Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w67 1/2 blz. 88-90
  • Bent u een bekwame prediker van het „goede nieuws”?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bent u een bekwame prediker van het „goede nieuws”?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DOELEINDEN VOOR APRIL EN DECEMBER
  • Denkt u erover een van Jehovah’s getuigen te worden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • April — Een tijd om ’hard te werken en ons in te spannen’
    Onze Koninkrijksdienst 2001
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1978
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1978
  • Bekwaam om met vertrouwen te onderwijzen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
w67 1/2 blz. 88-90

Bent u een bekwame prediker van het „goede nieuws”?

TIJDENS de recente districtsvergaderingen onder het thema „Gods zonen der bevrijding” werd in verband met de levenswijze van christenen veel waardevolle raad verstrekt. Aangezien degenen die Jezus Christus werkelijk navolgen de bijbelse boodschap evenals Jezus met anderen delen, was het programma gekenmerkt door opbouwende lezingen, nuttige demonstraties en praktische vraag-en-antwoord-besprekingen waardoor de aandacht op deze bediening in het veld werd gericht.

Vele duizenden lezers van De Wachttoren bereiden zich erop voor een persoonlijk aandeel aan dit werk van het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk te hebben omdat zij erkennen dat dit de wil van God is (Matth. 24:14). Indien u ook zo iemand is, zult u vooral belang stellen in een vraag die tijdens deze vergaderingen op zondag werd gesteld en beantwoord. De vragensteller vroeg: „Hoeveel vorderingen moet iemand bij zijn studie van de waarheid hebben gemaakt voordat wij hem kunnen uitnodigen met ons in de velddienst te gaan?” Het antwoord dat gegeven werd luidde:

„Daarvoor bestaat geen vaste regel. Mensen zijn zo verschillend. Er zijn echter bepaalde fundamentele beginselen die wij in gedachten kunnen houden.

Iedereen is vrij om over de dingen te spreken die hij gelooft. Wanneer zijn hart wordt getroffen door de dingen die hij uit Gods Woord hoort, kan hij zich geroepen voelen ze met anderen te delen, en dat is prima. In Matthéüs 9:26 staat bij voorbeeld dat nadat Jezus een jong meisje uit de doden had opgewekt, ’het verhaal hiervan de ronde deed door die gehele streek’. De mensen waren natuurlijk opgewonden over wat er was gebeurd en dus vertelden zij het aan anderen, ondanks het feit dat zij geen discipelen van Jezus waren. Toen Jezus bij een vroegere gelegenheid getuigenis had gegeven aan een Samaritaanse vrouw bij de bron van Sichar, haastte zij zich naar de stad om anderen over hem te vertellen, en het resultaat hiervan was, dat velen van die Samaritanen geloof in Jezus stelden. Toch woonde zij, volgens Johannes 4:18, samen met een man die niet haar echtgenoot was, hetgeen onjuist was. Klaarblijkelijk moesten er veranderingen in haar leven worden aangebracht indien zij zich een discipelin van Jezus wilde betonen, maar dit weerhield haar er niet van, anderen te vertellen wat zij had gezien en gehoord. Hetzelfde geldt voor deze tijd.

Maar wanneer u als een van Jehovah’s getuigen iemand uitnodigt mee te gaan in de dienst en een aandeel te hebben aan het getuigeniswerk, en hem zo in het openbaar vereenzelvigt met het werk van Jehovah’s getuigen, ligt de zaak enigszins anders. Nu gaat hij de mensen vertellen dat hij hen bezoekt als iemand die met Jehovah’s getuigen verbonden is, en anderen gaan hem bezien als een voorbeeld hoe Jehovah’s getuigen zijn. Is hij daar klaar voor? Denkt hij als een van Jehovah’s getuigen? Gelooft hij wat Jehovah’s getuigen leren? Gelooft hij werkelijk dat ’de gehele Schrift door God geïnspireerd is’? Zo ja, dan is dat goed, maar er is meer bij betrokken. — 2 Tim. 3:16.

Wat weet hij over de leerstellingen van de bijbel? Als iemand hem een vraag zou stellen, zou hij die dan beantwoorden overeenkomstig de leerstellingen van de kerken der christenheid, of zal hij in harmonie met de bijbel antwoorden? (Matth. 7:21-23) Hij heeft waarschijnlijk geen ervaring in het verklaren van leerstellingen aan anderen, maar kent en gelooft hij op zijn minst de fundamentele leerstellingen van Gods Woord? Dit dient wel zo te zijn; anders kan hij zich werkelijk niet voorstellen als iemand die met Jehovah’s getuigen verbonden is.

Er is nog een kant aan de zaak. Wil iemand ervoor in aanmerking komen zich als een onderwijzer van Gods Woord voor te stellen, dan moet zijn eigen leven in harmonie zijn met wat hij leert, zodat hij geen smaad brengt op hetgeen hij beweert te vertegenwoordigen. Sla uw bijbel maar eens open bij Romeinen 2:21, 22 en merk op wat daar staat: ’Gij echter die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij die predikt: „Steel niet”, steelt gij? Gij die zegt: „Pleeg geen overspel”, pleegt gij overspel? Gij die een afschuw van de afgoden te kennen geeft, berooft gij tempels?’ Hier richtte de apostel Paulus zich tot joden die beweerden onderwijzers van de Wet te zijn, en hij toonde aan dat indien zij die Wet gepast wilden vertegenwoordigen, zij in harmonie ermee moesten leven; anders lag het niet op hun weg om anderen in de Wet te onderwijzen.

Hetzelfde beginsel geldt voor het gezalfde overblijfsel van het geestelijke Israël en voor hen die zich in het predikingswerk bij hen aansluiten. Zij moeten mensen zijn die dat wat de bijbel over eerlijkheid zegt, in praktijk brengen (Ef. 4:25, 28). Zij moeten weten wat de bijbel over hoererij en overspel zegt, en er in harmonie mee leven (Hebr. 13:4; Matth. 19:9). Zij mogen geen personen zijn die dronken worden (1 Petr. 4:3, 4). Zij dienen stellig de activiteiten van een vals-religieuze organisatie niet bij te wonen of er een aandeel aan te hebben (Openb. 18:4; 2 Kor. 6:14-18). En willen zij zich kunnen uitgeven voor volgelingen van Jezus Christus, die ’geen deel van de wereld’ zijn, dan kunnen zij beslist niet betrokken zijn bij haar politieke aangelegenheden (Joh. 15:19). Het kost tijd voordat iemand deze dingen weet, ze gaat geloven en ze in praktijk brengt, maar het zou onjuist zijn om hem, zo lang dit niet het geval is, in de velddienst te laten uittrekken als een van Jehovah’s getuigen.

Nog iets waar wij bij stil moeten staan, is dit: Een Getuige zijn houdt meer in dan een moreel leven leiden en de waarheid nauwkeurig kennen en prediken. Jehovah’s getuigen komen ook regelmatig bijeen om de bijbel te bestuderen; dat is een onderdeel van onze aanbidding. Voordat wij iemand in de velddienst meenemen, moet hij dus met ons verbonden zijn op onze gemeentevergaderingen. Waarvoor zal hij anders mensen uitnodigen die meer willen weten? Als hij de vergaderingen niet bezoekt, zal hij anderen hier niet toe aanmoedigen. De bijbel doet dit echter wel. Daarin wordt er bij ons op aangedrongen het huis van onze God niet te veronachtzamen. — Neh. 10:39; Hebr. 10:24, 25.

Indien iemand die geen gemeentevergaderingen bezoekt, een velddienstrapport invult, wat wil dit dan zeggen? Misschien doet hij het omdat hij denkt dat hij degene die hem in de dienst heeft meegenomen, er een genoegen mee doet. Maar weten wij zeker dat hij het doet omdat hij voelt dat hij bij de organisatie hoort en er deel van wil uitmaken? Zijn wij er zeker van dat hij het doet omdat hij een geregeld aandeel aan Jehovah’s dienst wil hebben? Indien hij een velddienstrapport gaat inleveren als een van Jehovah’s getuigen en in het bericht van de gemeente wordt opgenomen, dient hij, behalve dat hij een rein en moreel leven leidt en de fundamentele waarheden kent, beslist met Jehovah’s getuigen verbonden te zijn door enkele vergaderingen bij te wonen (indien hij ertoe lichamelijk in staat is en zijn omstandigheden dit toelaten) en één van hen te willen zijn.”

DOELEINDEN VOOR APRIL EN DECEMBER

Nadat een andere broeder deze bespreking had gehoord, vroeg hij: „Zal, met het oog hierop, onze houding tegenover nieuwe hoogtepunten in april en december van elk jaar anders zijn dan in het verleden?” De spreker antwoordde:

„In feite is er niets nieuws in wat ik zojuist heb gezegd. U zult het op bladzijde 16 van de brochure In vrede en eenheid prediken en onderwijzen vinden. En wanneer er op bladzijde 22 is aangetoond dat het als resultaat van onze bediening redelijk is te hopen dat er expansie zal zijn, wordt er over degenen die in april en december met de dienst beginnen gesproken als over „nieuwen die zich met de gemeente verbinden”. Wij worden er niet toe aangespoord om personen die zich niet met ons verbinden mee te nemen in de dienst.

In april en december proberen wij dus niet een groot aantal mensen met de dienst te laten beginnen die er niet klaar voor zijn. Het is echter goed om van tijd tot tijd, zoals in april en december, eens stil te staan bij ons werk om te zien of enkelen gereed zijn om met de dienst te beginnen, en indien dit het geval is, willen wij hen helpen. In bepaalde maanden doen wij op dit gebied dus een extra poging en het is een goede stimulans voor ons allen om in gedachten te houden dat wij degenen met wie wij studeren erop voorbereiden, actieve lofzangers van Jehovah te worden (2 Tim. 2:1, 2). Het is niet zo dat wij in andere maanden geen nieuwelingen met de dienst laten beginnen; dat doen wij wel. Doch wij hebben bepaalde tijden gedurende het jaar opzij gezet om ons op dit aspect van ons werk te concentreren. En wat heerlijk is het wanneer een nieuweling ons vergezelt bij het actief dienen van Jehovah!”

Hoe staat het met u? Is u een prediker van het goede nieuws van het Koninkrijk? Indien het uw verlangen is een navolger te zijn van Jezus Christus, die het goede nieuws van het Koninkrijk predikte en bekendmaakte, doe er dan beslist een ernstige poging toe om u toe te rusten thans, nu er nog tijd voor is, een aandeel aan dat werk te hebben. — Luk. 8:1; 21:34-36.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen