Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1647-1648
  • Wemelend gedierte

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wemelend gedierte
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wemelend gedierte
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Wet
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Dieren
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • ‘Ik keek naar de levende wezens’
    De zuivere aanbidding van Jehovah eindelijk hersteld!
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1647-1648

WEMELEND GEDIERTE

[Hebreeuws: sjeʹrets].

Het grondwoord waarvan deze uitdrukking is afgeleid, betekent „wemelen” of „krioelen”. Het zelfstandig naamwoord schijnt alleen toegepast te worden op kleine dieren die in grote aantallen voorkomen (Ex. 8:3; Ps. 105:30; vergelijk Exodus 1:7). Het komt voor het eerst voor in Genesis 1:20, waar wordt gezegd dat op de vijfde scheppingsdag voor de eerste maal levende zielen verschenen, namelijk toen de wateren van levende zielen begonnen te wemelen. In de Vloed werd al het „gewemel” op aarde dat zich buiten de ark bevond, vernietigd. — Gen. 7:21.

Zoals uit de wet inzake reine en onreine dingen blijkt, kan de uitdrukking van toepassing zijn op waterdieren (Lev. 11:10), gevleugelde schepselen, waaronder vleermuizen en insekten (Lev. 11:19-23; Deut. 14:19), landdieren, waaronder knaagdieren, hagedissen en kameleons (Lev. 11:29-31), dieren die op hun „buik” gaan en dieren die een groot aantal poten hebben (vs. 41-44). Vele daarvan, maar niet alle, waren onder die Wet „onrein” en mochten niet gegeten worden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen