Een inzameling die de gehele mensheid aangaat
1. Waarom zijn veel mensen verontrust, maar wat dient ons gelukkig te maken?
NU ER uit alle delen der wereld verontrustende berichten binnenkomen over opstootjes, stakingen, demonstraties, sluipmoorden, guerrilla-activiteit en financiële onrust, vragen veel mensen zich af wat dit allemaal te betekenen heeft. Evenals in het geval van de opstijgende dampbellen van een kokende, dikke substantie of de bobbels op gistend deeg, weet niemand wanneer de volgende uitbarsting zal komen. Het is buitengewoon betekenisvol dat zowel de bijbelse chronologie als de profetieën te kennen geven dat deze generatie in een uiterst kritieke tijd voor de mensheid leeft, precies wat in de afgelopen jaren door steeds meer geschiedschrijvers, geleerden en mensen van wereldvermaardheid is aangetoond. In een beschouwing van de betekenis van onze tijd dient Jezus’ gelijkenis van een grote oogst, die het einde van de huidige maatschappijstructuur zou kenmerken, niet over het hoofd gezien te worden (Matth. 13:24-30, 36-43). Voordat u dit verslag als alleen maar een geschiedenis, iets wat niet voor ons van belang is, van de hand wijst, gelieve u acht te slaan op Jezus’ commentaar: „Wanneer iemand het woord van het koninkrijk hoort maar de betekenis ervan niet begrijpt, komt de goddeloze en rukt weg wat in zijn hart is gezaaid.” Onderzoek derhalve, opdat dit u niet zal overkomen, eerst het verslag om te zien of de feiten inderdaad in onze tijd passen. Door dit te doen, kunt u tot degenen gaan behoren over wie Jezus zei: „Gelukkig zijn uw ogen echter omdat ze zien, en uw oren omdat ze horen.” — Matth. 13:19, 16.
2. Van welke gebeurtenissen maakte Jezus melding in verband met het besluit van dit samenstel van dingen?
2 Jezus’ uitleg van deze gelijkenis aan zijn discipelen treffen wij vanaf Matthéüs 13:37 in de bijbel aan: „De zaaier van het voortreffelijke zaad is de Zoon des mensen; het veld is de wereld; het voortreffelijke zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk; maar het onkruid zijn de zonen van de goddeloze, en de vijand die het zaaide, is de Duivel. De oogst is een besluit van een samenstel van dingen, en de oogsters zijn engelen. Zoals daarom het onkruid wordt verzameld en met vuur wordt verbrand, zo zal het ook gaan in het besluit van het samenstel van dingen. De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk verzamelen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen. . . . In die tijd zullen de rechtvaardigen helder schijnen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, hij luistere.”
3. Wat is de betekenis van Jezus’ oogstgelijkenis?
3 Ruim 1900 jaar geleden plantte Jezus goed zaad in de mensenwereld toen hij de christelijke gemeente stichtte. Maar al spoedig was Satan actief door met onkruid te vergelijken namaakchristenen te midden van het goede zaad te zaaien. Gedurende de tussenliggende eeuwen totdat de oogsttijd in 1919 G.T. begon, nadat Jezus’ teken van de „laatste dagen” in 1914 in vervulling was begonnen te gaan, werd het dit onkruid toegestaan te zamen met het goede zaad op te groeien. Sinds het begin van deze oogsttijd is er onder het toezicht van engelen een scheidingswerk verricht (Matth. 24:31). Het onderscheid tussen ware en valse christenen is duidelijk waarneembaar geworden, aangezien de engelen werkzaam zijn geweest om „alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven” uit te zuiveren (Matth. 13:41). Evenals elke oogst kort duurt vergeleken bij de groeiperiode, zal ook deze tijd van oogst en scheiding kort duren totdat de „grote verdrukking” een einde maakt aan de laatsten van de oogst van met onkruid te vergelijken namaakchristenen, „onkruid” dat gedurende de eeuwen sinds de dood van de apostelen is opgekomen.
4. Welke tegenstelling bestaat er tussen ware en valse christenen?
4 Indien u graag het einde van dit samenstel van dingen zou meemaken, hetgeen het einde zal betekenen van opstootjes, misdaad, gevechten en ellende, beschouw dan verder de bewijzen dat wij in de tijd leven waarin deze wereldomvattende oogst, die aan het einde van dit samenstel van dingen voorafgaat, als een vervulling van de profetieën plaatsvindt. Merk op hoe Christus’ gezalfde volgelingen thans reeds geruime tijd „helder schijnen als de zon” door de mensen in te lichten over de zegeningen welke Gods koninkrijk van rechtvaardigheid aan alle „mensen van goede wil” zal schenken, in duidelijke tegenstelling tot de oorlogvoerende, discriminerende, door misdaad gekenmerkte handelwijze van degenen die beweren christelijk te zijn maar die goed werden afgebeeld als onkruid dat bij de vijand Satan is ontstaan. Merk ook de overeenkomsten op tussen onze tijd en gebeurtenissen die zich omstreeks het einde van het samenstel van dingen vóór de Vloed voordeden. Wanneer wij dit doen, zullen wij niet tot degenen behoren die zich afvragen wat er allemaal gaat gebeuren, maar zullen wij ons erover verheugen dat wij weten welke hoop God ons voor ogen stelt.
EEN KRITIEKE TIJD
5. (a) Welk onderscheid maakte Jezus tussen het „besluit” van het samenstel van dingen en het „einde” (telos) ervan? (b) Wat wordt door de bijbelse chronologie te kennen gegeven?
5 Iedereen zou graag willen weten hoe lang het huidige samenstel nog zal voortduren en wanneer Gods voornemen op dezelfde volledige wijze op aarde verwezenlijkt zal worden als in de hemel. Jezus antwoordde dat ’dit goede nieuws van het koninkrijk op de gehele bewoonde aarde zou worden gepredikt en dat dan het einde zou komen’. Volgens de Griekse bijbeltekst gebruikte hij hier het woord telos of „einde”, ten einde wat hij bedoelde te onderscheiden van de sunteleia of „het besluit” van het samenstel van dingen, de oogstperiode, waarin wij thans leven. (Vergelijk Matthéüs 24:3, 6, Diaglott.) Hoe dicht wij ons precies bij het einde van het huidige verdeeldheid veroorzakende samenstel van dingen bevinden, kan niet worden voorzegd, aangezien Jezus berichtte dat zelfs hij ten tijde van zijn aardse bediening niet de dag of het uur wist (Matth. 24:36). De bijbelse chronologie, die te kennen geeft dat Adam in het najaar van het jaar 4026 v.G.T. werd geschapen, zal ons echter op het jaar 1975 G.T. brengen als de datum die 6000 jaar menselijke geschiedenis kenmerkt, waarna er nog 1000 jaar moeten volgen voor Christus’ koninkrijksregering. Ongeacht wanneer de datum voor het einde van dit samenstel ook mag aanbreken, het is duidelijk dat de overgebleven tijd kort is, met minder dan zes volle jaren die ons tot het einde van 6000 jaar menselijke geschiedenis resten (1 Kor. 7:29). Dit stemt overeen met Jezus’ woorden dat het geslacht dat met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 zou leven, niet zou voorbijgaan totdat het einde komt. Er blijft voor personen die rechtvaardigheid liefhebben derhalve slechts een korte tijd over om God te tonen dat zij in zijn „ark” van bescherming wensen te zijn en willen leven om van de zegeningen van het nieuwe samenstel van dingen getuige te zijn. — Matth. 24:34-42.
6. Wat zeggen sommige commentators over de huidige wereldtoestanden?
6 Waarnemers van de wereldtoestanden hebben eveneens de onheilspellende neigingen waargenomen die over de gehele wereld kenbaar zijn. In het tijdschrift Time werd zelfs vermeld wat J. Piccard had gezegd, namelijk dat hij er ”ernstig aan twijfelde” of de mensheid wel het einde van de eeuw zou halen, aangezien de moderne technologie „niet veel anders is dan een wijdverbreide vernietigende verontreiniging die van invloed is op de lucht die wij inademen, het water dat wij drinken en het land dat wij bewerken”. In overeenkomstige bewoordingen betoogde professor B. Commoner, van de Washington-universiteit, dat de aarde heel binnenkort niet meer geschikt zal zijn voor bewoning. Hij zei dat wij „een crisis [naderen] waardoor de geschiktheid van de aarde als een plaats voor de menselijke maatschappij te niet gedaan kan worden”. Toen dit geslacht nog maar kort bestond, verklaarde de geschiedschrijver H. G. Wells: „Er is in de aangelegenheden van de mensheid duidelijk een dringende behoefte ontstaan aan een grote scheppende krachtsinspanning . . . Het is heel duidelijk dat tenzij er een eenheid van doelstelling in de wereld bereikt kan worden, tenzij het steeds gewelddadiger en rampspoediger wordende oorlogsgevaar kan worden afgewend, . . . de geschiedenis van de mensheid heel binnenkort haar hoogtepunt zal vinden in de een of andere ramp waardoor de ramp van de Grote Oorlog wordt herhaald en overtroffen en welke chaotische maatschappelijke toestanden teweegbrengt, gevolgd door een degeneratief uitstervingsproces.” J. Reston gaf hier in de New York Times van 11 juni 1967 terecht het volgende commentaar op: „Dit is thans zelfs nog passender dan toen Wells deze profetische woorden aan het einde van de Eerste Wereldoorlog uitsprak.”
HET CHRISTELIJKE STANDPUNT
7. In welk opzicht nemen christenen een ander standpunt in, en wat zei Jezus over hetgeen wij dienen te doen?
7 Christenen onderschrijven echter niet het pessimistische standpunt van de heer Wells dat het menselijke geslacht de vernietiging tegemoet gaat. Zij zijn realistisch en begrijpen de kritieke betekenis van de wereldgebeurtenissen die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan; toch hebben zij een verzekerde hoop voor de toekomst. Zij herinneren zich Jezus’ woorden: „Als nu deze dingen beginnen te geschieden, richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt. Schenkt echter aandacht aan uzelf, dat uw hart nooit bezwaard wordt met overmatig eten en overmatig drinken en zorgen des levens, en die dag plotseling, in een ogenblik, over u komt als een strik. Want hij zal komen over allen die op de gehele aardbodem wonen. Blijft dan wakker, te allen tijde smekend dat gij erin moogt slagen te ontkomen aan al deze dingen die stellig gaan geschieden, en te staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen.” — Luk. 21:28, 34-36.
8. (a) Welke veranderingen zijn noodzakelijk voor degenen die Gods Woord aanvaarden? (b) Hoe wordt Jehovah’s onverdiende goedheid ten toon gespreid?
8 Zij erkennen dat Christus’ loskoopoffer de basis is voor christelijke hoop en voor alle leven in Jehovah’s nieuwe samenstel. Zoals Paulus aan de gemeenten in Galatië schreef, „heeft [Jezus] zichzelf voor onze zonden gegeven om ons te bevrijden van het tegenwoordige goddeloze samenstel van dingen, volgens de wil van onze God en Vader” (Gal. 1:4). Nu het oude samenstel, waarvan Satan de god is verdwijnt en het nieuwe samenstel onder Christus heerschappij van kracht wordt, is het voor ons gebiedend noodzakelijk de handelwijze die tot vernietiging leidt, te verlaten Paulus schreef dan ook in Efeziërs 2:2-7: „Gij [hebt] eens . . . gewandeld overeenkomstig het samenstel van dingen van deze wereld overeenkomstig de heerser van de autoriteit der lucht, de geest die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid. Ja, onder hen hebben wij allen ons eens in overeenstemming met de begeerten van ons vlees gedragen, doende de dingen die het vlees en de gedachten wilden, en wij waren van nature kinderen der gramschap, evenals de overigen. Maar God, die rijk aan barmhartigheid is, heeft ons wegens zijn grote liefde, waarmee hij ons heeft liefgehad, te zamen met de Christus levend gemaakt, zelfs toen wij dood waren in overtredingen — door onverdiende goedheid zijt gij gered — en hij heeft ons mede opgewekt en ons mede plaats doen nemen in de hemelse gewesten in eendracht met Christus Jezus, opdat in de toekomende samenstelsels van dingen de alles overtreffende rijkdom van zijn onverdiende goedheid getoond zou worden in zijn goedgunstigheid jegens ons in eendracht met Christus Jezus.”
9. Waarom is het niet gemakkelijk God getrouw te dienen, maar welke vooruitzichten hebben degenen die dit doen?
9 Of u dus de hoop hebt deel uit te maken van de „kleine kudde”, die in de hemelse gewesten met Christus verenigd zal worden, of van de „andere schapen”, die zich hier op aarde in leven zullen verheugen, door Jehovah’s onverdiende goedheid kunt u naar de wonderbare zegeningen uitzien die in deze toekomende samenstelsels van dingen verwezenlijkt zullen worden (Luk. 12:32; Joh. 10:16). Het zal niet gemakkelijk zijn in deze tijd met het nieuwe samenstel voor ogen te leven. Dezelfde vijand, Satan, die het lastige, bedrieglijke onkruid in de christelijke gemeente heeft gezaaid, zal ook u moeilijkheden veroorzaken. Misschien zult u vervolging of tegenstand van de zijde van uw gezin of familieleden te verduren krijgen als u eraan deelneemt de heldere waarheid die Jehovah door middel van zijn organisatie bekendmaakt, te weerspiegelen. Velen hebben echter een dergelijke druk overwonnen, terwijl zij zelfs hun huis en familie verlieten om het goede nieuws in verafgelegen plaatsen in het buitenland te prediken voordat het einde komt. Door kameraadschappelijke omgang met mensen van hetzelfde geloof in de Nieuwe-Wereldmaatschappij, zijn zij gezegend met honderden geestelijke broeders en zusters, moeders en kinderen, en zelfs huizen, met het vooruitzicht op eeuwig leven in het nieuwe samenstel van dingen. — Mark. 10:29, 30.
10. Hoe is de „grote verdrukking” van invloed op de gehele mensheid?
10 Houd met betrekking tot het lot dat degenen te wachten staat die de vriendschap van de wereld boven de vriendschap van God verkiezen, in gedachten dat „God . . . zich er niet van heeft weerhouden een wereld uit de oudheid te straffen, maar Noach, een prediker van rechtvaardigheid, met zeven anderen veilig heeft bewaard, toen hij een geweldige vloed over een wereld van goddeloze mensen bracht” (2 Petr. 2:4, 5). In die tijd werden alle mensen die Jehovah’s regeling voor redding hadden verworpen, verdelgd. Zoals Jezus had voorzegd, zijn de toestanden thans net als in Noachs dagen, en dit samenstel met al zijn ondersteuners zal binnenkort in de ”grote verdrukking” worden vernietigd, maar wederom zullen degenen die God met geest en waarheid dienen, deze verdrukking overleven. Nu is het voor ons derhalve de tijd handelend op te treden ten einde er zeker van te zijn dat wij in leven zullen blijven. — Rom. 10:13.
PROFETISCHE OVEREENKOMSTEN
11. (a) Hoe komt de situatie thans overeen met die in Jezus’ tijd? (b) In welke zegeningen kunnen christenen zich thans verheugen?
11 Evenals in Noachs tijd, liet Jehovah in Jezus’ tijd niet alleen een waarschuwing geven voor de komende vernietiging maar bereidde hij degenen die hem dienden ook voor op wat er zou komen. In Noachs tijd werd de ark gebouwd. In Jezus’ tijd begon er een christelijk samenstel van dingen vorm aan te nemen. De christelijke en de joodse regeling vielen gedeeltelijk samen. De tempel stond nog steeds in Jeruzalem en de priesters offerden nog steeds slachtoffers, zelfs nadat het nieuwe verbond was gesloten. Zo is het ook in onze tijd: hoewel wij midden in het oude samenstel van dingen onder Satans bestuur leven, komen toch degenen van Christus’ „andere schapen”, die de waarheid leren kennen, onder het christelijke samenstel van dingen, dat gedurende de oorlog van Armageddon als een ark van bescherming voor hen zal dienen. Na Armageddon zullen zij vervolgens de voordelen genieten van de „toekomende samenstelsels van dingen” (Ef. 2:7; Mark. 10:30). Het huidige christelijke samenstel zal voortduren totdat het laatste lid van Christus’ geestelijke lichaam zijn aardse loopbaan te eniger tijd na Armageddon voltooit. Tegen die tijd zal Satans tegenwoordige goddeloze samenstel van dingen zijn vervangen door Jehovah’s nieuwe samenstel, zijn nieuwe hemelen en nieuwe aarde waarin rechtvaardigheid zal wonen (Ef. 1:10). Hoewel opgedragen dienstknechten van Jehovah in de laatste dagen leven van een samenstel dat onder Satans toezicht staat, kunnen zij de voordelen genieten van het christelijke samenstel van dingen dat nog steeds werkzaam is (Hebr. 1:2). Ons geweten wordt niet langer gekweld door schuldgevoelens; wij hebben thans een nieuwe, geestelijke tempel met Jezus Christus als de fundament-hoeksteen; wij ontvangen de voordelen van zijn volmaakte slachtoffer, dat werkelijk zonden wegwast; wij hebben een nieuwe wet, die op ons hart is gegrift, een nieuwe middelaar, een nieuw verbond en vele andere geestelijke zegeningen. En deze dingen vormen nog maar een voorproefje van de zegeningen die nog in het verschiet liggen.
ONDERWIJS TEN LEVEN
12. Welk grootse werk wordt thans verricht, en waarom?
12 Sinds 1935 G.T. hebben de gezalfde, met tarwe te vergelijken „zonen [erfgenamen] van het koninkrijk”, die zijn geoogst, een „grote schare” „andere schapen” bijeengebracht. Duizenden worden in het aardse nieuwe samenstel opgeleid en onderwezen ten leven. In 1969 berichtten Jehovah’s getuigen een hoogtepunt van 1.336.112 personen die gunstig op de in Openbaring 14:6, 7 opgetekende aankondiging van de engel reageerden door actief het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken. Aangezien Jezus voorzei dat dit getuigeniswerk op de gehele bewoonde aarde verricht zou worden voordat het einde zou komen, wekt het geen verbazing dat het over de gehele aarde in 203 landen werd verricht en dat er 239.769.076 uren aan deze levengevende christelijke bediening werden besteed. Er werden geregeld 1.097.237 gratis bijbelstudies bij geïnteresseerde personen geleid. De gezalfde „rechtvaardigen” gaan ermee voort „helder [te] schijnen als de zon” en het waarheidslicht te laten uitstralen, en terwijl zij dit doen, zijn de vooruitzichten voor groei in het werk en voor degenen die met de Nieuwe-Wereldmaatschappij zijn verbonden, schitterend, zoals blijkt uit het prachtige bezoekersaantal van 2.719.860 tijdens de Gedachtenisviering. Met het oog op de aanhoudende expansie van het werk aan deze zijde van de „grote verdrukking” heeft de Watchtower Bible and Tract Society pas geleden een groot drukkerijgebouw in Brooklyn gekocht, plus nog extra woonruimte voor de staf van het hoofdbureau, die nu in totaal uit 1300 opgedragen personen bestaat. Er zijn onlangs nieuwe bijkantoren gebouwd in Cameroun, Brazilië en Dahomey, en ook op Cyprus, de Fidzji-eilanden, Puerto Rico en Barbados. Dus ook al leven wij in de „tijd van het einde” voor dit oude samenstel, toch spoedt Jehovah’s organisatie zich snel voorwaarts zolang de weg hiervoor open is.
13. (a) Wat voor soort van tegenstand hebben Jehovah’s getuigen ontmoet? (b) Hoe reageren zij hierop?
13 Dit werk wordt echter niet zonder tegenstand gedaan, want Satan weet dat de tijd die voor dit oude samenstel is overgebleven, heel kort is (Openb. 12:12, 17). Op Cuba en in Malawi, Zambia, Algerië, de Verenigde Arabische Republiek en andere landen hebben regeringsfunctionarissen Jehovah’s getuigen belemmerd christelijke vergaderingen te bezoeken. Het is niet ongewoon wanneer bijbelse lectuur verbeurd wordt verklaard en wanneer Jehovah’s getuigen worden geslagen. Er zijn de laatste tijd veel pogingen gedaan om christenen ertoe te dwingen een verklaring te ondertekenen waarin zij hun geloof verloochenen, beloven niet meer te vergaderen en overeenkomen met de Koninkrijksbediening op te houden. Zij weten dat zulk een tegenstand is voorzegd en dat Jehovah deze als een beproeving heeft toegelaten (Matth. 24:9). Zij zijn echter vastbesloten getrouw tot het einde te volharden ten einde de kroon des levens te verwerven. — Openb. 2:10.
14, 15. (a) Welke heilzame resultaten vloeien er uit de bediening voort? (b) Wat zegt Jesaja over het leren van rechtvaardigheid?
14 Intussen vervult het voortreffelijke opvoedkundige werk dat onder de auspiciën van de Watch Tower Bible and Tract Society wordt verricht, zijn doel. De Koninkrijksboodschap wordt over de gehele aarde gepredikt. Duizenden hebben in lees- en schrijfklassen die door Jehovah’s getuigen worden geleid, leren lezen; door middel van huisbijbelstudies wordt de mensen een duidelijk begrip gegeven van de Schrift en gevangenen worden uit de Babylonische religieuze gevangenschap bevrijd. Gezinseenheid wordt bevorderd en vijandschappen tussen rassen en stammen onderling worden overwonnen. Duizenden verwerven ervaring als onderwijzers en dienaren. Dit is vooral thans belangrijk, omdat het opvoedkundige werk van Jehovah’s organisatie in het nieuwe samenstel nog verder zal worden uitgebreid. Dat toekomstige onderwijsprogramma wordt kort door Jesaja vermeld: „Het [is] rechtvaardigheid wat de bewoners van het produktieve land stellig zullen leren” (Jes. 26:9). Natuurlijk zullen degenen die uit de dood worden opgewekt, verschillend op deze opleiding in rechtvaardigheid reageren.
15 Degenen die in gebreke blijven de soevereiniteit van Jehovah en zijn recht als regeerder — zijn grootheid — te erkennen, zullen uiteindelijk worden afgesneden en een lot ondergaan dat overeenkomt met dat van het met onkruid te vergelijken element van Jezus’ oogstgelijkenis. In het nieuwe samenstel zal rechtvaardigheid de overhand hebben en het zal degenen die leven onder rechtvaardige toestanden liefhebben, worden toegestaan zich hierin te blijven verheugen.
NOODZAKELIJK THANS HANDELEND OP TE TREDEN
16. Waarom is het thans dringend Jehovah te dienen, en wat dienen wij te doen?
16 De tijd om Gods koninkrijk onder de politieke natiën te prediken en te onderwijzen, is nu heel kort geworden. Het is thans dus voor ons noodzakelijk te tonen dat wij geen deel zijn van het tegenwoordige samenstel van dingen maar dat wij voor het nieuwe samenstel leven en voor de zegeningen die dit zal schenken. Als wij deze „tijd van het einde” voor de natiën willen overleven om ons in Jehovah’s rechtvaardige nieuwe samenstel onder de Koning Christus te verheugen, dienen wij geen tijd verloren te laten gaan. Houd in gedachten dat niet alleen de bijbel over de dringendheid spreekt van de tijd waarin wij leven, maar dat ook wereldleiders ervan hebben getuigd. De paar resterende jaren van dit geslacht geven ons niet veel tijd waarin wij Jehovah kunnen tonen dat wij hem werkelijk willen behagen, zodat ons het voorrecht gegeven zal worden uit zijn hand leven in het nieuwe samenstel van dingen te ontvangen. Wij dienen de aangelegenheden van ons leven zo in te delen dat wij hem tonen wat bij ons werkelijk op de eerste plaats komt. Wij dienen zijn Woord te bestuderen ten einde ons geloof krachtig te houden; ook dienen wij naar de Koninkrijkszaal te gaan ten einde voordeel te trekken van de vergaderingen die door de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse zijn belegd en bovendien dienen wij de waarheid met anderen te delen, vooral nu wij ’de dag zien naderen’. Bent u bereid dit te doen? — Hebr. 10:25.
17. Hoe kunnen wij Jehovah tonen dat wij geen deel van het huidige samenstel zijn, maar wat dienen wij als gevolg hiervan te verwachten?
17 Jehovah kent degenen die door hun handelwijze tonen dat zij hem toebehoren, degenen die hij zal beschermen door het uiterst kritieke einde van deze „tijd van het einde” heen, wanneer het uitzuiveren van alle met onkruid te vergelijken christenen onherroepelijk geëindigd zal zijn. Er wordt in de Schrift geen eenvoudige lijst verschaft van vereisten welke redding verzekeren, maar de oprechte bijbelstudent weet wat Jehovah van hem eist en hij kan het volmaakte voorbeeld volgen dat Jezus gedurende zijn leven van opdracht aan zijn hemelse Vader heeft gesteld. Een „openbare bekendmaking” van de waarheid is één vereiste voor degenen die de hoop van redding hebben (Rom. 10:10). Zelfs hoewel dit haat tot gevolg heeft van de zijde van degenen die meer liefde hebben voor genoegens dan liefde voor God, behoeven wij niet verbaasd te zijn, omdat wij weten dat Jezus zijn dienstknechten heeft gewaarschuwd dat zij „om [zijn] naam voorwerpen van haat [zouden] zijn voor alle mensen; wie echter heeft volhard tot het einde, die zal gered worden”. — Matth. 10:22.
18. Waarom is het thans zo belangrijk Jehovah’s goedkeuring te zoeken?
18 Nu is het derhalve de tijd de goede raad van Zefanja 2:2, 3 op te volgen: „Voordat over ulieden de brandende toorn van Jehovah komt, voordat over u de dag van Jehovah’s toorn komt, zoekt Jehovah, al gij zachtmoedigen der aarde . . . Zoekt rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid. Wellicht zult gij verborgen worden op de dag van Jehovah’s toorn.” God is nergens toe verplicht; alles hangt van zijn barmhartigheid af. Indien wij er dus werkelijk moeite voor doen Jehovah te zoeken, zijn Woord te volgen en hem te dienen ten einde voor zijn barmhartigheid in aanmerking te komen, zullen wij wellicht, door Jehovah’s onverdiende goedheid, verborgen worden met degenen die het einde van dit samenstel overleven om zich in alle zegeningen te verheugen die op de gereinigde aarde in het samenstel na Armageddon voor mensen des geloofs zijn weggelegd.
19. Waaraan dient de inzamelingstijd ons te herinneren?
19 Wanneer wij thans in de oogsttijd mensen hun gewassen zien binnenhalen, dient dit ons derhalve aan Jezus’ illustratie te herinneren en dienen wij te beseffen dat wij in een inzamelingstijd leven, een tijd die in de Schrift wordt beschreven als „de tijd van het einde”, „het besluit van het samenstel van dingen”. Wij zijn er evenwel dankbaar voor dat dit niet het einde van alle stoffelijke dingen beduidt, maar dat wij, dank zij Jehovah’s onverdiende goedheid, een levende hoop hebben, want aan het einde van dit huidige goddeloze samenstel van dingen zal Jehovah’s komende nieuwe ordening van rechtvaardigheid krachtig worden bevestigd, met zegeningen voor allen die dan leven om dit mee te maken.