De stad die vertrouwen stelde in vestingwerken
LACHIS was een stad die zich veilig en onneembaar waande. Ja, haar inwoners stelden hun vertrouwen in de vestingwerken van de stad en verlieten Jehovah. Lachis lag ongeveer vijftig kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem. Voordat koning Sanherib van Assyrië naar Jeruzalem oprukte, besloot hij de vesting Lachis te neutraliseren. „En het geschiedde,” zo lezen wij in de bijbel, „dat Sanherib, de koning van Assyrië, optrok tegen alle vaste steden van Juda en ze innam. En de koning van Assyrië zond Rabsaké van Lachis naar Jeruzalem.” — Jes. 36:1, 2, Lu.
Archeologische ontdekkingen geven ons een idee omtrent de wreedheid van het beleg dat voor Lachis werd geslagen. Op bevel van koning Sanherib werden er massieve reliëfs van het beleg vervaardigd. Deze reliëfs, die zich thans in het Brits Museum bevinden, werden door Sir Austen Layard bij de ruïnes van Ninevé ontdekt. J. Elder, die een beschrijving geeft van de afbeeldingen welke op dertien stenen platen zijn gegrift, schrijft in Prophets, Idols and Diggers:
„Daarboven staan de woorden geschreven: ’Sanherib, koning der wereld, koning van Assyrië, was gezeten op een nîmedu-troon en liet de buit [genomen] van Lachis (La-ki-su) de revue passeren.’ De muren van de stad Lachis zijn op de top van een steile heuvel afgebeeld. Ze hebben torens en vooruitstekende delen met kleine getraliede ramen; houten relingen en voorwerpen die op ronde schilden gelijken, steken boven de borstwering van de torens uit. . . .
De muren en torens wemelen van verdedigers die stenen en pijlen naar de aanvallers schieten. Men telt maar liefst tien belegeringswallen die de aanvallers tegen het steile talud dat de muren beschermt, hebben opgeworpen. Deze zijn van stenen, rotsblokken, aarde en boomstammen gemaakt. Er staan zeven stormrammen op afgebeeld die over deze oplopende wallen naar de muren zijn gerold. Alle belegeringsmachines zijn op vier wielen gemonteerd en met leer bedekt, terwijl zich aan de voorkant een koepel of kap bevindt. De bezetting van elke machine bestaat uit drie mannen — één om de stormram te bedienen of een breekijzer met een punt te gebruiken waarmee stenen uit de muren worden gebikt, een ander om onder de bescherming van de koepel pijlen te schieten en een derde om met een pollepel met een lange steel water te gieten op de brandende stukken hout die de verdedigers op de primitieve tank laten neerregenen. Alles gebeurt op dit bas-reliëf tegelijkertijd; de omsingeling, de belegering, de aanval en de overgave.
Boogschutters knielen in de voorste gelederen, daarachter buigen zij voorover en in het derde gelid staan zij rechtop, terwijl zij op de afbeelding allemaal pijlen afschieten op de verdedigers van de stad. Schilddragers met van wilgetakken gemaakte schilden welke met huiden zijn overtrokken, beschermen de boogschutters, die ook áchter de gelederen beschutting vinden. Verder treffen wij er slingeraars en speerruiters op aan. Stormladders die tegen de muren zijn opgezet, vallen om; in een wanhopige poging de opmars te stuiten, werpen de belegerden hun strijdwagens op de hoofden van de aanvallers.”
Toen Sanherib Jeruzalem bedreigde, legde koning Hizkia de verdediging van de stad in Jehovah’s handen, en in één nacht versloeg Jehovah’s engel 185.000 krijgers in het kamp van de Assyriërs. „Dus brak Sanherib, de koning van Assur, op en aanvaardde de terugtocht.” — 2 Kon. 19:35, 36.
Lachis werd ten slotte weer tot een sterke stad opgebouwd. Toen Jehovah in 607 v. Chr. koning Nebukadnezar van Babylon tegen Jeruzalem liet optrekken, ontkwam ook Lachis niet aan de vernietiging. Zijn inwoners hadden Jehovah verlaten, en daarom verdiende de stad het, zoals Micha had voorzegd, vernietigd te worden (Micha 1:13). De ruïnes van Lachis werden in de dertiger jaren door de archeologische Wellcome-Marston-expeditie welke aanvankelijk onder leiding stond van J.L. Starkey, onderzocht. De expeditie ontdekte grimmige bewijzen van de belegering van Nebukadnezar. Werner Keller zegt in het boek De bijbel heeft toch gelijk:
„Het resultaat van het onderzoek naar de Babylonische verwoestingslaag is, tot Starkey’s verwondering: as. As in ongelooflijke hoeveelheden. . . . De genisten van Nebukadnezar waren specialisten in de techniek van het uitbranden. Wat er aan hout te halen viel, sleepten ze aan, . . . stapelden het brandbare materiaal huizenhoog voor de muren op en staken het aan. . . . Dag en nacht brandde het geweldige vuur; een krans van vlammen kroop langs de muren omhoog. Ononderbroken voerden de belegeraars hout aan, tot de stenen door de hitte van de gloed barstten en het metselwerk bezweek.”
Doordat Lachis op versterkingen en militaire uitrustingsstukken had vertrouwd en Jehovah had verlaten, onderging deze stad een welverdiend lot. De ruïnes van deze voormalige vesting blijven als een waarschuwing bestaan voor allen die liever op mensen en wapens vertrouwen dan op de Allerhoogste God Jehovah.