Waarom zo ongeduldig?
WIJ leven in een wereld waarin velen nerveus of ongedurig worden wanneer zij moeten wachten. Misschien begint u te ijsberen en wordt u steeds geïrriteerder wanneer u een paar minuten langer op een trein of bus moet wachten. Wellicht verwachtte u uw echtgenoot iets vroeger thuis voor het avondeten of het kan zijn dat uw vrouw op zich liet wachten. Wanneer zulks gebeurt, begroet u de andere persoon dan met oprechte vriendelijkheid of bent u ontstemd en bits?
De bijbel geeft ons de goede raad: „Een geduldig persoon is beter dan hij die hoogmoedig van geest is. Laat uw geest niet haastig geërgerd raken, want ergernis rust in de boezem der onzinnigen.” — Pred. 7:8, 9.
In deze materialistische wereld leeft men in een snel tempo waardoor men weinig geduld kent en gauw in vuur en vlam staat. De wereld kent ook veel verdriet en laat zich door zelfzucht, door de geest van de „god van dit samenstel van dingen” leiden. De mensen streven „de begeerte van het vlees” na en leggen daarom de „werken van het vlees,” met inbegrip van „vlagen van toorn,” aan de dag (1 Joh. 2:16; Gal. 5:19, 20). Zij die aldus vlug geërgerd worden omdat anderen op zich laten wachten, brengen zowel zichzelf als anderen in hun omgeving van streek. Waarom zou u zichzelf en anderen straffen voor de tekortkomingen van iemand anders?
In een gesprek blijkt dadelijk wie geduldig is, want hij die dit is, zal zijn beurt om te spreken afwachten. De ongeduldige persoon tracht er steeds maar tussen te komen.
De apostel Petrus zegt ons „het geduld van onze Heer als redding” te beschouwen (2 Petr. 3:15). Ongetwijfeld heeft het geduld van God ons in de gelegenheid gesteld redding te verwerven. Op onze beurt dienen wij nu eveneens jegens hen die wij in Gods Woord onderwijzen en stellig jegens onze huisgenoten, zulk een geduld aan de dag te leggen opdat ook zij hier profijt van kunnen trekken. Het is belangrijk in de grote aangelegenheden van het leven en het dient ook in de kleine niet over het hoofd te worden gezien.
Denk daarom, in plaats van geïrriteerd en ongeduldig te raken, aan de in Spreuken 16:21 opgetekende raad: „De wijze van hart wordt verstandig genoemd, en zoetheid van lippen versterkt het betoog.”