Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w59 1/10 blz. 607-608
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Vergelijkbare artikelen
  • In Har–mágedon aan de zegevierende zijde staan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • Armageddon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Armageddon
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
w59 1/10 blz. 607-608

Vragen van lezers

● Wat is de „plaats die in het Hebreeuws Har–Magedon” wordt genoemd (Openb. 16:16, NW), en hoe kan er worden gezegd dat Jehovah’s getuigen thans op die plaats worden vergaderd, en sinds wanneer? — Zie The Watchtower van 1 november 1956, bladzijde 671.

Gedurende de tijd dat het oude koninkrijk Israël vanaf de rivier de Eufraat in het noorden tot het rivierdal in Egypte in het zuiden heerste, was er nooit een plaats die Har–Magedon werd genoemd, evenmin als er sedertdien zulk een plaats is geweest. Er bestond echter wel een plaats die Megiddo werd genoemd; dit was een stad in de vlakte van Jizreël, ten zuidoosten van de berg Karmel. De koning van Megiddo werd door Jozua verslagen toen Jehovah zijn volk in het land Kanaän bracht en het op wonderbaarlijke wijze hielp dit land in bezit te nemen (Joz. 12:7, 21). Er was echter geen berg van Megiddo, hetgeen de betekenis van het Griekse woord Har–Magedon is. Zelfs in de dagen dat de apostel Johannes de Openbaring ontving, bestond zulk een plaats niet letterlijk. Het is derhalve duidelijk dat de „plaats” symbolisch is, maar dat haar naam wat van zijn betekenis van de naam Magedon of Megiddo, tezamen met alles wat er tot aan de tijd van Johannes mee in verband stond, ontleend had.

Jozua streed te Megiddo en versloeg haar koning. Bij de „wateren van Megiddo” overwon richter Barak vergezeld van de profetes Debora de militaire strijdkrachten van Sisera, de generaal van koning Jabin. Nadat koning Ahazia van Juda door Jehovah’s gezalfde koning Jehu dodelijk was verwond, stierf hij te Megiddo. Farao Necho van Egypte streed te Megiddo tegen koning Josia en trof hem dodelijk (Richt. 5:19; 2 Kon. 9:27; 23:29, 30). Er werden te Megiddo dus beslissende veldslagen geleverd en er stierven personen wier dood een belangrijke invloed op het leven van die tijd had. In Openbaring 16:14, 16 (NW) wordt Har–Magedon daarom passend met een beslissende toekomstige oorlog, „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige”, in verband gebracht, en op die plaats zou er dan een groot aantal mensen sterven, hetgeen van invloed zou zijn op alle nationale regeringen van deze wereld.

De drie symbolische kikvorsen, of de drie geïnspireerde uitingen die uit de bek van de Duivel — zijn beestachtige regerende vertegenwoordiger op aarde en de Anglo-Amerikaanse wereldmacht die als een valse profeet optreedt — voortkomen, vergaderen de zichtbare regeerders van deze aarde en hun legers tot Har–Magedon. Waarom? Wel, de koningen of regeerders zijn te praktisch om, alleen voor het genoegen van het opmarcheren, naar een onbewoonde plaats of een slagveld op te trekken om daar vergaderd te worden. Regeerders konden er alleen maar toe bewogen worden met hun troepen naar een zekere plaats of een zeker gebied te gaan, wanneer daar iets was waartegen zij gezamenlijk konden strijden. De koningen of regeerders weten wie zij aanvallen — niet iets denkbeeldigs of symbolisch. De wereldse regeerders zijn natuurlijke mensen en onderscheiden geen geestelijke zaken. Daarom moeten zij daar zichtbare, tastbare vijanden hebben om aan te vallen. Wie?

De naam Megiddo betekent „verzamelplaats of verzameling van troepen”. Har–Magedon zou dientengevolge „de berg van de verzameling van troepen” betekenen. Dit verklaart waarom de legers van de „koningen der gehele aarde” daarheen trekken. Dit doen zij om troepen aan te vallen die zich reeds bij de berg van Megiddo hebben verzameld. Megiddo lag in het land van Jehovah’s uitverkoren volk. De mensen of de troepen die daar reeds zijn verzameld, moeten daarom in deze tijd van het einde het overblijfsel van Jezus Christus’ gezalfde volgelingen zijn, want zij zijn het voorwerp van haat van alle wereldse natiën en het doel van hun aanval (Matth. 24:9). Daar zij Gods koninkrijk bekendmaken, zijn zij in een geestelijke oorlog gewikkeld en met de volledige wapenrusting Gods bekleed. Om deze reden voelen alle natiën en hun regeerders zich genoodzaakt hen aan te vallen, ten einde hun bekendmaking van Gods opgerichte koninkrijk stop te zetten. Jehovah’s overblijfsel van het geestelijke Israël, het overblijfsel van Jezus Christus’ gezalfde volgelingen die in zijn voetstappen treden, wordt dus met Har–Magedon vereenzelvigd. In werkelijkheid worden zij door Har–Magedon, de plaats, of de berg van de verzameling van troepen, vertegenwoordigd. De plaats is niet het doel van de aanval, het is het volk dat zich daar op zijn eigen gebied bevindt, Jehovah’s volk. Daarom wordt er in het in 1930 uitgegeven boek Light, in deel 2, verklaard:

„Het feit dat het Satan en zijn onreine werktuigen zijn die al de koningen der aarde tot Armageddon vergaderen, houdt duidelijk in dat de troepen die van Jehovah zijn en dat ze nu reeds tot de berg of heuvel zijn vergaderd. In het visioen zag [de apostel] Johannes Christus en de 144.000 op de berg Sion vergaderd (Openb. 14:1). Dit zijn de troepen van de Heer (Micha 4:14). Armageddon stelt daarom symbolisch Gods berg, dat wil zeggen, de berg Sion, zijn door hem gevormde organisatie aan wie hij verschijnt, voor; daarom leidt Satan al zijn strijdkrachten tegen Gods organisatie. Satan voert oorlog tegen de troepen van de Heer; daarom zegt de Heer, ’Nu moogt gij u in benden scharen, gij bendegenoten. Een belegeringswal heeft men tegen ons opgeworpen.’ — Micha 4:14. (Zie de Watch Tower van 1928, blz. 376 [§33].)” — bladzijde 56.

In het jaar 1918 werd Satan de Duivel vanuit de hemel naar deze aarde geworpen. Na deze gebeurtenis is hij door zijn geïnspireerde uitingen door middel van zijn zichtbare wereldse vertegenwoordigers al de aardse koningen en hun legers tot Har–Magedon gaan verzamelen, ten einde hen die het goede nieuws van Gods koninkrijk prediken en derhalve hun standpunt voor dat opgerichte koninkrijk innemen, aan te vallen. Vanaf de tijd dat de leden van Jehovah’s overblijfsel van gezalfde getuigen in 1919 uit hun Babylonische gevangenschap tot hun theocratische plaats in Zijn bediening werden hersteld, zijn zij tot de plaats die Har–Magedon wordt genoemd, bijeenvergaderd. In vervulling van Mattheüs 24:31 duurde deze speciale bijeenvergadering van de overblijfsel-klasse tot 1931. Toen was het voltallige overblijfsel tot Har–Magedon vergaderd.

Door de geestelijke voorspoed en expansie waarin het overblijfsel zich verheugt, zwichten alle natiën voor Satans pogingen om het te Har–Magedon aan te vallen. Sinds 1931 heeft de Koninkrijksboodschap in een toenemend volume weerklonken en dank zij deze uitgebreidere bekendmaking zijn de „andere schapen” van de Heer aan de zijde van het overblijfsel te Har–Magedon verzameld om aldus één kudde onder één Herder te vormen (Joh. 10:16). Alle natiën zijn er verontwaardigd over dat sommigen van hun inwoners zich bij het geestelijke overblijfsel te Har–Magedon hebben aangesloten. De natiën laten zich gewillig door de geïnspireerde uitingen die door Satan en zijn zichtbare vertegenwoordigers worden voortgebracht, bijeenvergaderen. Deze geïnspireerde uitingen vergaderen hen tot Har–Magedon. Het doel van de natiën is om het overblijfsel en hun metgezellen te Har–Magedon een nederlaag toe te brengen, evenals Farao Necho van Egypte koning Josia van Juda een nederlaag toebracht.

De natiën zullen echter degenen zijn die te Armageddon de nederlaag zullen lijden. De leden van Jehovah’s overblijfsel en hun metgezellen zullen van die berg van de verzameling van troepen wegtrekken om zich aan de vredige werkzaamheden van Christus’ duizendjarige regering te gaan wijden. Zij zullen dan niet meer „tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten” behoeven te strijden. Met het in de afgrond werpen van deze duivels met hun goddeloze kuiperijen zal Armageddon zijn hoogtepunt vinden (Ef. 6:12, 13; Openb. 20:1-3). Dan zal de oorlogs- of gevechtstoestand welke door Har–Magedon wordt gesymboliseerd, van Jehovah’s getuigen op aarde zijn weggedaan.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen