Zij staakten hun kerkbezoek
DE KERKEN van de christenheid verkeren thans in een toestand van achteruitgang. In het ene land na het andere neemt van jaar tot jaar het kerkbezoek af en vermindert tevens de financiële ondersteuning die de kerken wordt geboden. Veel mensen verlaten hun respectieve kerken om wat zij daar hebben meegemaakt en omdat zij naar bijbelse waarheid verlangen. De volgende twee ervaringen laten duidelijk zien wat er gaande is. De eerste komt uit Canada.
„Ik was nog maar heel jong toen ik lid werd van de Pinksterbeweging omdat dit de godsdienst van mijn ouders was. Ik begreep echter dat niet alle godsdiensten het bij het rechte eind konden hebben, aangezien ze veel verschillende en tegenstrijdige opvattingen onderwezen. Ik bezocht daarom vaak mijn predikant van de Calvary Temple in Winnipeg, Canada, om met hem over deze dingen te spreken.
Ik stelde hem vragen over de drieëenheid. Niet eenmaal gaf hij mij een rechtstreeks antwoord, maar hij vertelde mij herhaaldelijk dat het een mysterie was hoe nu precies drie personen één God konden zijn, en dat ik deze leerstelling in geloof moest aanvaarden. Een andere leerstelling van de Pinksterbeweging waar ik mij al vele jaren het hoofd over brak, was dat alle goede mensen naar de hemel zouden gaan. Ik vond dit moeilijk om aan te nemen. Ik vroeg hem: ’Waarom heeft God deze aardbol geschapen? Was hij alleen maar van plan er zich verder niets meer van aan te trekken en ons allemaal in de hemel op te nemen?’
’Ja’, zei mijn predikant dan altijd. Mijn verwarring nam toe, en nog intenser werd mijn zoeken naar de waarheid van God. In 1967 staakte ik mijn bezoek aan de Calvary Temple en begon ik ernstig tot God om leiding te bidden. Niet veel later in dat zelfde jaar voelde ik behoefte van werkkring te veranderen en dit deed ik dan ook, hoewel ik niet begreep waarom. Ik nam een betrekking aan als chef van de huisdierenafdeling in een warenhuis. Ik had een vrouwelijk personeelslid onder mij staan. Wij geraakten in heel wat gesprekken gewikkeld over het leven in het algemeen. Ik kwam al gauw tot de ontdekking dat zij in haar opmerkingen vaak de bijbel aanhaalde. Hierdoor werd ik uit de tent gelokt en het duurde niet lang of ik besefte dat deze vrouw mij de waarheid uit Gods Woord vertelde. Ja, ik wist dat dit het was waar ik altijd naar gezocht had.
Het deerde me niet dat deze nederige vrouw een van Jehovah’s getuigen was, noch dat de meeste mensen een vooroordeel tegen hen schenen te hebben. Ik besefte dat Jehovah’s getuigen de bijbelse waarheid hadden en ik was o zo gelukkig dat ik nu de weg had gevonden om ze te leren kennen.
Ik smeekte deze vrouw letterlijk, geregeld met mij de bijbel te willen bestuderen. Zij en haar echtgenoot begonnen dit te doen. Ik liep zo over van vreugde dat het leek of ik er nooit genoeg van kreeg kennis tot mij te nemen. Twee weken nadat ik was begonnen de bijbel met hen te bestuderen, vroeg ik hun of ik hen in hun predikingswerk van huis tot huis kon vergezellen. Zij waren verrast doch moedigden mij vriendelijk aan eerst nog wat meer kennis van de bijbel op te doen. Ik zegde mijn lidmaatschap van de Pinksterbeweging op, en vanaf mei 1968 ben ik zo gelukkig als een van Gods opgedragen dienstknechten de waarheid met anderen te mogen delen.
Wanneer ik terugzie naar de tijd waarin ik de Calvary Temple bezocht, begrijp ik nu heel goed waarom ik geen duidelijk begrip kon krijgen over hun leerstellingen van de drieëenheid, onsterfelijkheid van de ziel en het hellevuur. De reden was, dat zulke dingen in werkelijkheid niet in de bijbel worden onderwezen.”
De tweede ervaring is afkomstig van een dame in Zuid-Afrika. Zij schrijft:
„Ik behoorde tot de Nederduitse Gereformeerde Kerk hier in Johannesburg, Zuid-Afrika, en mijn zoon, die aan een universiteit studeerde, behoorde tot de methodistenkerk. Op zekere dag spraken wij over onze kerkelijke leerstellingen, en tot onze teleurstelling ontdekten wij dat geen van ons beiden ook maar iets van de bijbel afwist. Wij beseften dat er iets helemaal mis was, maar wij dachten dat het wel aan onszelf zou liggen. Wij besloten daarom in de toekomst met meer aandacht te luisteren naar wat er in de kerk werd gezegd, om te zien wat wij konden leren. In de paar weken die nu volgden, kwamen wij echter tot de ontdekking dat wij, hoe aandachtig wij ook luisterden, toch geen enkel geestelijk voordeel van onze respectieve kerken ontvingen.
Omstreeks deze tijd vond mijn zoon een exemplaar van De Wachttoren in ons huis, en hij stelde voor, dit tijdschrift samen te lezen. Het hoofdartikel handelde over de schitterende hoop die in de bijbel wordt uiteengezet aangaande de mogelijkheid eeuwig op een paradijsachtige aarde te mogen leven. Het was zo helder als kristal. Wij besloten daarom ons onmiddellijk op De Wachttoren te abonneren. Toen er tien dagen waren voorbijgegaan en wij nog niets hadden ontvangen, zochten wij het telefoonnummer op van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap, ten einde naar de reden van de vertraging te informeren. Men legde ons uit dat het iets langer zou duren alvorens wij het tijdschrift zouden gaan ontvangen, maar dat men iemand zou vragen ons te bezoeken en de laatste uitgaven te brengen.
Later, toen een van Jehovah’s getuigen aan de deur kwam, namen wij het aanbod aan, gratis huisbijbelstudie te ontvangen. Nu krijgen wij rijk geestelijk voedsel. Geen van ons beiden ging weer terug naar de kerk. Na onze tweede studie bezochten wij onze eerste vergadering in de Koninkrijkszaal. Wij waren heel verbaasd over de vriendelijkheid en het enthousiasme van iedereen. Sindsdien hebben wij geregeld de vergaderingen van Jehovah’s getuigen bezocht. Wij hebben de prachtige waarheden uit Gods Woord de bijbel leren kennen, waarheden die in de kerken welke wij vroeger bezochten, eenvoudig niet werden geleerd.”
Hoe verstandig van deze mensen om zulke instellingen die bewéren Gods waarheden te onderwijzen doch ze in werkelijkheid níet onderwijzen maar ze zelfs door hun woorden en daden loochenen, te ontvluchten. — Tit. 1:16; Openb. 18:4, 5, 8.