Gilead zendt meer zendelingen uit voor de oogst
TOEN Jezus verklaarde: „De oogst is . . . groot . . . Smeekt daarom de Meester van de oogst werkers in zijn oogst uit te zenden”, hadden zijn toehoorders er niet van gedroomd dat dit nu precies was wat de Wachttoren-Bijbelschool Gilead meer dan 1900 jaar later zou doen (Luk. 10:2). Maandag, 5 maart, was bijvoorbeeld weer een Gilead-graduatiedag, ditmaal voor de vierenvijftigste klas. Er werden nog vierennegentig zendelingen meer uitgezonden om zich bij de duizenden te voegen die in deze „tijd van het einde” reeds hard in de „oogst” werken.
Het programma begon om 1.55 n.m. Na het openingslied en gebed, werden er door een aantal sprekers enkele zeer aanmoedigende toespraken gehouden. Een van de leraren, U. Glass, zei tot de afstuderenden: „In de niet al te verre toekomst breekt er een dag aan die de laatste zal zijn waarop jullie tot iemand in dit oude samenstel van dingen zullen prediken. Maar tussen nu en die ’laatste dag’ zal jullie geloof hevig op de proef worden gesteld. Als jullie echter elke dag getrouw zijn in jullie bediening, zullen jullie, wanneer die ’laatste dag’ van jullie predikingswerk komt, ’een reden tot lof en heerlijkheid en eer bevonden . . . worden’.” — 1 Petr. 1:6, 7.
„Om te slagen, moeten jullie de juiste geestesgesteldheid bezitten”, verklaarde het hoofd van de school, E. Dunlap. Hij haalde de geestesgesteldheid van de apostel Paulus en de Heer Jezus Christus aan als juiste voorbeelden om na te volgen. Voortbouwend op deze voortreffelijke gedachten, sprak de bijkantooropziener van de Verenigde Staten, M. Henschel, vervolgens over waardering hebben voor juiste waarden, waarbij hij de waarde van stoffelijke bezittingen tegenover geestelijke rijkdommen stelde. Om dit te bewijzen, toonde hij de aanwezigen verschillende geldsoorten — schelpengeld van de Zuidzee-eilanden, bezettingsgeld, gedrukt door de Japanners gedurende de Tweede Wereldoorlog, en een oude Britse shilling, die thans alle heel weinig waarde hebben. Zelfs het Amerikaanse tiendollarbiljet dat hij liet zien, heeft veel van zijn vroegere waarde verloren. Hoe verstandig is de raad „vrij [te] zijn van de liefde voor geld”. — Hebr. 13:5.
De drukkerijdienaar, M. Larson, herinnerde de afstuderenden eraan dat hun omgang met de Bethelfamilie feitelijk deel uitmaakte van hun opleiding, om hen te helpen in hun toewijzing te blijven. Hoe dan wel? Welnu, er zijn hier zeventig personen, zo zei Larson, die langer dan 28,6 jaar op Bethel hebben gewerkt, de gemiddelde leeftijd van deze klas! Wat een voortreffelijke voorbeelden zijn zij!
De Betheldienaar, G. Couch, vertelde hoe bijzonder goed deze klas met kennis van geestelijke dingen was gevoed. Maar hoe succesvol zij als zendelingen zouden blijken te zijn, zou ervan afhangen hoe verstandig zij deze kennis zouden aanwenden om anderen te helpen.
Na het voorlezen van meer dan twintig telegrammen en speciale groeten aan de afstuderenden uit alle delen van de wereld, hield de vice-president, W. F. Franz, vervolgens een dynamische lezing. In de loop van de lezing stelde hij de afstuderenden een paar interessante vragen: ’Hebben Jehovah’s getuigen hun hoogtepunt overschreden? Geloven jullie zendelingen dat? Is dat de geestesgesteldheid die jullie bezitten als jullie naar het zendingsveld vertrekken? Volstrekt niet. Jullie geloven dat het hoogtepunt nog vóór ons ligt en wij zijn vastbesloten het te bereiken.’
Het hele programma culmineerde in de toespraak van de president, N. H. Knorr, getiteld: „Je geloof wordt bewezen door je lippen”, een toespraak gebaseerd op Romeinen 10:8-10. ’Onze lippen’, zo verklaarde Knorr, ’hebben heel wat met ons geloof in Jehovah God te maken. Maar voordat het op je lippen kan komen, moet het eerst in je hart zitten, want uit het hart spreekt de mond. Jullie hebben in de afgelopen vijf maanden getoond dat jullie geloof bezitten. Nu vertrekken jullie als zendelingen om jullie lippen te gebruiken ten einde je geloof te bewijzen . . . want geloof zonder werken is dood.’ — Jak. 2:14-26
De studenten ontvingen vervolgens een enveloppe met hun toewijzing. De zestien ongehuwde broeders, vijf ongehuwde zusters en veertien echtparen waren uit zes verschillende landen gekomen. Nu werden zij naar drieëntwintig landen gezonden.
Na een onderbreking voor de avondmaaltijd, waren de 2061 aanwezigen gereed om van het avondprogramma te genieten, met als hoogtepunten twee bijbelse drama’s. Het eerste was getiteld „Schreeuwt, want Jehovah heeft u de stad gegeven!” Meer dan een onderhoudende uitbeelding van de dringende situatie in de oude stad Jericho, doordrong het drama allen van de huidige dringende situatie welke degenen die thans door Rachab en haar huisgezin worden afgebeeld tot haast aanzet.
Het tweede bijbelse drama heette: „De ijver voor uw huis zal mij verteren.” Ook dit was zeer ontroerend, want het behandelde vele gebeurtenissen uit de dynamische bediening van Jezus Christus. Het bracht stellig iedere aanwezige ertoe zich af te vragen of ook hij in de korte tijd die er nog rest een zelfde loopbaan van volle-tijddienst zou kunnen volgen.
Als er één globale indruk was die deze dag maakte, dan was het wel deze: Het hoogtepunt is nog niet bereikt, want de Meester van de oogst blijft meer werkers uitzenden voor de wereldomvattende inzameling.