Maak discipelen van Christus door te onderwijzen
WAT staan er in ons Yearbook van 1967 vele prachtige voorbeelden waaruit blijkt hoe onze broeders door te onderwijzen discipelen van Christus maken! Geniet u er ook van? Al dit onderwijzingswerk wordt natuurlijk gedaan in gehoorzaamheid aan het bevel dat Jezus zijn volgelingen vlak voor hij naar zijn hemelse Vader terugkeerde, gaf: „Maakt discipelen van mensen . . . en leert [onderwijst] hen.” — Matth. 28:19, 20.
Er wordt ons verteld dat een discipel „iemand [is] die van iemand anders onderricht ontvangt. Iemand die de leerstellingen van een ander aanvaardt en ze helpt verbreiden en nakomen”. Volgens de bijbel zijn de discipelen van Jezus Christus degenen die Jezus’ onderwijzingen aanvaarden, ze begrijpen en hem nauwgezet navolgen door deze leerstellingen te verbreiden. — Joh. 8:31.
Wat is er betrokken bij het maken van discipelen? Jezus Christus heeft ons het voorbeeld gesteld. Hij nam het initiatief door naar de mensen toe te gaan en overal waar hij personen vond die bereid waren te luisteren, te prediken en te onderwijzen.
Er wordt bij het ten uitvoer brengen van dit werk, dat bestaat in het maken van discipelen door te onderwijzen, de nadruk gelegd op een bepaald onderdeel van onze christelijke bediening. Wij zijn in een zekere mate bezig te onderwijzen als wij op straat bijbelse tijdschriften aanbieden; wij onderwijzen iets meer wanneer wij bij het van-huis-tot-huisprediken bij de deuren praten. Maar wij onderwijzen veel meer wanneer wij personen die een zekere mate van belangstelling voor Gods Woord aan de dag hebben gelegd, opnieuw bezoeken, en wij onderwijzen natuurlijk het meeste wanneer wij een geregelde huisbijbelstudie oprichten.
Bovendien moeten wij dit onderwijzingswerk niet slechts op een persoonlijke basis voortzetten, want wij moeten deze toekomstige discipelen helpen de noodzaak in te zien van het bezoeken van onze vijf wekelijkse gemeentevergaderingen. Als zij Jezus’ discipelen willen worden, hebben zij ook de hulp van deze vergaderingen nodig.
Wat een voorrecht een aandeel te mogen hebben aan dit werk, „Gods medewerkers” te mogen zijn, het eeuwige goede nieuws onder leiding van Jezus Christus en zijn heilige engelen te mogen prediken en onderwijzen! Wat een zegen aan dit werk dat bestaat in het maken van discipelen door te onderwijzen, een aandeel te mogen hebben! Wanneer wij dit naar juiste waarde schatten, zullen wij naar de volledige mate van onze kracht, tijd en bekwaamheid willen dienen! — 1 Kor. 3:9; Openb. 14:6.