De moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen
Deel 22: Gilead en de bedieningsschool in de gemeenten
DE EERSTE honderd studenten die aan de vereisten voldeden, werden omstreeks 31 januari 1943 opgeroepen naar de Wachttoren Bijbelschool Gilead te komen. Alleen degenen die minstens twee jaar als pionier in de volle-tijd-dienst hadden gestaan en op zijn minst een opleiding hadden genoten welke met de middelbare school gelijkstond, kwamen voor de school in aanmerking. Daar toen nog de tweede wereldoorlog woedde, werden er voor de eerste klas slechts Amerikaanse pioniers opgeroepen. De daaropvolgende dag, 1 februari 1943, werd de school door een eenvoudige doch indrukwekkende plechtigheid ingewijd als een Nieuwe-Wereldschool, waar men aan de hand van het fundamentele leerboek der school, Gods heilige Woord, de bijbel, een hogere opleiding zou ontvangen.a De president der school, N.H. Knorr, en verschillende leden van de bestuursraad van het Wachttorengenootschap spraken bij deze historische gelegenheid lezingen uit. Later op die dag begon het schoolprogramma. Vijf dagen per week ontvangen de leerlingen vijf en een half uur les, van 8 uur ’s morgens tot 2.30 uur ’s middags, onderbroken door een lunch-uur om 12 uur. Elke dag wordt er les gegeven in vier verschillende klaslokalen en voor allen gezamenlijk een lezing gehouden. In de middag krijgt een ieder ter afwisseling van de schoolroutine een toewijzing om drie uur, van 2.40 uur tot 5.40 uur, te besteden aan huiselijke plichten in verband met de school en de boerderij. In de weekeinden maakt men een diepgaand onderzoek van diverse onderwerpen en staat men in de velddienst.
De leergang der school biedt een vol programma: 26 weken lang krijgt men een hogere opleiding welke gelijkstaat met één volledig studiejaar aan wereldlijke hogere-onderwijsinstellingen en universiteiten. Na tien jaar werd de Wachttoren Bijbelschool Gilead in januari 1953 eindelijk officieel door het departement van onderwijs der Verenigde Staten in Washington, D.C., erkend als een hogere-onderwijsinstelling welke overeenkwam met andere gespecialiseerde hogescholen en opleidingscentra.b Hierdoor konden het departement van justitie der Verenigde Staten en zijn immigratie- en naturalisatiedienst samen met het departement van buitenlandse zaken der Verenigde Staten (dat in het buitenland door de consuls is vertegenwoordigd) sinds 15 januari 1953 niet uit Amerika afkomstige studenten van Jehovah’s getuigen in het kader der „niet-immigrant”-studentenvisumregeling een visum geven om de Verenigde Staten te bezoeken voor een studie aan de Wachttorenschool.
De meeste op deze Nieuwe-Wereld-bijbelschool gedoceerde onderwerpen hebben betrekking op de bijbel en vormen een volledige hogere opleiding in de theocratische evangeliebediening en zendingsdienst. Tijdens de vijf en een halve maand durende intensieve studie krijgt men onderricht in theocratisch rekenen, zendingsdienst, theocratische evangeliebediening, bijbelse waarheden, spreken in het openbaar, bijbelonderzoek, schriftuurlijke feiten, geschiedenis der aanbidding, Koninkrijksprofetieën, Opperste Wet, bijbelthema’s en een vreemde taal.c Er is in het verleden les gegeven in Spaans, Frans, Italiaans, Oerdoe, Malayalam, Arabisch, Portugees en Japans, hetgeen werd bepaald door de landen waarnaar toe de zendelingen van een bepaalde klas gezonden zouden worden. Behalve de door het Genootschap uitgegeven bijbelvertalingen die de belangrijkste leerboeken vormen, worden nagenoeg alle andere recente bijbelse publikaties van het Genootschap als leerboek gebruikt, waaronder ook het tijdschrift De Wachttoren. Er wordt een uitstekende bibliotheek van bijna negenduizend religieuze en bijbelse werken bijgehouden. In 1947 kwam er een moderne combinatie van bibliotheekgebouw en klaslokaal voor gebruik gereed. Er werd nog meer bouwwerk verricht en er werden nieuwe uitrustingsstukken toegevoegd om het schoolcomplex te laten voldoen aan de huidige maatstaven voor doelmatig hoger onderwijs. Kort geleden werd er een observatorium met een telescoop van 40 centimeter ingericht om de wonderbare sterrenwereld van Jehovah’s universum te bekijken. Er is in de loop der jaren een schitterend schoolpark ontstaan, waaraan duizenden getuigen van over de gehele wereld een bezoek hebben gebracht.
Hieronder volgen enkele interessante gegevens over het eerste twaalf en een half jarige bestaan der Wachttoren Bijbelschool Gilead (van 1943 tot aan de zomer van 1955), gedurende welke tijd vijfentwintig klassen er elk een half jaar hebben gestudeerd. Bij elkaar hebben zich 2721 studenten uit 59 landen voor de studie laten inschrijven, waarvan er 2631 de voorgeschreven cursus voleindigden; 90 zijn er wegens slechte gezondheid, slechte cijfers of om andere redenen uitgevallen. 2487 afgestudeerden ontvingen wegens een verdienstelijke studie een diploma, terwijl de andere 144 dit niet ontvingen omdat de door hen behaalde cijfers beneden het vereiste minimum bleven. Van de afgestudeerde bedienaren kwamen 1136 uit 58 landen buiten de Verenigde Staten en 1495 bezaten de Amerikaanse nationaliteit. Van de 2631 afgestudeerden waren er 833 vrijgezel, 796 ongehuwde vrouwen en 1002 getrouwde personen. Daar het Wachttorengenootschap de reiskosten der studenten van en naar hun pioniertoewijzing in Amerika of elders betaalt, hun schoolopleiding financiert en hun bovendien gedurende de schooltijd een kleine maandelijkse toelage geeft, bedragen de algehele kosten honderdduizenden guldens, welke worden gedekt door de bijdragen welke via de regeling „Uw vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen,” te Brooklyn werden ontvangen. Ruim vijftienhonderd van deze afgestudeerde bedienaren van het evangelie zijn thans nog in meer dan honderd landen in alle vijf continenten en op alle grote eilanden der zee actief in de zendingsdienst bezig. Dit is waarlijk een geweldig groot, getraind predikingsleger, dat door Jehovah is gezegend doordat het de grote stoot mag geven tot de uitbreiding van de Nieuwe-Wereldmaatschappij tot de vier hoeken der aarde.
Nadat er in februari 1943 een succesvol begin was gemaakt met de Wachttoren Bijbelschool Gilead, stond het Genootschap klaar om in het raam van zijn onderwijzingsprogramma de derde, bijzonder ingrijpende stap te doen. Nu was de tijd aangebroken om de gemeenten van Jehovah’s getuigen verder te organiseren plaatselijk het opleidingsprogramma in de praktijk om te zetten, zodat alle getuigen doeltreffender bedienaren van het evangelie zouden worden. Dit hield in dat er in elke gemeente een school der theocratische bediening werd ingesteld. Er werd besloten deze bedieningsscholen eerst in de Engels-sprekende landen op te richten en daarna de gemeenten in andere landen aan te moedigen zodra ze het materiaal van het leerboek hadden vertaald, dit nieuwe programma over te nemen. Ten einde dit uitgebreide onderwijzingsprogramma in te leiden, vervaardigde het Genootschap zijn eerste leerboek, getiteld „Cursus in de theocratische bediening,” dat uit tweeënvijftig lessen bestond, waarvan er elke week een behandeld zou worden. Het 96-bladzijden tellende boek bevatte alle aanwijzingen hoe de zo pas aanbevolen theocratische school in elke gemeente gehouden zou kunnen worden.d
Ten einde dit nieuwe programma op gang te krijgen, trof het Genootschap regelingen dat er op 17 en 18 april 1943 in 300 steden dezelfde vergadering, onder het motto „Oproep tot actie,” werd gehouden. Als verrassing werd op deze massa-bijeenkomsten het nieuwe Engelse leerboek Cursus in de theocratische bediening vrijgegeven. De getuigen namen dit nieuwe voorstel om plaatselijk bedieningsscholen in te stellen, enthousiast aan. Er werd alle gemeenten die onmiddellijk voor zulk een school regelingen wilden treffen, aangeraden aanbevelingen te doen voor een plaatselijke onderwijzer of schooldienaar.e Zodra het Genootschap een officiële aanstelling had teruggestuurd, werd er een begin mee gemaakt de een uur durende school elke week na een der andere wekelijkse gemeentevergaderingen, zoals de dienstvergadering, in de Koninkrijkszaal te houden. In enkele weken werd deze school in nagenoeg alle grote gemeenten in de Engels-sprekende wereld gehouden. In België werd in januari 1945 met deze school begonnen, terwijl Nederland in het voorjaar van 1947 eveneens volgde. Zowel jonge als oude broeders lieten zich inschrijven om onderricht in het spreken te ontvangen. De zusters waren getrouw op deze vergaderingen aanwezig en namen deel aan de mondelinge en later ook aan de schriftelijke overzichten, om eveneens voordeel te trekken van het praktische en nuttige onderricht dat bij de prediking van huis tot huis toegepast kon worden. Ten einde deze cursus doeltreffender te maken, gaf het Genootschap later nog meer uitmuntende leerboeken uit, zoals het sinds 1947 in het Nederlands in gestencilde lessen verschenen boek Theocratische hulp voor Koninkrijksverkondigers en het gedrukte boek „Toegerust tot ieder goed werk” in 1953. Op de zomercongressen in 1955 werd er in het Engels een vierde leerboek voor de bedieningsschool uitgegeven, dat heette „Qualified to Be Ministers.” In 1944 werd de gemeentelijke bedieningsschool aangeraden in hun Koninkrijkszaal een bibliotheek aan te leggen voor de theocratische bediening. Daardoor zou de leerlingen een volledige verzameling van door het Genootschap uitgegeven publikaties en andere bijbelse hulpmiddelen ten dienste staan bij het samenstellen van hun oefen- en instructielezingen.f
In de dertien jaar dat deze gemeentelijke bedieningsscholen werkzaam zijn, hebben tienduizenden manlijke sprekers een uitmuntende opleiding ontvangen voor de in het openbaar verrichte christelijke evangeliebediening. Op deze sinds die tijd geregeld gehouden bedieningsschool is er in het algemeen over het op juiste wijze spreken in het openbaar les gegeven, is er een studie van de bijbel gemaakt en zijn er bijbelse lezingen over bijbelse thema’s gehouden.
Over het geheel genomen is het een veelzijdige cursus geweest waardoor een praktische scholing in de evangeliebediening werd verkregen. De geestelijken der christenheid studeren drie of vier jaar aan een theologische hogeschool of een seminarie en doen dan examen, terwijl zij dan schijnbaar alles weten en niet verder behoeven te studeren. Jehovah’s getuigen denken er echter niet zo over, want hun scholing in de evangeliebediening is van onbepaalde duur waardoor hun opleiding in de ware christelijke evangeliebediening fris en actueel blijft. Dit opmerkenswaardige onderwijzingsprogramma heeft een geweldig succes gehad. Welke andere religieuze organisatie heeft zich in deze tijd zoveel moeite gegeven om de met haar verbonden 608.000 bedienaren van het evangelie een opleiding te geven? Geen enkele. De getuigen bezitten thans meer dan ooit tevoren een grotere vaardigheid in het prediken tot de gemeenten en van huis tot huis. Dit wordt tegenwoordig doorgaans openlijk erkend en men geeft toe dat de getuigen met de gemiddelde persoon tactvoller, overtuigender en doeltreffender gesprekken voeren dan ook maar iemand anders. Jehovah’s getuigen hebben geleerd bij het spreken in het openbaar de normale dagelijkse gesprektrant aan te houden, welke manier van spreken steeds meer veld wint op de ouderwetse redenaarsstijl der geestelijken. Na 1944 begon men in de predikingsveldtochten in plaats van grammofoons, waarvan men zich een tiental jaren had bediend, gebruik te maken van persoonlijk gehouden toespraakjes aan de deur, waarvoor de bedienaren van het evangelie nu goed opgeleid waren.
Nadat er zo twee jaar lang onderwijs was gegeven in de evangeliebediening, was er een behoorlijk groot aantal goede manlijke bijbelsprekers voorhanden. Daarom besloot het Wachttorengenootschap in januari 1945 over de gehele wereld een openbare-lezingen-veldtocht te beginnen. Het was zo geregeld dat er uniform over de gehele wereld een beroep op de mensen zou worden gedaan door middel van een serie van acht lezingen over actuele, sprekende onderwerpen. Voorts verzekerde men er zich van dat er bij de samenstelling en voordracht vanaf het podium eenheid werd verkregen, doordat het Genootschap voor elk dezer uurlezingen een schema van één bladzijde samenstelde. Hierdoor konden alle sprekers op dezelfde wijze tijdens hun voordracht op een bepaalde bijbelse bewijsvoering en bepaalde bijbelse mededelingen de nadruk leggen, ten einde de mensen over de gehele wereld hiervan te doordringen. „Zullen Menschen er in Slagen de Wereld op te Bouwen?” was het pakkende onderwerp van de eerste openbare lezing in deze beginserie. Het duurde even voordat alle gemeenten konden meekomen met dit nieuwe openbare werk, daar er op verschillende openbare plaatsen speciale vergaderingen belegd moesten worden en deze door een gezamenlijke actie met strooibiljetten van huis tot huis en op de hoeken der straten aangekondigd moesten worden. Het eerste jaar werden er in de Verenigde Staten 18.646 openbare vergaderingen gehouden met een totaal toehoordersaantal van 917.352. Slechts 1558 van de 2871 gemeenten in de Verenigde Staten hadden er toen echter een aandeel aan.g In 1946 steeg het aantal gehouden openbare vergaderingen in Amerika tot 28.703, waaruit blijkt dat deze nieuwe predikingsdienst op toeren begon te komen.h Sinds 1945 heeft het Genootschap elk jaar geregeld schema’s voor een nieuwe serie van acht openbare lezingen uitgegeven, wat een grote stimulans is geweest voor de machtige, wereldomvattende prediking vanaf het openbare podium door Jehovah’s volk.
Duizenden pas-geïnteresseerden zijn door deze belangrijke predikingsdienst geestelijk gevoed. De geschoolde theocratische sprekers hebben veel moeite gedaan om deze lezingen tot een blijvend succes te maken.
(Wordt vervolgd)
„De oogst is waarlijk groot, maar de werkers zijn weinigen. Smeekt daarom de Meester van de oogst werkers in zijn oogst uit te zenden. Wie naar u luistert, luistert ook naar mij. Wie u minacht, minacht ook mij. Bovendien, wie mij minacht, minacht ook hem die mij heeft uitgezonden.” — Luk. 10:2, 16, NW.
[Voetnoten]
a Watchtower 1943, de bladzijden 60-64; Consolation van 17 maart 1943, de bladzijden 3-16 (volledig verslag van de opening, geïllustreerd met foto’s).
b Yearbook van 1954, blz. 62.
c Yearbook van 1944, de bladzijden 39-43.
d Yearbook van 1944, de bladzijden 63-66.
e Informant van april en mei 1943.
f Informant van januari 1944.
g Yearbook van 1946, blz. 43.
h Yearbook van 1947, blz. 46.