Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 15/3 blz. 181-191
  • Zij die Gods Naam liefhebben

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij die Gods Naam liefhebben
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • IN DE SPIEGEL VAN GODS WOORD TUREN
  • JEHOVAH’S GETUIGEN HADDEN EEN DRUK JAAR
  • Zendelingen aangemoedigd godvruchtige hoedanigheden te weerspiegelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Sommigen werden gelovigen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Hoe groot is het getuigenis?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Bekwaam om met vertrouwen te onderwijzen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 15/3 blz. 181-191

Zij die Gods Naam liefhebben

1. In welke mate hebben Jehovah’s getuigen in het afgelopen jaar het goede nieuws uit Gods Woord met anderen gedeeld?

JEHOVAH waardeert de grote liefde die christenen voor zijn naam tonen. „God is niet onrechtvaardig, zodat hij uw werk . . . zou vergeten”, en ware christenen zijn blij dat zij Jehovah’s christelijke getuigen genoemd mogen worden die zijn naam in 200 landen, zelfs tot de einden der aarde, mogen bekendmaken. Het dienstjaar 1968 toont aan dat zij niet lui, maar juist zeer ijverig zijn, want 1.221.504 verkondigers hebben er 208.666.762 uren aan besteed om het goede nieuws van Gods opgerichte koninkrijk bekend te maken. Hoeveel leden van de religieuze groeperingen van de christenheid gaan net als Jehovah’s getuigen van huis tot huis om de mensen bij hun persoonlijke studie van de bijbel te helpen? Bitter, bitter weinig! Jehovah’s christelijke getuigen hebben gedurende 1968 echter twaalf maanden achtereen elke week 977.503 huisbijbelstudies geleid. Wat hebben deze bedienaren van het evangelie hier een vreugde uit geput! Zij zijn navolgers van degenen die door geloof en geduld de beloften beërven, aangezien zij hun geloof door werken bewijzen. Kijkt u maar eens naar Abraham, naar Isaäk en naar Jakob. En beschouwt u Mozes, David en Gideon eens. Deze mensen waren ijverig met Gods werk bezig, en God heeft hen gedacht, terwijl wij in het elfde hoofdstuk van Hebreeën een gunstig verslag over hen aantreffen.

2. (a) Waarom dienen de twintigste-eeuwse christenen een nog groter geloof aan de dag te leggen dan de getrouwen uit de oudheid? (b) Hoe kunnen ware christenen de raad uit Lukas 21:28 opvolgen?

2 Indien die mensen uit de oudheid zo’n geloof bezaten en „de vervulling van de beloften niet verkregen”, dienen christenen in deze tijd een nog groter geloof aan de dag te leggen (Hebr. 11:13). Waarom? Omdat wij ons op de drempel bevinden van datgene waar die mensen uit de oudheid naar uitzagen. Wij kunnen nu de zichtbare feiten waarnemen waardoor het einde van dit samenstel van dingen wordt gekenmerkt. Leest u het eenentwintigste hoofdstuk van Lukas maar. Kijk eens om u heen! Ga na wat er sinds 1914 is gebeurd! Er zijn twee wereldoorlogen geweest en de natiën verkeren in grote benauwdheid en worden geteisterd door pestilenties, hongersnoden en aardbevingen. Al deze dingen zouden volgens Jezus’ voorzegging komen, en nog veel meer; en als christenen deze dingen zouden zien, zouden zij moeten doen wat Jezus zei, namelijk: „Richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt” (Luk. 21:28). Iemand die zijn hoofd omhoog heeft geheven en rechtop staat, ziet vooruit. Hij is niet traag of lui. Hij beseft dat het er de tijd voor is om voorwaarts te gaan, dat er nog meer gedaan moet worden. Christenen zijn in deze tijd niet terneergeslagen wegens de verschrikkelijke dingen die op aarde gebeuren. Door dit alles wordt juist bewezen dat Gods Woord waar is! Vlucht — Blijf niet stilzitten! Er moet werk gedaan worden, ja, het goede nieuws van Gods koninkrijk moet overal worden gepredikt, terwijl Jehovah’s getuigen zoveel mogelijk mensen uit alle natiën tot discipelen trachten te maken en hen dopen. Deze nieuwe discipelen zullen Jehovah’s naam heel graag eveneens in het openbaar willen bekendmaken en hun lippen willen gebruiken om zijn naam te loven. Te zamen met alle ware christenen zullen zij datgene willen doen wat Paulus zegt: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken. Vergeet bovendien niet goed te doen en anderen met u te laten delen, want zulke slachtoffers zijn God welgevallig.” — Hebr. 13:15, 16.

3, 4. Waarom houden Jehovah’s getuigen hun geloofsovertuiging niet vóór zich, en welke uitnodiging wordt er tot anderen gericht?

3 Christenen dienen te spreken en te onderwijzen. Zij bezitten de waarheid. Zij mogen zich niet stil houden! Zij mogen ’niet vergeten goed te doen en anderen met zich te laten delen’ in de dingen die zij uit Gods Woord geleerd hebben. Jehovah’s getuigen hebben iets schitterends dat zij met anderen kunnen delen. Zij kunnen anderen in het levengevende goede nieuws van Gods koninkrijk laten delen, en als zij dit doen, is dit „God welgevallig”. Doet u dit? Indien u een christen bent, dient u datgene wat u weet, met anderen te delen. Indien u geen christen bent, zou u er dan graag een willen zijn? Indien ja, zorg er dan voor dat u beter met het Woord van God en Jehovah’s getuigen bekendraakt. Vergader met hen in hun Koninkrijkszaal. Jehovah’s getuigen zullen u beslist graag willen helpen.

4 Miljoenen mensen studeren met Jehovah’s getuigen. Waarom zou u dit niet doen? Jakobus, een slaaf van God en van de Heer Jezus Christus, heeft in verband met mensen iets heel goeds opgemerkt. Hij zei: „Weet dit, mijn geliefde broeders. Ieder mens moet vlug zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam met betrekking tot gramschap; want de gramschap van een man bewerkt niet Gods rechtvaardigheid.” — Jak. 1:19, 20.

5. Stel de zienswijze die velen in de wereld er thans op na houden, tegenover de raad van de discipel Jakobus.

5 De wereld is tegenwoordig vol gramschap; er komt geen einde aan de onenigheid en aan het gevit. Er zijn echter niet veel mensen die naar het Woord van God luisteren. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die wel naar Gods Woord luisteren en het ernstig opnemen en die in overeenstemming met de erin opgetekende leringen trachten te leven, worden beschouwd als mensen die eigenlijk „niet goed snik” zijn. De algemene gedachte die bij de meeste mensen post gevat heeft, is: ’Probeer zoveel mogelijk uit het leven te halen als je maar kunt. Neem de dingen niet ernstig op. Ga gewoon door met eten, drinken en pret maken, want morgen kun je sterven.’ Jakobus, een man Gods, zegt dat er voor het leven meer komt kijken dan dat. Hij schrijft: „Wordt . . . daders van het woord en niet alleen hoorders, uzelf met valse overlegging bedriegend. Want indien iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan gelijkt zo iemand op een man die zijn natuurlijke aangezicht in een spiegel bekijkt. Want hij bekijkt zich en daar gaat hij heen en vergeet prompt wat voor soort van man hij is. Wie daarentegen tuurt in de volmaakte wet, die tot de vrijheid behoort, en daarbij blijft, die zal, omdat hij geen vergeetachtig hoorder maar een dader van het werk is geworden, gelukkig zijn wanneer hij het doet.” — Jak. 1:22-25.

IN DE SPIEGEL VAN GODS WOORD TUREN

6. Waarom is een vergeetachtig hoorder van Gods Woord als iemand die in een spiegel kijkt?

6 Hoe vaak hebt u in een spiegel gekeken? Tamelijk vaak op een dag? Wij werpen een blik in de spiegel om te kijken of ons haar wel netjes gekamd is, onze tanden wel blinken en onze kleren aantrekkelijk zijn en goed zitten. Wanneer wij daarna evenwel van de spiegel weglopen, vergeten wij hoe wij eruitzien. Zo is het nu ook met de meeste mensen die alleen maar hoorders van Gods Woord zijn en geen daders. Jakobus probeert de lezers van zijn brief ervan te doordringen dat iemand die een christen wil zijn, in de volmaakte wet die tot vrijheid behoort, moet turen en daarbij moet blijven. Als hij dit doet, wat ziet hij dan?

7. Welke vraag zouden wij onszelf kunnen stellen nadat wij in de spiegel van Gods Woord hebben gekeken?

7 Hebt u ooit in Gods Woord getuurd met de bedoeling uzelf te zien? Hebt u gezien hoe slecht u eruitziet als uw spiegel de Heilige Schrift is? Dienen er volgens u bepaalde veranderingen te worden aangebracht? Als de apostel Paulus in de bijbelse spiegel naar u zou kijken, zou hij dan zeggen dat u „de oude persoonlijkheid, die met uw vroegere levenswandel overeenkomt en die naar haar bedrieglijke begeerten wordt verdorven, dient weg te doen, maar dat [u] nieuw gemaakt dient te worden in de kracht die uw denken aandrijft, en de nieuwe persoonlijkheid dient aan te doen, die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit”? (Ef. 4:22-24) Door in de spiegel van Gods Woord te kijken, zult u zien wat voor persoonlijkheid u hebt, of deze met Gods rechtvaardige wegen strookt of niet. Ziet u een dief, een overspeler, een hoereerder, een gulzigaard, een dronkaard? Wat ziet u eigenlijk?

8. Wie zullen, zoals de apostel Paulus zei, Gods koninkrijk niet beërven, en wat is derhalve noodzakelijk als men zulke dingen heeft beoefend?

8 De apostel Paulus zag in de verschillende gemeenten vele soorten van mensen. Hij wist wat sommigen van hen waren geweest voordat de waarheid hen veranderde, en daarom zei hij: „Wat! Weet gij niet dat onrechtvaardigen Gods koninkrijk niet zullen beërven? Wordt niet misleid. Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen, noch dieven, noch hebzuchtige personen, noch dronkaards, noch beschimpers, noch afpersers zullen Gods koninkrijk beërven. Toch zijn sommigen van u dat geweest.” De mensen die hier worden beschreven, hadden enige tijd vroeger in hun leven ingezien wat voor soort van mensen zij waren. Toen zij in Gods spiegel keken, wisten zij dat er een verandering aangebracht moest worden. Wat zij met hun eerlijke hart zagen, konden zij niet waarderen. Zij deden er iets aan, en omdat zij dit deden, zei Paulus: „Maar gij zijt rein gewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt rechtvaardig verklaard in de naam van onze Heer Jezus Christus en met de geest van onze God” (1 Kor. 6:9-11). Hun persoonlijkheid was beslist onrein geweest. Zij wendden zich tot Gods Woord en zagen zichzelf zoals zij werkelijk waren. Zij aanvaardden Christus Jezus als hun Loskoper en werden door Gods Woord rein gewassen en geheiligd. Zij bestudeerden Gods Woord en tuurden er werkelijk in. Zij zagen zichzelf zoals zij zich nog nooit gezien hadden. Er moest beslist een verandering worden aangebracht. Het gevolg was dat zij „de nieuwe persoonlijkheid” aandeden, „die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit”. — Ef. 4:24.

9, 10. Wat dient iemand die Gods goedkeuring wenst te ontvangen, behalve dat hij in het Woord van God tuurt, nog meer te doen?

9 Hebt u werkelijk in het Woord van God getuurd ten einde uw werkelijke zelf te zien, niet het uiterlijke vernisje? Houd in gedachten dat uw leven nog steeds op het spel staat en dat u een verandering kunt aanbrengen door in plaats van een slechte handelwijze, een goede handelwijze te volgen. Wanneer u in het Woord van God tuurt, zult u zien dat er een andere manier is om te leven, de juiste manier, de manier die in harmonie is met Gods wetten en geboden en inzettingen. Waarom zou u uw denken niet door die nieuwe kracht in Gods Woord laten aandrijven? Die nieuwe kracht ontstaat door studie, door werkelijk in het Woord van God te turen. En waarom zou u, terwijl u kijkt, Gods Woord vervolgens niet de kracht laten zijn die uw denken aandrijft? Als u dit doet, zult u „de nieuwe persoonlijkheid [aandoen], die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit”. Deze nieuwe persoonlijkheid zal belangwekkender worden naarmate de oude persoonlijkheid, die met uw vroegere levenswandel overeenkwam, verdwijnt. God weet welk leven hij u wil laten leiden, en als u met volharding in zijn volmaakte wet blijft turen, kunt u veranderen; er zal iets gebeuren.

10 Wenst u die verandering aan te brengen? Als u graag zou willen dat dit gebeurde, als u wilt veranderen, volhard dan in het bestuderen van Gods Woord, de werkelijke spiegel die uw ware beeltenis zal weerspiegelen. Uiteindelijk zult u zien dat er een nieuwe persoonlijkheid wordt geschapen, en deze zal naar Gods wil in ware rechtvaardigheid zijn. Het zal tijd vergen, maar indien u „geen vergeetachtig hoorder maar een dader van het werk” bent, zult u „gelukkig zijn” wanneer u het doet.

11. Welke zegen zou Paulus, zoals hij wist, ontvangen als hij een nieuwe persoonlijkheid zou aandoen?

11 De apostel Paulus was een ware strijder. Hij was bereid een nieuwe persoonlijkheid aan te doen en hij deed dit ook. Hij zag in Gods Woord iets prachtigs dat hij kon bezitten, en hij werkte er hard voor om dit te bemachtigen. Hij geloofde wat Jezus zei: „Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En wanneer ik heen ga en een plaats voor u bereid, zo kom ik terug en zal u thuis bij mij ontvangen, opdat ook gij moogt zijn waar ik ben” (Joh. 14:2, 3). Door bemiddeling van Johannes lichtte Jezus zijn getrouwe volgelingen erover in dat er voor 144.000 geroepenen een hemelse plaats zou zijn en dat zij als zijn bruid met hem verenigd zouden worden en dat zij duizend jaar lang als koningen en priesters met hem zouden regeren.

12. Welke dingen moest Paulus vergeten om de prijs te ontvangen waarvoor hij werkte?

12 Paulus liep hard om deze hoge roeping te verwerven, maar om dit te kunnen doen, moest hij een nieuwe persoonlijkheid aandoen. Aangezien deze overeenkomstig Gods wil moest zijn, moest hij in Gods Woord blijven turen. Hij was niet slechts een hoorder, maar een dader van het woord van God. Hij zei: „Broeders, ik denk niet van mijzelf dat ik het al gegrepen heb, maar wel staat één ding vast: De dingen die achter mij liggen vergetend en mij uitstrekkend naar de dingen die vóór mij liggen, streef ik naar het doel om de prijs van de roeping naar boven, die God door bemiddeling van Christus Jezus doet toekomen” (Fil. 3:13, 14). Paulus trachtte eeuwig leven, een kroon van heerlijkheid, te verwerven, en hij wist dat zolang zijn leven op het spel stond, hij dat leven van hem onder controle moest houden zodat het volledig in harmonie met de wil van God zou zijn. Zolang hij dit eeuwige leven met Christus Jezus nog niet had, wilde hij slechts één ding doen: hij wilde de dingen die achter hem lagen, die oude persoonlijkheid en de manier waarop hij had geleefd, vergeten. Hij had een slechte persoonlijkheid gehad. Hij zei over zichzelf dat hij van alle zondaars de slechtste was. Hij had christenen vervolgd. Hij stond erbij toen de christen Stefanus werd doodgestenigd en hij was er toen zelfs trots op. Paulus had heel wat goed te maken, terwijl hij heel wat moest vergeten dat hij in het verleden had gedaan. Toen hij evenwel in het volmaakte Woord van God tuurde, zag hij zichzelf zoals hij werkelijk was. Hij had berouw. Hij veranderde zijn handelwijze. Hij werd een christen, iemand wiens leven het waard is om door ons bestudeerd te worden. Indien hij zulk een verandering in zijn leven kon aanbrengen en een christen kon worden, waarom zouden wij dit dan niet kunnen?

13. Om welke zegen te ontvangen, gaan de „andere schapen” ijverig voorwaarts, en wat moeten zij derhalve niet vergeten?

13 Volgens de Schrift zijn slechts 144.000 personen voor deze „roeping naar boven”, om met Christus Jezus in hemelse heerlijkheid te worden verbonden, uitgenodigd. De bijbel toont echter aan dat er in deze tijd een „grote schare” mensen is die de strijd van Armageddon zal overleven en de nieuwe ordening van dingen zal binnengaan, waarin de mensheid eeuwig leven in volmaaktheid zal ontvangen en er onder Christus Jezus’ leiding toe in staat zal zijn deze aarde in een paradijstoestand te brengen. Deze „grote schare” strekt zich dus niet uit naar de ’roeping boven’, maar naar een prijs die hùn wordt aangeboden, eeuwig leven hier op aarde. Doet u er moeite voor een prijs te ontvangen, hetzij hemels hetzij aards? Indien dit zo is, dan dient u er blijk van te geven dat u zich in Gods Woord verlustigt, terwijl u uw denken door deze nieuwe kracht laat aandrijven. U dient er net zo over te denken als de psalmist: „In uw inzettingen zal ik mij verlustigen. Ik zal uw woord niet vergeten.” Dit is nu precies het standpunt dat ware christenen in deze tijd innemen. Zij hebben Gods Woord lief, turen erin en zien de dag van redding die Jehovah heeft weggelegd voor degenen die hem liefhebben. Zij willen dit aan de hele mensheid bekendmaken, en dit doen zij dan ook. In 1968 hebben zij dit als volgt gedaan.

JEHOVAH’S GETUIGEN HADDEN EEN DRUK JAAR

14, 15. Waardoor wordt aangetoond dat Jehovah’s getuigen in 1968 niet hebben vergeten goed te doen?

14 Jehovah’s getuigen hebben „niet [vergeten] goed te doen en anderen met [zich] te laten delen, want zulke slachtoffers zijn God welgevallig” (Hebr. 13:16). Gedurende het dienstjaar 1968 zijn zij in 200 landen heel druk bezig geweest om het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken en miljoenen mensen in deze chaotische wereld te troosten. Vreugdevol hebben 1.221.504 getuigen van Jehovah er 208.666.762 uren aan besteed om Gods Woord te prediken en mensen die naar waarheid hongerden, te onderwijzen. Jehovah’s getuigen hebben niet alleen van huis tot huis gepredikt, zoals Jezus hun heeft geboden, maar zij hebben er ook miljoenen uren aan besteed om de bijbel bij mensen thuis te bestuderen. De vals-religieuze organisaties van de christenheid hebben de mensen ontraden de bijbel te bestuderen. De geestelijken zijn er verantwoordelijk voor dat het geloof van de mensen in de leringen van de bijbel is verzwakt. Aan de andere kant doen Jehovah’s getuigen met Jehovah’s zegen alles wat in hun vermogen ligt om het geloof van mensen in God en de Koninkrijksregeling die hij onder de Koning Christus Jezus voor hen heeft getroffen, nieuw leven in te blazen.

15 In 1968 hebben Jehovah’s getuigen gedurende hun van-huis-tot-huisbediening tienduizenden personen aangetroffen die belangstelling hadden voor de bijbel. Daarom was het voor hen noodzakelijk 89.903.578 nabezoeken bij zulke geïnteresseerde mensen te brengen. Brengen de geestelijken van de christenheid zulke bezoeken? Gedurende het afgelopen jaar leidden Jehovah’s getuigen gemiddeld 977.503 huisbijbelstudies. Deze werden wekelijks bij geïnteresseerde personen geleid, en dat in 165 talen, terwijl het Wachttorengenootschap ook in dat grote aantal talen bijbelse studiehulpmiddelen drukt.

16. (a) Welk nieuwe hoogtepunt in Koninkrijksbekendmakers werd er in 1968 bereikt? (b) Vermeld enkele getallen op het gebied van lectuurverspreiding.

16 Er is zoveel belangstelling geweest om Gods wil te leren kennen en doen, dat velen van deze nieuwe leerlingen zich bij Jehovah’s getuigen in hun bedieningsactiviteit hebben aangesloten. Ook zij wensen het „goede nieuws” bekend te maken. Gedurende het afgelopen jaar hebben gemiddeld 1.155.826 afzonderlijke personen er elke maand geregeld enige tijd aan besteed om Gods Woord aan anderen te prediken en te onderwijzen. Aangezien anderen echter samen met hen Gods Woord zijn begonnen te prediken, treffen wij nu 1.221.504 personen aan die er òf als Jehovah’s getuigen òf als hun metgezellen een actief aandeel aan hebben gehad het goede nieuws van Gods koninkrijk over de gehele wereld bekend te maken. Tegen de tijd dat het dienstjaar 1968 eindigde, hadden deze hardwerkende bedienaren van het evangelie 8.702.594 bijbels en bijbelverklarende gebonden boeken in de handen van het lezende publiek over de gehele wereld gelegd, terwijl er 12.971.585 brochures werden verspreid. Bovendien werden er over de gehele wereld 157.511.892 exemplaren van De Wachttoren in 72 talen en van de Ontwaakt! in 26 talen verspreid. Dit betekent stellig dat er in de huizen van miljoenen mensen veel nuttig leesmateriaal werd achtergelaten. Overal wonen mensen die graag willen weten wat de bijbel leert. Dat verklaart de enorme verspreiding van bijbelse studiehulpmiddelen door Jehovah’s getuigen. Het is eveneens duidelijk dat vele mensen er prijs op stelden de bijbelse waarheid geregeld elke week in hun huis te ontvangen. Daarom werden er 1.974.923 nieuwe abonnementen op de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! afgesloten. Dit is een toename van meer dan 160.000 nieuwe abonnementen vergeleken bij het totaal van het voorafgaande jaar. Er zijn inderdaad heel veel mensen die graag willen weten wat de bijbelse boodschap inhoudt. Zou u dit ook graag willen weten?

17. Hoeveel personen werden er in 1968 gedoopt, en in welk opzicht zijn Paulus’ woorden in 1 Korinthiërs 9:16 ook op hen van toepassing?

17 Het verslag toont duidelijk aan dat tienduizenden personen hebben bemerkt dat Gods Woord waar en nauwkeurig is, terwijl zij nu al hun energie willen gebruiken om anderen over Gods waarheid in te lichten. Wat heeft het een vreugde geschonken te zien dat 82.842 personen bij wie in 1968 een bijbelstudie is geleid, dusdanige vorderingen hebben gemaakt dat zij hun leven aan Jehovah opdroegen en als een openbaar symbool van hun opdracht om voortaan Gods wil te doen, in water werden gedoopt! Deze 82.842 pas gedoopte personen sluiten zich niet bij een religieuze organisatie aan om alleen maar leden te zijn, zoals velen van hen dit waren toen zij in de christenheid naar de „kerk” gingen. De dagen dat zij eens per week naar de „kerk” gingen om alleen maar een hoorder en geen dader van Gods werk te zijn, zijn voorgoed voorbij. Al deze 82.842 pas gedoopte personen hebben de oproep „Gaat uit van haar, mijn volk”, gehoord en zij zijn uit de valse religie weggetrokken en zijn nu dienstknechten van God geworden. Zij denken net zo over de bediening als de apostel Paulus, die zei: „Werkelijk, wee mij indien ik het goede nieuws niet zou bekendmaken!” (1 Kor. 9:16) Deze pas geordineerde bedienaren van het evangelie hebben zich bij de meer dan één miljoen andere getuigen van Jehovah over de gehele wereld aangesloten, en samen vinden zij er veel vreugde in tot anderen te prediken en hen in de kennis van de bijbel te onderwijzen.

18. Verschaf het bewijs waardoor wordt aangetoond dat er over de gehele wereld veel belangstelling bestond voor de viering van het avondmaal des Heren.

18 Het is eveneens interessant dat 2.493.519 personen op vrijdagavond, 12 april 1968, voor het avondmaal des Heren bijeenwaren om de dood van de Heer Jezus Christus te gedenken. Zij wisten allen dat de dood van Jezus Christus het middel tot hun redding was, aangezien Jezus ten behoeve van de stervende mensheid de volle losprijs heeft betaald, hetgeen voor de gelovigen verlossing betekende. Slechts 10.619 personen bleken van de Gedachtenissymbolen, de wijn en het ongezuurde brood, te gebruiken, hiermee te kennen gevend dat zij deel uitmaakten van de gezalfde klasse, het nog op aarde vertoevende overblijfsel van de bruid van Christus. Dit aantal deelnemers blijft ieder jaar afnemen.

19. Wat vertrouwen Jehovah’s getuigen met betrekking tot velen met wie zij in contact staan, en welke woorden van Jezus zullen gedurende 1969 in hun oren weerklinken als zij ermee doorgaan het goede nieuws van het Koninkrijk bekend te maken?

19 Jehovah’s getuigen hebben het volste vertrouwen dat velen van de bijna twee en een half miljoen mensen die bij de herdenking van Christus’ dood met hen waren verbonden en die samen met hen Gods Woord de bijbel bestuderen, binnenkort met hen zullen meegaan om het goede nieuws van Gods koninkrijk bekend te maken. Jehovah’s getuigen hebben hun verantwoordelijkheden niet vergeten en zij willen anderen helpen hun verantwoordelijkheden in te zien. Zij geloven Jezus toen hij zei: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën” (Matth. 28:19). Zij hebben 1968 tot hun drukste dienstjaar gemaakt waarin zij ten behoeve van Jehovah’s naam en Woord bezig zijn geweest. Iedereen die zijn leven aan het doen van Jehovah’s wil heeft opgedragen, wenst geen vergeetachtig hoorder, maar veeleer „een dader van het werk” te zijn, terwijl hij gelukkig wil zijn wanneer hij het doet (Jak. 1:25). Jehovah’s getuigen zijn zo gelukkig; en als zij om zich heen kijken en de moeilijkheden, de benauwdheid van de natiën en de verslagenheid overal op aarde zien, en het werk dat hun nog te doen staat, zijn zij blij als zij aan Jezus’ woorden denken: „Richt u . . . rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt” (Luk. 21:28). Voorwaarts dus met het werk dat erin bestaat het „goede nieuws” overal bekend te maken!

[Tabel op blz. 186-189]

VERSLAG OVER HET DIENSTJAAR 1968 VAN JEHOVAH’S GETUIGEN OVER DE GEHELE WERELD

(Zie ingebonden jaargang)

[Illustraties op blz. 183]

Als u in de spiegel kijkt, wat ziet u dan?

Als u in het Woord van God kijkt, wat ziet u dan?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen