Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 15/7 blz. 424-427
  • Een bedienaar van het evangelie die altijd op stap is

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een bedienaar van het evangelie die altijd op stap is
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • THUIS ONDER VEEL VRIENDEN
  • HET GOEDE NIEUWS MET ANDEREN DELEN
  • FINANCIËN
  • VREUGDE DIE NIET MET GELD TE KOOP IS
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1976
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1976
  • Voor de eerste maal van huis tot huis
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1974
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1974
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 15/7 blz. 424-427

Een bedienaar van het evangelie die altijd op stap is

Zoals verteld door ANGELO CATANZARO

IK BEN al sinds 1947 een bedienaar van het evangelie die altijd op stap is. In dat jaar stelde het Wachttorengenootschap mij aan om een kringopziener of reizende bedienaar van het evangelie te zijn, die de toewijzing heeft gemeenten van Jehovah’s christelijke getuigen te bezoeken ten einde deze op te bouwen en aan te moedigen. Ik ben echter slechts een van de ongeveer tweeduizend reizende opzieners die in verschillende delen van de wereld dienst verrichten, en ik zou u graag iets willen vertellen over het werk dat wij verrichten.

Om te beginnen reizen wij erg veel. Door mijn toewijzingen heb ik in tweeënveertig staten van de Verenigde Staten dienst verricht, te beginnen in Georgia. Aangezien wij zoveel reizen, zult u zich misschien afvragen waar wij eigenlijk verblijf houden.

THUIS ONDER VEEL VRIENDEN

Mijn vrouw en ik logeren in de huizen van onze christelijke broeders en zusters, die gaarne bereid zijn de faciliteiten die zij hebben met ons te delen. In grote steden hebben wij vaak gelogeerd bij mensen die slechts drie kamers hebben. En zij staan er vaak op dat wij in hun bed slapen terwijl zij op de bank slapen.

Eens logeerden wij in het huis van een van onze christelijke zusters wier echtgenoot een jood en geen Getuige was. Hij was erg onder de indruk van het feit dat wij zo gelukkig waren, en dat zonder dat wij een salaris kregen zoals de geestelijken van de christenheid. Er bevond zich in deze stad, Portsmouth in Ohio, een kleine joodse groep, en er kwam altijd een rabbijn om de diensten voor hen te leiden. Maar hij stond erop dat hij een vaste betaling van $75 ontving voor de één uur durende dienst die hij leidde. Bovendien ontving hij de giften welke die dag tijdens de dienst waren opgehaald.

Met het oog op dit alles kon de joodse man in wiens huis wij logeerden dan ook nauwelijks geloven dat wij niet alleen in particuliere huizen logeerden, maar ons werk ook zonder salaris verrichtten. Elke dag vroeg hij mij ervaringen te vertellen die wij bij onze prediking van huis tot huis hadden opgedaan. En herhaaldelijk merkte hij op dat hij wist dat zijn rabbijn voor geld werkte en niet uit liefde voor God en de gemeente.

Toen de tijd aanbrak dat ik in die week een openbare lezing zou houden, vroeg deze joodse man: „Nodigt u mij niet uit om naar uw lezing te luisteren?” Hij bezocht de lezing en is sindsdien een geregelde bezoeker geweest van de vergaderingen van Jehovah’s christelijke getuigen.

Soms werden wij uitgenodigd om bij mensen te logeren die geen Getuigen waren, hoewel zij wel belangstelling hadden voor de bijbelse boodschap. In Ardmore, in Oklahoma, brachten wij een week bij zo’n familie door. Zowel de man als de vrouw waren kettingrokers die tot diep in de nacht opbleven om te lezen. De sigarettenrook kringelde door de kieren van onze slaapkamerdeur heen en maakte ons ’s nachts wakker. Maar voordat wij ’s ochtends weggingen en nadat wij van onze predikingsactiviteit waren thuisgekomen, stelden zij ons altijd vele bijbelse vragen.

Welnu, toen er zes maanden later een congres werd gehouden, behoorde dit echtpaar tot degenen die gedoopt werden. Zij rookten niet meer en voelden zich als lofprijzers van Jehovah veel gelukkiger. Gedurende ons verblijf bij hen waren zij diep onder de indruk gekomen van het vertrouwen dat wij in Jehovah stelden en van het feit dat wij hen steeds weer naar de bijbel verwezen voor het antwoord op de problemen van het leven.

HET GOEDE NIEUWS MET ANDEREN DELEN

Wanneer wij een gemeente van Jehovah’s getuigen bezoeken, houdt mijn werk veel meer in dan het uitspreken van bijbelse lezingen voor de gemeente. Ik besteed een groot gedeelte van mijn tijd door met mijn christelijke broeders en zusters in het predikingswerk van huis tot huis samen te werken. Op deze wijze kan ik mijn ervaring met anderen delen, terwijl ook ik leer door te zien welke methoden zij gebruiken om rechtgeaarde mensen in de omgeving met de bijbelse boodschap te bereiken. Het werpt dus wederzijdse voordelen af wanneer wij met onze christelijke broeders en zusters samenwerken.

Ik heb in het predikingswerk met mensen uit alle leeftijdsgroepen samengewerkt. Zo werkte ik nog niet zo lang geleden samen met een drieënnegentigjarige vrouw die als een volle-tijdpredikster werkzaam is. Ik heb ook met een kleuter van vier jaar samengewerkt. In het laatstgenoemde geval vertelde ik de huisbewoners dat de kleine jongen die bij mij was, oefende om een prediker te worden en ’dat hij u iets wil vertellen’. Hij overhandigde hun dan een strooibiljet en nodigde hen uit voor een openbare bijbeltoespraak.

Als wij met de mensen over Gods koninkrijk en de komende rechtvaardige Nieuwe Ordening praten, horen wij vaak commentaren zoals: „Waarom hebben onze geestelijken ons deze dingen niet verteld?” Ik heb veel mensen ontmoet die toegeven dat hun predikanten, priesters en rabbijnen in gebreke zijn gebleven hun een deugdelijke hoop te schenken. Vaak klagen zij dat de geestelijken uitsluitend belangstelling schijnen te hebben voor geld en hun persoonlijke gemak. Zulke huisbewoners komen ervan onder de indruk dat wij hun, zonder kosten, Gods Woord en een grootse hoop schenken.

Aangezien wij zoveel reizen, prediken wij tot allerlei mensen. Wij moeten derhalve te weten zien te komen op welke manier wij verschillende mensen het beste kunnen helpen. Vaak vinden wij het wenselijk huisbewoners ertoe te brengen zich te uiten doordat wij hun vragen stellen. Maar niet alle mensen laten zich op deze wijze gemakkelijk in een gesprek betrekken. Wij hebben bijvoorbeeld in Indianenreservaten in het Westen gepredikt, en hoewel de meeste Indianen niet veel zeggen, letten zij goed op en nemen waar. Wij hebben gemerkt dat wij de Indianen het beste kunnen helpen door vriendschap met hen te sluiten en hun te tonen dat wij werkelijk belangstelling voor hen hebben. Zij bemerken al gauw dat de Getuigen onpartijdig zijn met betrekking tot iemands ras en nationaliteit, en allen met het juiste respect bejegenen.

Aan de andere kant zijn er mensen die graag hun ideeën willen uiten. Als wij hun vragen zouden stellen en niet naar hun mening zouden luisteren, zouden zij ons dit kwalijk nemen. Zo kwam ik aan een deur waar een arts opendeed, en wij kregen een gesprek over de hedendaagse achteruitgang in de moraal. Toen ik hem vroeg of hij dacht dat er een oplossing bestond, uitte hij zijn mening en sprak hij enige tijd zonder door bijzondere opmerkingen van mijn zijde onderbroken te worden. Toen hij klaar was, merkte ik punten van overeenstemming op. Tegen het einde van ons gesprek zei hij dat hij het heel erg op prijs had gesteld dat mijn metgezel en ik hem de gelegenheid hadden geboden zich te uiten. Hij nam vier bijbelse studiehulpmiddelen en er werden regelingen getroffen om hem opnieuw te bezoeken.

In grote steden, zoals New York, merken wij dat veel mensen bang zijn en zelden voor vreemden opendoen. Toch doen wij ons best om enkele bijbelse gedachten bij hen achter te laten, waarbij wij, indien mogelijk, rechtstreeks door het kijkgaatje met hen spreken. Zij zien ons, maar wij zien hen niet — behalve misschien een oogbol.

Toen ik bij een zekere gelegenheid door het kijkgaatje met een dame sprak, zei ze dat ze datgene wat ik uit de bijbel aan haar had voorgelezen erg mooi vond maar dat zij niet van plan was de deur open te maken. Toch wilde zij graag het bijbelse studiehulpmiddel hebben dat ik haar aanbood. Daarom zei ze mij het in de brievenbus te leggen. Toen wij even later terugkwamen, was het boek verdwenen en lag er een bijdrage voor in de plaats.

FINANCIËN

De mensen vragen vaak hoe het werk van Jehovah’s getuigen wordt gefinancierd en hoe ik het in dit opzicht zelf klaarspeel. Het werk van Jehovah’s getuigen wordt net als in het geval van de vroege christenen door vrijwillige bijdragen bekostigd. De meeste getuigen van Jehovah ondersteunen zichzelf doordat zij een wereldse betrekking hebben. Als een volle-tijd kringopziener ontvang ik van het Wachttorengenootschap $7 per maand (vroeger $5) voor persoonlijke uitgaven — indien dit bedrag wordt aangevraagd — en ook nog een bescheiden som eens per jaar voor kleding. Maar er wordt goed voor ons gezorgd, aangezien onze christelijke broeders en zusters buitengewoon gastvrij en goed zijn. Evenals de apostel Paulus zijn wij tevreden met voedsel, onderdak en kleding. — 1 Tim. 6:8.

Toen wij eens in Indianapolis, in Indiana, waren, werden al onze kleren uit onze geparkeerde en goed afgesloten auto gestolen. Maar wij werden niet in behoeftige omstandigheden achtergelaten. Onze liefdevolle christelijke broeders en zusters zagen er prompt op toe dat wij passende kleding ontvingen.

Op zekere keer verscheen ik in een radioprogramma waarin de presentator de mensen vaak een beetje belachelijk probeert te maken. Nadat ik had opgemerkt dat ik $5 per maand ontving, keek hij naar mijn pak en zei: „Ik zou zo’n pak niet kunnen kopen als ik $5 per maand kreeg.”

„Welnu”, legde ik uit, „het pak, de schoenen, de sokken, het overhemd en de das heb ik allemaal gekregen van mijn liefdevolle christelijke broeders en zusters die weten wat voor werk wij doen. Wij vragen hier niet om. Maar zoals de bijbel zegt, is ’de werkman . . . zijn loon waard’” (1 Tim. 5:18). Nadat ik had uitgelegd dat wij ons werk uit liefde voor anderen doen, merkte de joodse presentator op dat geestelijken, met inbegrip van joodse rabbijnen, niet zo zouden kunnen leven als wij.

Wanneer ik vragen beantwoord, ben ik vaak in de gelegenheid uit te leggen dat wij, als Jehovah’s getuigen, ons niet ten doel stellen geld te verdienen. Wij werken allen samen om mensen te helpen Jehovah te leren kennen en zijn goedkeuring te verwerven.

VREUGDE DIE NIET MET GELD TE KOOP IS

Hoewel wij veel waardering hebben voor alles wat onze christelijke broeders en zusters voor ons hebben gedaan en nog steeds voor ons doen, is de belangrijkste reden waarom wij dit predikingswerk verrichten, dat Jehovah het heeft geboden. Onze dienst vormt een uiting van onze liefde voor hem. En als vergoeding krijgen wij iets beters dan geld — de grootse vreugde en voldoening te weten dat wij datgene doen wat God ons wil laten doen.

Soms wordt er wel eens aan mij gevraagd wat mij in het kring- en districtswerk speciale vreugde heeft geschonken. Welnu, ik denk dat een van de meest in het oog springende vreugden is, te zien dat Jehovah’s zegen op ons werk rust. Indien wij Gods leiding en zegen zoeken in plaats van ons te ergeren omdat iets niet wordt gedaan zoals wij dit graag zouden zien, zal God onze krachtsinspanningen met groei zegenen (1 Kor. 3:6, 7). Het zien van deze groei schenkt ons een diepe en voldoening schenkende vreugde.

De hartelijke gastvrijheid die wij van onze christelijke broeders en zusters ontvangen, is vanzelfsprekend ook een reden voor grote vreugde. In welk andere werk zou men naar vrijwel elke plaats in de Verenigde Staten kunnen reizen en de hartelijkheid, vriendelijkheid en gastvrijheid genieten die wij ervaren? In welke richting wij ook reizen, in tweeënveertig staten, er is geen stad waar Getuigen wonen waar wij niet hartelijk verwelkomd zouden worden en een logeeradres zouden vinden.

Dan is er de vreugde zoveel christelijke broeders en zusters te leren kennen die Jehovah al vele jaren achtereen loyaal dienen. Velen zijn Jehovah en zijn organisatie door dik en dun trouw gebleven en zij vormen een bron van inspiratie voor ons. Ook is er de vreugde zoveel nieuwelingen — met schapen te vergelijken personen — in de gebieden waar wij dienst verrichten, Jehovah’s organisatie te zien binnenkomen en er een klein aandeel aan te hebben hen te helpen in geestelijk opzicht te groeien — dit vormt op zichzelf reeds een grootse beloning.

Het is waar dat het leven dat wij leiden ons niet in staat stelt lang op een bepaald adres te blijven, maar mijn dienst als een bedienaar van het evangelie die altijd op stap is, heeft mij onnoemelijk veel vreugde geschonken die met geen geld te koop is.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen