„Het woord van God is levend en oefent kracht uit”
„DE PEN is machtiger dan het zwaard.” In de een of andere vorm is die gedachte door meer dan één bekende historische figuur, waaronder Napoleon en Benjamin Franklin, tot uitdrukking gebracht. Precies in de hierbovenstaande vorm komen deze woorden voor in het toneelstuk van Bulwer-Lytton over kardinaal Richelieu, een geslepen en sluw Frans staatsman en een vorst van de kerk van Rome uit de eerste helft van de zeventiende eeuw.
Huidige totalitaire regeringen hebben evenwel hevig hun best gedaan te bewijzen dat het zwaard der vervolging, dat door hen wordt aangewend, machtiger is dan de pen. Door de vrijheid van spreken, van pers en religie te onderdrukken, zijn zij er bijna in geslaagd hun bewering waar te maken. Bijna, maar niet helemaal, want er is altijd minstens één opmerkelijke uitzondering geweest. En welke is dat? De geïnspireerde Pen, de bijbel, het Woord van God.
Ja, totalitaire regeringen hebben wel mensen kunnen binden, doch het geïnspireerde Woord van God hebben zij nimmer aan banden kunnen leggen of binden (2 Tim. 2:9). Het is zoals de geïnspireerde schrijver van het bijbelboek Hebreeën terecht verklaart: „Het woord van God is levend en oefent kracht uit en is scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt zelfs zover door dat het ziel en geest . . . scheidt en het kan gedachten en bedoelingen van het hart onderscheiden.” — Hebr. 4:12.
Waarom is dit Woord van God zo levend, zo krachtig? Omdat het de pure, essentiële waarheid bevat en omdat de schrijvers ervan met de geest of werkzame kracht van de Schepper, Jehovah God, de Almachtige, vervuld waren. De woorden ervan zijn werkelijk geest en leven, zoals Gods Zoon, Jezus Christus, heeft gezegd (Joh. 6:63). Zij die de woorden van waarheid die in de bijbel gevonden worden, met een open geest en eerlijk hart indrinken, ontvangen stellig iets van Gods machtige werkzame kracht of geest. Voorts schenkt dat Woord van God hun die het in een goed een eerlijk hart ontvangen, geloof, een geloof dat hen in staat stelt vele dappere en machtige werken te verrichten (Hebreeën, hoofdstuk 11). Meer dan dat; het Woord van God verleent de naar waarheid hongerende, onbevooroordeelde lezers, zowel door de eerlijkheid en openhartigheid ervan als door de nadruk die het op rechtvaardige beginselen legt, kracht. Het verleent kracht tot rechtvaardigheid, door het feit dat het de alwijze, almachtige en volmaakt rechtvaardige Schepper, hem die, boven alle anderen, het juiste voorwerp van vrees is, openbaart.
Een van de vele manieren waarop het Woord van God heeft bewezen levend te zijn en kracht uit te oefenen, is dat het menselijke schepselen kracht en ijver geeft voor de dienst voor Jehovah God, namelijk om ’het woord te prediken’. En het heeft het hun mogelijk gemaakt dit ondanks bittere tegenstand te doen en hen in staat gesteld tot de dood toe getrouw te blijven. — 2 Tim. 4:2, 7, 8.
Een treffend voorbeeld van zijn macht werd ongeveer 2500 jaar geleden door de getrouwe Hebreeuwse profeet Jeremia verschaft. Hij moest een zeer impopulaire boodschap overbrengen en daar hij werd tegengestaan, belachelijk gemaakt en vervolgd werd, had hij er op een keer genoeg van en nam zich voor, niet langer getuigenis van zijn God af te leggen. Kon hij het echter laten? Wat vermeldt het opgetekende bericht? „Het [werd] in mijn hart als brandend vuur, opgesloten in mijn gebeente; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet.” Hij móest eenvoudig met prediken doorgaan. Zo krachtig was het woord dat Jehovah God hem had gegeven. — Jer. 20:9.
VOORBEELD VAN EERSTE CHRISTENEN
Dit ging ook op ten aanzien van de dienstknechten van Jehovah God die christenen, volgelingen van Christus, werden. Het Woord van God maakte dat zij actieve werkers, ijverige predikers van het evangelie of goede nieuws werden en zij bewezen dat dat Woord machtiger was dan het zwaard der vervolging. Toen de apostelen werden gegrepen en voor de rechtbank werden gesleept en hun werd geboden niet meer over Jezus Christus te prediken, antwoordden zij dan ook onbevreesd: „Oordeelt zelf of het in Gods ogen rechtvaardig is meer naar u te luisteren dan naar God. Maar wat ons betreft, wij kunnen niet ophouden te spreken over de dingen die wij gezien en gehoord hebben.” — Hand. 4:19, 20.
Kort daarna werden de apostelen opnieuw gevangen genomen en ditmaal werd hun niet alleen bevolen met prediken op te houden, maar werden zij ook geslagen. Maakte dit dat zij ermee ophielden? Wat toont het verslag aan? „Zij dan gingen van het Sanhedrin vandaan, verheugd dat zij waardig gerekend waren ten behoeve van zijn naam oneer te lijden. En zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken” (Hand. 5:40-42). Ja, hoewel zij werden gegeseld en hun werd bevolen de prediking te staken, bleven zij „zonder ophouden” prediken.
Het zwaard der vervolging bleek evenmin machtiger te zijn dan de geïnspireerde Pen, het Woord van God, toen de christenen in Jeruzalem enige tijd later wreed werden vervolgd, waardoor zij naar alle kanten werden verstrooid. Neen, want „zij . . . die verstrooid waren, gingen het land door en maakten het goede nieuws van het woord bekend.” — Hand. 8:4.
Zo was het ook in het geval van de apostel Paulus en de christelijke gemeente die hij te Thessaloníka oprichtte. Paulus verklaarde namelijk zelf: „Het goede nieuws dat wij prediken, is niet alleen met woorden tot u gekomen, maar ook met kracht en met heilige geest en sterke overtuiging . . . Ja, . . . in elke plaats heeft uw op God gerichte geloof zich verbreid, zodat wij niets behoeven te zeggen.” Het lijdt geen twijfel dat het Woord van God zoals dit door Paulus werd gepredikt, levend is en kracht uitoefent. — 1 Thess. 1:5-9.
MENSELIJKE OVERLEVERINGEN SCHENKEN GEEN KRACHT
Lijnrecht in tegenstelling met het geïnspireerde en krachtige Woord van God staan de overleveringen van mensen die in strijd zijn met de bijbel. Ze geven niet zulk een kracht, ze zijn niet op waarheid gebaseerd, ze zijn niet met Gods heilige geest vervuld. Jezus verklaarde eens betreffende deze overleveringen: „Gij [maakt] het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij hebt doorgegeven” (Mark. 7:13). Hieruit volgt dat zij die met overleveringen worden gevoed in plaats van met het Woord van God, de kracht en ijver missen die het Woord van God heeft.
Juist door hen die de overleveringen van mensen aanhangen, wordt hiervan in de huidige tijd het bewijs geleverd, en een voorbeeld hiervan wordt verschaft door de vruchtbare en populaire rooms-katholieke schrijver W.J. Whalen. In een van zijn meest recente publikaties, Jehovah’s Witnesses (1965), die het imprimatur draagt van C.F. O’Donnell, J.C.D. Administrator, aartsbisdom van Chicago, merkt hij onder andere op: „Fr. Omer Degrijse, C.I.C.M., superior-generaal van de missionarissen van het Onbevlekte Hart van Maria, verklaarde onlangs dat overal het voornaamste probleem van de Kerk de passieve levenshouding van de leken vormt. ’Slechts 5 percent van de lidmaten van de Katholieke Kerk houdt zich actief met apostolisch werk bezig’, zei hij. ’Dit zijn de priesters, de religieuzen [monniken en nonnen], en de weinige lekenapostelen van de Katholieke Actie.’ Het hoofd van de ’Sheut’-vaders zei dat het werkelijke probleem van de Kerk in elk land en elke parochie is, hoe de 95 percent te doordringen van hun verantwoordelijkheid, het woord van God in hun eigen invloedssfeer te verbreiden. Zij beseffen deze verantwoordelijkheid thans niet. Dientengevolge . . . is de Kerk een leger geworden dat uitsluitend is samengesteld uit officieren zonder soldaten.” Na commentaar te hebben geleverd op de ijver van Jehovah’s getuigen, zegt de heer Whalen verder: „Als andere katholieken van hetzelfde gevoelen zijn als ik, vrezen zij de gedachte eens in de paar jaar ook maar een paar uur voor een of andere collecte bij medekatholieken aan te kloppen.”
Dit is echter niet verwonderlijk als wij zien dat dit zelfde gebrek aan kracht, ijver, moed en overtuiging tot in de top van deze religieuze organisatie reikt. Zo is er ook de rooms-katholieke schrijver N.E. Gun, die over zichzelf spreekt als „een goed katholiek, opgevoed door de broeders en gedeeltelijk onderwezen aan de katholieke universiteit te Parijs.” In zijn boek The Day of the Americans (1966), dat over zijn ervaringen in het Duitse concentratiekamp Dachau gaat, heeft hij het volgende over de handelwijze van paus Pius XII met betrekking tot Hitler en de nazi’s te zeggen: „Wat kon de paus doen? Het minste dat hij had kunnen doen was, er zich niet mee in te laten. Hij had kunnen weigeren concordaten met het fascistische Italië en Hitler-Duitsland te tekenen. Hij had de beide dictators van die landen kunnen excommuniceren, zoals hij ook in vroeger tijden keizers had geëxcommuniceerd (breng u Canossa in herinnering).a
Men zegt dat de katholieke geestelijkheid enorm heeft geleden. Dit is waar — maar welke afmetingen had dit precies? Voor elke anti-nazi-priester waren er hoeveel die met het regime collaboreerden en het tolereerden? . . . Men zegt dat de paus, door Hitler ondubbelzinnig tegen te staan, alleen nog maar wredere verdrukkingen zou hebben uitgelokt. Dat is geenszins bewezen. Hitler had moeilijk nog meedogenlozer kunnen zijn dan hij was. Wat zou hij gedaan hebben? De lijken van de joden nog eens verbranden? Bovendien is vrees voor represailles nooit een geldig excuus geweest voor het verzaken van iemands plicht. Als wij ten slotte allemaal onze armen over elkaar hadden gehouden [Gun was iemand uit een neutrale natie die in het concentratiekamp Dachau belandde wegens zijn eerlijke en onbevreesde berichtgeving] ten einde ons gezin, onze vrienden en onze bezittingen niet bloot te stellen, zou er geen verzet, zouden er geen partizanen, zou er geen tegenactie in welke vorm dan ook zijn geweest.” En dit wordt door een katholieke schrijver gezegd die door en door loyaal aan zijn Kerk is, zoals elders in zijn boek blijkt.
Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat religieuze overleveringen mannen en vrouwen, geestelijken en leken, niet sterk, ijverig en onbevreesd maken. Overleveringen zijn niet machtiger dan het zwaard der vervolging.
HET WOORD VAN GOD NOG STEEDS KRACHTIG
Dat het Woord van God thans nog net zo levend en krachtig is als in apostolische tijden, wordt bewezen door de christelijke getuigen van Jehovah. Zij gronden zich positief op de bijbel en, zo merkt de heer Whalen op, de Getuigen „zetten tijd opzij om de bijbel te lezen”, evenals voor het lezen van „de tijdschriften de Wachttoren en Ontwaakt!, traktaten en boeken”, die allemaal op de bijbel gebaseerd zijn. Hij verklaart verder: „Zelfs zij die het meest kritisch tegenover de Getuigen staan, kunnen nauwelijks ontkennen dat de Getuige doorgaans een volkomen gebondenheid aan zijn religie ten toon spreidt; dit is een van de dingen die mij van Jehovah’s getuigen bevallen. De Getuigen zijn artsen en boeren, huisvrouwen en architecten, dagloners en onderwijzers, doch als zij opgedragen Getuigen zijn, weten zij dat zij in de eerste plaats trouw moeten zijn aan Jehovah.” „Ik kan u verzekeren dat de meeste Getuigen strijd moeten voeren om dezelfde verlegenheid, sensitiviteit en inertie te overwinnen waaraan een ieder van ons het hoofd zou moeten bieden aan wie werd gevraagd van deur tot deur te lopen en te proberen buren en vreemdelingen voor onze religie te interesseren. Dat de meeste Getuigen jaar in jaar uit in dit afmattende werk volharden, is iets dat ik moet bewonderen.” „Iedere Getuige — man of vrouw, volwassene of kind — weet dat hij een actieve missionaris moet worden.” Ja, het Woord van God is levend en oefent kracht uit, in onze tijd zowel als in bijbelse tijden.
En deze op de bijbel gerichte christenen spreiden deze ijver ten toon ondanks bittere tegenstand en vervolging, net zoals de eerste christenen deden. De heer Gun zegt over zijn ervaring in het concentratiekamp Dachau dan ook: „Ik zou wel graag willen dat ik kon zeggen dat er niets dan helden in het Lager [kamp] waren, maar dat zou helaas niet waar zijn. Wij waren een heterogene groep. Er was van alles onder ons: Communisten, leden van de ondergrondse, misdadigers, anarchisten . . . en de bewonderenswaardige getuigen van Jehovah . . . Ik moet zeggen dat de leden van Jehovah’s Getuigen zulk een moed, durf, deugdzaamheid en stoïcisme in tegenspoed toonden dat zij een speciaal eresaluut verdienen. Zij waren rotsen in een zee van modder.”
„Rotsen in een zee van modder”? „Een speciaal eresaluut verdienen”? Waarom? Wegens het krachtige Woord van God dat in hun hart was.
En wij bemerken dat de getuigen van Jehovah zo’n twintig jaar later in andere landen hetzelfde bericht opbouwen. Zoals het 1967 Yearbook of Jehovah’s Witnesses aantoont, hebben zij in het afgelopen jaar in meer dan twintig landen vervolging ondergaan, terwijl Portugal en Cuba tot de landen behoorden waar zij de bitterste vervolging ondergingen.
Hoe reageren deze Getuigen op een dergelijke behandeling? Net zoals de vroegere apostelen. In het Yearbook staan enkele verklaringen van hen die in Cuba in concentratiekampen zitten: „Wij zijn niet ontmoedigd. Wij zullen met Paulus’ woorden antwoorden: ’Niets kan ons scheiden van de liefde van Jezus.’ Bidt voor ons, zoals wij voor jullie bidden.” En een van hen schreef aan zijn vrouw: „Zij zeggen dat wij niet naar de gevangenis worden gezonden, dat wij óf soldaten worden óf naar het kerkhof gaan. Wees dus getrouw en bid voor ons.”
Ja, het Woord van God is werkelijk levend en oefent kracht uit. Het bewijst machtiger te zijn dan het zwaard der vervolging. Het is nuttig voor vele dingen, speciaal om iemand te verlichten ten aanzien van de weg der rechtvaardigheid en hem vervolgens in staat te stellen die weg te volgen (2 Tim. 3:16, 17). Lees dus dagelijks uw bijbel, lees hem in geloof, vraag God u te helpen de bijbel te begrijpen en hetgeen u leest in uw dagelijks leven toe te passen. En mocht u verdere hulp wensen bij uw krachtsinspanningen om de bijbel te begrijpen, dan staan Jehovah’s getuigen, die er zoveel profijt uit getrokken hebben, klaar om u te helpen.
[Voetnoten]
a Waar paus Gregorius VII een geëxcommuniceerde Duitse keizer verscheidene dagen lang in een boetehemd in de winterkou liet staan terwijl deze om vergiffenis smeekte.