Kunt u wachten?
KINDEREN hebben geen geduld. Dit blijkt overduidelijk, wanneer onze oren pijn doen van het gezanik van kleine kinderen, wanneer ze moeten wachten op iets wat ze graag willen hebben. Voor hen bestaat er geen wachten. Wanneer zij iets willen hebben, moet dat verlangen terstond bevredigd worden, niet het volgende jaar, de volgende maand of week, maar op stel en sprong.
Kinderen leven bij het ogenblik, niet voor de toekomst. Het eerste is de levenskijk van een onvolgroeid iemand en het laatste van een rijp persoon. Een rijpe volwassene zal zijn ogen op de toekomst gericht houden en daarvoor plannen maken, en hij is bereid geduldig te wachten totdat die plannen verwezenlijkt worden. Kinderen zijn echter anders. Het komt niet bij hen op dat zij nog heel wat levensjaren voor de boeg hebben.
Een jonge geest schijnt moeilijk te kunnen vatten dat de tijd niet stilstaat. Ze verstrijkt met een onveranderlijk gelijkmatig tempo. Wat in de stroom des tijds nog ver weg is, zal ons ten slotte toch bereiken. De rijpe persoon weet dit en zal er opwachten, maar de onvolgroeide kan dit niet.
Vele volwassenen zijn net kinderen. Zij leren het wachten nimmer. Wanneer zij iets willen hebben, moet dit ogenblikkelijk en niet later gebeuren. Wanneer men hun vertelt dat iets over enkele jaren, in de toekomst dus, zal gebeuren, stellen zij er geen belang in. Net als kinderen speelt de verkeerde gedachte dat wat in de toekomst moet gebeuren nimmer zal geschieden, hen parten. Zij hebben het wachten niet geleerd.
Op velerlei wijzen blijkt uit hun gedragingen dat zij zo onrijp zijn. Zij dringen zich naar voren en gaan voor hun beurt, om het wachten in de rij te voorkomen. Zij wagen hun leven om nog net een langzaam rijdende vrachtauto te passeren, in plaats dat zij geduldig even wachten totdat zij de weg goed kunnen overzien. Zij putten de natuurlijke hulpbronnen der aarde uit, omdat zij er terstond het volle profijt van willen trekken, in plaats dat zij zorgen dat zij er in de toekomst ook nog wat aan hebben. Dezulken kunnen dat wat zij krijgen niet naar waarde schatten en evenmin kennen zij de vreugde iets pas te krijgen na er een tijdje op gewacht te hebben.
Kinderen zijn hiervan een sprekend voorbeeld. Een kind dat alles krijgt wat zijn hartje begeert, waardeert hetgeen hij krijgt niet meer. Laat het kind echter eens een tijdje verlangend uitzien naar een stuk speelgoed en laat het er desnoods iets voor doen, dan zal het het meer waarderen wanneer het het krijgt. Hetzelfde geldt voor een knaap die werkt en spaart voor een fiets; ze zal hem meer vreugde bezorgen en hij zal er beter voor zorgen dan de jongen die een fiets krijgt zonder er iets voor te behoeven te doen en zonder er op te behoeven te wachten. Het beginsel dat wachten de waarde van iets doet toenemen, kan ook op het huwelijk worden toegepast. Zij die lang verloofd zijn geweest, zullen nadien meestal een gelukkiger huwelijk hebben dan de anderen. Het huwelijk zal meer voor hen betekenen. Hoe kan een stel dat elkaar slechts enkele uren, dagen of zelfs maanden kent, dezelfde achting voor hun huwelijk hebben als de jongelui die elkaar toch zeker al zo’n jaar of twee kennen?
Door overijld gesloten huwelijken getuigen sommige volwassenen nogmaals van hun onvolgroeidheid. Zij geloven dat men bij het besluit om met elkaar te gaan trouwen, onmiddellijk de daad bij het woord moet voegen. O hoe verfoeit men soms de enkele wachtdagen welke in sommige plaatsen wettelijk voorschrift zijn. Evenals een kind echter vlug zijn belangstelling verliest voor het stuk speelgoed waarom hij heeft geschreeuwd, verdwijnt bij zulke mensen de belangstelling voor het huwelijk waarin zij zich hals over kop hebben gestort. In de meeste gevallen willen zij al spoedig weer van elkaar scheiden.
EEN GODDELIJK VEREISTE
Het klinkt misschien vreemd wanneer er wordt gezegd dat wachten een goddelijk vereiste is, maar toch is het zo. God heeft al eeuwen lang verlangd dat de mensen zouden wachten. In de dagen van Noach beloofde hij 120 jaar van tevoren dat die goddeloze wereld vernietigd zou worden. Ook al scheen die beloofde dag nog ver in de toekomst te liggen, toch wachtte Noach er op. De tijd stond niet stil. Ze verstreek met onveranderlijke snelheid en ten slotte brak die rampspoedige dag aan.
Na de Vloed bleef de tijd verstrijken en er deden zich vele andere gelegenheden voor waarbij God van de mensen verlangde dat zij op iets zouden wachten. Abraham moest wachten tot hij honderd jaar was, alvorens hij bij zijn vrouw Sara met een zoon werd gezegend. Abrahams zaad moest vierhonderd jaar wachten voordat het het door God toegezegde land ontving. Nadat hun land was verwoest, moesten de Israëlieten zeventig jaar wachten alvorens zij, zoals was beloofd, naar Jeruzalem konden terugkeren. Na de herbouw van Jeruzalems muren moest men 483 jaar wachten op de komst van de Messias. Dit zijn echter slechts enkele der vele voorbeelden waarbij God van de mensen verlangde dat zij op het beloofde zouden wachten. Hij wist dat wachten heilzaam voor de mensen is.
Wij wachten thans op de vervulling van goddelijke beloften, zoals bijvoorbeeld de komende vernietiging van de huidige wereld of het tegenwoordige samenstel van dingen, de rechtvaardige heerschappij over de aarde door Gods koninkrijk, eeuwige vrede, een paradijsachtige aarde, de opstanding der doden en de gave van eeuwig leven. Dit zijn betrouwbare beloften welke op Gods bestemde tijd in zijn rechtvaardige nieuwe wereld vervuld zullen worden. Gods Woord zegt tot hen die denken dat God traag is: „Jehovah is niet traag ten aanzien van zijn belofte, zoals sommige mensen traagheid beschouwen, maar hij is geduldig met u omdat hij niet wenst dat er ook maar een wordt vernietigd, maar wenst dat allen tot berouw geraken. Toch zal Jehovah’s dag komen” (2 Petr. 3:9, 10, 13). Doordat wij wachten, wordt onze rechtschapenheid jegens en ons vertrouwen in God op de proef gesteld, ons verlangen neemt toe en steeds sterker worden wij ons van onze behoefte bewust.
Eens was het einde van het huidige samenstel van dingen nog ver verwijderd in de stroom des tijds, maar nu is het nabijgekomen. Wij leven nu in de laatste dagen er van. Dit geslacht zal waarnemen hoe het in de strijd van Armageddon vernietigd zal worden. Dan zal Gods lang beloofde nieuwe wereld haar intrede doen. De zegeningen daarvan zijn het wachten waard.
Hoe staat het nu met u? Kunt u wachten? Kunt u ’de redding door Jahwe stil verbeiden,’ of er ’in stilheid op wachten’ zoals ons in Klaagliederen 3:26 (LV; NBG) gezegd wordt? Kunt u ’in Jahweh berusten,’ en ’op hem wachten,’ zoals ons in Psalm 37:7 (PC; Lu) wordt aangeraden? Of draagt u nog het stempel van onrijpheid bij u, doordat u niet kunt wachten op wat God heeft beloofd? De apostel Paulus beveelt aan dat wij volharden in het wachten op dat waarop wij hopen (Rom. 8:25). Kunt u die volharding aan de dag leggen? In geen andere tijd in de geschiedenis heeft het zoveel waarde gehad te kunnen wachten, dan thans. Ja, uw leven hangt er van af.