Vragen van lezers
● Dienen wij injecties in de bloedbaan van serums, zoals difterie-toxine-antitoxine, en bloedfracties, zoals gamma-globuline, met het doel de weerstand tegen ziekten door antistoffen op te bouwen, op dezelfde wijze te bezien als het drinken van bloed of het innemen van bloed of bloedplasma door middel van transfusie? — N.P., Verenigde Staten.
Neen, het schijnt niet noodzakelijk dat we deze twee in dezelfde categorie onderbrengen, hoewel we dit vroeger wel hebben gedaan. Elke keer wanneer het verbod bloed te gebruiken in de Schrift voorkomt, is het in verband met het eten er van als voedsel, en het is als zodanig — als voedingsmiddel — dat we er als iets wat verboden is, mee te maken hebben. Toen de mensheid derhalve voor de eerste keer werd toegestaan vlees van dieren te eten, hetgeen tijdens de herhaling van de voortplantingsopdracht aan de overlevenden van de Vloed geschiedde, werd het eten van bloed speciaal verboden (Gen. 9:3, 4). Ook in de wet van Mozes werd het eten van bloed als voedsel verboden, en daarom bemerken wij herhaaldelijk dat het tezamen met vet als iets wat niet gegeten mocht worden, wordt genoemd. Zo was het ook in de dagen der apostelen; het verbod om verstikte dieren en bloed te eten, werd in verband met het nuttigen van vlees dat aan afgoden was geofferd, uitgevaardigd. — Hand. 15:20, 29.
Inspuiting van antistoffen in het bloed door middel van een bloedserum, of het gebruik van bloedfracties om zulke antistoffen te vormen, is niet hetzelfde als wanneer men bloed als een voedingsmiddel tot zich neemt — hetzij door de mond of door transfusie — om daardoor de levenskrachten van het lichaam te versterken. Hoewel het nooit Gods voornemen is geweest dat de mens zijn bloed door vaccins, serums of bloedfracties zou verontreinigen, schijnt het gebruik er van niet in Gods uitdrukkelijke gebod, geen bloed als voedsel te gebruiken, te zijn inbegrepen. Daarom is het voor ieder een persoonlijke aangelegenheid te beslissen of hij zulke medicamenten zal gebruiken of niet.