Zij zijn navolgers van Jezus Christus
TOEN Jezus Christus zijn apostelen een les in nederigheid gaf, zei hij: „Ik heb u het voorbeeld gesteld, opdat ook gij zoudt doen zoals ik u heb gedaan” (Joh. 13:15). Jezus’ ware discipelen dienen derhalve navolgers van hem te zijn. Anderen dienen te kunnen zien dat zij het voorbeeld van hun Meester, Christus, navolgen. Kan dit van de leden van de kerken der christenheid worden gezegd? En wat valt er van Jehovah’s christelijke getuigen te zeggen ? Volgen zij het voorbeeld van de Meester na? Beschouwt u eens enkele voorbeelden:
GEEN DEEL VAN DE WERELD
Jezus Christus handhaafde strikte neutraliteit ten aanzien van de wereldaangelegenheden. Met betrekking tot zichzelf en zijn volgelingen kon hij zeggen: „Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben” (Joh. 17:16). Kan dit worden gezegd van hen die tot de kerken van de christenheid behoren? Bewijst de geschiedenis van het verleden en het heden niet dat kerkleden actief in gewelddadige politieke en religieuze oorlogen betrokken zijn geweest? Nemen katholieken en protestanten in Noord-Ierland bijvoorbeeld niet hun toevlucht tot gewelddaad welke aan burgeroorlog grenst? Maar wat is de houding van Jehovah’s getuigen aldaar? Handhaven zij hun neutraliteit?
Eén vrouw vertelt over de tijd toen zij nog geen gedoopte Getuige was het volgende:
„Op een avond had ik mijn zuster op bezoek die katholiek is. Daar zij het over de religieuze en politieke haat had waardoor het land werd geteisterd, legde ik haar uit hoe wij als Jehovah’s getuigen de situatie bezien en dat wij altijd christelijke neutraliteit handhaven en het koninkrijk van God voorstaan. Ik kon zien dat zij betwijfelde of dit waar was. Toen werd ons gesprek onderbroken door een klop op de deur.
Ik kwam tegenover twee mannen te staan die zeiden dat zij functionarissen waren van het plaatselijke comité tot behoud van de vrede en dat zij inlichtingen over mijn man wilden hebben — zijn naam, leeftijd, enzovoort. Zij zeiden dat men hem nodig zou hebben om onze wijk tegen terroristische activiteiten te beschermen. Zij zeiden ook dat zij wekelijks contributie zouden komen ophalen voor het opwerpen van barricaden en voor verband, zaklantaarns en dergelijke benodigdheden. Ik legde zonder aarzelen uit dat wij aan geen enkele beweging zouden meedoen die niet gebaseerd was op Gods Woord. Ik toonde ook aan waarom wij neutraal waren en hoe Gods koninkrijk de problemen van de mensheid zal oplossen. Een van de mannen knikte begrijpend, alsof hij dit al eerder gehoord had. Daarop gingen beiden weg.
En mijn katholieke zuster? Zij had het hele gesprek gevolgd en verkeerde niet langer in verwarring over hetgeen ik gezegd had, maar was verbaasd onze beginselen in werking te zien.”
Een man die in hetzelfde verdeelde land met Jehovah’s getuigen de bijbel bestudeert, vertelt zijn ervaring met protestantse burgerwachten:
„Ik werd benaderd door een buurman die mij vroeg een buurtvergadering bij te wonen om een rooster voor [protestantse] burgerwachtpatrouilles uit te werken. Toen ik hem zei dat mijn geweten mij niet toeliet aan dergelijke diensten mee te doen, antwoordde hij dat ik zou moeten komen om mijn redenen uiteen te zetten. Op de desbetreffende vergadering waren ongeveer twaalf mannen aanwezig die mij grondig ondervroegen naar de redenen voor mijn weigering. Zij zeiden mij dat ik slechts aan de ene zijde of aan de andere zijde kon staan, niet er tussenin, ’òf katholiek, òf protestant’. Ik legde uit dat aangezien ik met Jehovah’s getuigen de bijbel bestudeerde, mijn geweten mij niet zou toestaan bijbelse beginselen aangaande christelijke neutraliteit geweld aan te doen.”
Een van de mannen ging in tegen een latere bewering van deze bijbelonderzoeker dat het verrichten van burgerwacht met politiek te maken had. Maar toen de bijbelonderzoeker hem vroeg of hij, als protestant, ook de wacht zou houden in een katholieke straat, antwoordde degene die de tegenwerping had geuit: „Nee, beslist niet.” Daarop zei de bijbelonderzoeker: „Dat betekent dus dat ik me ermee zou inlaten zowel in een politieke als in een religieuze kwestie partij te kiezen.” Hij weigerde.
DE TREURENDEN TROOSTEN
In overeenstemming met zijn opdracht troostte Jezus Christus de treurenden (Jes. 61:1-3; Luk. 4:18, 19). Zijn boodschap was bijzonder troostrijk voor degenen die bedroefd waren over hun geestelijke toestand (Matth. 5:4). Net als Jezus Christus grijpen Jehovah’s getuigen in deze tijd gelegenheden aan om anderen met Gods Woord te troosten.
Dit werd door een van Jehovah’s getuigen in West-Berlijn gedaan. Terwijl zij de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! op straat aan de mensen aanbood, kreeg zij een vrouw in het oog die met enkele kennissen stond te praten. Deze vrouw zag er heel bedroefd uit. Hoe langer ze sprak, des te bedroefder ze werd, totdat ze ten slotte in tranen uitbarstte. Toen de anderen weggingen, zocht ze tevergeefs naar een zakdoek. Net toen ze van plan was een stuk papier van een pakje af te scheuren, trad de Getuige op haar toe en bood haar twee papieren zakdoekjes aan.
Dit kleine gebaar verschafte de gelegenheid voor een lang gesprek over de boodschap van de bijbel en de hoop die daarin wordt geboden voor de doden. Daar de man van deze vrouw nog maar kort geleden was gestorven, was de Getuige in staat haar te troosten, hoewel de vrouw geen geloof had. De mogelijkheid haar man terug te zien, scheen haar te onwezenlijk toe.
Elke marktdag ontmoetten de Getuige en deze vrouw elkaar. De diepe smart van de vrouw verdween telkens wanneer er gedachten uit Gods Woord werden besproken. Ten slotte nodigde zij de Getuige uit bij haar thuis te komen en er werd een geregelde bijbelstudie begonnen. Wat een voorrecht Gods Zoon na te volgen door aldus treurenden met bijbelkennis te troosten!
AANDACHT SCHENKEN AAN DE JEUGD
Jezus Christus was ook bereid aandacht aan kinderen te schenken (Matth. 19:13, 14). Zijn voorbeeld ter harte nemend, trachten Jehovah’s getuigen jongeren te helpen tot een nauwkeurige kennis van de bijbel te komen.
Het volgende gebeurde enkele jaren geleden in Sierra Leone:
Terwijl een van Jehovah’s getuigen een bijbellezing hield, merkte hij op hoe een jongen dichter bij het podium probeerde te komen. Aan de gezichten van de volwassenen in de zaal was te zien dat zij er ontstemd over waren. Gedachtig aan Jezus’ houding tegenover kinderen, onderbrak de spreker echter zijn lezing en nodigde hij de jongen uit te gaan zitten en te luisteren. De jongen deed dit.
Toen de spreker na afloop van de lezing naar zijn eigen dorp was teruggekeerd, zag hij de jongen met nog een oudere jongen langs het bospad naar zijn huis toe komen. Klaarblijkelijk gestimuleerd door wat de jongere jongen hem had verteld, stelde de oudere jongen nu vele vragen. De Getuige maakte een afspraak om de bijbel met beide jongens te bestuderen. Het duurde niet lang of zij bezochten elke vergadering in de plaatselijke Koninkrijkszaal. Na enkele maanden werd de oudere jongen een opgedragen, gedoopte getuige van Jehovah en de jongere volgde kort daarna.
DEGENEN HELPEN OP WIE WORDT NEERGEZIEN
Jezus Christus gaf geestelijke hulp aan degenen op wie werd neergezien. Daarom klaagden sommigen: ’Ziet! Een vriend van belastinginners en zondaars’ (Matth. 11:19). Wegens Jezus’ belangstelling voor mensen die als zondaars bekendstonden, kwamen deze personen tot berouw en werden zij discipelen van hem. Net als Jezus Christus zijn Jehovah’s getuigen in deze tijd bereid mensen die een slechte reputatie hebben, te helpen Gods weg te leren kennen en hun leven daarmee in overeenstemming te brengen.
Een zendelinge in Panama begon een bijbelstudie met een vrouw (geen geboren Panamese) die er in een brief aan het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in dat land om had gevraagd. Hoewel zij moeder was van een zeventienjarige jongen, werkte zij op contractbasis als „barmeisje”. Ondanks haar beroep nam zij de studie echter heel serieus op. Zij wilde tweemaal per week studeren en ging met dat doel naar de Koninkrijkszaal.
Na korte tijd begon deze vrouw aan enkelen van de andere zestien meisjes die op dezelfde plaats werkzaam waren, over haar bijbelstudie te vertellen. Later vroeg zij aan de zendelinge of een van de andere meisjes aan de studie zou mogen meedoen. Spoedig hierna begonnen beide vrouwen de gemeentelijke Wachttoren-studie in de Koninkrijkszaal te bezoeken en vertelden zij aan de andere vijftien meisjes wat zij er leerden. Het resultaat was dat twee van die meisjes eveneens de bijbel wilden bestuderen.
Week na week kwamen alle vier naar de Koninkrijkszaal voor hun studie, alsook voor de gemeentelijke Wachttoren-studie. Vaak werden zij door hun „vrienden” gebracht. Naarmate hun bijbelkennis toenam, begonnen zij zich heel beschaamd te voelen. Zij verlangden naar de tijd dat zij rein en met opgeheven hoofd naar de Koninkrijkszaal konden komen, zoals zij van de anderen die daar bijeenkwamen konden zien. Omstreeks deze tijd liepen zowel hun contract bij de bareigenaar als hun vergunning om in het land te verblijven, af. Dit gaf hun een zekere mate van voldoening en vreugde, daar zij overwogen de verschrikkelijke levenswijze waarin zij verzonken waren geraakt, de rug toe te keren. Toen hun contract was afgelopen, gingen alle vier naar hun respectieve landen terug.
De vrouw die het eerst met de studie was begonnen, werd door een van haar „vrienden” ten huwelijk gevraagd zodra zijn echtscheiding erdoor kwam. Maar zij verklaarde hem dat zij niet met hem kon trouwen daar zij de bijbel opvolgde en de soort van echtscheiding die hij kreeg, daarin niet werd toegestaan. In haar eigen land bleef deze vrouw vorderingen maken. Later schreef zij aan de zendelinge: „Je kunt je mijn vreugde niet indenken wanneer ik schrijf dat mijn moeder en ik vorige week beiden op onze kringvergadering zijn gedoopt. Mijn zoon hoopt op de volgende kringvergadering gedoopt te worden. Ik heb een cafetaria om in het onderhoud van mijn gezin te voorzien. Sinds ik mijn oude persoonlijkheid heb weggedaan en de nieuwe persoonlijkheid heb aangedaan, ben ik heel gelukkig en heb ik werkelijke vrede en zekerheid gevonden.”
Een van de andere meisjes schreef eveneens aan de zendelinge om haar te vertellen dat ook zij als een van Jehovah’s christelijke getuigen was gedoopt.
Deze ervaringen tonen aan dat er zelfs in deze tijd mensen zijn die Jezus Christus navolgen. Als u zich graag wilt verbinden met mensen die er oprecht naar streven volgens die hoge maatstaven te leven, moedigen wij u ertoe aan uzelf ervan te overtuigen dat Jehovah’s christelijke getuigen dat inderdaad doen.