SELA (II)
(sela). De translitteratie van een Hebreeuwse uitdrukking die veelvuldig in de Psalmen en ook in Habakuk hoofdstuk 3 voorkomt. Hoewel men het er algemeen over eens is dat het een Hebreeuwse vakterm is die in de muziek of bij voordrachten gebruikt werd, is de precieze betekenis onbekend. Men neemt aan dat het „pauze, onderbreking of stilte” betekent en betrekking heeft op hetzij een pauze bij het zingen van de psalm — opdat er een tussenspel kon volgen — of op een onderbreken van zang en muziek om gelegenheid tot meditatie te geven. In ieder geval moest de pauze de door de geuite gedachten en gevoelens gewekte indruk versterken, opdat de volle betekenis van de laatste woorden kon bezinken. De Septuaginta geeft sela met de uitdrukking di·a·psalʹma weer, dat als „een muzikaal tussenspel” wordt gedefinieerd. Het woord sela, dat altijd aan het eind van een zin of zinsdeel en gewoonlijk aan het eind van een strofe voorkomt, is steeds bij liederen te vinden waarvan het opschrift een muzikale aanwijzing of uitdrukking bevat. In Psalm 9:16, waar het vergezeld gaat van de uitdrukking „Higgajon”, zou het volgens sommigen op een tussenspel met de harp duiden.