Betoon achting aan wie achting toekomt
INBEGREPEN bij de regel „zoals gij wilt dat de mensen u doen, doet hun desgelijks”, is het betonen van achting aan wie achting toekomt. Dit te doen is niet alleen juist maar is ook de verstandigste handelwijze, want het draagt bij tot een goede verhouding zowel met onze Maker, Jehovah God, als met onze naaste. — Luk. 6:31.
Om achting te betonen aan wie achting toekomt, is bedachtzaamheid en een goed oordeel nodig, en er zou derhalve gezegd kunnen worden dat het een kunst is. En aangezien het een juist en rechtvaardig vereiste is, kan het eveneens een deugd worden genoemd. De geïnspireerde apostel Paulus gaf het gebod: „Geeft dan aan allen wat gij schuldig zijt: . . . eerbied, wien gij eerbied schuldig zijt” (Rom. 13:7, Belgische Professoren Bijbel). De hedendaagse neiging is, steeds minder achting te betonen, en in het bijzonder is dit bij jongeren het geval. Zoals één dienaar der wet het stelde: „Kinderen zeggen tegenwoordig zelden ’mijnheer’.”
Achting wordt gedefinieerd als „het gevoel van respect, eerbied of aanzien dat wordt opgewekt door het in overweging nemen van persoonlijke waarde, waardigheid of macht; dat wat men verschuldigd is, met betrekking tot persoonlijke waarde en macht”. Achting houdt ook in dat er sprake is van een beredeneerde waardering voor of waardebepaling van een persoon en de mate van erkenning die men hem verschuldigd is.
Degene die boven ieder ander onze achting verdient, is onze Maker, want hij heeft stellig ’persoonlijke waarde, waardigheid en macht’ boven ieder ander. Toch is er misschien nooit tevoren in de menselijke geschiedenis zo’n wijd verbreide minachting voor Hem geweest als heden ten dage het geval is, en dat zelfs van de zijde van de geestelijken der christenheid, terwijl hun beroep hen er ogenschijnlijk juist toe verplicht, achting voor God bij anderen in te prenten. Het is stellig zo dat al degenen die zeggen „God is dood” en die een religie zonder een levende God prediken, God beledigen door te ontkennen dat hij bestaat.
Alle met verstand begaafde schepselen die werkelijk verstandig zijn, zullen de Schepper echter de achting geven die hem toekomt. Natuurlijk is één manier waarop wij dit kunnen doen, door Gods naam altijd met respect te behandelen, waarbij wij elke godslastering en ontheiliging vermijden. Maar er is ook nog een andere manier. Zoals de apostel Petrus aantoont, kunnen wij zelfs door onze handelwijze „achting voor Jehovah” tonen. Ja, zoals het spreekwoord zegt, „daden spreken meer dan woorden”, en door er dus zorgvuldig op toe te zien dat wij God door ons gedrag niet mishagen, betonen wij hem de verschuldigde achting. — 2 Petr. 2:11; Ex. 20:7.
Evenals de Schepper vanwege zijn positie, hoedanigheden en macht recht heeft op onze hoogste achting, zo hebben anderen recht op een zekere achting naar de mate dat zij ’persoonlijke waarde, waardigheid en macht’ bezitten. Tot hen behoren vaders, die vanwege het feit dat zij de levengever en verzorger van hun kinderen zijn, recht op achting hebben, zoals de bijbel aantoont: „Wij [hadden] vroeger vaders die van ons vlees waren om ons streng te onderrichten en wij betoonden hun achting.” Kinderen kunnen hun vader (en hun moeder) achting betonen door steeds op respectvolle toon en eerbiedig tegen hen te spreken. Vooral door hun ouders te gehoorzamen, kunnen kinderen respect voor hen aan de dag leggen. Tegenwoordig blijven echter veel kinderen in gebreke om van eerbied jegens hun ouders blijk te geven, en veel ouders zijn zo dwaas het oneerbiedige gedrag van hun kinderen door de vingers te zien. — Hebr. 12:9; Spr. 15:5; Ef. 6:1-3.
Wegens de positie als hoofd, die echtgenoten volgens de Schrift innemen, en de zekerheid die dezen hun vrouw verschaffen, verdienen zij het respect van hun vrouw, zoals het bijbelse gebod luidt: „De vrouw . . . moet diepe achting voor haar man hebben.” Hierdoor zal stellig worden voorkomen dat de vrouw de baas speelt over haar echtgenoot. Zij zegt niet, zoals sommigen: „Ik heb mijn man naar de winkel gestuurd om melk te halen.” Neen, sturen kan zij haar kinderen, maar haar man vraagt zij, met inachtneming van het feit dat hij haar hoofd is, of hij dit of dat zou willen doen. Christelijke vrouwen krijgen de raad dat het heel goed mogelijk zou zijn dat zij door hun „eerzame gedrag te zamen met diepe achting” hun ongelovige echtgenoot voor het christendom zouden kunnen winnen. Terzelfder tijd zal de verstandige en liefhebbende echtgenoot zijn vrouw, als het eerbare, deugdzame ’zwakkere vat, het vrouwelijke’, met gepaste achting behandelen. — Ef. 5:33; 1 Petr. 3:2, 7.
Ook jegens anderen die autoriteit bezitten zoals een onderwijzer, een voorman op een fabriek of in een werkplaats, of een regeringsambtenaar, dient een zekere mate van respect te worden betoond. Ook hier kan men weer van achting blijk geven door de manier waarop men zulke mensen benadert en door hun bevelen, wensen en verlangens, indien deze gepast en juist zijn, in te willigen. Bij een zekere gelegenheid noemde de apostel Paulus iemand die hem slagen liet toedienen een „witgekalkte muur”. Maar toen men Paulus inlichtte dat deze man de hogepriester was, verontschuldigde hij zich en deed de volgende aanhaling uit de Wet: „Gij moogt niet nadelig spreken over een regeerder van uw volk.” Ja, ook dit is een manier waarop wij respect kunnen tonen jegens hen die over autoriteit beschikken, namelijk door niet nadelig over hen te spreken. En in het bijzonder als zich het geval voordoet dat zulke autoriteiten van christenen verlangen dat zij duidelijk maken wat de reden is van de hoop die in hen is, dan moeten zij dat doen „met zachtaardigheid en diepe achting”. — Hand. 23:3-5; 1 Petr. 3:15; Ef. 6:5.
Bovendien doet men er goed aan ook jegens de leden van het vrouwelijke geslacht in het algemeen een zekere mate van respect in acht te nemen. Alles wat maar zweemt naar ongepaste familiariteiten, moet worden vermeden. De apostel Paulus gaf de bedienaar van het evangelie Timótheüs de verstandige raad oudere vrouwen als zijn eigen moeder en de jongere vrouwen als zijn eigen vleselijke zusters te behandelen, in beide gevallen dus met respect. — 1 Tim. 5:2.
Dit beginsel om achting te betonen aan wie achting toekomt, is kennelijk ook binnen de christelijke gemeente van toepassing. Stellig dient jegens hen die het toezicht over de gemeente hebben ontvangen en die de leiding moeten nemen, achting te worden betoond, aangezien zij Jehovah God en zijn Zoon Jezus Christus vertegenwoordigen. Iets dat evenmin over het hoofd dient te worden gezien is, dat de jongeren in de gemeente achting dienen te betonen jegens hen die reeds op leeftijd zijn. — Lev. 19:32; Spr. 16:31; Hebr. 13:17.
Het gebrek aan respect en achting voor de Schepper, Jehovah God, voor ouders en anderen die in posities zijn geplaatst waar zij autoriteit moeten oefenen, is over de gehele wereld kenbaar en vormt een van de duidelijke aanwijzingen voor het feit dat wij in de „laatste dagen” leven. Zij echter die verstandig zijn en doen wat juist is, zullen zich niet door deze tendens laten meeslepen doch achting betonen aan wie achting toekomt. — 2 Tim. 3:1-5.