Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w61 1/1 blz. 31-32
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • Leviticus — Een oproep tot heilige aanbidding van Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
  • Is het mogelijk dat wetten misdaad uitbannen?
    Ontwaakt! 1979
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
w61 1/1 blz. 31-32

Vragen van lezers

● Hoe kunnen wij Deuteronomium 14:21 (KB), waar staat: „Gij moogt geen doodgevonden dieren eten”, rijmen met Leviticus 11:40 (KB), waar wordt gezegd: „Wie daarvan eet moet zijn kleren wassen en zal tot de avond onrein zijn”? — D.H., Ierland.

In werkelijkheid zijn deze twee teksten niet met elkaar in strijd. In de ene tekst wordt het eten van een dier dat uit zichzelf was gestorven of dood werd gevonden, verboden, en in de andere wordt melding gemaakt van de straf die er op het overtreden van dit verbod staat. Alleen het feit dat het eten van een dood lichaam is verboden, wil nog niet zeggen dat het nooit zal plaatsvinden. In de Wet werden vele dingen verboden, maar hierin werden eveneens de straffen bekend gemaakt voor het geval men deze verbodsbepalingen toch zou overtreden. Louter het feit dat iets werd verboden, hield nog niet in dat men er zich nooit aan zou schuldig maken; vandaar dat er, om deze verbodsbepalingen kracht te verlenen, straffen werden vastgesteld. Stelen, roddelen, overspel, moord en vele andere ernstige en minder ernstige zonden werden verboden, en in de wet waren — ingeval van overtreding van deze verboden — zwaardere en lichtere straffen vastgelegd waardoor Israël werd geholpen de overtreders op een juiste wijze te behandelen. Zo was het ook in het geval van het eten van een dood lichaam.

● Zullen personen die zelfmoord hebben gepleegd om de eer van de familienaam te redden, of om een andere reden volgens de Japanse gewoonte, door middel van de opstanding tot leven worden teruggebracht? Zullen moordenaars een opstanding ontvangen? — K.H., Japan.

De joodse natie stond in een verbondsverhouding tot Jehovah God, en in haar wet werd gezegd: „Gij zult voor het leven van een doodslager, die des doods schuldig is, geen losgeld aannemen, maar hij zal zeker gedood worden.” Evenmin kan een christen een moord begaan en in leven blijven: „Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft.” Daar zelfmoord er op neer komt dat men een moord begaat op zichzelf, kan het op dezelfde wijze als moord worden bezien. Wanneer iemand die zijn leven aan Jehovah heeft opgedragen, zich — terwijl hij bij zijn volle verstand is — door zelfmoord van het leven berooft of bewust iemand anders vermoordt, is het onwaarschijnlijk dat Jehovah hem in de opstanding zal gedenken. — Num. 35:31; 1 Joh. 3:15.

Met iemand die Jehovah’s wet niet kende en geen opgedragen dienstknecht van God was, is het echter anders gesteld. Indien hij ten gevolge van zelfmoord om het leven zou komen of als een moordenaar zou sterven, zou hij stellig een ernstige zonde op zich hebben geladen; er zijn echter vele andere ernstige zonden waarvan men heel goed berouw kan hebben. Bij een bepaalde gelegenheid schreef Paulus enige christenen dat zij vroeger een uitermate immoreel en verdorven leven hadden geleid, maar dat zij nu — omdat zij berouw over dergelijke zonden hadden getoond, zich ervan hadden afgekeerd en Jehovah’s regeling door bemiddeling van Christus hadden aanvaard — ervan waren gereinigd. Op een andere plaats spreekt de bijbel over moordenaars die geen berouw aan de dag hadden gelegd, hetgeen dus inhoudt dat het voor hen onder bepaalde omstandigheden mogelijk is berouw te tonen (1 Kor. 6:9-11; Openb. 9:21). De zonde van zelfmoord en moord behoeft geen zonde tegen de heilige geest te zijn, en indien dit niet het geval is, is vergeving mogelijk. Zonde is zonde, ongeacht van welke soort ze is, en of iemand die niet in de waarheid was en een moord of zelfmoord heeft gepleegd, zal worden opgewekt, zal meer afhangen van het feit hoe diep hij in het heidendom of het demonisme was gezonken en van zijn vermogen berouw te hebben en zich van de diepten van het heidendom te herstellen, dan van de specifieke zonde of zonden die hij voorheen had bedreven. Jehovah God en Christus Jezus zullen dit vermogen om berouw te hebben en zich te herstellen, beoordelen, en zij zullen beslissen of een bepaald persoon een opstanding zal ontvangen of niet. Wij zijn er tevreden mee de zaak in hun bekwame, rechtvaardige en genaderijke handen te laten rusten.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen