Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 1/10 blz. 607-608
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wijze raad voor echtparen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • Breng niet vaneen wat God onder één juk heeft samengebracht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • Hoe bezie je materiële bezittingen?
    Maak je jeugd tot een succes
  • Maak uw huwelijk tot een duurzame verbintenis
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 1/10 blz. 607-608

Vragen van lezers

● Wat wordt er bedoeld met Paulus’ woorden in 1 Korinthiërs 7:29: „Laten . . . zij die een vrouw hebben, zijn als hadden zij er geen”?

De aanmoediging van de geïnspireerde apostel Paulus maakt deel uit van een bespreking waarin de ongehuwde staat als „beter” wordt aanbevolen, aangezien een christen erdoor in staat gesteld wordt „voortdurende dienst voor de Heer” te verrichten, „zonder te worden afgeleid” (1 Kor. 7:32-35). De raad aan echtgenoten om te zijn ’als hadden zij geen vrouw’, moet derhalve betrekking hebben op het dienen van Jehovah God met volledige toewijding.

Veel gehuwde mensen gedragen zich alsof hun huwelijk het enige is wat in het leven belangrijk is. Zij maken zich er zo bezorgd over hun huwelijkspartner te behagen, dat ook al worden geestelijke dingen misschien niet volledig genegeerd, ze toch op zijn minst worden veronachtzaamd. Een christelijke echtgenoot beseft echter dat zijn verhouding tot God de eerste plaats in zijn leven moet innemen. Hij moet met zijn gehele hart voor Jehovah leven (Rom. 14:8). Zijn liefde voor God moet niet minder exclusief zijn dan die van ongehuwde personen. Wèlke situatie zich ook zou kunnen ontwikkelen, hij dient niet toe te laten dat zijn huwelijk een belemmering vormt voor zijn gepaste dienst voor God als een toegewijde discipel van de Heer Jezus Christus. Dit zou in overeenstemming zijn met Jezus’ woorden: „Indien iemand tot mij komt en zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, en zelfs zijn eigen ziel niet haat [in een mindere mate liefheeft], kan hij mijn discipel niet zijn.” — Luk. 14:26; vergelijk Matthéüs 10:37.

Paulus’ raad dient niet opgevat te worden in de betekenis dat christelijke echtgenoten hun vrouw moeten negeren en hen moeten behandelen alsof zij niet bestonden. Integendeel, Paulus gelastte christenen te Éfeze: „Mannen [behoren] hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief, want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het” (Ef. 5:28, 29). Een christelijke echtgenoot dient zijn verantwoordelijkheden die hij als een getrouwde man heeft, derhalve niet te veronachtzamen. Te allen tijde moet hij echter Paulus’ raad opvolgen door zijn gehele leven rondom zijn verhouding tot God op te bouwen. Hij zal erop toezien dat zijn huwelijk niet zijn hele leven vult maar er zoveel mogelijk toe bijdraagt dat hij in een goede verhouding staat tot God.

De vermaning van de apostel Paulus moet ook gezien worden in het licht van de hoop welke degenen koesterden tot wie hij schreef. Degenen tot wie hij zich richtte (gehuwde mannen en vrouwen, alsook ongehuwde personen) waren door de geest gezalfde christenen die het vooruitzicht bezaten na hun dood en opstanding met de Heer Jezus Christus in de hemel verenigd te worden. Alle aardse banden en relaties, met inbegrip van huwelijksbanden, zouden uiteindelijk dus volledig eindigen en nooit meer worden hervat. Aardse verdrietelijkheden, vreugden of bezittingen zouden hen niet naar de hemel vergezellen. Aangezien zij alle aardse dingen zouden achterlaten, moesten zij niet toelaten dat zulke dingen een al te belangrijke plaats in hun leven zouden innemen.

Bovendien zouden de dingen zelfs gedurende hun levensduur op aarde niet noodzakelijkerwijs gelijk blijven. De apostel Paulus zette dit als volgt uiteen: „Het toneel van deze wereld is bezig te veranderen.” Het was dus onverstandig wanneer christenen zich al te veel hechtten aan verhoudingen en bezittingen die niet blijvend waren. Indien zij dit zouden doen, zou het verlies van hun vrouw, een vriend of zelfs van stoffelijke bezittingen tot gevolg kunnen hebben dat zij zo ontmoedigd werden dat zij hun kostbare verhouding tot God opgaven. — 1 Kor. 7:30, 31.

In deze tijd kunnen dienstknechten van Jehovah God die de hoop koesteren leven op aarde te verwerven, eveneens voordeel trekken van Paulus’ geïnspireerde vermaning. Ook in hun geval zijn aardse bezittingen en verhoudingen niet blijvend. Tijd en onvoorziene omstandigheden treffen alle mensen en beroven hen soms van bezittingen, vrienden en huwelijkspartners. Niemand dient te verwachten dat Jehovah materiële bezittingen door de „grote verdrukking” heen zal bewaren. Jehovah heeft beloofd ons leven te zullen bewaren, niet materiële bezittingen. Het allerbelangrijkste in het leven van elke christen dient dus niet het huwelijk, bezittingen of een ander aards belang te zijn, maar een goede verhouding tot God. Ons leven is van het handhaven van die verhouding afhankelijk.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen