedanigheden met elkaar in evenwicht blijven en beter tot ontplooiing kunnen komen. Door middel van „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft”, doet deze wereld een krachtig beroep op „de oude persoonlijkheid, die met [onze] vroegere levenswandel overeenkomt en die naar haar bedrieglijke begeerten wordt verdorven” (1 Joh. 2:16; Ef. 4:22). Om deze reden beseffen ware christenen hoe uiterst belangrijk het is een betrouwbare bescherming — zelfbeheersing — te ontwikkelen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen