Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w63 1/8 blz. 467
  • Een vonkje waarheid in haar jeugd

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een vonkje waarheid in haar jeugd
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het waarheidszaad is ten slotte ontkiemd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Gods onverdiende goedgunstigheid is voldoende
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Mensen vinden die hongeren en dorsten naar waarheid
    Ontwaakt! 1970
  • Gods waarheid herkende zij snel
    Ontwaakt! 1971
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
w63 1/8 blz. 467

Een vonkje waarheid in haar jeugd

OP EEN kringvergadering die in 1962 te Washington, D.C., werd gehouden, vertelde een vrouwelijke getuige van Jehovah de volgende ervaring: „Vorig jaar had ik de zeer prettige ervaring door een Getuige in Arlington te worden opgebeld, die mij vroeg of ik een bijbelstudie zou willen leiden bij een persoon van goede wil die in ons gebied een college bezocht. Natuurlijk zei ik Ja. Deze persoon bleek een jong meisje van twintig jaar te zijn, met een zeer interessante achtergrond wat de waarheid betreft. Zij had het eerst over de waarheid gehoord toen zij zeven jaar was, doordat zij in de persoon van een dienstmeisje van de buren vaak met Jehovah’s getuigen in contact kwam. Toen haar familie ontdekte dat zij belangstelling voor Jehovah’s getuigen had opgevat, maakten zij onmiddellijk een eind aan de omgang. Zij stuurden haar later naar een katholieke middelbare school en daarna naar een katholiek college in Virginia. Toch doofde het vonkje waarheid dat op zevenjarige leeftijd bij haar was ontstoken, niet uit.

Vele van de dingen die haar over Gods voornemen waren verteld, kwamen haar steeds weer in gedachten. De enige tot wie zij zich kon wenden, was het dienstmeisje dat zij als kind had gekend. Dit dienstmeisje, dat in New York woonde, bracht haar onmiddellijk in contact met de Getuigen in Virginia. Een Getuige bezocht haar, maar vlak hierna werd zij overgeplaatst naar het college in ons gebied in het District of Columbia. Wegens de tegenstand van de zijde van haar vrienden en ouders, bestudeerden wij Gods Woord in het geheim. In vijf maanden tijd kwam zij tot de positieve conclusie dat zij een getuige van Jehovah wilde worden.

Daar zij het alleen maar eerlijk vond om haar ouders in te lichten, maar toch bang was voor hun oppositie, vroeg zij mij of ik haar naar New York wilde vergezellen om haar moreel te steunen.

Hoewel wij zeer bezorgd in New York arriveerden, waren wij toch niet voorbereid op wat er werkelijk gebeurde. Toen haar vader van haar beslissing op de hoogte was gesteld, werd hij zo woedend dat hij haar tegen de grond sloeg en dreigde haar in een inrichting voor geesteszieken te laten opsluiten. Hij haalde haar onmiddellijk van het college, verbood haar elke omgang met Jehovah’s volk en diende een wettelijke aanklacht tegen mij in die inhield dat ik een minderjarige tot misdaad aanzette. Doordat zij twintig jaar was, kon zij de eis van haar vader niet ongehoorzaam zijn. Ik liet haar in New York achter met de aanmoediging zich aan hetgeen waarvan zij wist dat het de waarheid was, te houden, en met de belofte dat wij onze vriendschap zouden hernieuwen als zij eenentwintig was.

Nadat de demonische geest in haar vader wat was gekalmeerd, riep hij de raad in van de familiegeestelijke, die hem adviseerde om vriendelijk tegen haar te zijn. Gedurende de hierop volgende periode waarin zij in haar vrijheid beperkt was, werd zij in de gezinskring het centrum van alle aandacht en werd zij overladen met geschenken, zoals een sportwagen van het laatste model, een aanbod om een reis naar Europa te maken, enzovoorts. Daar zij uit een rijke Newyorkse familie komt, was dit allemaal mogelijk.

Tot mijn vreugde kan ik zeggen dat geen van deze methodes enige uitwerking had, want toen zij eenentwintig werd, stelde zij haar familie ervan op de hoogte dat zij bij het besluit bleef dat zij zes maanden eerder had genomen, namelijk om Jehovah te dienen. Weer raakten de gemoederen hevig in beroering; zij werd het huis uit geschopt, er werd haar gezegd dat zij haar niet weer wilden zien en dat zij wat hen betreft niet meer bestond. In augustus kreeg ik een telefoontje van haar waarmee niet alleen onze vriendschap werd hernieuwd, maar waardoor ik tevens een kamergenote kreeg; toen ik namelijk merkte dat zij geen onderdak had, nodigde ik haar uit om bij ons in te komen wonen. Elke week brengt zij nu het goede nieuws aan anderen en streeft vrij haar pas gevonden doel in het leven na. Voorts zullen jullie je erover verheugen te horen dat zij een nieuwe zuster van ons is, doordat zij vandaag haar opdracht aan Jehovah door middel van de waterdoop heeft gesymboliseerd.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen