Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w55 15/5 blz. 158-159
  • Is de volle-tijdbediening voor u?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is de volle-tijdbediening voor u?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De belangrijkheid van de Christelijke bediening
  • De verplichting om al de tijd te prediken
  • Persoonlijke organisatie noodzakelijk
  • Is deze schat voor u weggelegd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Zo bezien Jehovah’s getuigen hun bediening
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Denk aan de volletijddienaren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2014
  • Volle-tijddienaren van God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
w55 15/5 blz. 158-159

Is de volle-tijdbediening voor u?

CHRISTUS Jezus heeft in de volle-tijd-dienst van de Christelijke bediening gestaan doordat hij heeft gepionierd. Hij begon deze dienst nadat hij was gedoopt en gedurende veertig dagen in de woestijn had gevast, terwijl hij de opzienbarende aankondiging deed: „Het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen,” en hij is daarmede voortgegaan totdat hij drie en een half jaar later is gestorven. En ten einde die predikingsveldtocht zo wijd en zijd mogelijk en zo snel mogelijk uit te breiden, nodigde hij Petrus, Andreas, de rijke jonge regeerder en vele anderen er toe uit letterlijk ’alles achter te laten en hem te volgen.’ — Matth. 4:17, 19; 19:21-27, NW.

Ten einde de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk in onze tegenwoordige tijd te bevorderen, heeft het Wachttorengenootschap speciale voorzieningen getroffen voor een soortgelijke volle-tijd-bediening, en zij die hieraan deelnemen, worden „pioniers” genoemd. Deze dienst staat open voor alle rijpe Christelijke gelovigen die zich hebben opgedragen en zijn gedoopt en die gedurende ten minste één jaar op een doeltreffende en ijverige wijze hebben gediend. Zij die deze dienst op zich nemen, komen overeen een minimum van 100 uren per maand te besteden aan het prediken bij de huizen. Bovendien moeten zij zich toeleggen op persoonlijke studie, de vergaderingen van de gemeente bezoeken en er aan deelnemen. Zij moeten eveneens hun eigen onkosten bestrijden.

Klaarblijkelijk is zulk een Christelijke volle-tijd-bediening niet voor hen die lui zijn, want ze betekent vele uren van hard werken; ze is niet voor hen die hebzuchtig zijn, want ze biedt geen gelegenheden voor het verwerven van zelfzuchtig gewin; en ze is niet voor hen die opgeblazen zijn, want er zijn geen titels, eerbewijzen of speciale gewaden aan deze dienst verbonden.

Thans treft men in deze Christelijke volle-tijd-bediening, welke onder leiding van het Wachttorengenootschap geschiedt, zowel jonge als oude mensen aan; sommigen zijn nog tussen de tien en twintig jaar en sommigen tussen de tachtig en negentig jaar, terwijl het totale aantal van hen over de gehele wereld meer dan 17.000 bedraagt. Velen zetten deze dienst jaar in jaar uit voort; in de Verenigde Staten alleen al hebben meer dan 1250 personen langer dan tien jaar deze dienst verricht, terwijl twaalf personen na meer dan veertig jaar nog steeds in de dienst zijn. En dat niet alleen, maar sommigen komen de vereisten voor de volle-tijd-dienst nog geregeld na ondanks dat zij doof of blind zijn of in rolstoelen moeten rijden.

Eén volle-tijd-bedienaar van het evangelie in Honduras blijft aan de vereisten voldoen alhoewel hij zestig jaar oud is, een slechte gezondheid heeft en een gezin moet onderhouden. Hij zorgt voor zijn gezin door een gedeelte van de tijd timmermanswerk te verrichten, en zijn predikingsactiviteit bestaat onder andere in het leiden van drie en twintig Bijbelstudiën per week. Een andere Christelijke bedienaar van het evangelie die in de volle-tijd-dienst staat en in Costa Rica woont blijft deze dienst verrichten alhoewel hij kreupel is en voor drie kinderen moet zorgen. Door slechts drie dagen per week voor de regering te werken, is hij in staat voor zijn gezin te zorgen, terwijl hij elke week vier dagen overhoudt voor de bediening. Een zendeling zeide over hem: „Het is ontroerend hem en zijn drie kinderen van deur tot deur of op de hoeken van de straat te zien prediken, en het is werkelijk wonderbaarlijk hoe vele personen met wie hij de Bijbel bestudeert, zelf actieve bedienaren van het evangelie worden. Hij is altijd opgeruimd en kan niet begrijpen waarom er niet meer bedienaren van het evangelie in de volle-tijd-dienst staan.”

De belangrijkheid van de Christelijke bediening

De Christelijke bediening draagt er toe bij Jehovah’s naam te rechtvaardigen door aan de mensen bekend te maken dat hij een God is die volmaakt in liefde, wijsheid en gerechtigheid is en almachtig is; dat hij te allen tijde alle dingen volledig onder controle heeft en dat hij om goede en voldoende redenen het kwaad heeft toegelaten. Zijn naam wordt er door gezuiverd van de smaad welke er door valse leerstellingen op is gehoopt. En verder wordt door getrouwe dienst in de bediening, Jehovah gerechtvaardigd als zijnde juist in de positie welke hij heeft ingenomen toen hij verklaarde dat Satan niet alle mensen van Hem kon afkeren. — Job, de hoofdstukken 1, 2; Spr. 27:11.

Bovendien schenkt de Christelijke bediening leven aan hen die rechtvaardigheid liefhebben. „God heeft het goedgedacht door de dwaasheid van wat wordt gepredikt, degenen te redden die geloven.” Dit is zo omdat het tot zich nemen van kennis omtrent Jehovah en Christus Jezus ’eeuwig leven betekent’. Ten einde die kennis te verwerven, moet iemand ze tot hen brengen. — 1 Kor. 1:21; Joh. 17:3; Rom. 10:13-15, NW.

Door middel van de Christelijke bediening worden de goddelozen vervolgens gewaarschuwd voor „den dag der wraak onzes Gods,” Armageddon. Jehovah waarschuwt de goddelozen altijd voordat hij hen vernietigt, waardoor hij hen volledig aansprakelijk stelt voor hun handelwijze. Bovendien zouden zij alleen wanneer zij waren gewaarschuwd, weten dat hun de vernietiging wacht zodat ’zij zullen weten, dat Ik Jehovah ben.’ — Jes. 61:2; Ezech. 35:15; Openb. 16:16.

En ten slotte ontheffen zij die een aandeel aan de Christelijke bediening hebben, zich van bloedschuld met betrekking tot de goddelozen en zij verzekeren zich een plaats in Gods nieuwe wereld, om nog maar niet te spreken over de vele zegeningen die zij op het ogenblik ontvangen. „God is niet onrechtvaardig zodat hij uw werk en de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond zou vergeten.” Ja, ons wordt de raad gegeven, ’standvastig te worden, onwrikbaar, altijd volop bezig zijnde in het werk des Heren, wetend dat uw arbeid niet tevergeefs is in verband met de Heer’ (Hebr. 6:10; 1 Kor. 15:58, NW; Ezech. 3:16-19). Met het oog op deze vier allerbelangrijkste doeleinden welke door de Christelijke bediening worden gediend, dient iedere bedienaar van het evangelie er stellig niet tevreden mede te zijn slechts een gedeelte van de tijd aan de bediening te besteden indien hij zich enigszins in de volle-tijd-dienst kan begeven.

De verplichting om al de tijd te prediken

Omdat slechts ongeveer vier percent van alle Christelijke dienaren van Jehovah een aandeel aan de volle-tijd-bediening hebben, zijn sommigen er wellicht toe geneigd de volle-tijd-bediening als een uitzondering te beschouwen. Maar hierin vergissen zij zich, want iedere Christen is het krachtens de gelofte welke hij bij zijn opdracht heeft gedaan, verplicht al de tijd te dienen, tenzij de omstandigheden waarover hij niet kan beschikken, dat onmogelijk maken. Het bevel luidt: „Gij moet Jehovah uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw geest en met geheel uw sterkte.” Niets dient te worden weerhouden. — Mark. 12:30, NW.

Wij kunnen aan onze verantwoordelijkheid niet ontkomen. „Indien iemand weet hoe het juiste te doen en het toch niet doet, is het hem een zonde.” Een ieder is verplicht te geven overeenkomstig „datgene wat een persoon heeft,” en „van een ieder aan wie veel werd gegeven, zal veel worden geëist, en van hem aan wie mensen het toezicht over veel hebben gegeven, zullen zij meer dan gebruikelijk eisen.” Uw naasten hebben er recht op een kennis der waarheid te verwerven en gij moogt derhalve ’het goed niet onthouden aan wien het toekomt, terwijl het in uw macht is het te doen.’ — Jak. 4:17; 2 Kor. 8:12; Luk. 12:48, NW; Spr. 3:27, NBG.

Denk eveneens aan de vele personen die nog met de waarheid bereikt moeten worden, welke door Christelijke bedienaren van het evangelie wordt gepredikt. Ja, er is zelfs in Nederland veel geïsoleerd gebied waarin niet geregeld getuigenis wordt gegeven, om nog maar niet te spreken over de zendingsgebieden in het buitenland! Wanneer wij onze naaste liefhebben gelijk ons zelf, zullen wij er op toezien dat hij eveneens iets verneemt omtrent de Koninkrijkshoop en de weg ten leven.

Neem vervolgens ook de kortheid van de tijd in aanmerking. Betreffende dit tegenwoordige geslacht zeide Jezus dat het „geenszins zal voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden.” Ook de Bijbelprofetieën geven te kennen dat Satan zelf weet dat hij slechts een korte tijd heeft voordat Jehovah hem en allen die aan zijn zijde staan, vernietigt. Wanneer Jehovah zijn vernietigende plagen over het tegenwoordige Babylon brengt, omdat haar zonden zich hebben opgestapeld, zal het te laat zijn de mensen van goede wil aan te sporen: „Gaat uit van haar.” — Matth. 24:34; Openb. 18:4; 12:12, NW.

Persoonlijke organisatie noodzakelijk

De Christelijke bediening is bovenal een uitdrukking van liefde, en opdat liefde waar en oprecht kan zijn, moet ze zich op een praktische wijze uitdrukken. Praktisch te zijn met betrekking tot de bediening, zodat men er al de tijd aan kan besteden, vereist persoonlijke organisatie. Het wordt gebiedend dat wij een zo goed mogelijk gebruik maken van onze middelen zoals tijd, gezondheid en materiële bezittingen zoals geld, kleding, enz.

De volle-tijd-bediening vereist dat wij onze tijd op verstandige wijze uitkopen en ons zelf discipline opleggen ten einde in deze dienst te blijven; dit behoeft echter niet zo strikt te worden genomen dat er geen uitzonderingen kunnen zijn wanneer het welzijn van anderen er bij is betrokken. Wij moeten acht slaan op Paulus’ vermaning: „Ziet er derhalve scherp op toe dat gij niet als onwijze maar als wijze personen wandelt, de gelegen tijd voor u zelf uitkopend, want de dagen zijn boos.” — Ef. 5:15, 16, NW.

Opdat wij aan de vereisten van de volle-tijd-bediening kunnen voldoen en deze vereisten kunnen blijven nakomen, moeten wij gezond naar lichaam blijven, en wij moeten dus altijd de geest van een gezond verstand gebruiken wat betreft de wijze waarop wij onze energie aanwenden. Evenals Paulus moeten wij zelfbeheersing oefenen, ’door ons lichaam te kastijden en het als een slaaf te leiden.’ Wij moeten er op toezien dat wij voldoende slaap krijgen en moeten derhalve op een redelijk uur naar bed gaan; wij moeten zelfbeheersing oefenen aan tafel, vooral wanneer wij een van hen zijn die ’geneigd zijn veel te eten.’ — 1 Kor. 9:27, NW; Spr. 23:2.

Evenmin mag iemand nalaten zichzelf streng te onderrichten inzake het besteden van geld of het gebruik van andere materiële bezittingen, kleding, meubilair, een auto, of wat wij ook mogen hebben, indien wij ons willen blijven verheugen in de zegeningen van de volle-tijd-bediening. Wijsheid en liefde geven te kennen dat wij beide uitersten dienen te vermijden doordat wij niet op een krenterige wijze zo zuinig, dienen te zijn dat wij ons van het noodzakelijke voedsel en de noodzakelijke kleding onthouden en evenmin zorgeloos geld door onze vingers dienen te laten gaan.

Denk aan de diepe voldoening welke het iemand schenkt, te weten dat hij zijn gelofte tot het doen van Gods wil volledig nakomt, welke gelofte hij bij zijn opdracht heeft gedaan, en dat hij in de voetstappen van Christus Jezus volgt. En wat valt er te zeggen over de vreugde welke iemand ondervindt wanneer hij de vruchten van zijn arbeid ziet, zijn „aanbevelingsbrieven,” de mensen van goede wil die thans Jehovah dienen en die zich eeuwig in de zegeningen van de nieuwe wereld zullen verheugen, en dit alles omdat gij er niet tevreden mee zijt geweest een gedeelte van de tijd aan de bediening te besteden, maar hebt getracht u in de volle-tijd-dienst te begeven?

Er is geen belangrijker werk dan de Christelijke bediening. Wij dienen er naar te streven al onze tijd aan deze dienst te besteden, tenzij wij Schriftuurlijke verplichtingen hebben welke dit verhinderen. Er zal een doeltreffende persoonlijke organisatie voor nodig zijn, maar de zegeningen zijn het stellig waard.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen