TEMAN
(Teman) [rechts, zuidelijk].
Een plaats die sommige geleerden in verband brengen met Tawilan, dat enkele kilometers ten O. van Petra ligt. Het was blijkbaar een stad of een district in Edom („het land van de Temanieten”), waar de nakomelingen van Teman woonden (Gen. 36:34; Jer. 49:7, 20; Ezech. 25:13; Amos 1:11, 12; Obad. 9). Teman werd beroemd als een centrum van wijsheid (Jer. 49:7). In het boek Habakuk wordt over God gezegd dat hij „van Teman [kwam], ja, een Heilige van de berg Paran”. Dit kan betrekking hebben op de heerlijkheid die Jehovah uitstraalde en op zijn pracht die door de bergen werd weerkaatst toen hij zijn pasgevormde natie om Edom heen naar het Beloofde Land voerde. — Hab. 3:3, 4; vergelijk Deuteronomium 33:2.