Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 15/11 blz. 702-703
  • Bijbelse gebeurtenissen in de juiste volgorde plaatsen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bijbelse gebeurtenissen in de juiste volgorde plaatsen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Vergelijkbare artikelen
  • Studie nummer 3 — De plaats der gebeurtenissen in de stroom des tijds
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Waarom ziet u uit naar 1975?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Een interessante chronologische tabel
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1953
  • Noach
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 15/11 blz. 702-703

Bijbelse gebeurtenissen in de juiste volgorde plaatsen

OP DE inlichtingen die over de schepping worden verschaft na, beslaan de in de bijbel opgetekende gebeurtenissen zo’n 4000 jaar menselijke geschiedenis. Hoe kan iemand, aangezien er zo’n grote tijdsperiode wordt behandeld, de verhaalde gebeurtenissen in de juiste volgorde plaatsen? Probeer de verschillende voorvallen in verband te brengen met zulke belangrijke gebeurtenissen als de schepping van Adam, de Vloed, Israëls bevrijding uit Egypte en het leven van Christus.

De bijbelse chronologie plaatst Adams schepping in het jaar 4026  v.G.T. Vanaf die tijd tot de vloed in 2370 v.G.T. leefden er drie belangrijke mannen des geloofs — Abel, Henoch en Noach. Abel werd wegens zijn rechtvaardigheid vermoord door zijn broer Kaïn, Adams eerste zoon (1 Joh. 3:12). Henoch, die 308 jaar lang een tijdgenoot van Adam was, profeteerde over Gods komende oordeel over alle goddelozen. Zijn achterkleinzoon Noach werd ongeveer 126 jaar na Adams dood geboren. — Gen. 5:3-29; Jud. 14, 15.

In Noachs tijd verlieten vele engelen hun juiste woonplaats in de hemel, materialiseerden zich, leefden met vrouwen samen en brachten bastaardnakomelingen voort, de Nefilim (Gen. 6:1-4; 1 Petr. 3:19, 20; Jud. 6). In het zeshonderdste jaar van Noachs leven maakte de vloed een eind aan de goddeloze mensenwereld. Toen de wateren de aarde bedekten, bevonden Noach, zijn vrouw, zijn drie zonen (Sem, Cham en Jafeth) en de vrouwen van zijn zonen zich veilig in de ark die op Gods aanwijzing was gebouwd. — Gen. 7:11, 17-21.

Kort na de vloed begon Chams kleinzoon Nimrod tegen God in opstand te komen. Nimrod wierp zichzelf als de eerste koning op en heeft klaarblijkelijk aangezet tot de bouw van Babel en de toren van Babel. Jehovah God verijdelde Nimrods plan door de taal van de bouwers van Babel te verwarren (Gen. 10:8-10; 11:1-4). Dit gebeurde in de dagen van Peleg, tussen 2269 v.G.T. en 2030 v.G.T. (Gen. 10:25). Noach was nog in leven, aangezien hij nog 350 jaar na de vloed heeft geleefd. — Gen. 9:28.

Ongeveer zevenenzeventig jaar na Noachs dood betrad Abraham, op de leeftijd van vijfenzeventig jaar, het land Kanaän, het land dat Jehovah God overeenkomstig zijn belofte aan Abrahams nakomelingen zou geven (Gen. 12:4-7). In die tijd, in 1943 v.G.T., werd Jehovah’s verbondsbelofte aan Abraham van kracht.

Toen Abraham honderd jaar oud was, werd hij de vader van Isaäk, die zijn geliefde vrouw Sara hem baarde (Gen. 21:5). Ongeveer tien jaar nadat Noachs zoon Sem was gestorven, werd Isaäk, op de leeftijd van zestig jaar, vader van een tweeling, Esau en Jakob (Gen. 11:10, 11; 25:26). Jakob werd de vader van twaalf zonen. Een van hen, Jozef, werd door bijzondere omstandigheden voedselbeheerder in Egypte. Doordat er in Kanaän honger was uitgebroken, werden alle leden van Jakobs huishouding inwonende vreemdelingen in Egypte. Uiteindelijk werden Jakobs nakomelingen, de Israëlieten, in slavernij gebracht, maar door bemiddeling van Mozes leidde Jehovah God hen uit Egypte naar de berg Sinaï, waar zij 430 jaar nadat het speciale verbond met hun voorvader Abraham was gesloten, het Wetsverbond ontvingen. — Gen. 45:26; 47:1, 2; Ex. 1:8-11; 13:19-21; 19:1; Gal. 3:17.

Na veertig jaar in de wildernis rondgedoold te hebben, trokken de Israëlieten in 1473 v.G.T. onder leiding van Jozua Kanaän binnen (Deut. 29:5; 31:1-3; Joz. 5:6, 7). De verovering van het grootste deel van het land nam ongeveer zes jaar in beslag (Joz. 14:10-12). Daarna hebben gedurende ongeveer 350 jaar door God gekozen rechters Israëls aangelegenheden bestuurd. Tijdens de levensduur van Samuël, de laatste van deze rechters, begon Saul van de stam Benjamin als koning te regeren. Aan het einde van zijn veertigjarige regering begon David te Hebron over de stam Juda te regeren, terwijl Sauls zoon Isbóseth vanuit Mahanaïm over de rest van Israël regeerde (2 Sam. 2:2, 3, 8-10; Hand. 13:20-22). Zeven en een half jaar nadat David over Juda begon te regeren, werd hij koning over geheel Israël. Hij heeft in totaal veertig jaar geregeerd. Davids zoon Salomo volgde hem op en regeerde eveneens veertig jaar. — 2 Sam. 2:11; 1 Kon. 2:11; 11:42.

Gedurende de regering van Salomo’s zoon Rehábeam, in 997 v.G.T., kwamen tien stammen in opstand en maakten Jeróbeam tot hun koning. De stammen Benjamin en Juda, en ook de levieten, bleven het koninklijke huis van David echter trouw. Het tien-stammenkoninkrijk kreeg een slecht begin toen koning Jeróbeam de kalverenaanbidding invoerde. Gedurende alle jaren die voorbijgingen tot het tien-stammenkoninkrijk in 740 v.G.T. door de Assyriërs werd veroverd, is er nooit verandering gekomen in dit afgodische gebruik (1 Kon. 12:16-24, 28-30; 2 Kon. 17:1-6). Ongeveer 133 jaar later, in 607 v.G.T., veroverden de Babyloniërs het twee-stammenkoninkrijk. — 2 Kon. 25:1-9.

In 537 v.G.T. keerde, na een zeventigjarige Babylonische ballingschap, een overblijfsel van joden naar Jeruzalem terug om de tempel te herbouwen. Het heeft echter nog tot 455 v.G.T. geduurd totdat de muren van Jeruzalem onder leiding van Nehemía werden herbouwd. Het schrijven van de Hebreeuwse Geschriften eindigde na 443 v.G.T., toen de profeet Maleachi zijn profetie optekende. In die profetie werd gewezen op de komst van Gods boodschapper om een volk toe te bereiden voor de „boodschapper van het verbond”, de Messías. — Mal. 3:1.

Met de aankondiging van de geboorte van beide boodschappers wordt in de christelijke Griekse Geschriften de draad van de gewijde geschiedenis opgenomen. In het voorjaar van 2 v.G.T. werd Johannes de Doper, de voorloper van de Messías of Christus, geboren. Zes maanden later baarde Maria de voorzegde Christus, Jezus. De drieëneenhalfjarige aardse bediening van Jezus strekte zich uit vanaf het najaar van het jaar 29 G.T. en bereikte een hoogtepunt met zijn dood in het voorjaar van het jaar 33 G.T. Na zijn opstanding en hemelvaart zetten zijn discipelen het door hem begonnen werk voort. Omstreeks 98 G.T. voltooide de laatste overlevende apostel, Johannes, ten slotte het schrijven van de bijbel. In dat Jaar schreef hij waarschijnlijk Eén, Twee en Drie Johannes, alsook zijn evangelieverslag. Ongeveer twee jaar daarvoor had hij het boek Openbaring geschreven.

Het bovenstaande illustreert hoe men de bijbelse gebeurtenissen in de juiste volgorde kan plaatsen. Wanneer u de bijbel leest, probeer dan vast te stellen hoe de gebeurtenissen wat tijd betreft met elkaar in verband staan. Dit kan de geschiedenis van de Schrift zinvoller voor u maken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen