De rol erkennen die door Jehovah’s organisatie wordt gespeeld
„Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken; tegen alle praktische wijsheid zal hij losbarsten.” — Spr. 18:1, NW.
1. Welk sterke verlangen heeft Jehovah in menselijke schepselen gelegd, en wat gebeurt er wanneer dit verlangen niet op juiste wijze bevredigd kan worden?
TOEN Jehovah God de mens schiep en daarna de vrouw als diens hulp, was het zijn voornemen dat zij hun soort op de aarde zouden vermenigvuldigen en de aarde zouden vullen. Te zijner tijd zou de aarde wemelen van volmaakte menselijke schepselen, maar toch niet overvol zijn. Het was niet Gods wil dat ook maar iemand geheel onafhankelijk van anderen zou leven. Zij zouden als één groot, gelukkig gezin van God moeten leven waarin iedereen zich bekommerde om en rekening hield met degenen om hem heen. De mens heeft van nature behoefte aan omgang. Wij houden allemaal van het gezelschap van anderen. Een van de zwaarste vormen van straf die men iemand kan geven is, cellulaire gevangenschap. Enkelen van Gods dienstknechten hebben een dergelijke straf ondergaan en zij moesten al de hulpbronnen die hun ter beschikking stonden aanboren ten einde in geestelijk en mentaal opzicht hun evenwicht te bewaren. Zij stonden alleen wat hun betrekkingen met andere menselijke schepselen betreft, maar Jehovah heeft hun door middel van zijn geest de kracht geschonken om zulk een beproeving te doorstaan. Hij maakte dat de dingen die zij van tevoren in zijn Woord hadden bestudeerd, en al de raad en aanmoediging die zij voordien uit omgang met Gods volk hadden ontvangen, in hun herinnering terugkwamen. Door deze dingen in hun geest steeds weer te herhalen, hielden zij hun geloof krachtig en bevredigden zij de behoefte aan omgang met anderen, zodat zij in staat waren hun geestelijke evenwicht te bewaren.
2. Hoe heeft Jehovah rekening gehouden met de behoeften van zijn dienstknechten door er regelingen voor te treffen dat zij omgang hebben met anderen van zijn schepselen?
2 Niettemin blijft het feit bestaan dat de mens niet gemakkelijk zijn mentale evenwicht kan bewaren wanneer hij voor lange tijd verstoken is van omgang met zijn medeschepselen. Wij verlangen vurig naar omgang, goed gezelschap. Hoe goed legt dit de nadruk op de belangrijkheid van de voorzieningen die Jehovah door middel van zijn organisatie treft! Wij hebben zijn geest en ook zijn Woord nodig, maar om erin te slagen leven in zijn nieuwe ordening te verwerven, hebben wij tevens de voordelen van zijn organisatie nodig. Jehovah brengt ons liefdevol bijeen en laat ons als een lichaam samenwerken, hetgeen voor al de leden ervan wederzijdse voordelen oplevert. En dit is niet het enige, maar wij worden in verbondenheid gebracht met Jehovah, met zijn Zoon, Jezus Christus, en met de miljoenen andere hemelse schepselen. Deze hemelse schepselen zijn zeer nauw met Jehovah verbonden in het ten uitvoer brengen van zijn voornemen en zij vormen zijn hemelse organisatie, die symbolisch zijn vrouw wordt genoemd. Wij als menselijke schepselen kunnen de moederlijke aandacht van zijn met een vrouw te vergelijken organisatie ontvangen, indien wij onszelf in een positie plaatsen waarin wij deze kúnnen ontvangen. Wij kunnen de aanwezigheid van de engelen niet voelen en zij materialiseren zich tegenwoordig niet om ons te helpen zoals zij dat in bijbelse tijden deden, maar niettemin zijn zij er om ons in onze behoeften te dienen. — Hebr. 1:7, 14; Ps. 34:8 7; Matth. 18:10.
3. (a) Wie vormen uiteraard de kern van Jehovah’s zichtbare organisatie? (b) Wat houdt het in dat zij zorg dragen voor al de belangen van de meester op aarde?
3 Het ligt voor de hand dat het zichtbare deel van Jehovah’s organisatie is opgebouwd rond de nog overgebleven door de geest verwekte discipelen die, te zijner tijd, als een deel van de hemelse regering te zamen met Christus Jezus in de hemel zullen zijn. Jezus voorzei profetisch dat zij er bij zijn tweede komst druk mee bezig zouden zijn te rechter tijd geestelijk voedsel op te dienen. In overeenstemming met zijn woorden in Matthéüs 24:45-47 zijn nu alle aardse belangen van het koninkrijk van de Meester aan hen toevertrouwd, niet slechts om de huisgenoten des geloofs te voorzien van geestelijk voedsel, dat is gebaseerd op Gods Woord, maar ook om toezicht te houden op het wereldomvattende predikingswerk en om op juiste wijze zorg te dragen voor heel de „grote schare” van rechtvaardig gezinde personen die in hun midden komen om over Jehovah onderwezen te worden (Jes. 2:2-4). Er wordt een groot scheidingswerk verricht, waarbij de „schapen” aan de ene zijde worden afgescheiden voor leven en de „bokken” aan de andere zijde voor de dood. De wijze waarop iedere afzonderlijke persoon reageert op de boodschap van Christus’ „broeders”, de door de geest verwekte personen die deze „getrouwe en beleidvolle slaaf” vormen, zal bepalen aan welke zijde hij geplaatst zal worden (Matth. 25:31-46). De met schapen te vergelijken personen zijn blij dat Jehovah een overblijfsel van deze „broeders” op aarde heeft gelaten om de leiding te nemen in de aanbidding en om als een kanaal te dienen door middel waarvan zo vele tastbare voordelen worden uitgedeeld om hen te helpen leven te verwerven.
4. Wat is de neiging van de meeste mensen in de wereld met betrekking tot het zich aansluiten bij een organisatie?
4 De huidige neiging onder vele moderne mensen die de geest van deze wereld aannemen is, het te vermijden een deel van een organisatie te zijn. Voor hen betekent dit reglementering en zij menen dat zij erdoor van hun vrijheid worden beroofd. Zij protesteren, zij komen in opstand, zij veroorzaken relletjes, zij dagen uit door ongehoorzaam te zijn en tonen op andere manieren hun verzet tegen welke beperkingen maar ook die de maatschappij in het algemeen oplegt. Opstand tegen God en tegen redelijke voorschriften kan er de oorzaak van zijn dat iemand, wanneer hij toegeeft aan de zwakheden van het lichaam, zich minder bewust is van zonde, en kan iemand het gevoel geven dat hij niet door anderen of de regels van een organisatie aan banden wordt gelegd, maar toch wordt hij oud en sterft precies zoals de mensen van voorgaande generaties. Gods beginselen en zijn vereisten voor leven veranderen niet ten gevolge van veranderingen die iemand aanbrengt in filosofische denkbeelden of gedragsregels. — Spr. 19:20, 21; 1 Petr. 2:16; Gal. 6:7, 8.
5. Wat beseft iemand die alle beperkingen van zich afwerpt niet? Wat zal een verstandige zoon doen?
5 Het zou kunnen gebeuren dat een opstandige zoon het huis van zijn vader, waar alles ordelijk toegaat, verlaat omdat de noodzakelijke beperkingen en voorwaarden waaronder hij daar mag leven, hem niet aanstaan. Hij verkiest misschien al het onderricht dat hem door zijn ouders is gegeven te negeren, denkende dat hij daardoor „werkelijke vrijheid” verkrijgt. Maar welke vader die van nature liefde voor al zijn kinderen heeft, zou niet hopen dat de opstandige zoon zijn onrijpe handelwijze zorgvuldig zou overdenken en zou inzien dat hij geen werkelijke vrijheid verwierf, maar zich op een lange weg begaf van moeilijkheden, hartzeer en misschien een schandelijke dood? Als hij niet veranderde, zou zijn leven waarschijnlijk op een gegeven ogenblik op gewelddadige wijze eindigen of zou hij een gedesillusioneerd mentaal wrak worden. Wat een verschil met de verstandige zoon die het noodzakelijke strenge onderricht ter harte neemt, onder het liefdevolle toezicht van zijn ouders tot rijpheid groeit en dan als een bruikbaar, gelukkig persoon zijn plaats inneemt in de grotere organisatie, de gemeente of gemeenschap! — Luk. 15:11-32.
6. Waarmee zou men Jehovah’s organisatie kunnen vergelijken, en hoe worden alle dingen waar doeltreffend voor wordt gezorgd, vergemakkelijkt doordat er een organisatie bestaat?
6 Jehovah heeft er daarom wijselijk voorzieningen voor getroffen dat zijn volk op georganiseerde wijze als een gezin zou samenwerken, met hemzelf als Vader en Hoofd. Hij heeft dit niet gedaan om onze vrijheid al te zeer aan banden te leggen, maar ten einde ons te helpen onze door God geschonken vrijheid op een juiste wijze te gebruiken. Wij vinden het prettig samen te komen om over Gods Woord te spreken en het ons te laten uitleggen. Wij worden gesterkt wanneer wij samenwerken in het ten uitvoer brengen van onze opdracht het goede nieuws aan allen in onze omgeving te prediken. Doordat wij samen zijn gebracht, kunnen wij te weten komen hoe het met iedereen in zijn dienst voor Jehovah gaat, zodat wij elkaars lasten kunnen dragen, zonder ons evenwel op ongepaste wijze met het privé-leven van een ander te bemoeien. Hoe zouden wij ons ooit van al deze noodzakelijke dingen van de christelijke bediening kunnen kwijten indien wij niet als een organisatie zouden samenwerken? Wat zou er bovendien een verwarring ontstaan indien Jehovah met een ieder van ons individueel zou handelen, door de één een nieuwe waarheid te onthullen en de ander een openbaring te geven; of de één een uitlegging te geven en de ander een opdracht voor werk, waarbij allen onafhankelijk van elkaar zouden zijn. Integendeel, Jehovah heeft het nodig geacht via zijn organisatie te werken om voor allen te rechter tijd voedsel te verschaffen. Er worden tot eenheid bijdragende instructies voor de dienst gegeven, zodat allen kunnen samenwerken om het goede nieuws doeltreffend te prediken en de beste resultaten te verkrijgen. — 1 Kor. 14:26-33, 40; Rom. 15:1, 2; Ef. 4:16.
7. Wat is belangrijker dan de plaats waar het hoofdbureau van de aardse organisatie gevestigd is?
7 Jehovah’s getuigen worden thans in 199 landen aangetroffen. Er zijn 96 bijkantoren, die alle verbonden zijn met het centrale hoofdbureau in Brooklyn, New York, namelijk de Watch Tower Bible and Tract Society. Het werk van het uit gezalfden bestaande besturende lichaam is daar gecentraliseerd, en van daaruit houden zij toezicht op het wereldomvattende predikingswerk en het gereedmaken van publikaties die geestelijk voedsel bevatten. Als Jehovah zijn volk niet lang geleden had getoetst en gereinigd en zijn geest niet op hen had gelegd, en als zij niet nauw in overeenstemming met zijn Woord zouden werken, zouden zij niet verschillen van welk ander religieus lichaam maar ook dat als rechtspersoon werd erkend om een werk ten uitvoer te brengen. Zij weten dat de plaats waar het hoofdbureau gevestigd is, of zelfs de naam van de corporatie, niet belangrijk is. De centrale organisatie is echter in de stad New York gevestigd vanwege de duidelijke voordelen die dit heeft om het goede nieuws snel te kunnen drukken en over de hele wereld te kunnen verspreiden. Voor zowel de Samaritanen als de joden was de plaats wel belangrijk, wat de Samaritaanse vrouw ertoe bracht tot Jezus te zeggen: „’Onze voorvaders hebben op deze berg aanbeden, maar gijlieden zegt dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden.’ Jezus zei tot haar: ’Geloof mij, vrouw: Het uur komt waarin gijlieden de Vader noch op deze berg noch in Jeruzalem zult aanbidden. . . . het uur komt, en is nu, waarin de ware aanbidders de Vader met geest en waarheid zullen aanbidden, ja, want de Vader zoekt zulke mensen om hem te aanbidden. God is een Geest, en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden’” (Joh. 4:20-24). De plaats is dus niet belangrijk. Het gaat om u met Gods geest!
8. Hoe zijn Jehovah’s getuigen in gemeentelijk verband georganiseerd?
8 Het doet er dus niet toe wáár iemand op aarde zich bevindt. Noch behoeven wij in een bepaalde richting te kijken of een bepaalde houding aan te nemen wanneer wij de Vader aanbidden. Ordelijkheid, maar geen leeg ritueel! De hoofdzaak is: Wat bevindt zich in ons hart? Onze geest of onze drijfveer dient in overeenstemming met Gods Woord der waarheid te zijn en dient gehoor te geven aan zijn heilige geest. Wij moeten Jehovah liefhebben met geheel ons hart, geheel ons verstand, geheel onze ziel en kracht. Toch ontslaat deze volledige toewijding aan God ons niet van de verplichting onze naaste lief te hebben als onszelf en zelfs onze vijanden lief te hebben. Ten einde ons van deze verplichting te kwijten, kunnen wij God niet aanbidden en zijn werkopdracht niet ten uitvoer brengen onafhankelijk van anderen die hetzelfde doen. Jehovah’s getuigen hebben daarom, waar zij ook zijn, het voorrecht met een gemeente samen te werken die georganiseerd is onder het toezicht van het besturende lichaam van Jehovah’s getuigen. Als er nog maar één of twee personen in een groep zijn en er nog geen gemeente is gevormd, ontvangen zij rechtstreeks van het hoofdbureau voordelen en worden zij, wanneer zij groepsstudies hebben en anderen met het goede nieuws bezoeken, door reizende vertegenwoordigers bezocht. Zelfs achter het IJzeren Gordijn zien onze broeders er de noodzaak van in, geregeld hun groepsbijeenkomsten te hebben en systematisch tot anderen te prediken, ook al riskeren zij hierdoor hun leven.
VOORDELEN VOOR U PERSOONLIJK
9. Hoe zou iemand nadat het eerste contact was gelegd, door de organisatie geholpen worden?
9 Laten wij ons eens een bepaalde gemeente voorstellen en aannemen dat u zich op dezelfde wijze met deze gemeente verbonden zou hebben als duizenden christelijke getuigen van Jehovah dit gedaan hebben. Welke voordelen zou u bij het zoeken van leven in Jehovah’s nieuwe samenstel van dingen, van Jehovah’s organisatie hebben ontvangen en nog steeds ontvangen? In de eerste plaats is het zeer waarschijnlijk dat de hoop op eeuwig leven onder uw aandacht is gebracht door een lid van de plaatselijke gemeente die aan uw deur is gekomen, een kort bijbels toespraakje heeft gehouden om uw belangstelling voor de bijbel te stimuleren, en daarna wat bijbelse lectuur bij u heeft achtergelaten die door de organisatie was vervaardigd. Er was een kleine gebiedstoewijzing klaargemaakt waar ook uw huis toe behoorde en die werd aan dat lid van de gemeente uitgereikt. Zoals alle andere bedienaren van het evangelie over de hele wereld predikte hij het goede nieuws in dit gebied overeenkomstig de instructies die hij door middel van de organisatie had gekregen. Een van de praktische suggesties die de organisatie had gegeven was, dat hij zou trachten iedere persoon in het gebied te bereiken met de boodschap van Gods koninkrijk en verdere aandacht zou besteden aan elkeen die belangstelling had getoond, door hem vervolgens nogmaals te bezoeken en een bijbelstudie met hem te beginnen. Hij is ook teruggekomen en heeft een poosje met u gestudeerd.
10. Hoe zou iemand door de vergaderingen en door de omgang met anderen in de gemeente geholpen kunnen worden?
10 Mettertijd, naarmate u kennis tot zich nam en uw waardering groeide, gaf u gehoor aan een uitnodiging om een van de vergaderingen van de gemeente bij te wonen. Toen u er wat vaker kwam, bemerkte u dat al deze vergaderingen zo geregeld waren dat er een evenwichtig geestelijk voedingsprogramma door werd geboden. Men ontving er zowel de diepere dingen uit Gods Woord als algemene aanmoediging en raad. Er werden nieuwe waarheden geleerd en de geest werd verkwikt door het herhalen van oude waarheden (Matth. 13:52). Er werd onderricht gegeven over de wijze waarop de bediening ten uitvoer gebracht moest worden. Uw waardering voor Gods kanaal, waardoor „voedsel te rechter tijd” werd uitgedeeld, groeide gestadig. U luisterde naar anderen die vanaf het podium spraken en vervolgens nam u deel aan het geven van commentaar wanneer het publiek daartoe in de gelegenheid werd gesteld. Later liet u zich inschrijven op de School der Theocratische Bediening om een speciale opleiding te ontvangen in het spreken, het stellen, het verrichten van bijbels nazoekwerk en de kunst van weerlegging, enzovoort. Er heerste hier een andere geest, en u genoot van deze christelijke omgang. Door dit alles werd u geestelijk opgebouwd en op toekomstige dienst voorbereid. Al deze zegeningen begon u te ontvangen omdat u er een begin mee had gemaakt zich met Jehovah’s organisatie te verbinden. — Hebr. 10:23-25.
11. Welke voorzieningen treft de organisatie om allen te helpen „een openbare bekendmaking tot redding” te doen?
11 Naarmate uw kennis van Jehovah’s vereisten toenam, werd het u duidelijk dat een lid van de gemeente van Jehovah’s christelijke getuigen te zijn niet betekende slechts een leek te zijn, van wie niet meer wordt geëist dan dat hij luistert en geld op een collecteschaal deponeert. U zag feitelijk op geen van de vergaderingen een collecteschaal rondgaan. U leerde dat uw geloof geen dood maar een levend geloof was. U wilde anderen vertellen over de goede dingen die u leerde. U aanvaardde de uitnodiging van degene die u onderwees, om hem bij het getuigeniswerk van huis tot huis te vergezellen. U leerde de beste methoden om de bediening ten uitvoer te brengen door zelf te spreken. U benutte aldus nog een regeling tot opleiding in de organisatie, waardoor u werd geholpen een betere dienaar van God te zijn. — Hand. 20:20, 21; Hebr. 13:15, 16; Jak. 1:22-25.
12. Welke organisatorische voordelen verschaffen de opzieners en dienaren in de bediening?
12 U bemerkte al vlug nadat u zich met de organisatie ging verbinden, dat de gemeente aangestelde dienaren had om in de behoeften van de gemeente te voorzien. Voordat zij door het besturende lichaam werden aangesteld, moesten zij voldoen aan de bijbelse maatstaf voor opzieners en assistenten in de bediening (1 Tim. 3:1-10, 12, 13). Zij speelden niet de baas, noch verwachtten of wensten zij vleierij van degenen die zij dienden. Geen van hen werd voor zijn vrijwillige dienst ten behoeve van de broeders betaald. Wat een verschil met de leiders van de vele sekten der christenheid! De dienaren in de gemeente waren druk bezig met het voorbereiden van vergaderingen, toespraken en werkschema’s. Zij gingen erop uit om voor een goede vergaderplaats te zorgen en zij zagen erop toe dat er voldoende voorraad van alles was om het predikingswerk te kunnen verrichten. De benodigde berichten werden bijgehouden en nagekeken om te zien hoe het met de gemeente als geheel ging en of soms iemand afzonderlijk op de een of andere manier wat speciale hulp van rijperen nodig had. De zieken en zwakken werden bezocht en waar nodig werd hun hulp verleend. — Joh. 13:12-17; Hebr. 13:7.
13. Hoe verleent de organisatie hulp bij problemen die worden ondervonden bij het groeien tot rijpheid?
13 Naarmate u tot christelijke rijpheid groeide ondervond u enkele problemen, u werd af en toe ontmoedigd; er kunnen zelfs enkele misverstanden tussen u en enkelen van uw geestelijke broeders en zusters geweest zijn. Maar u zag er de noodzaak van in uw geloof sterk te houden en bijbelse beginselen toe te passen (Kol. 3:12-14). U leerde. U werd opgeleid. U wilde God behagen en de prijs van leven verwerven. De aangestelde dienaren in de gemeente waren ervoor om u bij al deze situaties te helpen. Zij waren er niet om u uw christelijke vrijheid te ontnemen, maar zij hadden er belangstelling voor allen te helpen in vrede samen te werken en de gemeente tegen elk geestelijk gevaar of elk gevaar van immoraliteit te beschermen, hierbij Petrus’ raad in gedachten houdend: „Weidt de kudde Gods die aan uw zorg is toevertrouwd, niet onder dwang, maar gewillig; noch uit liefde voor oneerlijke winst, maar bereidwillig; noch als heersend over hen die Gods erfdeel zijn, maar voorbeelden voor de kudde wordend.” — 1 Petr. 5:2, 3.
14. Hoe verschaft de organisatie voordelen door middel van vergaderingen?
14 U herinnert zich het eerste bezoek van de kringdienaar en hoe hij de gemeente door suggesties voor het verbeteren van de bediening en door aanmoedigende toespraken heeft geholpen. U woonde uw eerste kringvergadering bij en daarna een groot congres in een naburige stad. U vroeg via het congreshuisvestingsbureau een kamer aan en u verrichtte vrijwillig werk in de congresorganisatie. Op dat congres symboliseerde u samen met vele anderen uw opdracht om Jehovah’s wil te doen, door in water ondergedompeld te worden. Wat een bijzondere geestelijke zegening die u nooit zult vergeten! Wie trof al deze regelingen? Jehovah’s getrouwe organisatie! De getroffen regelingen waren precies zoals de regelingen die Jehovah op overeenkomstige wijze voor de natie Israël, en voor de vroege christelijke gemeente trof. — 1 Sam. 7:16; Deut. 16:16; Hand. 2:41, 42; 13:2-4; 14:21-28.
15. Wat gaat iemand begrijpen met betrekking tot Jehovah’s organisatie en met betrekking tot het doel waarvoor ze op aarde is?
15 De noodzaak nauw met Jehovah’s organisatie samen te werken en alle door haar geschonken voordelen te waarderen, werd u steeds duidelijker naarmate u Jehovah’s hand in alle regelingen opmerkte. Dit was een organisatie die er niet alleen maar opuit was leden te winnen, maar om iemand te helpen leven te verkrijgen. U zag dat van het besturende lichaam tot aan de dienaren in de plaatselijke gemeente allen uw geestelijke broeders waren die er belang in stelden Jehovah’s wil op de beste manier ten uitvoer te brengen en die zich ervan vergewisten dat allen de geestelijke voordelen ontvingen die Jehovah zijn volk progressief geeft. Elke publikatie, elk bijkantoor, elke drukkerij, elke school, elke vergadering, elke predikingsveldtocht was opgezet met de bedoeling dat ’het goede nieuws op de hele wereld gepredikt zou worden tot een getuigenis’. Dit was en is volgens de statuten het doel van de Watch Tower Bible and Tract Society, het wettelijke orgaan dat door Jehovah’s getuigen wordt gebruikt, en er is geen andere reden waarom het Genootschap bestaat. Naarmate u Jehovah’s zichtbare organisatie aan een grondiger onderzoek onderwierp, des te meer ging u inzien dat deze op dezelfde wijze werkt als de vroege christelijke gemeente ten tijde van de apostelen. — Matth. 28:18-20; 24:14; Hand. 15:6, 22-29; 16:4, 5.
16. Hoe helpt de organisatie personen liefde en andere vruchten van de geest aan te kweken door hen als broeders en zusters samen te brengen?
16 Wat een waardevolle zegeningen en ervaringen deed u op doordat u met Jehovah’s organisatie verbonden was! Als u uw geestelijke broeders en zusters niet had ontmoet en niet met hen had samengewerkt, dan zouden er slechts weinig gelegenheden zijn geweest uw liefde voor hen aan te kweken. U zou er geen kans toe hebben gezien om naarmate u zelf sterker werd en in staat was anderen te helpen die hulp nodig hadden, anderen ook werkelijk bij te staan. Ook zou u niet opgevallen zijn en uw zwakheden zouden niet aan het licht zijn getreden en hierdoor zou niemand u hebben kunnen helpen deze te overwinnen en aldus een betere dienstknecht van Jehovah te worden. Was u verlegen en schuchter wanneer er anderen bij waren? Dan heeft het geven van commentaar op vergaderingen en het prediken in het openbaar u zeer geholpen tot anderen te spreken. Het werd veeleer een vreugde dan iets om voor terug te schrikken. Was u vlug driftig? Anderen moesten dit een poosje van u verdragen terwijl u zelfbeheersing aankweekte en eraan werkte een zachtaardige geestesgesteldheid te ontwikkelen, maar samen te werken met anderen en hun hulp te ontvangen en met geduld verdragen te worden, hielpen u dit te overwinnen. Welk probleem of welke situatie er ook bestond, u bemerkte in de loop der jaren dat het gemakkelijker was er het hoofd aan te bieden door nauwe omgang te hebben met en gebruik te maken van de vele voordelen van Jehovah’s organisatie. — 1 Thess. 5:11; Gal. 6:2.
17. Wat zijn enkele veel voorkomende situaties waarmee verschillende personen in Jehovah’s organisatie geconfronteerd worden?
17 Toen u anderen beter leerde kennen, zag u dat zij naast nieuw verworven vreugden en voorrechten van Jehovah, ook problemen of zwakheden hadden waar zij aan werkten. Voor de één vormde de gezondheid een probleem; iemand anders had moeilijkheden financieel zijn hoofd boven water te houden. Die persoon had de neiging zich bezorgd te maken over kleinigheden; een ander nam alles niet serieus genoeg. Deze zuster had een man die een tegenstander was; die vader had een zoon die soms opstandig was. De een werd het een beetje moe steeds het goede te doen; een ander scheen niet genoeg tijd te hebben om alles klaar te krijgen. Hier een broeder die niet kon besluiten of hij nu zou trouwen. Daar iemand die bekwaam was in een vak en het moeilijk vond zich eruit los te maken ten einde al zijn tijd aan het predikingswerk te besteden. Die voerde strijd met de een of andere vleselijke zwakheid die hem als een doorn in het vlees was. Iemand anders vond het moeilijk vervolging of tegenstand het hoofd te bieden. Deze had een diep gewortelde wereldse gewoonte, waartegen hij vocht om deze meester te worden; de vrouw van die broeder was een beetje overgevoelig en snel beledigd. Deze jonge zuster begon wat belangstelling voor de wereld aan de dag te leggen, waardoor zij een verdeelde geest kreeg; die dienaar begon zich overladen met verantwoordelijkheid te voelen en vond het moeilijk zijn evenwicht te bewaren.
18. Hoe ontstaan al deze situaties, en waarom is het noodzakelijk dicht bij Jehovah’s organisatie te blijven ten einde ze het hoofd te kunnen bieden?
18 Jehovah had geen van deze situaties geschapen, maar hij liet ze toe. Enkele hiervan had men zelf over zich gebracht en deze hadden, door oordeel des onderscheids te gebruiken, vermeden kunnen worden; andere kwamen ongeacht wat men ook had kunnen doen. Sommige werden veroorzaakt doordat de Duivel zijn werktuigen op aarde gebruikt om tegenstand te veroorzaken, maar voor het grootste deel waren het allemaal omstandigheden die vaker voorkomen in het leven en die ontstonden vanwege onvolmaaktheid en omdat zij probeerden voor het nieuwe samenstel van dingen te leven terwijl zij nog in het oude samenstel zijn. Als zij zouden proberen deze problemen elke dag opnieuw weer afgescheiden van Jehovah’s organisatie het hoofd te bieden, zouden zij het nooit klaarspelen. U kon nu heel duidelijk zien dat wij het onderricht, de raad, de aanmoediging, de liefdevolle hulp van onze broeders nodig hebben. Ons van Gods organisatie afwenden, maakt ons eenzame „schapen” in een koude wereld die niets om ons geeft (1 Petr. 4:7-11). Wanneer wij geregeld in slecht gezelschap zouden verkeren zonder ons door regelmatige omgang met Jehovah’s getuigen nieuw leven te laten inblazen, dan zouden onze liefde voor Jehovah en onze ijver voor zijn ware aanbidding al gauw verkoelen (2 Petr. 2:20). Wij zouden weer door de wereld opgeslokt worden en er samen mee ten onder gaan. — Spr. 18:1.
19. Wat moeten wij betreffende de drie voornaamste voorzieningen van Jehovah, namelijk zijn geest, zijn Woord en zijn organisatie, erkennen?
19 Nu staan wij in het heden en zien in de toekomst. Zullen wij blijven volharden en alle voorzieningen die Jehovah door middel van zijn geest, zijn Woord en zijn organisatie treft, waarderen? Deze drie werken samen om ons dagelijks zegeningen en voordelen te verschaffen zonder welke wij eenvoudig niet kunnen bestaan. Maar bedenk dat er veel afhangt van de wijze waarop een ieder van ons voordeel van deze drie dingen trekt. Wij moeten over onze geest waken en nooit toelaten dat de geest van deze wereld ons begint te beïnvloeden. Wij moeten ons onderwerpen aan de leiding van Jehovah’s heilige geest. Wij dienen zijn Woord zowel persoonlijk als in gemeenteverband te bestuderen. Wij moeten het een werkelijke kracht in ons leven laten vormen. Wij moeten Jehovah’s christelijke organisatie erkennen en er nauw mee samenwerken. Laten wij geen van deze voordelen ooit geringschatten. De Levengever, die weet wat wij nodig hebben om eeuwig leven te kunnen verkrijgen, heeft ze ons verschaft.