Duivelaanbidding
SATANISME is de rechtstreekse religieuze aanbidding van Satan de Duivel als god. De Heilige Schrift onthult dat Satan door misleiding de god van dit huidige goddeloze samenstel van dingen is geworden (2 Kor. 4:4). Terwijl hij naar zulk een onderscheiding streefde, had hij het onverzadigbare verlangen rechtstreeks als een wereldgod te worden aanbeden (Ezech. 28:2). Hoewel hij er meer succes mee heeft gehad de mensen te verleiden hem op een indirecte wijze door middel van misleidende bedenkselen zoals afgoden of een denkbeeldige drieëenheid te aanbidden, is het interessant op te merken dat er door de eeuwen heen afzonderlijke sekten zijn geweest die Satan ronduit als hun god hebben aanbeden. Wat voor soort van religieuze dienst beoefenden deze sekten?
Van de tijd van Nimrod af tot op heden zijn er mensen geweest die belangstelling voor het met satanische, mystieke dingen van het geestenrijk in verband staande occultisme koesterden. Zulke personen kwamen als tovenaars, magiërs en astrologen bekend te staan. In de bijbel wordt hun beoefening van magie en hun communicatie met geheimzinnige onzichtbare machten veroordeeld (Lev. 19:26; Ex. 22:18; 1 Sam. 15:23).
Uit de heidense Chaldeeuwse religie uit de oudheid voortgekomen, bestaat er thans een overblijfsel van een vroegere sekte Satanaanbidders, bekend als de Jezidi’s. Zij wonen voornamelijk in de bergen van het tegenwoordige Irak, hoewel sommigen van hen over Turkije en Sowjet-Armenië zijn verspreid. Tijdens zijn opgravingen van Ninevé kwam sir A. Layard met de Jezidi’s in aanraking. Hij schrijft hierover: „De mysteriën van de sekte zijn tot de door Semiramis ingevoerde aanbidding terug te voeren, een aanbidding welke, onzuiver in haar vormen, tot elke uitspatting van liederlijkheid en lusten leidde. . . . Zij geloven dat Satan het hoofd van de hemelse legerscharen is en thans wegens zijn opstand tegen de goddelijke wil bestraffing ondergaat; hij is echter nog almachtig en zal later in zijn hoge positie in de hemelse hiërarchie worden hersteld. Men moet zich thans met hem verzoenen en hem vereren, zo zeggen zij, want zoals hij nu de middelen bezit om de mensheid leed te berokkenen, zal hij later de macht bezitten haar te belonen.”
Uit de geschiedenis blijkt dat er tegen het einde van de vierde eeuw n. Chr. een sekte bestond welke „de Sataniërs” werd genoemd. Volgens zeggen, geloofden de hierbij aangesloten leden dat de Duivel buitengewoon machtig was. Het was daarom verstandiger hem te eerbiedigen en te vereren dan hem te vervloeken.
Later, gedurende de middeleeuwen, zag „de Sabbat” — een middernachtelijke vergadering van tovenaars en heksenmeesters, die de Duivel met godsdienstige plechtigheden vereerden — het licht. Een schrijver beweert dat er bij zulke gelegenheden menselijke offers bestaande uit kleine kinderen aan Satan werden gebracht.
Tegen het einde van de negentiende eeuw deden de „Luciferianen” van zich horen. De Encyclopaedia of Religion and Ethics zegt over hen: „Er werd van hen beweerd dat zij Lucifer, de gelijke en vijand van Adonai, of Jahweh, verheerlijkten. Hij was vanuit hun standpunt uit bezien de God van het licht, van het goede beginsel, terwijl Adonai de God van duisternis, het kwade beginsel, was. Kortom, hij was Satan zelf.” Deze godslasterlijke sekte kon 2 Korinthe 11:14 niet vollediger in vervulling doen gaan.
In de negentiende eeuw deed een andere sekte, die met de naam „Satanisten” werd aangeduid, van zich horen. In het boek The Worship of Satan in Modern France staat het volgende: „Zij [de Satanisten] hebben altijd in Parijs bestaan. Hun tempels bevinden zich in de Rue Jacob, de Rue Rochechouart en binnen enkele kilometers van het Pantheon. Alleen de ingewijden worden toegelaten. Het opmerkenswaardigste kenmerk van het volslagen satanisme van thans [1896] is dat het noodzakelijkerwijs een aanvaarding van een geopenbaard dogma en van een persoonlijke duivel vertegenwoordigt. De volgelingen belijden werkelijk dat het wezen dat zij als de overwonnen vijand van de aartsengelen Michaël en Rafaël beschouwen, zich bij bepaalde gelegenheden aan hen manifesteert.”
Hoe is het thans gesteld? In een in 1922 verschenen krantenartikel werd gezegd dat kort na de eerste Wereldoorlog de „zwarte mis” weer werd ingevoerd. „De nieuwe duivelaanbidding telde onder haar aanbidders meer vrouwen dan mannen. Haar hogepriesteres is een vrouw. De ’Tempel’ waarin de duivel wordt aanbeden, is een stijlvolle Parijse salon welke aan ongeveer vijftig ’aanbidders’ plaats biedt. Op het altaar, waarop de duivel zich naar men veronderstelt in een geïncarneerd lichaam manifesteert, wordt een plaats gereed gehouden; voor hen die met de naoorlogse psychologie vertrouwd zijn, zal het niet moeilijk zijn te geloven dat een behoorlijk aantal van zijn ’kudde’ beweert dat zij hem hebben gezien en gesproken. Noch door de ’celebrant’ noch door de ’gemeente’ wordt kleding gedragen. Zelfs indien men met de chaotische toestand van de valuta rekening houdt, is het een kostbare aangelegenheid een duivelaanbidder te worden. Een neofiet te worden, kost u 100.000 francs. Wanneer u wordt ingewijd en tot de graad wordt verhoogd waarin u werkelijk met de duivel kunt spreken, dient u weer zo’n bedrag neer te tellen. Elke keer dat u een dienst bijwoont, moet u ongeveer 1000 francs voor de ’Tempel’-kosten bijdragen.”
Een ieder zal ermee instemmen dat deze sekten, die het satanisme aanhangen, iets onterends bieden. Door dit vluchtige overzicht wordt de verdorven denkwijze en geestesgesteldheid van degene onthuld die thans door het grootste gedeelte van de mensheid indirect als god wordt aanbeden, namelijk Satan, de dwaze tegenstander van Jehovah God.