Wij wilden dienen waar de behoefte het sterkst werd gevoeld
Door een echtpaar in de Stille Zuidzee
IN 1951 hoorden mijn vrouw en ik voor het eerst dat er op de eilanden in de Stille Zuidzee een groot predikingswerk verricht moest worden. Wij besloten dat indien bevooroordeelde autoriteiten geen christelijke zendelingen op de eilanden wilden binnenlaten om daar hun Koninkrijksbediening voort te zetten, wij het goede nieuws omtrent Christus en zijn koninkrijk naar deze nederige mensen zouden brengen. Wij hadden een warme liefde voor deze mensen en waren de oprechte mening toegedaan dat zij ondanks alles de waarheid dienden te horen.
Twee maanden lang zocht ik naar een baan. Ik probeerde het langs elke weg en ging allerlei bedrijven en firma’s af. Er was echter niets te krijgen. Op zekere dag werd ik door een ambtenaar van het ministerie van buitenlandse zaken voorgesteld aan de personeelchef van een grote organisatie die werkzaamheden op een der eilanden verricht. Ik solliciteerde als radiotechnicus en na een zware test die twee uur duurde, werd ik aangenomen. Er ging echter een hele tijd overheen voordat ik kon beginnen. Intussen maakten wij ons startklaar en brachten onze belastingpapieren in orde. Ik werd tevens aan een medisch onderzoek onderworpen door een arts die bij deze firma werkte, en dit was een zeer grote beproeving, daar hij me vertelde dat het onverstandig zou zijn naar de tropen te gaan. Ik zei hem dat ik de afgelopen paar weken erg hard had gewerkt maar me in acht zou nemen wanneer ik daar was, Hij merkte dat ik vastbesloten was te gaan en verklaarde mij daarom als geschikt.
Op papier klinkt dit allemaal vrij simpel, maar in werkelijkheid was het uiterst moeilijk. Ik weet dat deze kans mij verschillende malen zou kunnen zijn ontgaan wanneer mijn besluit niet vast had gestaan en ik niet had doorgebeten. Nu wij reeds vele jaren hier zijn, blijft onze hartgrondige dank tot Jehovah opgaan voor zijn leiding en veelvuldige zegeningen. Wij hebben, sedert onze komst hier, een enorme vreugde gekend.
Ik vertrok alleen naar het eiland en mijn vrouw wachtte in Sydney totdat ik voor ons beiden huisvesting had gevonden, en ik moet zeggen dat dit beslist niet meeviel, en het is nog steeds moeilijk om huisvesting te krijgen. Door op een vastberaden, vriendelijke wijze door te zetten en door het plaatsen van advertenties kreeg ik in zes weken tijds een mooie, gerieflijke woning. Mijn vrouw kwam over en wij konden ons huis betrekken. Alhoewel ik een behoorlijk salaris verdiende, ging de eerste maanden al het geld op aan kosten voor levensonderhoud en huur. Maar wat gaf dat! Wij waren op een der eilanden en om ons heen woonden vele mensen van wie er niet één een getuige van Jehovah was.
Onmiddellijk nadat mijn vrouw was gearriveerd, begonnen wij van huis tot huis getuigenis te geven. We startten in de Europese wijken. Ik gaf reeds de eerste week bij mij op het werk getuigenis, maar dat is niet altijd verstandig. Het is gewoonlijk beter om eerst vrienden te maken en er goed in te komen, ook al zijn hiervoor drie of meer maanden nodig. In die periode kan men dan tevens indien nodig een nieuwe taal leren. Daar men hier zeer vatbaar voor ziektes is, hebben ook wij hiermee te kampen gehad en het is zaak steeds op zijn hoede te zijn. Wanneer ik in de week naar mijn werk was, ging mijn vrouw alleen werken. De weekends troffen wij de meeste mensen thuis; ook de avonden waren geschikte tijden omdat er op het gebied van ontspanning niet veel te beleven viel. De mensen waren vriendelijk en we verspreidden lectuur, maar ongelukkigerwijs verhuisden zij telkens naar andere standplaatsen. Wij konden slechts drie studies oprichten. Nu is dit anders en vestigen de mensen zich hier meer.
EEN VERLEGEN VOLK
Wij hebben verschillende vreugdevolle ervaringen meegemaakt. Van nature zijn de mensen hier verlegen en het viel in het begin niet mee om een studie met hen te beginnen. Wij verstonden hun taal niet en zij verstonden weinig of geen Engels. Eén man zat bij een studie die wij bedienden en luisterde zonder enig commentaar te geven. Wij vereenvoudigden ons Engels zodat de tolk de door ons vertelde waarheden kon begrijpen en ze aan de anderen kon doorvertellen. Wij studeerden vele maanden lang met hem en vele anderen, maar later kwamen wij er achter dat zij door hun verlegenheid geen vragen durfden te stellen of te beantwoorden, en wij werden een beetje wanhopig. Wij besloten echter nog één studie te houden en indien zij op geen enkele wijze zouden laten merken dat ze iets hadden geleerd, zouden wij een eind aan de studie maken en andere mensen gaan opzoeken. Stelt u zich onze vreugde eens voor toen deze ene man ons vertelde welke verklaring hij aan iemand had gegeven van het moeilijke onderwerp — hoofdstuk twaalf van Openbaring. Hij had dit uit De Wachttoren gehaald. Toen wisten wij dat zij allen hadden geleerd. Zijn huis wordt nu gebruikt als centrum voor al onze activiteiten.
Nog drie andere studiegroepjes die in dit dorp door mijn vrouw zijn opgericht, zijn nu dienstcentrums geworden. Een jongeman van zeventien jaar fungeert als tolk. Een terloops gesprek met drie Pidgin-Engels sprekende jongens is tot een studie uitgegroeid die in vijf talen werd gehouden. Enkelen van hen behoren nu tot een van de drie gemeenten die zijn georganiseerd.
Toen op een dag de raadgevers van alle stammen in een grote conferentie bijeen waren, kwam er een man bij ons om te vragen of wij de mensen in zijn dorp, uit de bijbel wilden leren. Onmiddellijk troffen wij hiervoor regelingen en binnen een maand hadden wij in dit kleine dorp de eerste Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen. Ongeveer dertig volwassenen kwamen hier bijeen. Spoedig wilde deze zelfde man dat zijn naaste familie in de bergen de waarheid eveneens zou horen, en dus trokken wij hier langs een steile weg heen. Hier in de bergen heeft men nu zijn eigen Koninkrijkszaal die de meer dan veertig getuigen van Jehovah kan herbergen. Zestien kilometer verder in de bergen is men ook met een Koninkrijkszaal bezig. Neen, deze belangstellende man heeft het daarbij niet gelaten — in nog een ander dorp bevindt zich een gemeente met een bezoekersaantal van bijna vijftig personen. Velen van hen zijn nu gedoopt.
KRINGDIENAAR EN BELONINGEN
Een van onze mooiste herinneringen is wel het bezoek van onze eerste kringdienaar. Deze broeder bracht de film „De Nieuwe-Wereldmaatschappij in actie” mee. Verscheidene duizenden mensen hebben de film gezien en er van genoten, terwijl zij hierdoor zijn gaan beseffen dat Jehovah een volk voor zijn naam op aarde heeft. Het mooiste ogenblik van de één dag durende vergadering kwam toen de doopkandidaten werd gevraagd op te staan en dit er meer dan zeventig waren! Het ontroerde ons en ons hart sprong letterlijk op van dankbaarheid toen wij de veertig broeders en dertig zusters langs de rivier zagen staan, gereed om hun opdracht aan Jehovah te symboliseren. Velen van hen hebben iets omtrent de waarheid vernomen, maar moeten nog tot rijpheid groeien. Niettemin roepen zij het goede nieuws uit over een afstand van honderden kilometers langs de kust en zij zien verlangend uit naar de tijd dat enkele rijpe broeders vrijwillig hun diensten zullen aanbieden om hen te helpen. De behoefte wordt sterk gevoeld.
Wanneer we zo terugzien over de jaren dat wij hier zijn geweest, bemerken we dat het prediken hier een zegen voor ons is geweest. Het aantal verkondigers is van één in september 1951 tot 175 in april 1957 uitgegroeid. Ze vormen tezamen drie gemeenten en twaalf groepjes. Dan zijn er nog ten minste vierhonderd die de vergaderingen bezoeken en verder honderden geïnteresseerden die verspreid over deze eilanden wonen. Op het moment dat wij dit verslag schrijven, kunnen wij zo al zes dorpen langs de kust opnoemen waar rijpe broeders dadelijk een gemeente zouden kunnen oprichten.
Mijn wereldse werk stelde me in staat ons eigen huis te bouwen, dat als Koninkrijkszaal voor de Europese broeders en zusters wordt gebruikt. Wij zijn er eveneens in geslaagd ergens anders een klein perceel te kopen dat thans onderdak biedt aan vier speciale pioniers en één gemeenteverkondiger. Wij hebben direct of indirect huisvesting kunnen vinden voor acht andere Europese broeders en zusters die thans met ons samenwerken. Ook al neemt mijn betrekking 200 uur per maand in beslag, is ze toch het middel geweest waardoor wij een begin hebben kunnen maken met het werk hier en omdat wij het met dat doel voor ogen hebben gedaan, heeft Jehovah ons met zijn zegen beloond.
Alhoewel het aantal Europese broeders en zusters in iets meer dan een jaar van acht tot achttien is toegenomen, kunnen wij het vele werk dat hier nog gedaan moet worden, niet aan. Onlangs maakten wij een toer over het eiland om na te gaan hoe het er met ons niet-toegewezen gebied voorstond. Wanneer wij zo al die mensen zagen in de verscheidene stadjes en dorpen die wij bezochten, snakten wij eenvoudig naar hulp.
Waarom zou u uw wereldse werk niet het middel laten zijn daar het Koninkrijkswerk op te nemen waar de behoefte het sterkst wordt gevoeld? Door een dergelijke stap zult u veel winnen en stellig niets verliezen. Onze krachtsinspanning welke wij sedert 1951 hebben gedaan, is de moeite stellig waard geweest.