Waarom de geestelijken uittreden
ELKE maand nemen er honderden priesters en predikanten ontslag. De exodus van geestelijken is als een machtige bergstroom geworden die de kerken op hun grondslagen doet schudden.
De National Catholic Reporter schatte dat alleen al in 1968 minstens 2700 katholieke priesters in de Verenigde Staten hun ambt hebben neergelegd. En het tijdschrift Time bericht: „Elk jaar verlaten wel 3000 protestantse predikanten de kansels in de V.S.”
Overal ter wereld is deze exodus in volle gang. Nederland laat zich ook niet onbetuigd: In 1968 hebben alleen al in het bisdom Haarlem 46 priesters hun ambt neergelegd.
DE MANNEN DIE UITTREDEN
Wie zijn de mannen die ontslag nemen? Zijn het mensen wie het aan bekwaamheden en vermogens ontbreekt?
Nadat de Jezuïtische socioloog E. Schallert een studie had gemaakt van honderden uitgetreden katholieke priesters, merkte hij op: „Degenen die weggaan, behoren tot de beste mannen in de kerk — tot de meest intelligente en ondernemende werkers. . . . Zij zijn qua bekwaamheden topfiguren die in een wereldlijke betrekking een werkelijk goede positie kunnen bekleden.”
Een voorbeeld is C. Davis. Vóór zijn vertrek was hij Engelands meest vooraanstaande en bekende theoloog. Vorig jaar november is ook B. J. Cooke uitgetreden. Hij behoorde tot de belangrijkste katholieke theologen in de Verenigde Staten. Tot degenen die onlangs zijn uitgetreden, behoren vooraanstaande katholieke bisschoppen, J. P. Shannon uit de Verenigde Staten en M. R. C. Ravadero uit Peru. De pauselijke hofhouding ondervond vorig jaar een schok toen een van haar eliteleden, monseigneur G. Musante, uittrad.
Is het betekenisvol dat de exodus door velen van de „beste mannen” wordt geleid? Ja, inderdaad. De voormalige katholieke priester A. MacRae zegt hierover: „De meeste priesters zijn niet toegerust tot het verrichten van ander werk, en dit houdt velen van hen binnen de kerk.”
Nu zijn er echter een aantal bemiddelingsbureaus opgericht om voormalige priesters te helpen zich aan te passen en een betrekking te vinden. De exodus begint dus grotere vormen aan te nemen. Ja, slechts een van deze bemiddelingsbureaus behartigt nu de zaken van ongeveer 165 nieuwe priester-cliënten per maand — 2000 per jaar! J. W. Downing, directeur van een ander bemiddelingsbureau, voorzegt dat tegen 1975 meer dan de helft van de 450.000 protestantse predikanten en katholieke priesters in de Verenigde Staten zullen zijn uitgetreden.
REDENEN VOOR UITTREDING
Maar waarom treden zo velen uit? Het celibaat, op grond waarvan het priesters wordt verboden te huwen, wordt meestal als reden aangevoerd. Het zou echter verkeerd zijn de conclusie te trekken dat het celibaatsvereiste de enige of de belangrijkste reden voor het uittreden van priesters is. Monseigneur M. Bourke uit de stad New York merkte hierover op: „De meesten treden uit omdat zij gefrustreerd zijn in hun werk. Veel jonge mensen worden als adolescenten behandeld en voelen zich beperkt.” De jeugdige C. W. Long, die het priesterschap in 1966 verliet, schrijft te recht: „Ik werd rusteloos, niet wegens het celibaat, maar omdat ik ervan overtuigd raakte dat de dienst die ik mensen kon bewijzen, eerder belemmerd dan bevorderd werd.” Hij maakte melding van de „klucht in een parochie die zich bezighield met het organiseren van kansspelen en het leiden van novenen”. Denkt u ook zo over zulke activiteiten?
Toen C. Wood vorig jaar zomer het priesterschap in Brits-Honduras verliet, merkte hij op: „Het lijkt wel alsof wij zijn komen vast te zitten in de routine van rituelen en traditie . . . zelfs als mij toestemming zou worden verleend morgen te trouwen en van het geheel deel te blijven uitmaken, zou ik toch uittreden.”
Uittredende priesters merken vaak op dat er iets fundamenteel verkeerds is met de Katholieke Kerk. De voormalige priester H. Hooven uit Brooklyn, New York, schrijft: „Er zijn zoveel fundamentele punten bij betrokken . . . ik kan een duidelijk onderscheid maken tussen een werkelijk christelijk religieuze gemeenschap en de typisch katholieke parochie.”
Toen de katholieke theoloog C. Davis vertelde waarom hij uittrad, roerde hij het fundamentele probleem aan. „Hoe meer ik de bijbel bestudeerde”, zei hij, „des te onwaarschijnlijker werden de roomse aanspraken. . . . er bestaat gewoon niet een voldoende sterke bijbelse basis waarop zo’n massief systeem opgetrokken kan worden als waarop de Rooms-Katholieke Kerk aanspraak beweert te maken. . . . Het gebrek aan zorg om de waarheid samen met het ondergeschikt maken van de waarheid aan het gezag en het behoud van het systeem loopt door het gehele instituut.”
Hij voegde hieraan toe: „De kerk als instituut houdt zich alleen met zichzelf bezig en is meer bezorgd om haar eigen gezag en prestige dan om de evangelische boodschap.”
M. R. C. Ravadero, die in 1961 de jongste katholieke bisschop ter wereld werd en die vorig jaar uittrad zei: „Deze atmosfeer was verstikkend voor mij. . . . Ik kon geen hoofd van een Kerk blijven die ik niet begreep.” Hebt u er om soortgelijke redenen over gedacht de kerk te verlaten?
Protestantse predikanten treden eveneens en masse uit, ook al worden hun geen beperkingen op het gebied van het huwelijk opgelegd. Ten einde de oorzaak te weten te komen, stelde de United Church of Christ een enquête in onder 231 van haar vroegere predikanten. De resultaten onthulden dat desillusie en frustratie ten aanzien van de kerk de belangrijkste redenen waren voor het uittreden van de predikanten.
Een voormalige predikant verklaarde: „Toen de kerk waarmee ik was verbonden weigerde het kerklidmaatschap open te stellen voor allen (rassenkwestie), nam ik mijn ontslag.” Een andere verklaarde onomwonden: „Als ik speurend door de gangen loop van de kerk als instituut, vind ik alleen een emotionele en geestelijke leegte.”
In Canada verklaarde de voormalige predikant van de United Church, G. Doney, wat hem er uiteindelijk toe had gebracht uit te treden: „Ik raakte ervan overtuigd dat ik door te blijven het onjuiste onderscheid tussen geestelijken en leken bestendigde.” Hij zei dat van zijn klas van drieëntwintig predikanten die in 1961 afstudeerden, vijf reeds de georganiseerde kerk hadden verlaten en dat vijf anderen op het punt stonden uit te treden.
De geestelijke leegte in hun kerken brengt duizenden religieuze leiders er derhalve toe hetzij hun ambt neer te leggen of de kerk geheel en al te verlaten. Paul-Emile kardinaal Leger, die zeventien jaar lang aartsbisschop van Montreal is geweest, legde uit waarom hij zijn ambt in 1967 neerlegde: „Sommigen vragen misschien, en terecht, waarom ik het schip verlaat op het moment waarop de storm losbreekt. Goed beschouwd heeft juist deze religieuze crisis mij ertoe gebracht de bevelvoerende positie op te geven.”
Dit brengt ons ertoe te vragen: Waarom zou men de kerken van de christenheid nog langer bezoeken wanneer zelfs de geestelijken en masse weggaan? Bestaat er een andere plaats waar men naar toe kan gaan om geestelijk gevoed te worden?
GEESTELIJKEN VINDEN DE BIJBELSE WAARHEID
Sommige geestelijken zijn met een ernstige studie van Gods Woord de bijbel begonnen. In het oosten van de Verenigde Staten kreeg een baptistische predikant in oktober 1968 een exemplaar van het bijbelse studiehulpmiddel De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Hij las het in twee avonden uit en herkende de klank van waarheid. Zijn gemeente stemde erin toe het rijke geestelijke voedsel dat dit bijbelse studiehulpmiddel bevatte, te beschouwen. Zij waren verrukt over hetgeen zij leerden. Na verloop van tijd werd derhalve het kerkgebouw verkocht, terwijl alle gezinnen op één na met Jehovah’s getuigen begonnen te studeren en nu de vergaderingen bijwonen.
In december 1968 hield een negenenzestigjarige geestelijke van de Nazareth Baptist Church in Zuid-Afrika na een periode van bijbelstudie een afscheidspreek waarin hij uitlegde dat hij de kerk verliet omdat hij de weg had gevonden die tot eeuwig leven leidt. Hij neemt nu te zamen met Jehovah’s getuigen deel aan het verbreiden van het goede nieuws van Gods koninkrijk.
Een voorganger van de pinksterbeweging in Uruguay toonde belangstelling voor wat de bijbel over het einde van dit samenstel van dingen had te zeggen. Na met een van Jehovah’s getuigen gesproken te hebben, bezocht hij hun vergaderingen. Hij was ervan overtuigd dat hij de waarheid had gevonden en gaf al spoedig getuigenis aan anderen.
Voorbeelden zoals deze komen steeds meer voor. Veel oprechte geestelijken en kerkgangers zijn zich bewust van de geestelijke leegte in de kerken en zoeken elders naar Gods waarheid. Indien u God en zijn Woord werkelijk liefhebt, dient u dit dan ook niet te doen?
„Ik hoorde een . . . stem uit de hemel zeggen: ’Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen. . . . God heeft zich haar ongerechtigheden herinnerd.’” — Openb. 18:4, 5.