Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 15/6 blz. 381-383
  • God wil dat mensen leven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • God wil dat mensen leven
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN WERKELIJK WAARDEVOL WERK
  • GEORGANISEERD VOOR DE OPENBARE PREDIKING
  • Een brief van mensen die om u geven
    Koninkrijksdienst 1974
  • Onze liefde voor de mensheid verruimen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • ’Maakt discipelen . . . onderwijst hen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Bekwaam om met vertrouwen te onderwijzen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 15/6 blz. 381-383

God wil dat mensen leven

JEHOVAH GOD beziet het menselijke leven als iets kostbaars. Dit blijkt wel uit het feit dat hij er nog niet toe is overgegaan het oordeel aan de goddeloze mensheid te voltrekken. De geïnspireerde apostel Petrus schreef: „Hij is geduldig met u, omdat hij niet wenst dat er iemand vernietigd wordt maar wenst dat allen tot berouw geraken.” — 2 Petr. 3:9.

Jehovah’s hoge achting voor menselijk leven is niet beperkt tot zijn wens dat de mensheid de voltrekking van zijn rechtvaardige oordeel overleeft. Het is zijn wens dat mensen ondanks hun zwakheden en onvolmaaktheden zo lang mogelijk van het leven genieten. Zijn Woord de bijbel verschaft richtlijnen die, wanneer ze worden opgevolgd, iemand beletten een levenswijze te volgen die tot een vroegtijdige dood leidt. Iemand die ernaar streeft in harmonie met de raad van de bijbel te leven, wordt bijvoorbeeld beschermd tegen de droevige gevolgen van verslaving aan drugs, alcoholisme, geslachtsziekten, enzovoort. De woorden van Spreuken 3:1, 2 tonen aan dat het bovenstaande beslist van toepassing is: „Mijn zoon, vergeet niet mijn wet, en mijn geboden beware uw hart, want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen u worden toegevoegd.”

Het feit dat de kennis en de toepassing van Gods Woord zowel thans als in de toekomst leven voor mensen kan betekenen, maakt het dringend noodzakelijk dat er geen moeite wordt gespaard om hun deze inlichtingen te verstrekken. Als dienstknechten van Jehovah God dienen wij hier beslist nog meer belangstelling voor te hebben dan bijvoorbeeld degenen die hun leven aan de bestrijding van ziekten hebben gewijd. Als toegewijde mannen en vrouwen een ontdekking deden die tot het verlengen van het leven kon bijdragen, behielden zij deze kennis niet voor zichzelf. Velen schreven hun bevindingen op en verdedigden hun zaak in weerwil van hardnekkige tegenstand. Overtuigde ondersteuners verschaften morele en financiële steun. In sommige gevallen was de tegenstand zo onredelijk, dat deugdelijke conclusies jarenlang werden verworpen. Maar doordat zij volhardden, won de waarheid uiteindelijk toch. De bevindingen werden na verloop van tijd wijd en zijd gepubliceerd, en sindsdien zijn veel mensen van een vroegtijdige dood gered. De ontdekker van een bepaalde behandelingsmethode en zijn ondersteuners hebben misschien grote offers gebracht, zonder evenwel de vreugde gesmaakt te hebben, te zien dat de waarheid gedurende hun leven zegevierde. Maar was hetgeen zij deden, niet de moeite waard, gezien de extra levensjaren die vele duizenden als gevolg van hun krachtsinspanningen hebben verkregen? Hoeveel waardevoller is dan het werk dat erin bestaat mensen te helpen geestelijke gezondheid te verwerven, met het vooruitzicht eeuwig leven te ontvangen!

EEN WERKELIJK WAARDEVOL WERK

Het is waar dat velen bij wie Jehovah’s Getuigen thuis aan de deur komen, onverschillig reageren of tegenstand bieden. Maar zijn wij niet blij dat van 1 september 1974 tot 31 augustus 1975 ruim 295.000 personen zijn geholpen tot berouw te komen, als gevolg waarvan zij gedoopte discipelen van Jezus Christus werden? Deze duizenden kunnen de hoop koesteren tot degenen te behoren die de voltrekking van Gods oordeel zullen overleven, zodat hun leven niet met slechts enkele jaren zal worden verlengd, maar zij eindeloos leven in Gods rechtvaardige nieuwe ordening zullen ontvangen (2 Petr. 3:13; Openb. 7:14-17). Ondertussen worden zij door hun gehoorzaamheid aan Gods Woord in staat gesteld de strikken te vermijden die tot een vroegtijdige dood zouden kunnen leiden.

Iemand die vandaag in harmonie met de bijbel begint te leven, is beslist beter af dan degene die hier morgen of volgende week of volgende maand mee begint. Zonder een nauwkeurige kennis van Gods Woord zou iemand een ernstige fout kunnen begaan die een blijvend litteken zou kunnen achterlaten. Dit blijkt uit het feit dat soms slechts één bijbels gesprek voldoende is geweest om iemand voor zelfmoord te behoeden. Het werk dat erin bestaat de bijbelse waarheid te verspreiden, is beslist dringend. Wij weten niet hoe lang iemand te leven leeft of wanneer precies Gods oordeel aan de goddelozen zal worden voltrokken. Eén ding is echter zeker: Elke dag die voorbijgaat, brengt miljarden mensen dichter bij de dood. Kunnen zij geholpen worden voordat het te laat is of voordat zij de een of andere tragische fout begaan?

Jehovah God heeft zijn dienstknechten de gelegenheid gegeven hun oprechte bezorgdheid voor mensen te tonen door te bewijzen dat zij er net zo over denken als hij om zoveel mogelijk mensen te helpen tot berouw te komen (Hand. 3:19) Wij zullen beslist niet een excuus mogen zoeken om onze verantwoordelijkheid ten aanzien van de mensenwereld niet heel ernstig op te vatten (Matth. 28:19, 20). Niemand dient te denken: ’Het werk dat erin bestaat de bijbelse waarheid te prediken en te onderwijzen is niet zo belangrijk. God zal er uiteindelijk toch op toezien dat alle schapen worden gevonden.’ Iemand die zo redeneert, verraadt een gebrek aan persoonlijke bezorgdheid voor degenen die in groot gevaar verkeren omdat zij God niet kennen (2 Thess. 1:6-10). Het vormt in werkelijkheid een bewijs van gebrek aan liefde en onthult dat er iets mankeert aan de verhouding waarin men tot de Allerhoogste staat. — 1 Joh. 5:2, 3.

Indien u een dienstknecht bent van Jehovah God, bent u dan de mening toegedaan dat geen offer te groot is om levenschenkende inlichtingen aan de mensen door te geven? Ziet u er waakzaam op toe dat u elke gelegenheid benut om tot familieleden, vrienden, kennissen en anderen die u in uw dagelijkse activiteiten ontmoet, over Gods Woord te spreken? Blijkt uit uw woorden en daden dat u vast gelooft dat God wil dat mensen leven?

Velen, behalve de mensen die u kent of met wie u misschien in contact bent gekomen, hebben dringend bijbelkennis nodig. De ervaring heeft aangetoond dat een van de beste manieren om in deze hedendaagse tijd mensen te bereiken is, hen thuis op te zoeken. Zet u hier tijd voor opzij? In het boek Openbaring wordt Gods voorziening voor leven symbolisch als een rivier beschreven met oevers waarlangs bomen staan. Van de bomen wordt gezegd dat ze „twaalf vruchtoogsten voortbrengen, elke maand hun vruchten opleverend” (Openb. 22:1, 2). Zou het in overeenstemming daarmee niet uiterst passend zijn om er elke maand een aandeel aan te hebben mensen met de levengevende boodschap van de bijbel op de hoogte te brengen?

GEORGANISEERD VOOR DE OPENBARE PREDIKING

De gemeenten van Jehovah’s Getuigen handelen derhalve in overeenstemming met Gods wil wanneer zij bepaalde streken in „gebieden” verdelen en er specifieke regelingen voor treffen om alle huizen in deze gebieden successievelijk en periodiek gedurende de loop van het jaar te bezoeken. — Vergelijk 1 Korinthiërs 14:33.

Opdat de openbare bekendmaking van de bijbelse waarheid goed kan verlopen, moeten er goede en ordelijke regelingen worden uitgewerkt. De gemeentelijke ouderlingen doen er tijdens hun periodieke vergaderingen goed aan, te beschouwen of zij wel de nodige aandacht aan deze regelingen schenken. Geven zij zelf een ijverig voorbeeld in het delen van de bijbelse waarheid met anderen? Blijkt uit hun woorden en daden dat zij ervan overtuigd zijn dat Jehovah God wil dat mensen leven? Hebben zij hun zaken zo geregeld dat zij er, in overeenstemming met hun gelegenheden, een actief aandeel aan hebben om in groepsverband in het openbaar te prediken en te onderwijzen?

Ouderlingen moeten zich natuurlijk op een evenwichtige wijze van hun gemeentelijke en gezinsverantwoordelijkheden kwijten (1 Tim. 3:2, 4). Sommigen van hen zullen misschien elke groepsregeling kunnen ondersteunen om bijeen te komen en aan de openbare prediking deel te nemen. Voor anderen is dit door omstandigheden misschien niet mogelijk. Aangezien ouderlingen zich van de belangrijkheid van de bijbelse boodschap bewust zijn, zullen zij beslist een zo goed mogelijk gebruik van hun beschikbare tijd willen maken om de bijbelse waarheden te zamen met medegelovigen aan anderen bekend te maken (Ef. 4:11, 12). Zij weten dat als zij geen goede leiding zouden geven, dit zeer ontmoedigend voor de gemeente zou zijn.

Verder moet aan leden van de gemeente worden onderwezen hoe zij anderen kunnen helpen waardering te hebben voor de waarde van de bijbel en voor de belangrijkheid God als loyale discipelen van Jezus Christus te dienen. Als ouderlingen hun verantwoordelijkheid als herders en leraren ernstig opnemen, zullen zij gaarne bereid zijn door woord en voorbeeld hulp te verschaffen (Hebr. 13:7). Zij zullen ook andere bekwame personen vragen hulp te geven.

Alle toegewijde dienstknechten van Jehovah God dienen steeds voor ogen te houden hoe belangrijk het is er een aandeel aan te hebben datgene wat de bijbel zegt te prediken en te onderwijzen. Vraag uzelf af: Waar zou ik thans zijn als Jezus Christus wegens de onverschilligheid van velen van zijn landgenoten of om een andere reden de moed zou hebben opgegeven? Niemand van ons zou dan de gelegenheid hebben ontvangen eindeloos leven te verwerven. Wat kunnen wij blij zijn dat Jezus Christus zijn opdracht getrouw bleef vervullen! — Joh. 17:6-8; Hebr. 3:6.

Is het niet goed erover na te denken dat wij graag willen dat de mensen die wij ontmoeten, in Gods nieuwe ordening bij ons zullen zijn? Ongeacht hoe zij ook mogen reageren, wij dienen nooit het feit uit het oog te verliezen dat Christus voor hen is gestorven en dat Jehovah God wil dat zij „tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen” en leven (1 Tim. 2:3, 4). De ontwikkelingen in de wereldaangelegenheden of in hun eigen leven kunnen hen ertoe brengen te „zuchten en [te] kermen” om datgene wat er gebeurt (Ezech. 9:4). Misschien zullen zij naar iets beters gaan verlangen. Zullen wij er dan zijn om hen te helpen? Als wij werkelijk beseffen dat Jehovah God wil dat mensen leven, zullen wij hen zeer beslist te hulp komen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen