Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 15/10 blz. 613-615
  • Job — De sleutel tot de reden waarom God het kwaad toelaat

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Job — De sleutel tot de reden waarom God het kwaad toelaat
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WIE? WANNEER? WAAR? WAT?
  • DE BEPROEVING VAN JOB
  • REDEVOERINGEN DOOR JOB EN ZIJN DRIE VRIENDEN
  • ELIHU EN JEHOVAH ANTWOORDEN JOB
  • Bijbelboek nummer 18 — Job
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Job loofde de naam van Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • Jobs rechtschapenheid — Waarom zo opmerkelijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
  • Job volhardde — Ook wij kunnen dat!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 15/10 blz. 613-615

Job — De sleutel tot de reden waarom God het kwaad toelaat

HET boek Job is altijd hooglijk geprezen als literair meesterwerk. En naar men zegt is dit zelfs het geval met de vertalingen van dit boek uit het Hebreeuws — in welke taal maar ook — waarvan het zeer te lijden heeft gehad. Zo verzuchtte Maarten Luther, die het boek in het Duits vertaalde: „Job lijdt meer onder mijn vertaling dan onder de schimpscheuten van zijn vrienden.”

Men zou kunnen zeggen dat het feit dat zulk een subliem werk zo’n vijfendertig eeuwen geleden te midden van een landelijke omgeving is geschreven, op zichzelf al voor de goddelijke inspiratie van dit heilige gedicht pleit. En negenendertig van de tweeënveertig hoofdstukken ervan zijn in dichtvorm geschreven.

Maar wat jammer is het dat deze waardering voor de schoonheid van het boek Job bij de meeste mensen gepaard gaat met onbegrip ten aanzien van wat zijn goddelijke Auteur, Jehovah God, ons wilde leren door het op schrift te laten stellen! Heel wat mensen die voorgeven grote waardering voor de schoonheid van het boek te hebben, betwijfelen zelfs de historiciteit ervan en beweren dat het louter een allegorie is, gebaseerd op een volksverhaal.

Te ontkennen dat het boek Job vertelt wat er werkelijk heeft plaatsgevonden, is echter lijnrecht in tegenspraak met de rede en de Schrift. Hoe dat zo? Omdat Job in Ezechiël 14:14, 20 in één adem wordt genoemd met twee andere getrouwe mannen die een onbetwistbare plaats in de geschiedenis hebben. Wij lezen daar: „Hadden deze drie mannen zich in het midden ervan bevonden, Noach, Daniël en Job, zijzelf zouden wegens hun rechtvaardigheid [alleen] hun ziel bevrijden.” Zou Job in één adem met Noach en Daniël zijn genoemd als hij nooit werkelijk had geleefd?

Bovendien wijst de discipel Jakobus op Job als een voorbeeld van geduldige volharding: „Ziet! Wij verklaren hen die hebben volhard, gelukkig. Gij hebt gehoord van de volharding van Job en gij hebt gezien hoe Jehovah het heeft laten aflopen, dat Jehovah zeer teder in genegenheid en barmhartig is” (Jak. 5:11). Als Job niet werkelijk had geleefd en louter een allegorische figuur was geweest, welke aanmoediging zou hij dan vormen voor christenen die hun uiterste best doen om te volharden? Ja, een schrijver kan een allegorische figuur door middel van zijn verbeelding allerlei dingen laten verduren, maar zou dit onvolmaakte schepselen die echte beproevingen op volharding ondergaan, werkelijk baten? In het geheel niet. Neen, willen wij voor aanmoediging een voorbeeld aan Job kunnen nemen, dan moet hij werkelijk geleefd hebben.

Wat is eigenlijk de bedoeling van het boek Job? Het verschaft de sleutel tot ’s mensen kwellendste probleem: Waarom laat God het kwaad toe? Of waarom laat God toe dat onschuldigen kwaad overkomt?

Weet u waarom Hij dit doet? Uit het boek Job kunnen wij zien dat Jehovah dit heeft toegelaten wegens de grootspraak van zijn tegenstander, Satan de Duivel, dat hij alle mensen van God kon afkeren. Ja Satan beweerde dat Jehovah God het niet verdient gevreesd en aanbeden te worden en dat mensen die hem gehoorzamen, dit uitsluitend doen om er zelf beter van te worden. Satan pochte dat als God hem zou toelaten Job, een zeer rechtvaardig man, te beproeven, Satan Job ertoe zou kunnen brengen God te vervloeken. God nam de uitdaging aan en liet Job allerlei moeilijkheden en lijden door Satan ondergaan. Jobs naam betekent „voorwerp van vijandschap”, en hij was zeer zeker het voorwerp van Satans vijandschap. Maar Satan slaagde er niet in Job tegen God te keren. Job hield daardoor Jehovah hoog als de rechtmatige Soeverein en Degene die het verdient gevreesd en aanbeden te worden.

WIE? WANNEER? WAAR? WAT?

Wie heeft het boek Job geschreven, en wanneer? Moderne critici houden vol dat niemand kan weten wie de schrijver ervan is en zij dateren het niet eerder dan de zesde eeuw v.G.T. Er is echter reden te geloven dat het vele, vele eeuwen eerder werd geschreven en door niemand anders dan Mozes. Er zijn in Mozes’ geschriften zowel in poëzie als in proza gedeelten die bijna net zo luiden als gedeelten uit Job. Dat Mozes de schrijver was, is ook de mening van vroege Hebreeuwse en christelijke geleerden.

Wanneer en waar heeft Job geleefd? Het verhaal onthult dat Job in een tijd leefde toen er op de gehele aarde niemand was als hij. Hij moet dus geleefd hebben na de dood van de getrouwe patriarch Jozef en voordat Mozes als Jehovah’s profeet was verwekt, tussen de zeventiende en zestiende eeuw v.G.T. Hij woonde in het land Uz, gelegen in wat thans als Arabië bekend staat.

Men zou kunnen zeggen dat het boek Job uit vijf onderscheiden gedeelten bestaat: Ten eerste, de reden van Jobs tragedie. Ten tweede, de redevoeringen van Job en zijn drie vrienden. Ten derde, de redevoeringen van Elihu, die de vier voorgaande sprekers rechtzet. Ten vierde, de uitspraken van Jehovah God zelf. Ten vijfde, de afloop.

DE BEPROEVING VAN JOB

Het boek begint met ons te vertellen over Jobs onberispelijke en rechtvaardige levenswandel, zijn gezin en de grote materiële welvaart die hij genoot. Vervolgens wordt ons een blik in de hemel gegeven, waar Satan onder loyale zonen van God in Jehovah’s tegenwoordigheid verschijnt. God maakt Satan attent op Jobs oprechte levenswandel, hetgeen erop duidt dat de strijdvraag reeds eerder opgeworpen was. Jehovah zei in feite tot Satan: ’Jij beweert dus dat er geen mens op aarde is die mij vreest en rechtvaardigheid oefent? Wat zeg je dan van mijn dienstknecht Job?’ En Satan geeft ten antwoord: ’O ja, natuurlijk dient hij u. Maar kijk eens hoe welvarend u hem gemaakt hebt — 7000 schapen, 3000 kamelen, enzovoort! Neem hem maar eens alles af wat hij heeft, dan zult u zien hoe hij werkelijk over u denkt!’ Jehovah neemt de uitdaging aan en staat Satan toe Job van al zijn bezittingen, met inbegrip van zijn kinderen, te beroven.

Niet wegens de stoffelijke zegeningen die Job geniet, dient hij God en doet hij wat juist is, doch veeleer uit liefde voor God en rechtvaardigheid. Wederom verschijnt Satan in de hemel en als hem wordt gezegd eens naar Jobs standvastige handelwijze te kijken, antwoordt hij dat als Job zelf lijden zou ondergaan, hij zich tegen Jehovah God zou keren. God staat Satan dan toe Job van hoofd tot voeten met een weerzinwekkende en uiterst pijnlijke ziekte te slaan. Nu dringt zelfs zijn vrouw er bij hem op aan: „Vervloek God en sterf!” Maar Job berispt haar met de woorden: „’Zoals een der zinneloze vrouwen spreekt, spreekt ook gij. Zullen wij enkel het goede van de ware God aannemen en niet ook het slechte aannemen?’ In dit alles zondigde Job niet met zijn lippen.” — Job 2:9, 10.

REDEVOERINGEN DOOR JOB EN ZIJN DRIE VRIENDEN

Drie vrienden van Job, Elifaz, Bildad en Zofar, horen van de rampspoed die Job is overkomen en komen om hem te troosten. Zij zijn zo geschokt over zijn ellendige toestand dat zij zeven dagen bij hem zitten zonder te spreken. Job verbreekt de stilte met een rede waarin hij de dag vervloekt waarop hij is geboren. In antwoord daarop betoogt Elifaz dat, omdat God rechtvaardig is, Job wel gekregen moet hebben wat hem toekomt. Job antwoordt hem en vraagt hem aan te tonen wat hij verkeerd gedaan heeft. Daarna redeneren Bildad en Zofar in dezelfde zin, en telkens houdt Job vast aan zijn onschuld, waarbij hij echter zichzelf in plaats van Jehovah God rechtvaardigt. Dan volgt er een tweede en gedeeltelijk een derde ronde van redevoeringen. Job op onjuiste wijze trachtend te helpen, worden zijn drie vrienden in werkelijkheid zijn vijanden, en verre van hem te troosten, vergroten zij zijn ellende nog!

Herhaaldelijk wijst hij hen terecht wegens hun hardvochtige woorden, die sterker en onjuister worden naarmate de discussie voortgang vindt: „Wat wordt door het terechtwijzen van uw zijde terechtgewezen?” „Gij . . . zijt leugensmeerders; gij allen zijt geneesheren van niets.” „Wat prikkelt u, dat gij antwoordt?” — Job 6:25; 13:4; 16:3.

Door alles heen houdt Job aan zijn rechtschapenheid en zijn geloof in God vast. Ja, herhaaldelijk wendt hij zich middenin zijn antwoorden tot God in plaats van tot een van zijn vrienden: „Laat mij weten waarom gij met mij twist” (Job 10:2). Een aanwijzing voor de hoop op een opstanding vormen Jobs woorden: „O, dat gij mij in Sjeool zoudt verbergen, . . . dat gij mij een tijdslimiet zoudt stellen en aan mij zoudt denken! Kan een fysiek sterke man als hij sterft opnieuw leven? . . . Gij zult roepen, en ikzelf zal u antwoorden. Naar het werk van uw handen zult gij een vurig verlangen hebben” (Job 14:13-15). In zijn laatste rede (hoofdstuk 26 tot 31) houdt Job aan zijn onschuld vast: „Totdat ik de laatste adem uitblaas, zal ik mijn rechtschapenheid niet van mij laten wijken!” (Job 27:5) Hij vestigt de aandacht op Gods grote en ondoorgrondelijke wijsheid en vertelt hoe groot zijn eigen vermaardheid wel was en welk een hoge achting men voor hem had, maar hoe diep hij nu in de ogen van anderen is gezonken; dan blijft hij weer stilstaan bij zijn rechtvaardige levenswandel. Neen, hij had niets gedaan waardoor hij datgene wat hem overkomen was, verdiende.

ELIHU EN JEHOVAH ANTWOORDEN JOB

Elihu, die, omdat hij nog betrekkelijk jong is, aarzelt te spreken, hoort dit alles aan. Hij kan zich echter niet meer stilhouden omdat Job zich zoveel moeite geeft zichzelf te rechtvaardigen in plaats van God. Bovendien hadden Jobs drie vrienden Job niet kunnen overtuigen en daardoor ’God schuldig verklaard’ (Job 32:3). Elihu smeekt: „O Job, hoor alstublieft mijn woorden, . . . Zie! Ik ben voor de ware God precies als gij” (Job 33:1, 6). Hij spreekt ter verdediging van Jehovah’s gerechtigheid en wegen en het feit dat de mens aan God onderworpen moet zijn. Hij legt de nadruk op de noodzaak Jehovah God te kennen, toont aan dat Jehovah evenwichtig in zijn handelingen is en verheerlijkt tot besluit de onnaspeurlijke grootheid van de Schepper.

Als Elihu zijn rede besluit, steekt er een storm op. Jehovah spreekt nu uit de storm: „Wie is daar bezig raad te verduisteren door woorden zonder kennis? Omgord uw lendenen, . . . laat mij u ondervragen, en licht gij mij in. Waar bevondt gij u, toen ik de aarde grondvestte? Vertel het mij, indien gij werkelijk het verstand kent” (Job 38:1-4). Jehovah vestigt vervolgens de aandacht op ’s mensen onbeduidendheid en tijdelijke bestaan vergeleken met de eeuwigheid van de Schepper, Zijn eigen grootheid, Zijn macht en wijsheid welke in de gehele schepping, van de uitgestrekte sterrenhemel af tot zulke machtige aardse schepselen als het nijlpaard en de krokodil aan toe, ten toon gespreid worden.

Na Jehovah God aldus te hebben horen spreken, erkent Job dat hij onbezonnen en zonder volledige kennis heeft gesproken en doet hij boete „in stof en as”. Daarop spreekt Jehovah opnieuw, ditmaal om Jobs drie vrienden te berispen. Hij eist van hen dat zij offers brengen en geeft Job opdracht voor hen te bemiddelen. Daarna wordt Job gezegend met zeven zonen en drie mooie dochters en tweemaal zoveel vee als hij voordien bezat. Na nog 140 jaar geleefd te hebben, sterft Job, „oud en verzadigd van dagen”. — Job 42:1-17.

Het boek Job geeft ons beslist opheldering over de reden waarom God het kwaad toelaat en waarom hij toelaat dat de rechtvaardigen lijden ondergaan. Hij heeft dit gedaan om te bewijzen dat Satans grootspraak dat hij alle mensen van God kan afkeren, onwaar is. Terzelfder tijd stelt dit allen die God en rechtvaardigheid liefhebben in de gelegenheid de oprechtheid van hun aanbidding aan te tonen door te bewijzen dat zij hun rechtschapenheid bewaren. Zult u tot hen behoren? Zo ja, dan kunt u als beloning het eeuwige leven ontvangen dat Jehovah al zijn getrouwe dienstknechten in het vooruitzicht stelt. Dit is mogelijk gemaakt door het offer van Jezus Christus, het grootste voorbeeld in het bewaren van rechtschapenheid. — Joh. 3:16.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen