Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w72 15/8 blz. 483-486
  • De mens — gemaakt voor de aarde

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De mens — gemaakt voor de aarde
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VIERENTWlNTIG-UUR-RITMEN IN DE MENS
  • ANDERE KLOKKEN IN DE MENS
  • WANNEER DE MENS ZIJN TEHUIS VERLAAT
  • De onzichtbare „klokken” in de schepping
    Ontwaakt! 1986
  • Wordt uw leven beïnvloed door de maan?
    Ontwaakt! 2000
  • Hoe staat het op het ogenblik met de bemande ruimtevaart?
    Ontwaakt! 1972
  • Ruimteonderzoek — Wat zal de toekomst brengen?
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
w72 15/8 blz. 483-486

De mens — gemaakt voor de aarde

WIJ weten uit eigen ervaring dat wij de aarde nodig hebben. Ze voorziet in al onze stoffelijke behoeften, zoals voedsel, water en kleding. En wie geniet niet van de schoonheid van de aarde, van haar majestueuze bergen, stille wouden en kolkende brandingen?

Een chemische studie van het menselijk lichaam onthult dat alle elementen ervan in de grond om ons heen kunnen worden aangetroffen. Dit is in overeenstemming met de bijbelse verklaring dat de mens „uit stof van de aardbodem” werd gemaakt (Gen. 2:7). Het is interessant dat de bijbel ons vertelt dat de eerste mens Adam werd genoemd, een naam die met „aardse mens” vertaald kan worden. God droeg de mens op voor de aarde te zorgen. In Psalm 115:15, 16 wordt zelfs aangetoond dat de aarde als ’s mensen tehuis aan de mens werd „gegeven”.

Maar op het ogenblik experimenteert de mens met de verkenning van de ruimte. Zou het ook kunnen zijn dat de mens net zo geschikt is voor leven op een andere planeet? Als hij werkelijk voor de aarde werd gemaakt, dient dit dan niet uit nog meer te blijken dan uit zijn behoefte aan lucht, water en voedsel?

Op de planeet Jupiter duurt een ’dag’ bijvoorbeeld slechts ongeveer tien uur. Maar Jupiters ’jaar’ komt overeen met ongeveer twaalf jaren van de aarde. Zou de mens zich met enige ervaring niet goed aan zulke tijdsfactoren kunnen aanpassen? Is hij werkelijk voor de tijdschema’s van de aarde gemaakt? Het getuigenis van de hedendaagse wetenschappelijke, opinie omtrent deze aangelegenheid is van belang.

Professor J. D. Palmer van de New York-​universiteit zegt: „Het is heel duidelijk dat het vermogen om periodes van ongeveer vierentwintig uur af te meten, een aangeboren eigenschap is van protoplasma”, dat in alle levende organismen op deze aarde, met inbegrip van de mens, wordt aangetroffen. F. A. Brown, hoogleraar in de biologie aan de Northwestern-universiteit, zegt: „Er bestaan in de mens op de klok afgestemde ritmische systemen van 24 uur.”

Zulke dagelijkse ’klokken’, soms ’biologische klokken’ genoemd, worden juister aangeduid als „circadische ritmen” (van het Latijnse circa, dat „ongeveer” betekent, en dies, dat „dag” of „ongeveer een dag” betekent), aangezien de meeste ritmen niet precies vierentwintig uur duren.

VIERENTWlNTIG-UUR-RITMEN IN DE MENS

De cyclus van slapen en waken wordt wel de belangrijkste van zulke ritmen in de mens genoemd. Van elke periode van vierentwintig uur brengen de meeste mensen ongeveer acht uur door met slapen en zestien uur met activiteit. Hebt u die cyclus ooit proberen te veranderen, door bijvoorbeeld een nachtrust over te slaan? U kunt dat niet lang volhouden, is het wel? Uw lichaam zal hiertegen in opstand komen.

Experimentele pogingen om de vierentwintig-uur-cyclus van slapen en waken te veranderen, hebben geen succes opgeleverd. Zo zegt N. Kleitman, een deskundige die de slaap in al zijn facetten heeft bestudeerd: „Pogingen om een 12-uurritme in de mens in te stellen, hebben alle gefaald. . . .De in ons laboratorium gedane poging om een 48-uurritme te ontwikkelen, hebben evenmin succes gehad.” ’s Mensen slaapgewoonten geven te kennen dat hij voor een vierentwintig-uur-cyclus werd gemaakt.

Men beweert dat ook de lichaamstemperatuur zo’n vierentwintig-uur-ritme volgt. De gemiddelde temperatuur van een gezond mens is 37 °C. Maar deze varieert elke dag ongeveer twee graden de lichaamstemperatuur is constant lager in de ochtenduren en hoger in de middag.

Men neemt aan dat de meeste chemicaliën die in het lichaam worden afgescheiden, een vierentwintig-uur-schema volgen. Beschouw bijvoorbeeld eens wat een leerboek uit 1968 over de hormonen zegt die door de bijnieren en hypofyse worden afgescheiden:

„Omstreeks 3 uur v.m. zorgt de hypofyse voor een stimulans van de ACTH-activiteit, welke omstreeks 6 uur v.m. een hoogtepunt bereikt. Kort daarna treedt er in het plasmaniveau een snelle stijging op van cortisol en de derivaten ervan. Het is alsof de batterijen gedurende de slaap worden geladen ten einde ’s ochtends, als de persoon ontwaakt, gereed te zijn om ’aan de slag te gaan’. In de loop van de gehele dag is er een geleidelijke achteruitgang, zodat tegen middernacht het laagste cortisolniveau wordt bereikt. Er is bij benadering een tweevoudig verschil tussen het hoogtepunt in de vroege ochtenduren en het dieptepunt ’s avonds.

Maar laten wij nu eens veronderstellen dat iemand overdag slaapt en ’s avonds actief is. Oefenen dergelijke omstandigheden invloed uit op het vierentwintig-uur-ritme van deze klieren? Deze bron vervolgt met te zeggen:

„Het ritme van de bijnieractiviteit is onafhankelijk van de slaap, zoals blijkt bij nachtwerkers, die hun oorspronkelijke ritme behouden; het staat niet rechtstreeks met het gezichtsvermogen in verband, aangezien bij blinde personen dezelfde dagelijkse schommelingen zijn waargenomen als bij normale personen.” — Textbook of Endocrinology, uitgegeven door R. H. Williams, M.D.

Men is van mening dat ook in veel andere delen en processen van het menselijk lichaam een geregeld circadisch ritme is aangetoond. Volgens doktoren die zijn verbonden aan de Baylor College of Medicine in Houston, Texas, behoudt zelfs een „gedenerveerd donorhart een overeenkomstig circadisch ritme”. — Science, 14 augustus 1970.

Aangezien zoveel ritmen met de lengte van de op aarde geldende dag, vierentwintig uur, overeen schijnen te komen, is het begrijpelijk dat sommige geleerden een ’kosmisch’ verband tussen de twee suggereren. Zo zegt professor Brown dat de ’klok’ in de levende schepselen op aarde door natuurlijke geofysische cyclussen in beweging wordt gezet. Hoewel deze zienswijze niet algemeen wordt aanvaard, zijn weinig deskundigen bereid de mogelijke waarde ervan geheel buiten te sluiten. Welnu, zouden deze ritmen in de buitenaardse ruimte veranderd kunnen worden?

Niet volgens het boek The Physiological Clock (uitgave van 1967) door professor E. Bünning, die opmerkt: „Onderzoekingen op het gebied van de ruimtevaart hebben aangetoond dat mensen zich eveneens slechts in beperkte mate kunnen aanpassen aan een omgeving die aanzienlijk van de 24-uurperiodiciteit afwijkt.” Professor Bünning concludeert dat al het bewijsmateriaal de waarheidsgetrouwheid bevestigt van de verklaring die destijds in de achttiende eeuw door de Duitse arts C. W. Hufeland werd gedaan: „De periode van vierentwintig uur . . . is, als het ware, de eenheid van onze natuurlijke chronologie.”

De mens hoort inderdaad in een omgeving thuis die op een vierentwintig-uur-schema is gebaseerd.

ANDERE KLOKKEN IN DE MENS

Circadische ritmen zijn niet de enige ’klokken’ die in de mens worden aangetroffen. Andere onderzoekers berichten dat er bewijzen bestaan voor een cyclus die op een aards jaar is gebaseerd. Een artikel in de Scientific American van april 1971 vermeldt over een zo’n onderzoek: „Gedurende de 15 jaar dat dit object werd bestudeerd, bleek er een uitgesproken jaarlijks ritme te bestaan.”

Hoe staat het met de maan? De bijbel toont aan dat de maan, evenals de zon, door de mens gebruikt zou worden om de tijd aan te geven; er komen in de bijbel verwijzingen voor naar de maanmaand van 29,5 dagen (1 Kon. 6:37). De hedendaagse feiten geven te kennen dat de maan invloed uitoefent op vele vormen van dierlijk leven, zoals oesters. Ook de getijden op aarde worden voornamelijk veroorzaakt door de aantrekking van de maan.

Dit bracht een schrijver in Science Digest ertoe te vragen: „Indien [de maan] een rechtstreekse aantrekkingskracht op zowel levende [dierlijke] weefsels als de zeeën ken uitoefenen, waarom zou ze dan ook niet enige invloed op mensen uitoefenen?” Er blijken enige interessante overeenkomsten te bestaan tussen de maancyclus en de mensheid.

Twee ervan worden door professor Palmer besproken:

„Zelfs in elementaire leerboeken wordt beweerd dat de menstruele cyclus gemiddeld 28 dagen duurt . . . Een nauwkeurige herbestudering van de gegevens die door vroegere onderzoekers zijn verzameld . . . heeft nu aan het licht gebracht dat de werkelijke gemiddelde periode van de menselijke menstruele cyclus 29,5 dagen bedraagt — de precieze lengte van de synodische maand. Men ontdekte tevens dat de gemiddelde zwangerschapsperiode — de tijd die tussen de bevruchting en de bevalling ligt — precies negen maanmaanden (266 dagen) bedraagt.” — Natural History, april 1970.

Dat men zich van zulke schijnbare overeenkomsten bewust is, bracht de hierboven aangehaalde Science Digest-​schrijver ertoe te vragen: ’Is dit puur toeval?’

Is het ook mogelijk, zoals sommigen hebben verondersteld, dat evenals er duidelijke vierentwintig-uur-ritmen zijn, „er inherente protoplasmische ritmen zijn die dezelfde periodiciteit hebben als de maancyclus”?

Men geraakt ook doordrongen van het feit dat de aarde ’s mensen tehuis is wanneer men beschouwt wat er gebeurt wanneer hij de aarde verlaat en de ruimte in gaat.

WANNEER DE MENS ZIJN TEHUIS VERLAAT

Buiten de aarde, zijn tehuis, bevindt de mens zich in een onnatuurlijke omgeving. De buitenaardse ruimte zelf is buitengewoon dodelijk; men behoeft er slechts heel even in te vertoeven om erdoor gedood te worden. Zelfs wanneer de mens in de buitenaardse ruimte van een speciale uitrusting is voorzien, wordt hij omringd door gevaren die niet in zijn natuurlijke omgeving bestaan.

Een van deze gevaren is de gewichtloosheid. Doordat deze een verzwakkende uitwerking heeft op de bloedsomloop, zou een mens bij zijn terugkeer naar de normale zwaartekracht van de aarde gedood kunnen worden. Er moeten dus speciale methoden worden uitgedacht om de bloedstroom van mensen die zich in de ruimte bevinden te controleren. Deze maatregelen, die op aarde niet nodig zijn, zijn bij ruimtevluchten niet geheel en al succesvol gebleken.

Zo ondervonden twee Russische kosmonauten in 1970 na een recordvlucht in de Sojoez 9, die als een ’volledig succes’ werd beschreven, bij hun terugkeer naar de aarde naar verluidt moeilijkheden om zich weer aan de zwaartekracht van de aarde aan te passen. Niet alleen hadden zij gedurende de vlucht de gebruikelijke gewichtloosheid en verandering in spiertonus ervaren, maar gedurende ongeveer tien dagen daarna „hadden zij ook last van een mate van instabiliteit in hun cardiovasculaire stelsel en kampten zij met slaapmoeilijkheden”. Problemen met het onderscheiden van kleuren ten gevolge van een gebrekkige oogcoördinatie werden ook aan de langdurige afwezigheid van de zwaartekracht toegeschreven.

Al deze moeilijkheden vormen over het al gemeen geen problemen voor gezonde mensen in hun aardse tehuis. Maar, wat belangrijker is, willen de mensen graag ver van de aarde vertoeven? Beschouw degenen eens die in de ruimte zijn geweest. Zij hebben enkele frappante verklaringen afgelegd waardoor zowel direct als indirect te kennen wordt gegeven dat de aarde werkelijk ’s mensen tehuis is.

Toen de bemanning van de Apollo 8 in een baan van ongeveer 100 kilometer boven het oppervlak van de maan rondcirkelde, beschreven zij deze als „een uitgestrekte, eenzame, afschrikwekkende, kale lege vlakte” en een niet „uitnodigende plaats om te wonen of te werken”. De uit drie personen bestaande bemanning las uit het bijbelboek Genesis voor en legde er de nadruk op dat de aarde hierin als ’goed’ wordt beschreven.

Twee Russische kosmonauten hebben in 1970 naar verluidt „naar ’aards voedsel’ gehunkerd”. En vorig jaar juni, slechts enkele uren voor zijn dood met twee andere kosmonauten tijdens hun terugkeer naar de aarde in de Sojoez 11, zond de veteraanruimtevaarder V. N. Volkov een boodschap uit waarin hij over de aarde zei: „Wanneer je naar beneden kijkt, krijg je heimwee. Je verlangt naar zonneschijn en frisse lucht en wilt in de bossen wandelen.” Ook hij wist dat de aarde ’s mensen tehuis is.

Ja, de mens behoort tot in de kleinste bijzonderheden bij de aarde. En de aarde is in alle opzichten ideaal geschikt voor hem. Dit feit wordt door wetenschappelijke onderzoekingen ondersteund. De bijbel heeft dit reeds duizenden jaren lang gezegd. Kunt u daarom geen vertrouwen stellen in wat de bijbel zegt over Gods voornemen, namelijk dat hij deze aarde binnenkort tot een paradijs zal maken, vrij van alle goddeloosheid? — Matth. 6:9, 10; Luk. 23:43; Openb. 21:4, 5.

[Illustratie op blz. 484]

De slaapgewoonten van mensen duiden erop dat de mens voor een vierentwintig-uur-cyclus werd gemaakt

[Illustratie op blz. 485]

De maan oefent veel invloed op de letterlijke aarde en haar schepselen uit. Is het puur toevallig dat er overeenkomsten bestaan tussen de maancyclus en de voortplantingsfuncties van het lichaam van een vrouw?

[Illustratie op blz. 486]

Buiten zijn aardse tehuis wordt de mens omringd door allerlei gevaren; zo kan de uitwerking die gewichtloosheid op de bloedsomloop heeft, een mens bij zijn terugkeer naar de zwaartekracht van de aarde doden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen