Door volharding toont men zijn rechtschapenheid
1. Welke lichtende voorbeelden van volharding staan er in de Schrift opgetekend, en waarom volhardden zij en doen wij dit ook?
ER ZIJN thans niet al te veel mensen in de wereld die voor juiste beginselen zullen opkomen en daarvoor zelfs lijden willen ondergaan. Jehovah heeft hen die dit wel willen, lief. Hij stelt zeer veel belang in mannen en vrouwen die in hun rechtschapenheid zullen wandelen en zelfs ter wille van rechtvaardigheid tot de dood toe zullen volharden. Petrus besefte dit en schreef: „Want welke verdienste steekt er in indien gij, wanneer gij zondigt en u slagen worden toegebracht, het verduurt? Indien gij echter, wanneer gij goeddoet en lijdt, het verduurt, dát is aangenaam bij God. Gij werdt trouwens tot deze loopbaan geroepen, omdat ook Christus voor u heeft geleden, waardoor hij u een model heeft nagelaten, opdat gij nauwkeurig in zijn voetstappen zoudt treden” (1 Petr. 2:20, 21). Daar moet u eens even bij stilstaan, want niemand heeft ter wille van de rechtvaardiging van Jehovah’s naam ooit zoveel pijn geleden, lijden, smaad en schande moeten verduren als de volmaakte Jezus. Dát was „aangenaam bij God.” Denk verder eens aan Job en het lijden dat hij heeft moeten verduren. Jakobus schreef over hem: „Ziet! wij verklaren hen die hebben volhard, gelukkig. Gij hebt gehoord van de volharding van Job en hebt gezien hoe Jehovah het heeft laten aflopen, dat Jehovah zeer teder in genegenheid is en meedogend” (Jak. 5:11). Waarom wordt het toegestaan dat er zoveel geleden wordt, en waarom moeten wij volharden? Dat houdt verband met rechtschapenheid.
2. Waarom geven wij er blijk van rechtschapen te zijn?
2 Aanbidt iemand God omdat hij Hem liefheeft, of omdat hij moet? Omdat het hem gelukkig maakt, of omdat hij er een beloning voor krijgt? Zie eens naar Job. Hij had alles en verloor alles en had Jehovah God toch nog lief en zondigde niet tegen hem. Hij wilde van zijn rechtschapenheid blijk geven, omdat hij de Soevereine Regeerder van het universum liefhad. Voorts is daar Christus Jezus, die al zijn hemelse heerlijkheid prijsgaf en de gestalte van een mens aannam. Waarom? Omdat hij zijn Vader liefhad. Deed hij het opdat hij een grotere beloning zou krijgen? Neen, want „in het doen van uw wil, o mijn God, heb ik behagen geschept” (Ps. 40:8, vs. 9, SV). Omdat Christus Jezus van zijn Vader hield, geluk vond in Zijn dienst en zich onder beproevingen en lijden getrouw bewees, ontving hij alle macht in hemel en op aarde en zit hij nu aan de rechterhand van Jehovah, de Soevereine Regeerder van het universum. Ja, hij volhardde onder de beproeving, en daardoor werd hij geholpen zijn rechtschapenheid te bewijzen.
3. Welke juiste dingen zullen wij doen, en wat is onze geesteskijk hierop?
3 Christenen handelen evenals Job en Jezus. Het is juist Jehovah de ware aanbidding te schenken, zijn geboden op te volgen en te volharden onder het lijden dat de organisatie van de Duivel en zijn wereldse regeringen over ons brengen omdat wij de waarheid spreken. Doordat iemand in zijn rechtschapenheid wandelt en volgens juiste beginselen leeft, voelt hij zich gelukkig. Vaak moet hij fysieke folteringen ondergaan, wordt hij in concentratiekampen geïsoleerd en wordt hij van zijn vrijheid van meningsuiting beroofd, maar toch houdt hij vast aan juiste beginselen om het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken, wanneer en waar maar ook; en het resultaat is dat hij gelukkig wordt verklaard. Hij is werkelijk gelukkig! Dit wordt bewezen door het leven van Jehovah’s getuigen in de afgelopen zes duizend jaar. Voorts wordt dit nog bewezen door de ervaringen welke Jehovah’s getuigen in 1957 in communistische landen hebben opgedaan en welke wij in het Yearbook of Jehovah’s Witnesses van 1958 opgetekend vinden. Uit de ervaringen blijkt dat volharding beslist een hulp is om te bewijzen dat men rechtschapen is.
4. Welke vooruitgang in het predikingswerk werd er in 1957 achter het IJzeren gordijn gemaakt, en waarom volharden Jehovah’s getuigen onder moeilijkheden?
4 Wanneer men de velddiensttabel van Jehovah’s getuigen voor 1958 bestudeert en nota neemt van de laatste vermelding „Acht andere landen,” dan zal men zien dat in 1956 69.884 personen het goede nieuws in deze communistische landen hebben gepredikt. In de kolom voor 1957 staat aangegeven dat er 80.052 predikers van Gods koninkrijk achter het IJzeren gordijn waren. Het zou zeer onverstandig zijn deze landen afzonderlijk met de aantallen te vermelden, zoals bij de andere landen, waaruit blijkt hoeveel getuigen van Jehovah er in elk dier landen zijn. Dat zou het voor de communistische regeringen gemakkelijk maken onze broeders en zusters op te sporen. Laat de communistische politie geheel Rusland, Oost-Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië, Albanië en Bulgarije maar doorzoeken; zij zullen ze niet allen vinden. Zij weten dat deze getuigen er zijn en zij haten hen om hun prediking. Ondanks alles waaronder zij moesten volharden, tonen de berichten aan dat er van de miljoenen die in die landen wonen, 10.168 definitief hun standpunt als christen hebben ingenomen. Om anderen te helpen de waarheid uit Gods Woord te leren kennen, zijn zij bereid onder alle moeilijkheden, vervolging en lijden wegens hun goeddoen te volharden. Waarom? Omdat dit ’aangenaam is bij God.’
5. (a) Stel de toename in de landen buiten en achter het IJzeren gordijn tegenover elkaar. (b) Welk gevaar schuilt er in, tot later te wachten met het bewijzen van onze christelijke toewijding?
5 Bestudeer de tabel van alle landen en merk op dat er over de gehele wereld een toename van tien percent in het aantal waarheidsminners is geweest; deze personen hebben hun standpunt voor Gods koninkrijk ingenomen en zijn begonnen het evangelie te prediken. Merk echter op dat er in de acht landen achter het IJzeren gordijn eigenlijk een toename van vijftien percent is geweest. Moeten wij aannemen dat hoe groter de moeilijkheden, des te groter het verlangen als een christen werkzaam te zijn? Wanneer het leven aangenaam en gemakkelijk is en er geen vervolging bestaat, stelt men het vaak tot later uit te bewijzen dat men een christen is of er over te denken als een christen te gaan leven. Voor velen komt die tijd wellicht nooit! Misschien is de tijd te kort om lang te kunnen wachten. Achter het IJzeren gordijn denken velen ernstig na over de ware aanbidding van Jehovah. Dienen wij niet allen hetzelfde te doen?
6. Omgang met wie bezorgt ons grote vreugde?
6 Het stemt Jehovah’s getuigen waar ook ter wereld gelukkig dat zij ook broeders en zusters achter het IJzeren gordijn hebben en zij verheugen zich met hen over hun onbevreesde predikingsactiviteit. Niemand kan ontkennen dat deze broeders en zusters moeten volharden onder veel moeilijkheden, lijden, spanning en opsluiting in de gevangenis om Christus’ wil, en dat zij door dit alles hun rechtschapenheid bewijzen. Wij zijn er trots op dat wij in deze laatste dagen van de organisatie van de Duivel met hen kunnen samenwerken, want nu bemerken wij dat het goede nieuws van Gods koninkrijk in de gehele wereld tot een getuigenis wordt gepredikt.
7. Hoe beziet het communisme Jehovah’s getuigen en hun predikingswerk, en wat zal elke dienstknecht van Jehovah echter toch doen?
7 De communistische regeringen hebben onomwonden verklaard dat Jehovah’s volk, zijn getuigen, het koninkrijk Gods prediken en dat zij hiermee moeten ophouden omdat het niet strookt met een communistische regeringsvorm. De enige manier waarop deze beestachtige regeringen Jehovah’s getuigen bij het hun door God opgedragen werk een halt kunnen toeroepen, is, door hun het leven te benemen, en dat is maar reeds al te vaak gedaan. Dat trachtte de Romeinse regering ook te doen. Zie echter eens wat er met haar is gebeurd! Ze is er nimmer in geslaagd! Met bruut geweld heeft geen enkele natie ooit het christendom kunnen uitroeien en zal dit ook nimmer kunnen. Alle ware christenen die ooit geleefd hebben, hetzij in zeer moeilijke tijden, zoals nu achter het IJzeren gordijn, of onder andere ongunstige omstandigheden, zullen weigeren op te houden met de prediking van Jehovah’s koninkrijk, maar zullen in hun rechtschapenheid blijven wandelen. Door verleidingen, beproevingen en verzoekingen te doorstaan, geeft men van zijn rechtschapenheid blijk. Een christen moet wanneer hij in leeftijd vordert, kunnen zeggen: „Wat mij betreft, ik zal in mijn rechtschapenheid wandelen.”
8. (a) Over welke prachtige toename verheugt Jehovah’s volk zich? (b) Hoe tonen Jehovah’s getuigen hun oprechte belangstelling voor zowel de mensen van goede wil als voor hun broeders en zusters die zich pas hebben opgedragen en hebben laten dopen?
8 Wij zouden de aandacht van de lezers van De Wachttoren graag willen vestigen op wat Jehovah’s getuigen in het jaar 1957 hebben gedaan in verband met de wereldomvattende prediking van het goede nieuws, en enkele opmerkingen maken over de tabel op de bladzijden 153 t/m 155. Het zal al Gods dienstknechten verheugen dat elke maand in 1957 gemiddeld 653.273 personen de boodschap van het Koninkrijk bekendmaakten. Zij hebben getracht anderen te onderwijzen hoe waardevol Gods Woord is en hoe zij Hem in waarheid kunnen aanbidden. Dit is een toename van tien percent vergeleken bij de 591.556 predikers het jaar daarvoor. Het is moeilijk voor te stellen, maar het afgelopen jaar zijn 61.717 personen in alle delen der aarde er definitief mee begonnen elke maand geregeld te prediken. Hiervan hebben 59.828 gesymboliseerd dat zij zich aan Jehovah God hebben opgedragen, doordat zij zich in water lieten dopen. Zij maken ernst met de prediking van Gods koninkrijk. Zij geloven er in, zelfs zo zeer, dat zij er 100.135.016 uur aan hebben besteed van huis tot huis te gaan in de huizen met de mensen te studeren en met hen over bijbelse waarheden te spreken. Voor het einde van het jaar hadden nog veel meer personen zich bij de Nieuwe-Wereldmaatschappij gevoegd en waren met prediken begonnen, alhoewel zij niet geregeld elke maand in de dienst zijn uitgetrokken. Wij hebben een hoogtepunt van 716.901 predikers bereikt. Wij hopen en bidden dat deze 716.901 personen in 1958 geregelde verkondigers zullen worden en elke maand dit werk zullen doen in plaats van slechts een of tweemaal per jaar. Het zal hun werkelijk geluk schenken. Het is echter nodig tot rijpheid op te wassen, en op de opzieners in alle delen der wereld rust de verantwoordelijkheid deze nieuwelingen te helpen in te zien dat zij dagelijks het voorrecht hebben het goede nieuws te prediken en de verantwoordelijkheid hebben voor het leiden van een huisbijbelstudie. In 1957 hebben Jehovah’s getuigen 33.327.637 nabezoeken bij geïnteresseerde mensen gebracht en zij hebben elke week, het hele jaar door, 413.049 bijbelstudies geleid in de woningen der mensen. Deze vallen niet onder de geregelde, door Jehovah’s getuigen belegde vergaderingen, zoals de Wachttoren-studie, waar zij voor studie bijeenkomen, de school der theocratische bediening, de dienstvergaderingen of de 442.265 openbare vergaderingen; het zijn echter gratis gehouden vergaderingen in het huis van degenen die in afzondering Gods Woord willen bestuderen en de bijbelse waarheid willen leren kennen. Evenmin zijn hieronder gerekend de duizenden bijbelstudies welke Jehovah’s getuigen leiden bij personen die zich pas aan God hebben opgedragen, om hen aldus tot rijpheid te brengen en in de waarheid evenwichtig te doen zijn. Wij willen graag dat allen die zich hebben laten dopen, hun rechtschapenheid bewaren en niet nadat ze pas met de prediking zijn begonnen, hiermee al weer ophouden. Wanneer de lezer nog nimmer het voordeel van zo’n studie heeft genoten, zouden wij hem aanraden eens in contact te treden met Jehovah’s getuigen of rechtstreeks naar het Genootschap in uw land te schrijven met het verzoek of er iemand bij u thuis kan komen om de bijbel met u te bestuderen. Waarom zou u, wanneer u nog nooit bijbelstudie thuis heeft gehad, zich er niet eens in verheugen? Begin er terstond mee. Leer eens kennen wat het allemaal inhoudt en u zult beseffen waarom zoveel mensen zich bij de organisatie van Jehovah’s getuigen aansluiten. Omdat het hun geluk en tevredenheid in hun leven brengt en zij er door in de gelegenheid zijn de Soevereine Regeerder van het universum, Jehovah God, op de juiste wijze te aanbidden.
9, 10. Hoeveel Koninkrijkslectuur hebben de 16.883 gemeenten van Jehovah’s getuigen in 1957 verspreid?
9 Het is onloochenbaar dat Jehovah God een grote zichtbare organisatie op aarde heeft, welke hij gebruikt om hen dit goede nieuws van het Koninkrijk te laten prediken. Jehovah’s getuigen komen over de gehele wereld in 16.883 gemeenten bijeen. Deze gemeenten hebben bijbels en bijbelse studiehulpmiddelen nodig. Het Genootschap drukt bijbels, boeken, brochures, tijdschriften en traktaten, welke over de gehele wereld verspreid kunnen worden. Dit wordt nu in meer dan 120 talen gedaan. Het afgelopen jaar alleen al produceerden hun drukkerijen 3.127.083 bijbels en boeken, en 13.420.097 brochures van tweeëndertig en vierenzestig bladzijden. De Wachttoren werd in zevenenveertig talen ten getale van 75.442.810 stuks en Ontwaakt! in zestien talen ten getale van 61.005.344 stuks gedrukt.
10 Jehovah’s getuigen zijn zeer enthousiast voor de verspreiding van De Wachttoren en Ontwaakt! en zij hadden daarin dan ook een uitmuntend jaar. Het was nodig 136.448.154 stuks van deze twee tijdschriften te drukken, tegenover 108.606.757 het voorgaande jaar.
11. (a) Hoeveel aanwezigen waren er op het Gedachtenisfeest in 1957, en hoevelen van hen beleden tot het overblijfsel te behoren? (b) Welke uitnodiging doen wij alle lezers van De Wachttoren toekomen?
11 Eens per jaar vieren Jehovah’s getuigen het Gedachtenisfeest, ter herdenking van de dood van Christus Jezus. Velen van onze lezers waren getuige van deze viering, welke volgens de bijbel eens per jaar gehouden moet worden. In 1957 kwamen er op 14 april op dit jaarlijks door ons gehouden feest 1.075.163 bijeen. 15.628 van hen beleden tot het gezalfde overblijfsel te behoren. Alle lezers van De Wachttoren zijn te allen tijde welkom op de bijeenkomsten van Jehovah’s getuigen, maar wij nodigen u uit om op 3 april 1958 ter herdenking van Christus’ dood met ons bijeen te komen in onze, zich overal ter wereld bevindende, Koninkrijkszalen. Het is in het leven van elke christen een belangrijke datum. In feite is elke dag in het leven van een christen belangrijk, want hij dient te trachten dit goede nieuws van Gods koninkrijk tot iemand anders, wie dan ook, te prediken, gewag te maken van Jehovah’s naam en van Zijn redding te vertellen.
12. Wat moeten allen die leven willen verwerven, doen, en welke troost putten wij uit de beloningen welke Jezus, Job en alle andere getrouwe dienstknechten van Jehovah kregen?
12 Om zorg te dragen voor deze grote, zich over de gehele wereld uitstrekkende organisatie van Jehovah’s getuigen zijn er vierentachtig bijkantoren. Om op deze vierentachtig bijkantoren andere organisatorische taken te behartigen, hebben wij de hulp van 1107 personen nodig. Zij worden in de volle-tijd-dienst aangevuld door 20.912 pioniers, speciale pioniers, zendelingen en kring- en districtsdienaren over de gehele wereld. Zij komen allen tezamen in 16.883 gemeenten in 164 landen en eilanden der zee. Waarom zou u zich niet met de dichtst bijzijnde gemeente verbinden? Verneem wat Jehovah zich heeft voorgenomen. Wees niet bang een christen te zijn en vrees niet voor de volharding welke u als christen aan de dag moet leggen om uw rechtschapenheid te bewijzen. Allen die ooit eeuwig leven zullen verkrijgen, moeten hun loyaliteit jegens en geloof in de Soevereine Regeerder van het universum tonen. Waarom zou u zich dan terugtrekken? Wanneer u dat doet, zult u geen vrede des geestes of levensgeluk meer hebben. Degene die vooruitstrevend is, die het leven liefheeft, zal voorwaarts gaan. Om leven te kunnen verkrijgen, moet u in Gods nieuwe wereld leven. Bedenk dat zij die als christenen hebben volhard, gelukkig worden verklaard. U hebt gezien wat het resultaat van volharding was in het leven van Christus Jezus en dat van Job en wat dit thans is in het leven van ware christenen achter het IJzeren gordijn en elders. Wat zullen zij er door verwerven? Christus Jezus ontving van Jehovah tedere genegenheid en mededogen en hij kreeg, een grote beloning omdat hij rechtschapen bleef. Met Job was het net zo, en precies zo zal het gaan met alle getrouwe dienstknechten van Jehovah. Waarom voor u ook niet? Dan zult u evenals de psalmist kunnen zeggen omdat u in uw rechtschapenheid wandelt: „Mijn voeten zullen stellig op een effen plaats staan; onder de bijeengekomen menigten zal ik Jehovah zegenen.” — Ps. 26:12.
[Tabel op blz. 153-155]
HET BERICHT OVER HET DIENSTJAAR 1957 VAN JEHOVAH’S GETUIGEN OVER DE GEHELE WERELD
(Zie ingebonden jaargang)