Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/6 blz. 351-352
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Vele lichamen van de heiligen werden opgericht’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Was er een opstanding?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Herinneringsgraf
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Herinneringsgraf
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/6 blz. 351-352

Vragen van lezers

● Hoe moet Genesis 9:5 begrepen worden, waar God zei dat hij ’het bloed zou terugeisen’ van een dier dat een mens doodde?

In wezen betekent dit dat als een dier een mens doodde, het afgemaakt moest worden. Omdat het een mens het leven had benomen, moest het zijn eigen leven verliezen.

Na de Vloed stond Jehovah God mensen voor het eerst toe dieren te doden als voedsel, hoewel het bloed niet gegeten mocht worden (Gen. 9:3, 4). Toen wees God erop dat menselijk leven boven dierlijk leven stond, aangezien de mens naar Gods beeld was geschapen. Jehovah zei:

„Uw bloed van uw zielen [zal ik] terugeisen. Van de hand van elk levend schepsel zal ik het terugeisen; en van de hand van de mens, van de hand van een ieder die zijn broeder is, zal ik de ziel van de mens terugeisen. Al wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar Gods beeld heeft hij de mens gemaakt.” — Gen. 9:5, 6.

Dus ook al konden dieren worden gedood om te eten, mochten mensen niet worden gedood. Indien iemand een ander mens vermoordde — dus iemand het leven benam zonder daartoe gemachtigd te zijn en daardoor bloedschuld op zich laadde — verspeelde hij zijn eigen leven. En dit patroon moest zelfs toegepast worden als het dieren betrof die mensen doodden. Een dier zou natuurlijk niet weten dat het door een mens te doden een goddelijke wet had overtreden. Maar dit vereiste zou mensen er stellig van doordringen hoe kostbaar het leven van een mens is, want zelfs een stom dier kon een mens niet ongestraft doden.

Later gaf Jehovah in zijn Wet aan Israël een voorschrift met betrekking tot dieren die mensen doodden. Volgens Exodus 21:28-32 moest een stier die een mens had doodgestoten, doodgestenigd worden. Men begrijpt alom dat deze wet niet beperkt was tot stieren. Het geval van een stotige stier was in een agrarische gemeenschap heel begrijpelijk en het illustreerde wat men moest doen met een dier dat een mens doodde. Als het een mens van het leven had beroofd, moest hij dit met zijn eigen leven bekopen.

Zulk een consequentie is in tal van samenlevingen van mensen die van Noach afstamden, waar gebleken. In The International Wildlife Encyclopedia werd bijvoorbeeld opgemerkt: „Wanneer een tijger, om welke reden maar ook, een menseneter of veedoder is geworden, is de hand van een ieder tegen hem. Hele dorpen zullen uittrekken en niet rusten voordat hij gedood is, zelfs in gebieden waar de tijger bij de wet beschermd is.”

Sommige mensen bezien dit misschien louter als een maatregel ter zelfbescherming. Maar de verklaring in Genesis 9:5, 6 dient ons sterk te doordringen van de kostbaarheid van menselijk leven. Men kan iemand niet ongestraft van het leven beroven. Wij dienen er daarom naar te streven vrij te zijn van bloedschuld en het kostbare leven dat wij als mensen bezitten, te gebruiken tot eer van onze Levengever, Jehovah God. — Hand. 20:26, 27; Ps. 36:7, 9.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen