Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w59 1/8 blz. 451-453
  • Is het Gods schuld?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is het Gods schuld?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom wij oud worden en sterven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Bestaat er een God die zich om ons bekommert?
    Bestaat er een God die zich om ons bekommert?
  • Weet u uw fouten te erkennen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Jezus redt — Hoe?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
w59 1/8 blz. 451-453

Is het Gods schuld?

ER zijn vele mensen in de wereld die de mening zijn toegedaan dat God op de een of andere manier aan de toestand waarin het menselijke geslacht verkeert, schuldig is. Zij zouden kunnen denken dat toen God de eerste mens maakte, hij moet hebben geweten wat eruit zou voortvloeien en dat de zonde, het lijden, de oorlog en de dood welke sindsdien over de mensheid zijn gekomen, daarom een onderdeel van zijn wil uitmaken. Wanneer de dood een geliefde wegneemt, zeggen zij gelaten, „Het is Gods wil”. Ook worden veel rampspoeden als „daden van God” aangemerkt. De bijbel laat echter duidelijk zien dat God hier niet schuldig aan is.

Toen Jehovah God de aarde en het planten- en dierenleven daarop had geschapen, verfraaide hij in Eden een gedeelte ervan, waarna hij Adam en zijn lieflijke vrouw Eva in deze prachtige omgeving plaatste. Zij waren volmaakt, de kroon van Zijn aardse scheppingswerk. Het geïnspireerde verslag luidt: „En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.” — Gen. 1:31.

Er waren allerlei voorzieningen getroffen om in de behoeften van de mens te voorzien. Nu de mens met deze liefderijke voorzieningen van zijn hemelse Vader was omgeven, werd hem de gelegenheid gegeven door gewillige gehoorzaamheid zijn waardering ervoor tot uitdrukking te brengen. „En de HERE God legde den mens het gebod op: Van alle bomen in den hof moogt gij vrij eten, maar van den boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven” (Gen. 2:16, 17). Adam at er echter wel van, en is gestorven. Bewijst dit niet dat de mens onvolmaakt was? Iemand die volmaakt is, kan niet verkeerd handelen, zou men kunnen redeneren.

Toen de Amerikaanse luchtmacht op 11 oktober 1958 vanaf kaap Canaveral in Florida de pionierraket lanceerde en deze niet de maan bereikte om er in een baan omheen te draaien, was dit een duidelijk bewijs van onvolmaaktheid. Deze raket was met het uitdrukkelijke voornemen de maan te bereiken, gebouwd en al haar instrumenten waren met dat doel voor ogen afgesteld. Dat ze niet aan het gestelde doel beantwoordde, is een bewijs van onvolmaaktheid.

De mens werd echter niet als een raket, met elektronische besturing waardoor de Almachtige hem zou kunnen bewegen en in zijn koers zou kunnen houden, gemaakt. Hij was geen robot, mechanisch zeer doeltreffend maar zonder gevoel. Daarom kon Jozua later zeggen: „Indien het kwaad is in uw ogen, den HERE te dienen, kiest dan heden, wien gij dienen zult” (Joz. 24:15). Had de mens die met een vrije wil was begiftigd, niet het kwade kunnen kiezen, dan zou dat vermogen om te kiezen onvolledig en derhalve onvolmaakt zijn geweest. Alleen al dat de mens het goede of het kwade kon kiezen, duidt erop dat hij niet onvolmaakt, maar veeleer zelfs in dit opzicht een volmaakte schepping was. Zijn zonde was het gevolg van het koesteren van verkeerde verlangens. — Jak. 1:13-15.

Een ander idee in de geest van sommigen is dat God, daar hij de boom van de kennis van goed en kwaad in de hof plaatste en aldus een verzoeking voor de mens stelde, voor zijn zonde verantwoordelijk is. Zou er geen boom zijn geweest, dan was er ook geen zonde geweest. Daar de boom het kwade tot gevolg had, is volgens hen de Maker van de boom voor de zonde verantwoordelijk. Zulk een redenatie is echter onjuist.

Neem ter illustratie eens het volgende: U koopt bij een apotheek een medicijn met het opschrift: „Gevaarlijk. Alleen voor uitwendig gebruik”. Wanneer het medicijn op de juiste wijze wordt gebruikt, kan het een genezende uitwerking hebben; indien iemand echter de duidelijk op het etiket vermelde instructies in de wind slaat en het medicijn inneemt, kan het zijn dood betekenen. Is de apotheker hiervoor verantwoordelijk? Heeft hij de desbetreffende persoon in verzoeking gebracht? Natuurlijk niet!

Evenmin deed God door de boom van kennis van goed en kwaad te planten, de mens onrecht aan. Alles bij elkaar genomen, was het iets goeds waardoor de mens in de gelegenheid werd gesteld, zijn vrije wil op een juiste wijze te gebruiken en zo gehoorzaamheid te leren. Vanuit een juist standpunt bezien, zou het een heilzame uitwerking hebben gehad; toen de mens echter onder aandrang van de Duivel en uitgelokt door zijn eigen verkeerde verlangen de duidelijke waarschuwing van „ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven”, in de wind sloeg, bracht hij het doodsoordeel over zichzelf. Hoe waar is derhalve de in Deuteronomium 32:5 (NW) gevonden verklaring: „Zij hebben van hun zijde op ruïneuze wijze gehandeld; . . . de fout ligt bij henzelf”!

Hetzelfde is thans waar als huisgezinnen door echtscheiding en misdaad uit elkaar worden gerukt. Dit is niet Gods schuld. Zijn wil wordt in de bijbel tot uitdrukking gebracht, en wanneer deze wordt opgevolgd, ’zullen vrouwen aan hun man onderdanig zijn’, ’mannen hun vrouw lief hebben’ en zullen zij samen hun kinderen „in de tucht en in de terechtwijzing des Heren” opvoeden. Voor hen die Gods raad opvolgen, is het gezinsleven een bron van rijke zegen en diepe tevredenheid. — Kol. 3:18-21; Ef. 6:4.

Evenmin was de vernietiging van de volgens schatting 10.000.000 mensenlevens door de vijfenzeventig natiën die in de tweede Wereldoorlog waren betrokken, Gods werk. Het was juist een schending van Zijn verklaring dat het menselijke leven heilig is. Evenzo is het met de zonde en de dood gesteld; God is hiervoor niet verantwoordelijk. In de Schrift wordt duidelijk aangetoond dat dat niet het resultaat van Gods werk was, maar „gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben”. — Gen. 9:4-6; Rom. 5:12.

In Eden was het de Duivel die met opstand tegen God begon, en de mens volgde. Ook thans is het Satan de Duivel „die de gehele wereld verleidt”, en de mens is hem gevolgd door God van alle ellende de schuld te geven en Zijn Woord, de bijbel, te negeren. — Openb. 12:9.

De Almachtige God is de Auteur van „iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is”. Op liefderijke wijze gaf hij de eerste mens een volmaakt begin in een paradijsachtig tehuis. Toen de mens zondigde, kwam er niet een eind aan Gods goedheid. Barmhartig trof hij voor degenen van de menselijke familie die nog geboren moesten worden, voorzieningen waardoor zij zouden kunnen terugwinnen wat Adam verloren had doen gaan. Door middel van Zijn koninkrijk, waarvoor alle christenen bidden, zal hij ervoor zorgen dat alle boosdoeners die voor de menselijke weeën verantwoordelijk zijn, de Duivel zelf inbegrepen, afgesneden worden. „Maar de ootmoedigen beërven het land en verlustigen zich in groten vrede.” — Jak. 1:17; Ps. 37:9-11.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen