Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 15/12 blz. 750-756
  • Hoe in deze tijd het kwade met het goede te overwinnen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe in deze tijd het kwade met het goede te overwinnen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VOORDELEN VAN ZELFBEHEERSING
  • OPZIENERS
  • DE JUISTE ZIENSWIJZE
  • Het kwade met christelijke goedheid overwinnen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Vergeld niemand kwaad met kwaad
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Zal het goede ooit het kwade overwinnen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • „Vergeld geen kwaad met kwaad” — Waarom niet?
    Ontwaakt! 1974
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 15/12 blz. 750-756

Hoe in deze tijd het kwade met het goede te overwinnen

1, 2. (a) Wat voor kwaads hebben Jehovah’s getuigen in deze eeuw zoal te verduren gehad? (b) Hebben deze dingen hen ervan weerhouden hun werk te verrichten? (c) Waarom hebben Jehovah’s getuigen geprocedeerd? (d) Welke woorden van Jezus hebben hen vertroost?

Jehovah’s getuigen van thans hebben de verplichting het goede nieuws van Gods koninkrijk te verbreiden en in overeenstemming met Gods Woord en wet te leven. Vanwege hun oprechte aanbidding van Jehovah God hebben zij vaak aan hevige vervolging blootgestaan. Sommigen zijn om hun geloof gedood. Anderen zijn gedwongen geweest veel smaad te verduren en onrecht te lijden. Men heeft leugens over hen verteld en hun hun wettelijke rechten ontzegd. Hun kinderen zijn van school weggestuurd. Hun huizen en bezittingen werden vernietigd. Men heeft hun onwettige transfusies opgedrongen. Van sommigen werd hun zaak verwoest en anderen zijn wegens hun geloof hun werk kwijtgeraakt. Hun geschiedenis is op een in het oog lopende wijze gekenmerkt door het vele kwaad dat hun is aangedaan. Ondanks dit alles heeft de Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen echter niet de opdracht uit het oog verloren het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken. Christenen hebben het recht zich in tijd van vervolging wettelijk te verdedigen en Jehovah’s getuigen hebben er veel aan ten koste gelegd om het goede nieuws te verdedigen en wettelijk te bevestigen. — Fil. 1:7.

2 Jehovah’s getuigen zijn dankbaar voor de goede raad en het onderricht in Gods Woord, waardoor zij zijn geholpen een geest van vergelding te vermijden, zodat zij in geen enkel land zijn gaan procederen met de bedoeling wraak te nemen, doch aan Jezus’ woorden in Matthéüs 10:18-28 hebben gedacht: „Gij zult zelfs ter wille van mij voor bestuurders en koningen worden gesleept, hun en de natiën tot een getuigenis. Maakt u er echter, wanneer zij u overleveren, niet bezorgd over hoe of wat gij zult spreken, want in dat uur zal u gegeven worden wat gij moet spreken; want niet slechts gij spreekt, maar de geest van uw Vader spreekt door u. Voorts zal de ene broer de andere ter dood overleveren, en een vader zijn kind, en de kinderen zullen tegen de ouders opstaan en zullen hen ter dood laten brengen. En gij zult om mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle mensen; wie echter heeft volhard tot het einde, die zal gered worden. Wanneer men u in de ene stad vervolgt, vlucht dan naar een andere; want voorwaar, ik zeg u: Gij zult de kring der steden van Israël geenszins hebben afgereisd voordat de Zoon des mensen gekomen zal zijn. Een discipel staat niet boven zijn leraar, noch een slaaf boven zijn meester. Het is voldoende wanneer de discipel als zijn leraar wordt, en de slaaf als zijn meester. Als men de heer des huizes Beëlzebul heeft genoemd, hoeveel te meer dan zijn huisgenoten? Vreest hen daarom niet, want er is niets bedekt, wat niet ontdekt zal worden, en verborgen, wat niet bekend zal worden. Wat ik u in de duisternis zeg, spreekt dat in het licht, en wat gij in het oor hoort fluisteren, predikt dat van de daken. En wordt niet bevreesd voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden; doch vreest veeleer hem die én ziel én lichaam kan vernietigen in Gehenna.” Zij komen voor bestuurders en rechtbanken om een getuigenis te geven, zoals ook Jezus zelf dit heeft gedaan.

3. Geef een voorbeeld waaruit blijkt waarom het praktisch is vervolgers niet aan te vallen.

3 Terwijl christenen geheel en al op Jehovah God vertrouwen en niet bevreesd zijn voor hen die het lichaam doden, worden zij nooit zo vleselijk gezind dat zij aanvallen tegen hun vervolgers organiseren. Een van de meest op de voorgrond tredende vervolgers van de vroege christenen was Saulus de Farizeeër uit de stam Benjamin. Hoewel de christenen wisten dat Saulus een vijand en vervolger was, hebben zij nooit getracht hem te doden. Indien de christenen de vervolger Saulus uit wraak hadden geslagen en gedood, zou dit werkelijk kwaad zijn geweest. Zolang mensen leven, ook al zijn zij wellicht vervolgers, kan een christen de hoop koesteren dat de vervolger misschien eens de feiten met betrekking tot degenen die hij vervolgt te weten komt en als hij een goed hart heeft, kan het zijn dat hij net als Saulus wordt, die, toen hij het licht zag, als een christen de reine aanbidding ging beoefenen. Wij kunnen altijd hopen dat nog velen meer zich net als hij zullen bekeren en de ware God, Jehovah, gaan aanbidden. — Hand. hst. 9.

4. Wat is de juiste zienswijze van Gods dienstknechten ten aanzien van boosdoeners?

4 Wat hen betreft die niet zoals Saulus een oprecht hart hebben en die werkelijk goddeloze mensen, onverbeterlijke boosdoeners zijn — zelfs in het geval van deze mensen is het voor een christen belangrijk de juiste geloofshouding aan de dag te blijven leggen en op Jehovah te wachten, die zegt: „Betoon u niet verhit over de boosdoeners. Wees niet afgunstig op hen die onrechtvaardigheid bedrijven. Want als gras zullen zij snel verdorren, en als groen nieuw gras zullen zij verwelken. Laat af van toorn en laat de woede varen; betoon u niet verhit enkel om kwaad te doen. Want de boosdoeners zelf zullen afgesneden worden, maar wie op Jehovah hopen, díe zullen de aarde bezitten” (Ps. 37:1, 2, 8, 9, NW). Het lijdt geen twijfel dat Jehovah handelend zal optreden. Jehovah weet wat zich in het hart van alle mensen bevindt en zal op zijn manier met de boosdoeners afrekenen, daarvan kunnen wij zeker zijn. Jezus spoorde ons aan aldus te denken: „Zal God dan niet stellig recht doen wedervaren aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot hem roepen, ook al is hij lankmoedig jegens hen? Ik zeg u: Hij zal hen spoedig recht doen wedervaren. Maar wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn, zal hij dan werkelijk het geloof op aarde vinden?” — Luk. 18:7, 8.

VOORDELEN VAN ZELFBEHEERSING

5. Waarom is zelfbeheersing wenselijk?

5 Jehovah’s lankmoedigheid jegens boosdoeners is opmerkelijk geweest en is voor ons, zijn schepselen op aarde, het voorbeeld. Jehovah kent ’s mensen gesteldheid en weet dat de mens zwak en onvolmaakt is, doch hij beoordeelt een ieder overeenkomstig hetgeen er in zijn hart is. Indien Jehovah jegens onvolmaakte mensen lankmoedig kan zijn, dan moeten ook wij trachten dit te leren. Lankmoedigheid is een van de vruchten van de geest en gaat gepaard met zelfbeheersing. Het heeft positieve voordelen als wij leren de beledigingen van anderen te verdragen en zelfbeheersing te hebben. Zelfs christenen zijn onvolmaakte mensen en kunnen een overtreding jegens anderen begaan. Een beetje zelfonderzoek helpt wellicht het punt te illustreren. Is er iemand die kan zeggen dat hij nog nooit zijn zelfbeheersing jegens iemand in zijn eigen gezin heeft verloren? Kunt u zich zo’n keer herinneren dat u uw zelfbeheersing hebt verloren? Denkt u er eens over na en vraag uzelf af: Wat voor goeds is eruit voortgevloeid? Heeft het enig voordeel gehad dat ik de beheersing over mijzelf verloor? Had het geschreeuw en woordentwist tot gevolg? Had ik een rijpe zienswijze ten aanzien van hetgeen er was gebeurd?

6. Hoe dient men te werk te gaan als men kinderen die zich misdragen, streng onderricht?

6 Het is trouwens werkelijk slecht voor uw gezondheid uw zelfbeheersing te verliezen. Behalve dat men zichzelf en zijn eigen gezondheid enigermate schaadt, kan het, indien ouders gewoon zijn hun zelfbeheersing tegenover hun gezin te verliezen, veroorzaken dat kinderen zeer nerveus, misschien in zichzelf gekeerd, of zelfs heel ernstig ziek worden. Dit wil niet zeggen dat ouders altijd elke overtreding die hun kinderen begaan, door de vingers moeten zien. Dat zou tegen de Schrift indruisen. Soms is streng onderricht nodig en het is schriftuurlijk juist het toe te dienen. Een verstandige ouder zal echter kalm zijn als hij zijn kinderen streng onderricht. Sommigen die hun zelfbeheersing hebben verloren, hebben kinderen verwond en zelfs kinderen gedood bij het toedienen van streng onderricht. Een ongedisciplineerd kind zal echter heel zijn leven een mislukkeling zijn en een teleurstelling voor zijn ouders als hij ouder wordt; streng onderricht is dus waardevol en het is soms nodig kleine kinderen een pak slaag te geven. Laten wij de raad van de Schrift in aanmerking nemen: „En gij, vaders, irriteert uw kinderen niet, maar blijft hen in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah grootbrengen.” „Alle kwaadaardige bitterheid en toorn en gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat worde uit uw midden weggenomen, evenals alle slechtheid. Maar wordt vriendelijk jegens elkaar, teder mededogend, elkaar vrijelijk vergevend, zoals ook God door Christus u vrijelijk vergeven heeft.” — Ef. 6:4; 4:31, 32.

7. Wat is de juiste manier om overtredingen van anderen in de gemeente te bezien?

7 Wat Paulus in Efeziërs 4:31, 32 heeft gezegd, is ook van toepassing in de gemeente. Naarmate wij dichter bij het einde van dit door kwaaddoen gekenmerkte samenstel van dingen komen, moeten wij leren in de gemeente een hechte band te vormen, elkaar lief te hebben en blij te zijn elkaar te zien. De Duivel is toornig en weet dat zijn tijd kort is, en daarom legt hij Gods volk vele moeilijkheden in de weg, maar de gemeente is de plaats waar men liefde en troost krijgt en wordt opgebouwd om het hoofd te bieden aan de beproevingen en problemen van de volgende dag. Petrus heeft het als volgt gesteld: „Doch het einde van alle dingen is nabijgekomen. Weest daarom gezond van verstand en weest waakzaam met het oog op gebeden. Hebt bovenal intense liefde voor elkaar, want liefde bedekt een menigte van zonden” (1 Petr. 4:7, 8). Petrus nam op zeer rijpe wijze het feit in aanmerking dat er zich enkele zonden of overtredingen zullen voordoen, maar nu komt het erop aan christelijke liefde te betonen. Sommige mensen maken fouten, anderen zijn onbedachtzaam, doch naarmate wij tot rijpheid groeien en Jehovah’s geest hebben, leren wij stellig hoe wij elkaar moeten vergeven. Alle voordelen hiervan mogen dan al rechtstreeks naar de overtreder of zondaar gaan, doch daarna worden ze ook naar ons teruggekaatst. Als wij kwaad met kwaad hebben vergolden of met gelijke munt hebben betaald, in plaats van vergeving te schenken, kunnen wij voor het aangezicht van onze hemelse Vader overtreders worden. Daarom gaf Jezus de raad: „Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar als gij de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader ook uw overtredingen niet vergeven.” — Matth. 6:14, 15.

8. Wat is de juiste manier om een probleem met een broeder of zuster op te lossen?

8 Zelfs als het een ernstige overtreding betreft, wanneer iemand in de gemeente iets heeft gedaan wat men als uiterst kwetsend of boosaardig kan beschouwen, heeft Jezus de formule gegeven volgens welke dergelijke problemen opgelost moeten worden: „Wanneer voorts uw broeder een zonde begaat, ga zijn fout dan blootleggen tussen u en hem alleen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Luistert hij echter niet, neem dan nog één of twee met u, opdat uit de mond van twee of drie getuigen elke zaak bevestigd worde. Indien hij naar hen niet luistert, spreek dan tot de gemeente. Indien hij zelfs naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u net als een mens uit de natiën en als een belastinginner” (Matth. 18:15-17). Dit is, zowel voor het christelijke gezin als voor de gemeente, zeer goede raad. Zowel in de gemeente als in het gezin kan men het beste over een belediging heenkomen door de moeilijkheden te bespreken. Door wraak te nemen of met gelijke munt te betalen, kan de eenheid van een gemeente verbroken worden en kan ook een gezin uiteenvallen. Als er dus een overtreding is begaan en deze niet kan worden vergeven (hetgeen ook vergeten betekent) is het het beste erover te spreken en de kwestie op te lossen, zodat dit geen domper zal zetten op de vreugde die in elk opgedragen gezin en in elke gemeente aangetroffen dient te worden. Men kan tot Jehovah om moed en kracht bidden om zijn raad op te volgen. Als men er dan op basis hiervan toe overgaat een probleem op te lossen, zal het eindresultaat goed zijn.

OPZIENERS

9. Hoe wordt een opziener aangeraden zijn problemen te behandelen, zelfs al komt hij in verband met zijn werk misschien onder druk te staan?

9 Soms hebben opzieners te stellen met iemand die dwaalt ten aanzien van de leer. Er zijn er die op heel dwaze of domme wijze de waarheid in twijfel trekken of het niet met de bijbel eens zijn en enkele werkelijke problemen in de gemeente veroorzaken. Doch ook hierin schrijft Jehovah voor, zelfbeheersing te oefenen en de dingen kalm aan te pakken. Het is niet nodig strijd te veroorzaken. Dit zou niets goeds tot stand brengen. Onder inspiratie van Gods geest, vermaande Paulus Timótheüs: „Wijs verder dwaze en domme twistvragen af, wetend dat er strijd uit voortkomt. Een slaaf van de Heer behoeft echter niet te strijden, maar moet vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen, zich onder het kwade in bedwang houdend, met zachtaardigheid degenen onderrichtend die niet gunstig gezind zijn, daar God hun misschien berouw geeft, hetwelk tot een nauwkeurige kennis van de waarheid leidt, en zij weer tot bezinning komen uit de strik van de Duivel, aangezien zij door hem levend gevangen zijn om diens wil te doen” (2 Tim. 2:23-26). Door deze raad op te volgen, geeft de opziener blijkt van zijn christelijke rijpheid.

10. Hoe is Paulus een voorbeeld in zijn houding ten opzichte van degenen die kwaad veroorzaken?

10 Zelfs in het geval van hen die wellicht zo ver gaan dat zij hun geloof verliezen en proberen kwaad te veroorzaken, is het noodzakelijk zich in bedwang te houden en zachtaardig te zijn. De apostel Paulus had ervaring met zulke personen en wij hebben het bewijs dat hij de zaak op kalme wijze behandelde, daar hij in 1 Timótheüs 1:19, 20 en 2 Timótheüs 4:14 zegt: „Het geloof en een goed geweten behoudend, hetwelk sommigen van zich hebben afgestoten en zij hebben schipbreuk geleden betreffende hun geloof. Tot hen behoren Hymenéüs en Alexander, en ik heb hen aan Satan overgegeven, opdat hun door streng onderricht geleerd moge worden niet te lasteren.” „Alexander, de koperslager, heeft mij veel kwaad berokkend — Jehovah zal hem vergelden naar zijn daden.” Paulus kweet zich dus op juiste wijze van zijn plichten als opziener zonder de boosdoener persoonlijk kwaad te berokkenen.

11. Als een opziener bij wat hij doet geen steun krijgt, hoe dient dan zijn houding tegenover zijn broeders te zijn?

11 Soms krijgt een opziener niet de steun die hij van anderen in de gemeente zou mogen verwachten. Dit kan een ware beproeving op zijn zelfbeheersing en geest van lankmoedigheid vormen. Ook hierin is Paulus een voorbeeld. Toen Paulus het kwaad van vervolging onderging, bleven andere opgedragen personen in gebreke hem enige hulp of steun te verlenen. Wenste hij hun toen kwaad toe? Volstrekt niet, doch hij legde wederom christelijke rijpheid aan de dag en kreeg uit een hemelse bron vertroosting en hulp. Over deze ondervinding zegt hij: „Bij mijn eerste verdediging is niemand aan mijn zijde komen staan, maar zij gingen er allen toe over mij te verlaten — moge het hun niet aangerekend worden — maar de Heer stond bij mij en gaf mij kracht, opdat door bemiddeling van mij de prediking ten volle volbracht zou worden en alle natiën haar zouden horen, en ik werd uit de muil van de leeuw bevrijd” (2 Tim. 4:16, 17). Hij legde een vergevensgezinde geest aan de dag en wilde niet dat dit hun voor het aangezicht van Jehovah aangerekend zou worden.

12. Welke geest dient een opziener in de gemeente te blijven aankweken?

12 De opziener moet niet alleen deze geest van rustig, rijp nadenken en onwraakzuchtigheid hebben, doch hij moet ook anderen in de gemeente proberen te tonen hoe zich zo te gedragen. De samenwerking van de gemeente in alle geestelijke zaken wordt door de opziener zeer gewaardeerd. Paulus moedigde als opziener tot het bezitten van de juiste geest aan, zeggende: „Nu verzoeken wij u, broeders, achting te hebben voor hen die onder u hard werken en de leiding over u hebben in de Heer en u terechtwijzen, en hun om hun werk meer dan buitengewone achting in liefde te betonen. Weest vredelievend jegens elkaar. Daarentegen vermanen wij u, broeders, wijst de wanordelijken terecht, spreekt bemoedigend tot de terneergeslagen zielen, ondersteunt de zwakken, weest lankmoedig jegens allen. Ziet toe dat niemand tegenover iemand anders kwaad met kwaad vergeldt, maar streeft altijd na wat goed is, jegens elkaar en jegens alle anderen.” — 1 Thess. 5:12-15.

13. Op welke wijze komt de vrucht van de geest allen in een gemeente ten goede?

13 Als de opziener en alle anderen in de gemeente de vrucht van de geest aan de dag leggen, zal de gemeente krachtig en eensgezind zijn en zich in vrede verheugen. Let op de dingen die Paulus de vrucht van de geest noemt: „De vrucht van de geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen is geen wet. Bovendien hebben zij die Christus Jezus toebehoren, het vlees met zijn hartstochten en begeerten aan de paal gehangen. Indien wij door geest leven, laten wij dan ook door geest ordelijk blijven wandelen” (Gal. 5:22-25). Al deze dingen komen christenen ten goede en strekken degenen om hen heen tot voordeel. Een ordelijke gemeente is een zegen voor allen.

14. (a) Op welke wijze zijn de werken van het vlees schadelijk voor anderen? (b) Wat wordt er in verband met dergelijke praktijken gedaan als ze in een gemeente worden aangetroffen?

14 In tegenstelling daarmee, hebben alle werken van het vlees schadelijke gevolgen voor onszelf en voor anderen en dienen daarom vermeden te worden. „De werken van het vlees nu zijn openbaar, welke zijn hoererij, onreinheid, een losbandig gedrag, afgoderij, beoefening van spiritisme, vijandschappen, twist, jaloezie, vlagen van toorn, ruzies, verdeeldheid, sekten, uitingen van afgunst, drinkgelagen, brasserijen, en dergelijke. Aangaande deze dingen waarschuw ik u van tevoren, zoals ik u reeds van tevoren gewaarschuwd heb, dat wie zulke dingen beoefenen, Gods koninkrijk niet zullen beërven” (Gal. 5:19-21). Een ieder die een van deze slechte dingen in de rijen van de gemeente zou brengen, zou niet alleen tegen de gemeente maar ook tegen Jehovah een overtreding begaan. De gemeente zou dan tussenbeide moeten komen om streng onderricht toe te dienen, niet in een geest van vergelding of om kwaad met kwaad te vergelden, doch veeleer om Gods gerechtigheid te volbrengen en de rechtschapenheid en reinheid van de gemeente te bewaren. Als men zelfbeheersing heeft, zal men deze dingen trouwens ook niet beoefenen.

DE JUISTE ZIENSWIJZE

15. Hoe moeten christenen hun vervolgers en de vervolging beschouwen?

15 Het lijkt misschien heel moeilijk deze zelfbeheersing waarover de Schrift ons vertelt, te leren, doch het is mogelijk en Gods dienstknechten zijn er eeuwenlang in geslaagd (Jak. 5:10, 11). Geen van ons wil graag iemand kwaad in welke vorm maar ook zien beoefenen. In zeker opzicht hebben wij medelijden met de talloze mensen overal ter wereld die in deze „laatste dagen” kwaad beoefenen. Zij zijn werkelijk te beklagen. Velen die Gods volk beschimpen en kwaad berokkenen, doen dit ongetwijfeld omdat zij verkeerd zijn ingelicht. Sommigen hebben een slechte opvoeding of een heel verkeerde opleiding gehad. Sommigen volgen gewoon de neigingen van het vlees zonder er bij na te denken of iets goed of slecht, juist of verkeerd is. Jezus heeft over vervolgers gezegd: „De mensen zullen u uit de synagoge werpen. Ja, het uur komt waarin een ieder die u doodt, zal menen God een heilige dienst te hebben bewezen. Zij zullen deze dingen echter doen omdat zij noch de Vader noch mij hebben leren kennen” (Joh. 16:2, 3). Hieruit kunnen wij opmaken hoe Jezus de vervolgers bezag. Zij kenden de Vader en Christus niet en op basis daarvan zouden zij moordenaars worden. Onder deze omstandigheden doet een christen er altijd verstandig aan Jehovah in gebed om hulp en leiding te vragen en of hij Gods geest mag bezitten. De vroege christenen deden dit ook als zij vervolgd werden (Hand. 4:24-31). Omdat zij begrepen om welke punten het ging, waren zij in staat kwaad te verduren en zich toch te verheugen, zonder zich van hun opdracht te laten afbrengen. De vervolgers „riepen de apostelen, geselden hen en gaven hun het bevel niet meer op basis van Jezus’ naam te spreken en lieten hen gaan. Zij dan gingen van het Sanhedrin vandaan, verheugd dat zij waardig gerekend waren ten behoeve van zijn naam oneer te lijden. En zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken”. — Hand. 5:40-42.

16. Leg het gebruik van juiste taal bij moeilijkheden uit.

16 Door op enigerlei wijze wraak te nemen of schimpend te spreken, kan men zijn problemen ingewikkeld maken en iemand soms krenken. Het is goed aan de raad in Spreuken 15:1 (NW) te denken: „Een zacht antwoord keert woede af, maar een woord dat smart veroorzaakt, doet toorn opkomen.” Dit zal opgaan of men nu te maken heeft met vervolging of problemen in het gezin of in de gemeente. Niemand is gebaat bij een vete; hele families zijn soms door een vete, vechten en een geest van vergelding uitgeroeid. Er zijn er ook die vervallen zijn in een geest van niet met elkaar te willen spreken. Doch ook door niet met elkaar te spreken, ontstaat er verdeeldheid in een gezin of gemeente. Herinnert u zich wat er bij de toren van Babel gebeurde? Zodra de mensen niet meer met elkaar konden spreken, kwam alles wat zij trachtten te doen tot stilstand. Wij kunnen hieruit dus lering trekken. Het werpt voordeel af met elkaar te spreken als wij proberen samen iets te doen en in een geest van zachtaardigheid met elkaar omgaan. — Gen. 11:7, 8; Mal. 3:16.

17, 18. Welke uitwerking kunnen de waarheid en christelijk geduld op onze vijanden hebben?

17 Laten Gods Woord en geest onze gids zijn. Terwijl wij onze weg door het leven vervolgen, moeten wij in gedachten houden dat de waarheid vervolgers in aanbidders van God kan veranderen en dat misdadigers ordelievend en vechters vredelievend kunnen worden, maar eerst moet de waarheid in hun geest en hart doordringen. Wees altijd bereid goed te doen jegens allen. Hieruit kunnen, in overeenstemming met Spreuken 25:21, 22, vele zegeningen voortvloeien. In het Yearbook of Jehovah’s Witnesses over 1967 werd de volgende goede illustratie gegeven:

„Door gastvrijheid te betonen, zijn Jehovah’s getuigen soms in de gelegenheid personen te helpen tot een kennis van de waarheid te komen (Hebr. 13:2). Het volgende voorbeeld is hiervan een bewijs: Een zuster, die na een huisbijbelstudie te hebben geleid naar huis terugkeerde, ontmoette de moeder van een jonge vrouw bij wie zij een studie leidde. Bemerkend dat deze vrouw wit zag en beefde, en denkend dat zij ziek was, nodigde de zuster haar uit bij haar binnen te komen en betoonde haar zo veel mogelijk vriendelijkheid, hoewel deze vrouw tegen de waarheid was gekant.

Plotseling barstte deze vrouw in tranen uit en zei tot de zuster: ’Waarom behandelt u mij zo? . . . Als u het maar eens wist . . .’ De zuster gaf ten antwoord dat zij als een van Jehovah’s getuigen haar naaste liefde probeerde te betonen en — daar zij dacht dat zij ziek was — een beetje voor haar probeerde te zorgen. Toen riep deze vrouw uit: ’Ik ben niet ziek. Ik kwam hier om u te doden omdat u de liefde van mijn dochter hebt gestolen die de voorkeur aan God geeft.’ De zuster legde deze vrouw uit dat de bijbel kinderen vermaant hun ouders te eren en, in plaats van moeder en dochter van elkaar te scheiden, hen juist dichter tot elkaar brengt. Na een ogenblik te hebben nagedacht, antwoordde de vrouw: ’U berooft mij elke week een middag van de aanwezigheid van mijn dochter, omdat u haar bezoekt.’ De zuster stelde deze vrouw toen voor bij de studie aanwezig te zijn, maakte een afspraak voor de volgende week en bracht haar vervolgens naar huis.

In het begin had de zuster wat moeite, maar zij kreeg toch resultaten. Deze vrouw is thans een Getuige, en haar man ook. Omdat zij op leeftijd is, kan deze zuster niet zo uit de voeten als zij wel zou willen, doch zij maakt zich nuttig door voor de kinderen van haar dochter te zorgen en daardoor haar dochter in de gelegenheid te stellen vaak in de vakantiepioniersdienst te gaan. Bovendien heeft haar liefde voor de waarheid haar in staat gesteld een van haar buren te helpen, die ook een Koninkrijksverkondiger is geworden.”

18 Zou deze zuster nagelaten hebben goed te doen, ook al stond de vrouw in kwestie de waarheid tegen, dan zou zij niet in overeenstemming hebben gehandeld met de raad van Jezus in Matthéüs hoofdstuk 5. Doordat zij het kwaad evenwel niet vergold, doch een vijand zelfs liefde betoonde, werd zij gezegend met goede resultaten. Er zijn goede redenen waarom Jehovah wil dat wij er blijk van geven zijn kinderen te zijn door onze vijanden lief te hebben.

19. Hoe geven wij er blijk van niet door het kwaad van deze „laatste dagen” te zijn overwonnen?

19 Laten wij, al worden christenen in deze laatste dagen van Satans heerschappij over dit samenstel van dingen ook door allerlei kwaad omringd, het kwade met het goede blijven overwinnen. Laten wij ons door het kwade er niet van laten afbrengen als christenen het ons toegewezen weldadige werk te verrichten door over het goede nieuws van Gods koninkrijk te spreken. Denk na over Paulus’ woorden: „Laat u niet overwinnen door het kwade, maar blijf het kwade overwinnen met het goede.” Volgens deze schriftplaats wordt iemand alleen maar door het kwade overwonnen, als hij zich erdoor laat overwinnen. Het is dus iets wat wij met Jehovah’s hulp in onze macht kunnen hebben en wij dienen om zijn hulp te blijven bidden. Word dus niet door het kwade overwonnen. Vergeld niemand kwaad met kwaad. — Rom. 12:17-21.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen